West Mongolie: Bestemming onbekend

Hieronder het verhaaltje van onze trip in t westen. Met wat geluk komen de foto's heel snel, anders moet t wachten tot we terug zijn van een weekje Woestijn. Waar we morgen aan beginnen.
De Proloog
Op maandag 5 september brengt een comfortabel vliegtuig ons op 3 uur tijd 1100km verder naar het Westen, naar de stad Khovd. Enkele uren later zitten we alweer in het volgende vervoersmiddel richting Olgi, een stadje 210 km verderop. Comfort is er hier niet meer bij in de kleine oude russische jeep. We worden samen met 6 Kazachen (waarvan 2 met een gemiddeld gewicht van 100kg), 7 dozen, 6 thermosflessen, waarvan drie gevuld met puree, en een tapijt in het vierpersonenjeepje geduwd. We vertrekken rond 8 uur ‘s avonds en komen om vier uur ‘s nachts op onze bestemming aan (2 uur panne inclusief). Hotels zijn gesloten of weigeren ons (het Jozef en Maria-motief). We worden naast de rivier met ons hele hebben en houden afgezet. We weten niet precies waar we zijn, maar er zit niks anders op dan daar de tent op te zettten. De volgende ochtend worden we gewekt door een massa honden en de luidsprekers van de markt: we staan op een tweehonderdtal meter van de markt. We pakken ons boeltje bijeen en gaan op zoek naar een chauffeur die ons de volgende dag al naar Tavan Bogd kan brengen, een natuurpark met de hoogste berg van Mongolie. … Mission Accomplished!
Off the beaten track
Mongolie is een vrij puur en weinig toeristisch land. Slechts enkele toeristen gaan helemaal naar het westen van dit immense land, nog minder toeristen doen dat in de herfst en slechts een enkeling doet een trekking van meer dan 100 km in het nationale park Tavan Bogd tegen de richting in…
Er waren eens twee zotte Belgen en een bebaarde Israeliet die besloten een trekking van 3 dagen te doen, waarvan in het tourist office enkel een vaal kaartje beschikbaar was.
Die Israeli kwam er op 't laatste moment bij. Hij reisde per Russische motor heel het land door en wou ongeveer dezelfde trek doen als wij. Normaal bestaat de route uit een beklimming naar een gletsjer en dan 3 dagen door een vallei tot aan de kazakken, waar de chauffeur de toeristen terug naar Olgi brengt. Omdat de kazakken allemaal aan het migreren zijn naar een winterstek, besloten wij de zaak om te keren en de gletsjer als afspraakplaats te nemen.
Een paar uur later zijn we definitief op weg naar onze kazak familie. Na 6 uur komen we toe bij een erg gastvrije familie. De serene rust wordt eventjes verstoord als onze chauffeur zich qua afrekening niet meer aan de afspraak houdt een een stuk meer vraagt dan we op papier hadden. Hij vertrekt met slaande deuren. Eigenlijk twijfelen we of hij ons nog wel wil ophalen, zo verbaasd waren we van zijn felle reactie.
De Kazakken en de eagle hunter
We brengen onze tijd door al wandelen, zingend, schakend, dammend, paardrijdend en gestikulerend (zoo goed is ons Kazaks of Russisch niet hoor) Trots tonen ze ons de huiden van recent geschoten wolven. Op dag 2 zouden we per paard naar een eagle hunter gaan. We maken een mooie rit op de beste paarden tot nu toe, na een uur of 2 komen we toe bij een ger. Thee drinken, lachen. Na een uurtje vragen we hoe dat nu zit met die arend. Onze gastvader kijkt ons verbaasd aan. Wij kijken nog verbaasder als we uit zijn gebaren begrijpen dat zijn buurman een eagle hunter is. Hup terug op de paarden en spoorslags naar huis. Effectief, in de struiken houdt onze buurman een immense vogel. Jagen of showkes geven zit er helaas niet in. De Arend moet goed aandikken om de winter te overleven. De verhoopte jacht meemaken draait dus uit op een dierentuinbezoek. Beetje jammer maar als we een aantal dagen later een wilde arend op 10m voor onze auto hebben compenseert dit heel veel.
De eerste etapes
Er waren eens twee Belgen, een Israeli en een soldaat
Na 2 Kazakse dagen, waar ons tentje al eens sneeuw mocht dragen, trekken we op pad. Volgens onze kaart moeten we op dag 1 het einde van het meer bereiken, dag 2 en drie de vallei doen en dan heben we nog 2 dagen voor de gletsjer te beklimmen of eventuele vertragingen op te vangen. Ons eerste doel halen we makkelijk, de landschappen en wolvengehuil maken het een unieke dag. We kamperen bij een heerlijk kampvuur en Nimrod kookt lekker. De Militaitren van het kamp een kilometer verderop kunnen hun nieuwsgierigheid niet bedwingen en komen eens kijken.
