Vrijdag 20 juli - maandag 23 juli 2007
Als we Kochkor verlaten zijn helemaal uitgerust, met een overvolle buik, en stevig verbrand na een dagje niks in de zon. We hebben ons erge verhalen laten opspelden over de weg. Sinds de Russen is die niet meer onderhouden, en zou hij ongeveer tot gruis en putten herleid zijn. De eerste 30 km gaan in elk geval vlotter dan het fietspad Moerbeke-Lokeren. Daarna wordt het een robbertje vechten. Niet zozeer met de ondergrond dan wel met een tergend lange bergop met stevige tegenwind. Als we voor de fun even de omgekeerde richting proberen gaat t zo snel dat we we moeten bijremmen.

We proberen het geen 2e keer...we werken 3 Powerbars en een veelvoud aan Snickers binnen om wat energie te kunnen op te wekken, kunnen we alvast al een stuk meer van het landschap genieten. Het is eigenlijk prachtig: hele open glooiende, op rotswoestijn lijkende vlaktes die langzaamaan meer begroeiing krijgen. Maar omdat we er zo tergend traag door bewegen wordt het een beetje saai. We doen dan ons spelletje van liedjes rond een bepaald woord (elk om beurt moet een lied met bvb het woord 'hond' verzinnen. Wie niet kan volgen is de verliezer, en kiest een nieuw woord, bvb 'zee') Maar de wind (hier konden we toevallig wel honderd liederen op verzinnen) maakte onze verwoede zangpogingen -eigenlijk gehijg op een ander ritme-al helemaal onverstaanbaar.En ineens staat er om de hoek een ontzaglijk lelijke en nutteloze cubistische constructie. In een voormalige Sovjetstaat weet je dan dat je 'ergens' bent -in ons geval de top van de bergpas. We eten een heerlijke gerookte vis, met wat oud brood. Zoals vaak met bergen is de andere kant meteen een andere wereld. De weg slingert door een smal kronkelend smaragden tapijt, vol gers, paardenkuddes en stalletjes met Kyrgyzstan's Favourite: Kymyz. Dat is gefermenteerde paardenmelk. Smaakt een beetje als drinkyoghurt zonder suiker. We laten een heerlijke kampeerplaats aan een bergriviertje liggen, in de hoop om op een strategische plaats te geraken, zodat we de volgende dag in 1 beurt nog een bergpas over kunnen geraken. We willen immers heel graag naar Son Köl, een idyllisch bergmeer waar de herders 's zomers kamperen met hun kuddes. Als toerist vragen naar de uitbater van een community based tourism bureautje lijkt simpel, maar het draait veel moeilijker uit dan we dachten. Dus staan we een uur voor zonsondergang nog helemaal nergens. Een poging met een ruiter draait op niks uit. maar ineens komt het duiveltje uit een rijdend doosje (Lada, of wat dacht u) gesprongen. Verderop in het dorp is een Franse familie neergestreken ter gelegenheid van het huwelijk van de dochter met haar Kyrgyzische man. Die spreekt vloeiend Frans en lost ineens al onze vragen op: waar is slaapplaats in het dorp (hier) en welke weg naar Son Köl (volg ons). We koken ons potje en gaan slapen met een gerust hart een een hoofd vol dromen over morgen
We worden wakker onder een dreigende lucht. Haasten ons om op weg te geraken, zodat we de Fransen in het zicht kunnen houden. Net zoals gisteren gaat het eerste uur heel vlot, over leuke vaste paadjes. En net als gisteren begint dan de klim. Te voet is die al stevig, maar met mountainbikes van 40 kilo (toch volgens de weegschal op Zaventem) is het werken. Het beeld is erg Zwitsers. Voor een mens zich afvraagt waarom we dan niet gewoon naar Zwitserland gaan: dat doen we wel als we oud en wijs zijn. Nu hebben we tijd voor onbezonnenheden. En bovendien zijn de mensen hier wél gastvrij. Gelukkig zien we de Fransen even hard zwoegen. We moedigen elkaar aan, maar n

