Via deze blog willen we in contact blijven met de homies, terwijl wij Azie afschuimen. Van de mongoolse steppe tot de tibetaanse pieken, via China, Vietnam, Cambodia, Laos, Birma, Nepal en god weet waar we nog terecht komen in dit jaartje weg...

donderdag, augustus 30, 2007

Wij trouwen!


Het is zover. Op 20 oktober 2007 trouwen we en niet zomaar met iemand, maar wel met de neigste mensen die er bestaan, wij! Of wat dacht u!

Om 10u trouwen we voor de wet in het Stadhuis van Antwerpen en aansluitend om 11u in het Via Via Reiscafé, Wolstraat 43. Daar is er tijd voor onze belofte die in goede banen geleid wordt door onze lieflijke ceremonitrice Maika. Wil je er graag bij zijn, dat kan. Neem de tram nummer 10 of 11 aan het Centraal Station van Antwerpen. Stap af op de Melkmarkt. Dan is het, met het betere stadsplan, gratis verkrijgbaar bij uw toeristische dienst, nog maar een stukje wandelen tot Wolstraat 43 alwaar wij elkaar de eeuwige trouw zullen beloven. 's Avonds, om 20.30, is het tijd voor ons spetterend dansfeest en wel in hét Centraal Station van Antwerpen in de buffetzaal, in de centrale vertrekhal het trapje op en naar rechts. Je mag je verwachten aan een uitgebreid dessertenbuffet, inclusief bruidstaart en, jawel openingsdans! Daarmee hopen we ons dansfeest in te zetten. Voor uw hongertje later op de avond voorzien we broodjes en knabbels. Hoe geraak je er? Met de trein. U blijft gewoon tot de laatste man en neemt de eerste trein terug naar huis. Voor de mensen met de auto (en blijkbaar zijn er momenteel 5 miljoen in België), u kan parkeren onder het Astridplein, of in de Congresstraat op de Firoelparking. Beide parkingen zijn betalend. Er is ook gratis parking op de kaaien, maar dan moet je nog een stukje wandelen. De weg naar het Centraal station kan je opzoeken via http://www.mappy.com/ of met de betere GPS. We hebben er alvast ontzettend veel zin in! Zit je nog met vragen, wil je je hart even luchten, wij staan 24 op 24 voor u klaar om uw huwelijksproblemen op te lossen. 0484758255 of 0476820194. Hopelijk tot dan!


Labels:

Afscheid van onze Stan

Zaterdag 28 juli 2007
Thank God voor onafhankelijk reizen. Als je denkt dat 12% bergop op een oude fiets met te veel bagage lastig is, probeer dan maar eens te onderhandelen over een ritje naar Bishkek met twee 'oversized' fietsen. De chauffeurs in Naryn zijn allesbehalve gewillig en lappen flink wat geld erbij om ons tot in Bishkek te voeren. Ik word er zo kwaad van dat ik in een hoekje van het busstation ga zitten mokken. Jan regelt intussen een ritje in een busje met voorruit waar die van 'Carglas herstelt, Carglas vervangt' ettelijke reclames over zouden kunnen maken. Tegen goed en wel 10 uur zijn we op weg, klaar voor een ritje van 6 uur, terug naar Bishkek, het beginpunt van onze reis. We checken even in het hotelletje of onze fietsdozen er nog staan, wisselen wat geld, kopen water en bubblegum en zonder dat we eigenlijk overleggen zijn we al aan het klimmen naar Ala Archa, dé weekenduitstap voor de Bishkekkers. De weg wijst zichzelf uit en na een paar uurtjes zetten we onze tent op een gouden korenveld op, weelderig in de avondzon en zicht op besneeuwde bergtoppen. Een pasta met resterende aardappels, ajuin en look en een gezellig kampvuur maken onze laatste avond in Kyrgystan volledig.


Zondag 29 juli 2007
We staan op onder een staalblauwe hemel, het Kyrgyziche weer waar we toch een lichte voorkeur voor hebben. Op ons gemak eten we bokes met choco. In het zonnetje rollen we onze matjes op en stelen we af en toe wat kusjes. Een zalig luie zondagmorgen, maar zoals de echte Vlaming betaamd trekken wij ook onze koersbroek aan voor onze zondagse kilometers. Geen Vlaamse vlaktes maar een stevige klim naar het park van Ala Archa. We zijn in ieder geval niet alleen. De Bishkekkers zijn massaal met kind, hond, zuster en broeders aanwezig om hier uitgebreid te picniccen. En wie kan ze ongelijk geven. In de lommerte van een dennenboom eten we onze laatste trekkersmaaltijd. We overwegen even om nog de kloof in te trekken, maar maken uiteindelijk een wijze zondagmiddagbeslissing. We installeren ons aan het gletsjerriviertje, assen ons en wentelen ons in de brandende middagzon. Ons laatste couchke wordt gelegd. Tegen vijf uur vatten we de weg naar beneden aan. 'Zwier' , door de bochten tegen 40 km per uur. Inclusief aardbeienaankoop staan we op minder dan 1u30 weer in Bishkek centrum aardbeitjes op te peuzelen in het zonnetje voor het museum. Jan doet nog wat pogingen om het niveau van de Kyrgyziche fietsband op te krikken (mijn redder in nood repareert voorbijgangers hun platte banden), maar dan is het ook tijd om onze bandjes definitief plat te laten. Onze laatste uurtjes Kyrgystan brengen we door op het terras van een lekker restaurantje met Modern Talking Karaoke. We flaneren langs de vele Kodak standjes waar Bishkekkers bij valavond de vrelijkste foto's met flits door een of ander fotograaf laten nemen, kopen nog wat bubblegum 'Love is' met onze laatste som en dan is het op naar de luchthaven.