De volgende dag zijn ze heel behulpzaam om ons een betere weg te wijzen dan degene die wij op ons plannetje zagen. Ze gaan zelfs zover om onze rugzakken op hun paard de sjorren en ons uren te vergezellen. En effectief: de weg die ze ons tonen is niet zo moeilijk en adembenemend mooi. We genieten zo hard van de tocht dat we zelfs lachen met onze zweetgeur. 'Even if you smell like shit, I still sleep in your armpit' wordt ons motto!… Zo gaat het 2 dagen aan een stuk, waarin we ons afvragen of de soldaten ons gewoon willen helpen, of ons na bevel escorteren door dit grensgebied. Op dag 3 stopt de hulp. Ze wijzen ons naar een vallei over een heuvel en vanaf dan is het plan trekken.
We beginnen de klim, maar tegen een uur of 6 's avonds is er van een pad geen spoor meer. De vallei waar we dachten vlot aansluiting te vinden met de weg naar de gletsjer loopt dood. Jan probeert nog een paar alternatieven, maar de teleurstelling is groot. We besluiten terug te keren naar Olgi. Onze afspraak met de driver halen we toch niet meer, dus hopen we met een migrerende kazak-familie te kunnen terugkeren.
Aan de voet van de vallei ontmoeten we 2 herders. Na het vertrouwde gegestikuleer, zou er toch een weg moeten zijn naar het noorden. We besluiten de jongste te betalen om ons op weg te zetten. Het wordt een koude, onzekere nacht.
De bergpas - gekkenwerk
Het begint allemaal goed, hoewel we de herders- jongen moeten aansporen om ons ver genoeg te brengen zodat we niet meer kunnen twijfelen. Het pad leidt dezelfde vallei in maar aan de andere oever, onzichtbaar van waar we gisteren waren. Het klimt en klimt. Als de herder ons verlaat zijn we ongeveer op de sneeuwgrens. Hij wijst ons een belachelijk steil pad, recht naar een bergpas die volgens onze kaart (bijna onleesbaar geworden) vlot over de 3600 meter gaat. Okee, veel keuze hebben we niet, want hierlangs halen we onze chauffeur misschien toch nog. Na 2 uur klimmen en vechten tegen een ijswind komen we euforisch aan de top. We beginnen gezwind af te dalen maar al snel lopen we vast: hier zijn enkel steile ijswanden en nog steilere flanken met losse stenen. We wagen een poging, maar het wordt al snel duidelijk dat dit met rugzak en zonder geschikt materiaal helemaal gekkenwerk is. Bovendien zien we onze trouwe gids niet meer: waar in andere landen stenen mannekes staan om de weg te vinden orienteren we ons hier op paardenuitwerpselen en geitenkeutels. (Brenda:'I have more confidence in horse dung than in goat dung!') We klauteren terug en besluiten een andere weg te zoeken, gebaseerd op paardenstront, want het pad moet doenbaar zijn voor ruiters. Na wat zoeken, verkleumd door een ijswind die je wel kan verwachten op deze hoogte, sluiten we eindelijk aan op een ander pad, dat naar beneden leidt. Enerszijds zijn we dolblij dat we van die berg af geraken, anderszijds beseffen we dat we nu helemaal niet meer zijn waar het tourist office ons uitgestippeld had, en dat we onze driver allicht toch niet halen. Waar we dan wel zijn? Eigenlijk weten we alleen dat we nog aan de Mongoolse kant van de grens zijn…Nimrod’s enkel begeeft het , maar we hebben gers gezien en verbijten dus de pijn in schouders, enkels en bleinen tot we in de ger gemeenschap geraken. Achterom kijkend zien we een uniek landschap, en een muur van ijs. Onze eerste poging om van de berg te geraken leidde dus recht naar een ijswand die zelfs met crampons en ijsbijlen niet haalbaar was.
Onze blijdschap om nieuwe gezichten te zien, de rugzakken af te kunnen gooien, doen alle pijn snel vergeten.
De gers - gekkenhuis
Die nieuwe gezichten dan. De ger waar we werden uitgenodigd zullen we niet snel vergeten. Er waren 3 mannen en 1 vrouw, een moederfiguur. In het bed lag een oudere man voor zichuit te murmelen en lachen zonder dat iemand er aandacht aan schonk. Een kerel van een jaar of 20 wees ons dat hij gek is. Nu, op gevaar een val voor onszelf te spannen: een gek herken je vaak aan 't feit dat hij anderen gek noemt. En inderdaad deze zwakkere broer heeft het urenlang volgehouden om ons om de 6 seconden te vragen of alles OK? OK? Mongol OK? OK? was, ons daarbij ruw in de ribben pokend. Nimrod kreeg het zo hard op z'n zenuwen dat hij op het punt stond verder te stappen, ook al stond z'n enkel dik en blauw. De derde man was blijkbaar nog zwakker, maar ging snel slapen. Beetje schrijnend allemaal, maar gezien de isolatie van deze mensen, kan het niet anders dan dat inteelt z'n gevolgen toont….
