Met de kippen op stok
Donderdag 6 april - zondag 9 april
De Annapurna trek is een van de meest populaire trekkings van Nepal. Het duurt gemiddeld 16 tot 20 dagen om het hele circuit, een kleine 200 km, gaande van 1200 meter tot 5416 meter, te bewandelen. In totaal hebben wij 9 dagen over de volledige afstand gewandeld, 3 dagen gerust, 3 extra dagen ... euh gewandeld, om een meer te bezoeken, en ... euh nog eens twee extra dagen gewandeld om terug in Pokhara te geraken, want door de staking waren er nog geen bussen.
Wandelen dus: voetje voor voetje, stap voor stap, dag per dag. We staan elke dag om 6 uur op, ontbijten met een grote portie havermoutpap, stappen gemiddeld 7 tot 8 uur per dag, eten een soepje met Tibetaans brood en wat momo als lunch, komen rond 16u op de eindbestemming en liggen om 20.00 zeker in ons bed. Stoere verhalen moet u in deze post dus niet verwachten!
De Lonely Planet planning trekt voor het eerste deel van de tocht, tot in Manang, 6 dagen uit. Wij staan er in 4. Een overschot aan energie en een (nog steeds, na 8 maanden) veelheid aan gespreksonderwerpen zorgt ervoor dat we, gezellig kletsend, in een mum van tijd,van dorpje naar dorpje wandelen. Dorpjes zijn er de eerste dagen zeker genoeg: een ware A12 met een lintbebouwing van guesthouses. We laten ze gauw achter ons en klimmen verder de kloof in, langs een woeste rivier. Van de Himalaya zien we nog niet veel, maar voelen doen we het wel. De vele trappen en smalle steile paadjes zorgen op het einde van de eerste dag al voor de nodige stramme spiertjes. Dag twee van hetzelfde laken een broek: groene bergen (zijn al die foto's van besneeuwde bergtoppen dan allemaal 'truckage"?) en hangbruggen over de kloof. (ik wil mijn geld terug!!). Maar vanaf de derde dag zijn ze dan eindelijk daar, de witte reuzen, de kanjers van bergen, het dak van de wereld! Ze zullen ons tot het einde van de tocht vergezellen. Dag drie is ook de overgang van het meer Indisch getinte Nepal naar het mystieke Tibet. Het landschap wordt dorder en rotsiger. De dorpjes zijn woestijnforten met kleurige gebedsvlaggen, vaak bekroond met een gompa (Tibetaanse tempel). De mensen zijn ook veel "Tibetaanser", plattere gezichten (zoals wanneer je je barbiepop haar gezicht diep induwt), bredere neuzen en een ruwere rode huid. Upper Pisang is het eerste dorpje dat we zo tegen komen en maakt een enorme indruk op ons. We stappen niet alleen Tibet in maar ook een vorige eeuw. Ook de daaropvolgende dorpjes, tot in Manang ademen diezelfde sfeer uit. Hoewel de tijd voor ons vliegt, staat hij hier echt wel stil. En stilstaan... dat gaan we de volgende twee dagen ook doen in Manang!