We zijn nu intussen alweer een maandje thuis. Onze 'Stan' zit erop. De lege plek op de wereldkaart is opgevuld met herinneringen aan een magisch land van bergen en meren, van regen en zon, van oneindige gastvrijheid. Keep living the dream! Kyrgystan vervulde al onze verwachtingen en meer. Rachmat, Stan!

Labels: ,

zuidoost.Met een bochtje richting zijderoute

Dinsdag 24 juli - vrijdag 27 julli 2007
Opnieuw droog, en uitgeslapen. De hemel ziet er niet staalblauw uit maar we hebben er in elk geval zin in. Waarin? een tochtje door de bergen op een amper gebruikte weg richting Tash Rabat. Een van de weinige overblijvende caravanserai's uit de goeien ouwen tijd van de Zijderoute. En die ligt in het gebergte dat de grens vormt met China. Om je maar een beeld te schetsen van het kruispunt dat dit land eigenlijk is.Want dat is het echt wel. Als er in de wereld vandaag 6 grote blokken zijn, ligt Kyrgyzstan tussen 4 ervan. Grenzend aan China, lang onder Rusland gevallen, grotendeels Islamitisch en India op een boogscheut. Alleen Europa en de US zijn iets minder prominent.
In de praktijk is daar het volgende van te merken: een erg russische hoofdstad, met nadrukkelijk russisch eten en veel blonde mensen. Buiten Bishkek zie je nog veel hamers en sikkels, russische camions, ladas volgas. Maar ook veel mensen met mongoloide trekken, donkere leren huid, hoge jukbenen. Klederdracht en vooral de Gers hebben iets mongools. Naast de hamer en de sikkel is ook de maan erg aanwezig, en de overweldigende gastvrijheid, die toch een deel uitmaakt van de Islam-cultuur. Van India en China is de invloed daarentegen toch wel erg klein. Daarvoor zijn de bergen te hoog (we spreken over een stel vijf tot achtduizenders) want na Nepal en Tadjikistan heeft Kyrgyzstan het meeste aantal +7000m bergen voor zijn oppervlakte. In dit alles heeft het toch ook fel zijn eigenheid. En daar gaan we een beetje binnendoor fietsen, op een wegje waar de hoogtelijnen niet erg duidelijk zijn, en waar afhankelijk van de bron, 2 tot 4 bergpassen te bestieren zijn.

Het begint snel langs een rivier, dan een flink stuk vals plat tot een stadje waar we met veel moeite, en uiteindelijk met de hulp van een chronische zatlap aan brood water en snickers geraken. Eenmaal uit de stad verslecht de weg per kilometer. Aan de rand van de weg prikt een man enthousiast 2 vingers in de lucht. In Engeland zou ie er ruzie voor krijgen, maar hier begrijpen we dat er 2 andere fietsers voor ons zijn. En de Scouts in ons merken ook al bandensporen. Het wordt even lachen als we dan Bert en Griet tot aan de heupen in een snelstromende rivier zien staan, terwijl de weg gewoon doorloopt. Maar het lachen vergaat ons snel als blijkt dat zij wél op de juiste weg zitten. We helpen elkaar over de hindernis (die een gifgroene Lada erg gracieus neemt - eigenaars van X5 jeeps en Range Rovers ten lande zou het lachen nu al helemaal vergaan) We pikken de gesprekken aan waar we ze gisteren in de natte kou hebben afgebroken. Hoe graag we ook gewoon met ons tweetjes reizen, t doet ook plezier om eens het verhaal te horen van andere mensen met min of meer de zelfde ingesteldheid qua reizen. Het landschap is intussen een koperkleurige zanderige canyon geworden.




45km is nog niet veel, en 16 uur ook niet, maar voor ons ligt een dijk van een bergop, en achter ons -opnieuw- gitzwarte wolken. Even moeten we aftasten, maar we gaan ervoor. En natuurlijk krijgen deze vier vlamingen een hagelbui over zich waar we nu nog blauwe plekken van hebben, maar laat duidelijk zijn dat de daaropvolgende dubbele regenboog over het met canyons bezaaide hoogvlakte een absoluut knoerte mooi beeld is. Een van de allermooiste van de hele reis. En zo zwiept Kyrgyzstan al geen ander van dieptepunt naar hoogtepunt, nog sneller dan de rollercoasters in walibi.


Een uurtje later staan 2 tentjes op een uitsprong van een berg, aan de kant van de weg. En kronkelen de geuren van 2 stellen trekkersfood omhoog in een lucht die verder enkel beroerd wordt door gezapig gekeuvel. Met een mijlen verre zicht op de verweerde hoogvlakte, en in de verte te bergen rond Song Köl...