We krijgen wel een feestmaal: de klassieke schotel ingewanden. Maar dit keer ziet het en smaakt 't anders. Je zou verbaasd zijn hoe snel je expert wordt op vlak van darmen en magen… Na 5 minuten begrijpen we dat we de eer hebben versgeschoten wolf te eten...
De prins op het witte paard.
Het verschraalde kaartje en de beperkte kennis van kaartlezen van de locals ten spijt hebben we toch een goed vermoeden van onze locatie. Veel kans dat we op de weg naar de meeting point met de driver zitten, of toch er dichtbij. We besluiten het zekere voor 't onzekere te nemen en een 8 tal kilometer verder te trekken waar een driesprong is. Die halen we vlot, maar er ligt een prachtige ijskoude glestjerrivier tussen van een 30 tal meter breed. En diep genoeg om na een eerste poging onderkoeld te zijn. Na een kwartier zoeken of er geen alternatieven, bruggen of versmallingen zijn komt hij eraan: een reus van een kerel, op een blinkend paard. Hij heist ons het paard op en zet ons over. Aan de andere oever staan we even stil bij het formaat van deze deus ex machina. Op 2 vlakken. Want zonder hem zou onze tocht hier stranden. Op 100m van de driesprong. Maar ook omdat hij vlot een halve meter groter is dan een gemiddelde mongool. Hij woont in een groot houten huis, en bouwt nog een groter, dat bijna van Europees formaat is. We zetten onze tenten hierin op, als beschutting voor de wind. Van oorsprong is dit gezin Tuva, dat zijn Russen die erg verwant zijn met de Ducha in mongolie (rendier volk)
Zijn vrouw is niet zo groot maar net als hem mooi en fijn van gelaat. Hun kinderen daarentegen zijn little monsters. Stel je een roste aziaat voor: dat gaat echt nergens over! Zonder twijfel de lelijkste kinderen van centraal Azie.
De volgende dag brengen we wachten door, hopend dat onze driver de ruzie vergeten is. Maar uren later is er nog altijd geen levende ziel in de vallei. We besluiten dat hij 't vertikt heeft en huren noodgedwongen paarden om weg te geraken uit deze streek. Vooral Nimrod is haastig want die moet een week later aan de andere kant van 't land een vriend opwachten. De paarden leiden ons naar een plaatsje, op onze kaart een dorp, in 't echt 2 boerderijen. Maar 1 boer is erg vriendelijk, en wil ons de volgende dag met zijn auto naar Olgi brengen, tegen betaling uiteraard. Opnieuw hebben we zoveel geluk. De Bergen waar we gisteren waren, zijn gehuld in donkere wolken. Hadden we er vandaag geweest, zou 't nog veel zwaarder geworden zijn.
De boer ontvangt ons als heren, ondanks onze vuile kleren en stank: Brenda’s ogen vallen er bijna uit als ze ons naast de klassieke vette broodjes ook Cent wafeltjes en snoep aanbieden! Er wordt verse soep gemaakt voor ons, met kool, tomaten, aardappelen, look, ui,… we kunnen het bijna niet geloven, temeer omdat we zelf sinds gisteren geen enkele rijstkorrel meer hebben.
De rit zelf verloopt vlot. Tegen 3 uur in de namiddag zijn we in Olgi. We hebben momenten gekend dat we dachten er nooit te geraken, dus de opluchting is groot. Maar bij 't uitladen laat onze driver zijn documententas bij ons liggen en rijdt weg! We voelen ons zo rot dat deze vriendelijke man nu nog gestraft wordt ook!
De epiloog
Rest nog 1 ding: wat met de oorspronkelijke driver? Om in Olgi te geraken hebben we evenveel uitgegeven als wat afgesproken was met de driver. Als we ons verhaal doen blijkt onze driver wel op de afspraakplaats geweest te zijn, en uren gewacht, maar omdat hij een ander weg genomen had (die wij niet kenden) hebben we elkaar gemist. We sluiten een compromis door zijn brandstof te betalen, hamerend op 't feit dat we dachten dat hij na de ruzie niet zou opdagen.
Als we dan nog vertellen welke route we gedaan hebben valt de dame van 't tourist office bijna achterover. Snel wordt duidelijk dat de soldaten ons helemaal op 't verkeerde spoor gebracht hebben. Hadden we 't gewoon van noord naar zuid gewandeld, zoals iedereen, zouden we door een gezapige vallei gegaan zijn, zonder veel klimmen of bergpassen. Door de soldaten hebben we niet alleen een flinke omweg gepleegd, dwars door een gebied dat de tourist office zelf helemaal niet kent, maar door de hoge bergpas ook een veel zwaarder traject. Bestemming erg Onbekend dus. Maar terugkijkend op de unieke landschappen, authentieke contacten met de mensen, spanning en humor erin, is dit een absolute topper geweest!
Labels: Mongolië