Machtige plekken verdienen machtige ochtenden en oploskoffie. Genoeg om de klim naar de eerste bergop met veel genieten te doen. De zichten op de uitlopers van de Pamirs spreken nochtans voor zichzelf. Opnieuw wijst een onaardse constructie -die alleen maar kan verzonnen zijn door een zatte rus zonder ontwerp- of lastalent- dat we boven zijn, op 3300m. Brood en choco, en een lange zwiepende afdaling tot in Orto Sirt. Kaartenmakers slagen er niet altijd in om de schaal van dingen weer te geven maar met dit dorp hebben ze zich toch stevig vergalopeerd. Bert en Griet hadder erop gerekend hier nog wat inkopen te doen, maar het plaatsje bestaat uit 3 huizen, 1 ruine, 1 oudstrijder, 3 vrouwen een een dorpsgek. Brood vind je hier niet, laat staan flessenwater. We keuvelen wat met de oud strijder en slepen ons verder bergop naar de 2e pas van de dag, deze keer op 3200m. Een kanker is dit. Lang slepend, en overal pijn. Gelukkig worden we beloond met weerop een leuke afdaling en nog eens een absoluut fantastische kampeerplek. Zicht op een valleitje waar halfwilde paarden grazen onder een staalblauwe hemel tegen een achtergrond van eeuwige sneeuw. De verstandhouding met onze Gentse medereizigers is intussen opperbest. We delen nét nog elkaars tandenborstel niet, maar eten, snoep, brandstof en water worden allemaal op den hoop gegooid. Een hele menu wordt samengesteld met oplos-soep en wederzijdse trekkersfood (spagetti pesto in ruil voor nasi goreng. Een welbekend inwoner uit Nazareth zou er een traan voor wegpinken. De kou jaagt ons vroeg in onze slaapzakjes.

Onze laatste twee fietsdagen brengen we opnieuw alleen door. Griet voelt zich heel slecht en ook Bert verdwijnt regelmatig achter een heuvel voor een moment alleen (lange leve de Kymyz?). Omdat de tijd dringt, zijn we genoodzaakt onze nieuwe vrienden achter te laten. Woorden schieten te kort, alleen een doosje darmfloraherstellers kunnen uitdrukken hoe we met hen meevoelen. De rit naar Tash Rabat verloopt 'nat' met rivieren om te doorkruisen en regenbuien om te trotseren. De rivieren worden opgelost door een busje Duitsers die mij absoluut willen helpen. Ze besluiten me in hun busje te laten en mijn fiets vanuit het busje door de rivier te sleuren. Paniek in de keet als plots het busje vast blijft zitten in de rivier. Even lijkt het erop of 14 Duitsers zullen moeten uitstappen, maar dan komt een ander busje Duitsers tegemoet en worden we gered. Helaas niet gered van de regen. Die krijgen we dubbel en dik op ons dak tot in Tash Rabat. We drinken er een minuutsoepje maar besluiten dan op onze tanden te bijten en al een stuk richting Bishkek terug te rijden. Mijn lieve Jan draagt me over diezelfde rivier met blote voeten (ok, ik geef toe, hier heb ik enkele tranen van ontroering gelaten) en dan is het op naar beneden tot in At Bashy. Alleen een verplichte gastvrije stop bij een Russisch - Duitse onderzoeksploeg met massa's eten vertraagt onze rit. We slapen bij mensen thuis. Onze laatste echte fietsdag is er opnieuw eentje van tanden bijten, met veel bergen, stevige wind en regen, schuilen in een armzalige staancaravan en aankomst in Naryn. Voorlopig eindbestemming in deze etappe.

Labels: ,

woensdag, augustus 29, 2007

Kochkor -Kysart-Son Köl: here comes the rain again

Vrijdag 20 juli - maandag 23 juli 2007
Als we Kochkor verlaten zijn helemaal uitgerust, met een overvolle buik, en stevig verbrand na een dagje niks in de zon. We hebben ons erge verhalen laten opspelden over de weg. Sinds de Russen is die niet meer onderhouden, en zou hij ongeveer tot gruis en putten herleid zijn. De eerste 30 km gaan in elk geval vlotter dan het fietspad Moerbeke-Lokeren. Daarna wordt het een robbertje vechten. Niet zozeer met de ondergrond dan wel met een tergend lange bergop met stevige tegenwind. Als we voor de fun even de omgekeerde richting proberen gaat t zo snel dat we we moeten bijremmen. We proberen het geen 2e keer...we werken 3 Powerbars en een veelvoud aan Snickers binnen om wat energie te kunnen op te wekken, kunnen we alvast al een stuk meer van het landschap genieten. Het is eigenlijk prachtig: hele open glooiende, op rotswoestijn lijkende vlaktes die langzaamaan meer begroeiing krijgen. Maar omdat we er zo tergend traag door bewegen wordt het een beetje saai. We doen dan ons spelletje van liedjes rond een bepaald woord (elk om beurt moet een lied met bvb het woord 'hond' verzinnen. Wie niet kan volgen is de verliezer, en kiest een nieuw woord, bvb 'zee') Maar de wind (hier konden we toevallig wel honderd liederen op verzinnen) maakte onze verwoede zangpogingen -eigenlijk gehijg op een ander ritme-al helemaal onverstaanbaar.En ineens staat er om de hoek een ontzaglijk lelijke en nutteloze cubistische constructie. In een voormalige Sovjetstaat weet je dan dat je 'ergens' bent -in ons geval de top van de bergpas. We eten een heerlijke gerookte vis, met wat oud brood. Zoals vaak met bergen is de andere kant meteen een andere wereld. De weg slingert door een smal kronkelend smaragden tapijt, vol gers, paardenkuddes en stalletjes met Kyrgyzstan's Favourite: Kymyz. Dat is gefermenteerde paardenmelk. Smaakt een beetje als drinkyoghurt zonder suiker. We laten een heerlijke kampeerplaats aan een bergriviertje liggen, in de hoop om op een strategische plaats te geraken, zodat we de volgende dag in 1 beurt nog een bergpas over kunnen geraken. We willen immers heel graag naar Son Köl, een idyllisch bergmeer waar de herders 's zomers kamperen met hun kuddes. Als toerist vragen naar de uitbater van een community based tourism bureautje lijkt simpel, maar het draait veel moeilijker uit dan we dachten. Dus staan we een uur voor zonsondergang nog helemaal nergens. Een poging met een ruiter draait op niks uit. maar ineens komt het duiveltje uit een rijdend doosje (Lada, of wat dacht u) gesprongen. Verderop in het dorp is een Franse familie neergestreken ter gelegenheid van het huwelijk van de dochter met haar Kyrgyzische man. Die spreekt vloeiend Frans en lost ineens al onze vragen op: waar is slaapplaats in het dorp (hier) en welke weg naar Son Köl (volg ons). We koken ons potje en gaan slapen met een gerust hart een een hoofd vol dromen over morgen

We worden wakker onder een dreigende lucht. Haasten ons om op weg te geraken, zodat we de Fransen in het zicht kunnen houden. Net zoals gisteren gaat het eerste uur heel vlot, over leuke vaste paadjes. En net als gisteren begint dan de klim. Te voet is die al stevig, maar met mountainbikes van 40 kilo (toch volgens de weegschal op Zaventem) is het werken. Het beeld is erg Zwitsers. Voor een mens zich afvraagt waarom we dan niet gewoon naar Zwitserland gaan: dat doen we wel als we oud en wijs zijn. Nu hebben we tijd voor onbezonnenheden. En bovendien zijn de mensen hier wél gastvrij. Gelukkig zien we de Fransen even hard zwoegen. We moedigen elkaar aan, maar na een tijdje is het gewoon te steil voor onze zware fietsen en zijn het vooral de Fransen die ons aanmoedigen. De voldoening op de top (toch vlot boven de 3500meter, je zou al voor minder naar adem happen) is groter dan de krampen. Chocolade en droge abrikozen voor iedereen! Maar boven het mooie Song Köl pakken de wolken samen. En dat is een probleem. Want als het bewolkt is boven Song Köl dan regent het er ook. En zonder het einde van de film te verraden: we hébben regen gezien alsof de armageddon aaangebroken was. Drie dagen lang heeft het onophoudelijk ge-go-ten. Zwaar. Maar gelukkig moesten we dit niet in Zwitzerland doen, en stonden de Kyrgyzen van ver te roepen en te zwaaien om toch zeker langs hun ger te passeren. Wie zijn wij op dat moment om nee te zeggen. Dus worden we drie dagen lang volgestopt met brood, koekjes, warme maaltijden, vis, thee en emmers Kymyz. Wat ons opvalt, is dat mensen hier enorm trots zijn als we een foto van hen nemen. We worden er vaak voor bedankt, zonder dat ze een afdrukje vragen. Soms gaan we even langs voor een theetje en een 'praatje', een andere keer loopt het wat uit de hand. Zo worden we na amper 25 km nageroepen rond de middag om kymyz te drinken. Nobel maar we hebben al 2 liter op en dat is wel genoeg, getuige onze flatulatie. Maar de jochies blijven roepen en weten ons te verleiden met een kop thee. Eenmaal geinstalleerd binnen geraken we er niet meer weg. We worden overladen met brood, warme maaltijden, toch nog wat kymyz (ze kijken altijd zo teleurgesteld als je nee zegt) snoepjes, koekjes...... het houdt niet op, net als de regen buiten. We helpen de paarden melken, laten de jongetjes wat met onze fietsen spelen, en zetten vertwijfeld ons tentje op onder een stortregen.

Dag drie en nog geen beterschap in zicht. We verbijten de kou en rijden bleekjes langs het meer. Na een paar kilometer komen we opnieuw een Franse groep tegen en -we zouden ons epytheton 'Effieweg' niet waard zijn- laten ons in 10 minuten overhalen om de laatste week van onze reis totaal anders in de vullen. In plaats van verder noordoost te trekken, overtuigt de gids ons om resoluut zuid te gaan. Een korte klim uit de vallei leidt tot de mooiste afdaling van het land. Maar de mist is te dik. In de kou treffen we 2 andere Vlamingen, die ook met de fiets op tocht zijn. Ze nemen vermoedelijk dezelfde route, en net als wij zijn ze een beetje wantrouwig om meteen de handen in elkaar te slaan en samen te reizen. Onafhankelijk reizen weetjewel? Desondanks is het leuk om ervaringen uit te wisselen op de vele stops om terug bloed en gevoel in de vingers en tenen te krijgen. Er staat zelfs wat ijs op mn veters.....
Kilometers later regent het nog altijd even hard. de bergschoenen zijn intussen volgelopen met regenwater, alle kleren zijn nat, we hangen onder de modder, mn achterrem werkt niet meer, het kilometertellertje evenmin, en onze tanden zijn helemaal bot geklapperd en -geknarst. Zoveel nat en kou, we hebben er gewoon genoeg van. Afzien is een flauw woord. En -het wordt een gewoonte in dit land- weer duikt een ridder op een wit paard op, dit keer een jonge kerel die ons weet te vertellen dat er 10 km verderop een pensionnetje is met sauna en warm eten. Dat geeft ons alleszins de moed om verder te gaan, en zowaar, het stopt zelfs met regenen. 2 uur later hangen onze kleren te drogen op het hek, terwijl we in het avondzonnetje opdrogen van ons stomend bad. Zo ga je in no time van een dieptepunt naar een hoogtepunt. En daar gaat het nu eenmaal om bij dit soort reizen, niet?

Labels: ,

Een zeker Neckermanngehalte - I love it!

maandag 16 juli - donderdag 1ç juli

Tengevolge van de vodka's doen we het de daaropvolgende twee dagen rustig aan. We komen wel gemiddeld aan 80 km per dag, maar we wisselen het fietsen af met lekker luieren aan het strand. Onze route voert immers langs de zuideroever van Issyk kölmeer. In de voormiddag peddelen we een flinke 50 km om dan een lange siesta te houden op het strand waar we zalig luieren in het zonnetje. Boven de bergen hangen dreigende wolken. Ons plan om binnendoor, via de bergen naar Kochkor te gaan, laten we dan ook al snel varen. Een zeker Neckermanngehalte maakt zich van ons meester en de keuze is dan ook snel gemaakt. Maandagnacht slapen we op het strand met een kampvuur, waar in de tijden van middeleeuwen een gemiddelde van 10 heksen op verbrand zou zijn. Dinsdagnacht is het echter wat moeilijker om een slaapplekje te vinden. De weg gaat even landinwaarts en daarmee is ons geliefkoosd strand geen mogelijkheid meer om te kamperen. Het meer moet plaats maken voor een groene vallei vol bloemen en omsloten door besneeuwde bergtoppen. Toch slagen we er niet in om een geschikte plaats voor onze tent te vinden - de weides zijn te opzichtig. We blijven fietsen tot de avond al is ingevallen. Een vrouwtje roept ons na om wat abrikozen bij haar te kopen... Een uurtje later liggen we geïnstalleerd op het vrouwtje haar zolder, de kilo abrikozen krijgen we er gratis bij. Het huis van onze gastvrouw, Goula, is, zoals de meeste 'stenen' huizen hier opgedeeld in twee delen, één deel is het zogenaamde woongedeelte voor het gezin, met 1 slaapkamer en een buitenkeuken met immens vuur en 'theekokerpijp' (zie foto), het andere deel is het gastenhuis, doorgaans groter dan het woongedeelte. Het bestaat uit een aantal kamers met vreselijke wandtapijten, kunstmatige foto's van parken en een buffetkast die in de kringloopwinkel maar niet verkocht zou raken. We krijgen een plekje op de zolder waar een berg dekens en geborduurde tapijten (typisch Kyrgyzisch overigens) ons een warm bedje bieden. Goula en haar dochters zorgen voor eitjes en lekkere verse melk.

Woensdag 18 juli 2007
De avond voordien had Goula ons al met handen en voeten, én vooral met een vreemsoortig geneurie en aansluitende 'to you' laten weten dat haar zoon de volgende dag jarig zou zijn (het geneurie leek op 'happy birthday'). We voorzien dan ook een snickers met theelichtje en Belgische postkaart voor het feestvarken. Onze gastfamilie zorgt voor heerlijke broodjes - dezelfde als in Ladakh en Mongolië - verse confituur en bijenfrisse honing. Als we eindelijk erin slagen om afscheid te nemen van onze gastvrije familie is dat niet zonder 5 kilo abrikozen, een zak vol verse broodjes, een tekening en een mini-ger. We kunnen er weer tegenaan. Maar we zijn nog maar 10 kilometer verder of het volgende obstakel van sociaal leven staat alweer klaar om toe te slaan. Een Lada met Kazachse nummerplaat en goudtandige chauffeurskoppel staat aan een zijstraatje aan de kant van de weg. Volgende conversatie vindt plaats:
- Kazach: onverstaanbare zin, lijkt te klinken als een vraag.
- Wij: 'Belgia' (we gokken juist)
- Kazach: 'da', 'sal'
- Wij: 'sal'?
- Kazach: 'Israel'
- Wij: 'Israel?'
- Kazach: 'Tot'
- Wij: 'Tot?' (is dit Duits?)

We gaan ervanuit dat de man of een zoutmijn heeft, of een graf vol Israeli of een meer vergelijkbaar met de De Dode Zee in Israel. De 'on kilometer' (Kyrgyzisch voor 10 km) doen ons beslissen om het karretje in de kloof te volgen. 10 km worden er 15, maar de weg naar, tja naar wat? is fenomenaal. Zandstenen en grillige rotsformaties zijn het decor voor dit prachtige fietspad. De weg leidt helemaal tot Issik Köl. Van daar volgen we verder de zandweg die ook vele lokalerds en Kazachen volgen. Als we na een eind trappen aankomen aan een stel gers en - jawel- een entreetafeltje, weten we niet goed wat doen. We betalen de 50 som en laten ons verrassen ... een zoutmijn? een graf? ... Het is wel degelijk een dode zee. De kyrgyzen dobberen lustig rond. We volgen al snel hun voorbeeld en brengen de namiddag door met hoofd en voeten boven water. Ik ga zelfs voor het modderbad. In de late namiddag besluiten we nog wat kilometertjes te doen. De teller wijst 80 kilometer aan als we eindelijk een slaapplaatsje gevonden hebben aan de oevers van Issyk Köl. Gewapend met Deet, lange broeken, muts en bergschoenen (het is 30 graden!) tegen de muggen genieten we van een mooie zonsondergang.

Donderdag 19 juli 2007
Rustdag. We fietsen nog de laatste 50 kilometer, weg van ons geliefkoosde vakantiemeeroord, tot in Kochkor, een stadje met zowaar winkels, en na heel veel zoeken, een pot choco. We checken in bij een hotelletje van Community Based Tourism, een vorm van toerisme waarbij je, tegen een vaste prijs, bij mensen thuis kan blijven slapen. We krijgen er zelfs een echt bed, een warme banya (Russische sauna), een hond en een zonnig terrasje bij waar we de rest van de namiddag niks doen! Zalig!


Labels: ,

12 vodka's later

Zondag 15 juli 2007
Nog steeds worden er op vakantie wekkers gezet. Om zeven uur worden we gewekt door onze gsm om een bezoekje aan Karakols befaamde dierenmarkt te brengen. Ingrediënten van zulke markten, veel lada's, veel paarden, veel schapen en enkele toeristen met een telelens om eventueel pellekes (of 'roos' voor de gebruikers van Head & Shoulders) in een schapenvacht te traceren. We lopen er op ons gemakje rond, kijken mee in de mond van een paard, keuren wat geiten af en besluiten dan om aan ons fietstochtje te beginnen. Op ons programma staan een luttele 40 km naar de valley of flowers, een fluitje van een cent als er geen regenbuien en vodka's zouden geweest zijn. We zijn nog niet zo lang onderweg of de staalblauwe hemel vult zich al met de eerste wolken. Even later worden we overvallen door een stortbui van - om het met de woorden van Jan te zeggen - 'ik zal u gaan hebben'. We schuilen even, fietsen nog even door tot we aan Yeti Oguz's wereldberoemde kuuroord komen. Een sovjetblok bezet door dikke, Russische matroesjka's in badjassen. We overwegen om hier te overnachten en te genieten van de warmwaterbronnen, maar onze drie woorden Russisch en 7 woorden Kyrgyzisch helpen ons niet echt verder tot het vinden van de geheime schatten van dit kuuroord. En ons volledig toevertrouwen aan een matroesjka in badjas gaat net een brug te ver.
In de druppende regen rijden we verder de kloof van Yeti Oguz in. We staan net recht op de pedalen indruk te maken op een Kyrgyzische familie als ze ons wenken om te komen. Omdat we toch al de grootste moeite hadden om de berg te bedwingen zonder af te stappen, besluiten we even naar de familie te gaan. Ze zitten met z'n allen rond een groot laken dat vol ligt met eten. Voor we het weten, hebben ze ons al op de grond geduwd en krijgen we - zonder overdrijven- drie vorken in onze mond gestopt. We weten nog net onze naam eruit te krijgen voor alweer de volgende lading met gepekelde aardappelen en komkommers in onze mond gestoken wordt. De rest van de namiddag wordt er voortdurend 'geJand' en 'geBrendaad'. Onze namen zijn nl de enige woorden die beide partijen tenvolle verstaan. En dan is er natuurlijk ook de taal van de alcohol. De eerste vodka's worden al gauw geschonken en er wordt driftig getoast op 'Belgia en Kyrgystan'. De vodka's gaan er vlot door en onze gastheren blijven vorken toesteken - zo ook vorken met, zoals zij het noemen, een 'delicatesse', schapenoor, schapenoog, en andere schaaponderdelen. Ik lig bijna dicht van het lachen (en van de vodka) als Jan me met tranen in de ogen aankijkt en kokhalsend om redding 'seint'. Hij weet nog net op tijd 'iets te repareren aan de fietsen' en zich zo te verlossen van een brok zacht schapenvet.
8 vodka's later gaat het er zowaar nog vrolijker aantoe. We wagen ons al aan onze eerste woorden Russisch, er wordt al flink wat gezongen en Jan krijgt al een tweede vrouw aangeboden. Nog 2 vodka's later besluit de bomma op onze fiets te kruipen om er 5 meter verder af te vallen. Na nog enkele vodka's ontaardt de picnic in een dansfeestje waarbij we met z'n allen staan te dansen op een Kyrgyzisch deuntje dat zelfs nog stiller staat dan een 'easy listening' cd van Richard Clayderman als achtergrondmuziek op kerstavond. Als onze gastheren tegen 9 uur 's avonds vertrekken, doen we nog een poging op onze fiets te kruipen, maar 5 meter verder (we doen niet beter dan de bomma), geven we er de brui aan. Jan zet de tent op, ik plof knock-out in het gras. En dan ... was er niets meer!

Labels: ,

Van gouden tanden tot turquoise bergmeren

Donderdag 12 juli - zaterdag 14 juli 2007

Op donderdag, in alle vroegte, staan we al klaar in het busstation voor de eerste bus naar Karakol. We hebben al snel de juiste bus gevonden - vroeger reed deze Zwitserse kar, zoals de stickers aangeven, naar het Schwarzwald, Losanne en die Schöne blauwe Donau. Nu zal ze ons in 8 uur tijd naar Karakol brengen, een stadje in het oosten van Kyrgystan, gelegen aan het mooie Issyk Kulmeer en uitvalbasis voor trekkings in het Tian Shangebergte . De Russisch uitziende buschauffeurs met gouden tanden, die samen meer waard zijn dan het heel BNP van Kyrgystan, snellen ons te hulp. Ze willen ten allen tijde vermijden dat we ons busticketje op rechtmatige wijze kopen. De fietsen worden snel in het bagageruim gestoken en met blinkende glimlach rekent de chauffeur ons 100 som meer aan dan de echte prijs. Ietwat tragisch is echter dat de man zo slecht kan tellen, dat we uiteindelijk goedkoper af zijn dan de echte prijs. We besluiten wijselijk te zwijgen. Zo lijkt dit voor iedereen een win-winsituatie.

Acht uur later staan we als een Russisch gebit te blinken in Karakol. We vinden er een guesthouse met leuke tuin en slaan er ons tentje op. Morgen vertrekken we naar Ala Köl, een bergmeer op een hoogte van 3000 meter.

Vrijdag 13 juli 2007
In Kyrgystan spreekt met Kyrgyzisch, en ook Russisch. Ik weet niet hoe het met uw Kyrgyzisch staat, maar het onze zorgde er alvast voor dat onze eerste 34 kilometer op onze fiets in de foute richting waren. Het is al middag als we eindelijk doorhebben dat de meer dan behulpzame bevolking van Karakol ons in de foute richting heeft gestuurd. Als we eindelijk de park Entrance bereiken, verloopt ook hier de communicatie moeizaam. Het duurt zeker 5 minuten en drie momenten van totale slappe lach voor ik doorheb dat de vrouw me wil zeggen dat we de volgende dag om 16u terug uit het park moeten zijn. Ze wijst steeds opnieuw naar mijn horloge, maar omdat ik steeds mijn arm beweeg, blijf ik steeds naar buiten kijken en nieuwe dingen aanwijzen. Hilarisch! Maar het lachen vergaat ons snel. De 20 kilometer naar boven zijn er 20 van kaliber. De weg ligt vol stenen en gaat steil omhoog. als het even later begint te regenen is het heel zwaar. De ondergrond glijdt en wij glijden mee. We moeten geregeld afstappen om onze fiets door een rivier te sleuren. Kyrgystan op z'n best. Bij het eerste gerkamp zetten we onze fietsen aan een boom en nemen we rest van de bagage op de rug. Vanaf nu kunnen we alleen nog maar te voet verder. Een smal wegje vol rotsen slingert gestaag tussen de bomen naar omhoog. Minder dan twee uur later hebben we ons plekje voor de nacht al gevonden. Aan een bergmeertje zetten we onze tent op en maken we een kampvuur. We spinnen in de warmte van de ondergaande zon en smullen van onze macaroni met kaas en hesp-soep (ingrediënten: een AS adventure kant en klare maaltijd met te veel water).

Zaterdag 14 juli 2007
De volgende ochtend ben ik al al vroeg wakker, te vroeg voor Jan, maar met een leugentje om bestwil pas ik het uur wat aan. Als Jan me vraagt hoe laat het is, antwoord ik (pas op, ik heb even getwijfeld en mijn geweten geraadpleegd of ik zou liegen) 'zeven uur'. Twee uur later als de tent al half ingepakt is en we een ontbijtje van broodjes met choco achter de kiezen hebben, geeft mijn horloge 'nog altijd' zeven uur aan. De adembenemendmooie vallei, die nu in vol zonlicht baadt, zorgt er echter voor dat Jan al mijn zonden vergeeft. We stappen flink door en twee uur later verrast het turquoise blauwe bergmeer Ala Köl ons met haar schoonheid.


Hier staat de tijd even stil, tot het twee uur later is en het tijd is om weer naar beneden te gaan, langs smalle wegeltjes, over stenen en door rivieren met de mountainbike tot we veilig en wel weer in Karakol aankomen.

Labels: ,

dinsdag, augustus 28, 2007

En toen gingen we weer naar Azië...

De 'Stans'...We droomden er al een tijdje van. De blinde vlek op de kaart, een gebied ergens in Azië waarvan niemand de hoofdsteden kent, of weet welke taal ze er spreken. Toen onze Jokerreis Siberië - Mongolië geannuleerd werd, was de keuze gauw gemaakt. Een droom werd werkelijkheid: we boekten een ticketje Kyrgystan - heen en terug. Thelma werd opnieuw van de stal gehaald en ook Jans mountainbike werd klaargemaakt voor een reis naar het onbekende.


Woensdag 11 juli 2007
Het is twee uur 's nachts als we landen in Bishkek, de hoofdstad van Kyrgystan. We hebben geen idee wat ons te wachten staat. Een hotelletje hebben we nog niet - onze pogingen om vanuit België een kamertje te boeken mislukten omwille van volgende prototypische conversatie:


- Do you have a room for two people on the 11th july?
- Njet
- Do you have a room for two people?
- Njet
- Tuut tuut tuut (geluid van de telefoon).


Dus daar staan we dan met twee dozen van 1m op 2m en 30 kg per stuk. De taxichauffeurs zijn in ieder geval wel gewillig. Terwijl Jan wat euro's wisselt in 'som', regel ik een ritje in een breakauto die - misschien - heel misschien - het stadcentrum zal halen. Onze chauffeur gaat ons naar een goedkoop hotelletje brengen. Twee uur later zitten we lichtelijk wanhopig langs de kant van de weg. We zijn al langs 4 hotelletjes gereden. Niemand doet er nog open voor een stel daklozen met kartonnen dozen - er is geen plaats in de herberg. Daar zitten we dan om 4 uur 's nachts, met ons point-it boekje, de Lonely Planet en drie woorden Kirgizisch samen met de taxichauffeur op de grond in het midden van de straat een oplossing te zoeken. Er is evenwel een oplossing en die ligt recht achter ons - een oud Sovjethotel met nog één kamer over, maar met een prijskaartje van meer dan 40 euro. Het duurt nog een half uur voor we het eindelijk een plausibele oplossing vinden. De 'super deluxekamer is voor ons. De kamer zelf valt best mee, de zetels zijn zo oud dat ze bij ons zowaar weer in zijn. De badkamer daarentegen zorgt voor een ware schock. Als ik in het donker naar het lichtknopje grijp, zorgen de blote elektriciteitsdraden voor een heuze shock. Op dat moment, om half vijf, plakkerig van het zweet, starend in een spiegel met verroeste vlekken, zweer ik stiekem dat dit de laatste keer is dat we nog zo 'avontuurlijk' reizen.


Maar daar is de volgende ochtend natuurlijk niets meer van te merken. De zon schijnt aan een staalblauwe hemel. Een stel besneeuwde bergtoppen werpen ons van achter de 'skyline' (lees 2 hoge gebouwen) steelse blikken toe. Bishkek schreeuwt om ontdekt te worden en dat doen we dan ook. Op onze fietsjes gaan we op zoek naar kaarten, eten en busvervoer voor de volgende dag en we verwonderen ons over de kleinste dingen. Bishkek is een vrij groene stad met brede lanen, sterk communistisch getinte architectuur en een overdosis aan Lada's in een kleurenpalet vergelijkbaar met het aanbod van de betere verfwinkel. Daarnaast vullen ook afgedankte Volkswagens en Audi's het straatbeeld, liefst nog met de stickers van de vorige, Europese eigenaar (Deutschland, Bayern Fussball!). De mensen lijken op het eerste zicht een mix van Russen, eerder Mongools uitziende types en Turken. De kleding varieert van vrij bloot en trendy tot wat stijvere pakjes met de nationale vilten hoed. Opvallend is dat zelfs het bolletjespatroon anno 2007 ook hier sterk ingeburgerd is. Fietsen is hier blijkbaar zeldzaam. We worden in ieder geval flink betoeterd en we moeten flink ons plaatsje opeisen in het verkeer dat op elk kruispunt ontregeld wordt door een politieagent met veel te luide fluit en te imposante pet.

Labels: ,

maandag, augustus 27, 2007

Kenia op de fiets... een slotbeschouwing

Twee weekjes mochten we proeven van Afrika. Een heuse ervaring en een totaal andere wereld dan ons bekende Azië. Zonder te willen veralgemenen (het waren máár twee weken), waren dit enkele zaken die ons opvielen tijdens ons tochtje van een kleine 900 km door een van Afrika's meest toeristische bestemmingen.
- Mensen laat alles liggen om even een praatje te komen maken. De ezel wordt even aan de boom gebonden, vlees brandt aan. Het hoeft niet lang te zijn, maar het kan vaak heel grappig uitdraaien. Of hoe leg je aan een Keniaan uit wat sneeuw is... en hoeveel 'tribes' er in België zijn.
- Het stereotiep van de zwarte die urenlang onderweg is voor water, lijkt te kloppen. Heel vaak zien we fietsen, auto's en hoofden vol kruiken water. Flessenwater, wat onze tere maagjes verwachten, is hier ronduit een luxeproduct; vaak duurder dan cola of benzine.
- De scholing in Kenia is opvallend goed. Op wat bergkinderen na kunnen erg veel mensen Engels spreken en schrijven. Wat een verschil met Azië waar we zo vaak met de handen in het haar zaten als een of andere Vietnamees in onze phrase book aanduidde: ' What do you think about the deforestation in Vietnam?'
- Tandbederf floreert. Het stereotiep van de mooie zwarte mens met hagelwitte tanden is eerder uitzondering dan regel. De tanden zijn doorgaans beigeachtig met roestbruine vlekken zoals mijn eerste Ford Sierra break aan de onderkant eruit zag. Misschien komt dit door het vele 'Jambo, give me sweet' dat ongeveer elk kind dat al kan praten ons lijkt toe te roepen.
- 'Give me...' is overigens niet alleen voor snoep van toepassing. Geld, fietsen, drinkbussen, oude spaken. Alles wat je vasthebt, mag 'gegeven' worden. Iedereen gaat ervanuit dat een blanke (ok, we zijn rijker) een voorbijrijdende carnavalwagen is. Iedereen wil een graantje meepikken:
- 'Give me something!'
- 'Why?'
- 'Because you are supposed to give me something!'
- Afrikanen zijn vleeseters. In restaurants hadden we de grootste moeite om om eens een blaadje groen te scoren; kip met friet, biefstuk friet, waren onze dagelijkse gerechten. En toch zie je op de markt, naast de koeienkarkassen met vliegen en vrouw met vliegenvanger, kraampjes met groenten liggen. Het mysterie werd ons pas later op de reis verklaard. Vlees is duur. Als je vlees kan eten, ben je rijk. Groente is enkel voor de armere. Daarom werd ons nooit groen geserveerd en kwamen we met een vitaminetekort naar huis.
- Het ronde lemen hutje bestaat en zie je vaak. Drie van zulke hutjes samen heet een dorp. Alles wat meer is, wordt 'town' genoemd. Vier planken en een golfplaat draagt vaak de naam 'hotel'.

Kenia was voor ons een hele ervaring na zo vele maanden Azië. Hebben we er ons hart verloren...? We hebben het alvast niet helemaal terug mee naar huis genomen. Het smaakt zeker naar meer. Afrika, we'll be back (inclusief Arnold Schwarzneggergrijns).

Labels: ,