a een tijdje is het gewoon te steil voor onze zware fietsen en zijn het vooral de Fransen die ons aanmoedigen. De voldoening op de top (toch vlot boven de 3500meter, je zou al voor minder naar adem happen) is groter dan de krampen. Chocolade en droge abrikozen voor iedereen! Maar boven het mooie Song Köl pakken de wolken samen. En dat is een probleem. Want als het bewolkt is boven Song Köl dan regent het er ook. En zonder het einde van de film te verraden: we hébben regen gezien alsof de armageddon aaangebroken was. Drie dagen lang heeft het onophoudelijk ge-go-ten. Zwaar. Maar gelukkig moesten we dit niet in Zwitzerland doen, en stonden de Kyrgyzen van ver te roepen en te zwaaien om toch zeker langs hun ger te passeren. Wie zijn wij op dat moment om nee te zeggen. Dus worden we drie dagen lang volgestopt met brood, koekjes, warme maaltijden, vis, thee en emmers Kymyz. Wat ons opvalt, is dat mensen hier enorm trots zijn als we een foto van hen nemen. We worden er vaak voor bedankt, zonder dat ze een afdrukje vragen. Soms gaan we even langs voor een theetje en een 'praatje', een andere keer loopt het wat uit de hand. Zo worden we na amper 25 km nageroepen rond de middag om kymyz te drinken. Nobel maar we hebben al 2 liter op en dat is wel genoeg, getuige onze flatulatie. Maar de jochies blijven roepen en weten ons te verleiden met een kop thee. Eenmaal geinstalleerd binnen geraken we er niet meer weg. We worden overladen met brood, warme maaltijden, toch nog wat kymyz (ze kijken altijd zo teleurgesteld als je nee zegt) snoepjes, koekjes...... het houdt niet op, net als de regen buiten. We helpen de paarden melken, laten de jongetjes wat met onze fietsen spelen, en zetten vertwijfeld ons tentje op onder een stortregen.
Dag drie en nog geen beterschap in zicht. We verbijten de kou en rijden bleekjes langs het meer. Na een paar kilometer komen we opnieuw een Franse groep tegen en -we zouden ons epytheton 'Effieweg' niet waard zijn- laten ons in 10 minuten overhalen om de laatste week van onze reis totaal anders in de vullen. In plaats van verder noordoos

t te trekken, overtuigt de gids ons om resoluut zuid te gaan. Een korte klim uit de vallei leidt tot de mooiste afdaling van het land. Maar de mist is te dik. In de kou treffen we 2 andere Vlamingen, die ook met de fiets op tocht zijn. Ze nemen vermoedelijk dezelfde route, en net als wij zijn ze een beetje wantrouwig om meteen de handen in elkaar te slaan en samen te reizen. Onafhankelijk reizen weetjewel? Desondanks is het leuk om ervaringen uit te wisselen op de vele stops om terug bloed en gevoel in de vingers en tenen te krijgen. Er staat zelfs wat ijs op mn veters.....
Kilometers later regent het nog altijd even hard. de bergschoenen zijn intussen volgelopen met regenwater, alle kleren zijn nat, we hangen onder de modder, mn achterrem werkt niet meer, het kilometertellertje evenmin, en onze tanden zijn helemaal bot geklapperd en -geknarst. Zoveel nat en kou, we hebben er gewoon genoeg van. Afzien is een flauw woord. En -het wordt een gewoonte in dit land- weer duikt een ridder op een wit paard op, dit keer een jonge kerel die ons weet te vertellen dat er 10 km verderop een pensionnetje is met sauna en warm eten. Dat geeft ons alleszins de moed om verder te gaan, en zowaar, het stopt zelfs met regenen. 2 uur later hangen onze kleren te drogen op het hek, terwijl we in het avondzonnetje opdrogen van ons stomend bad. Zo ga je in no time van een dieptepunt naar een hoogtepunt. En daar gaat het nu eenmaal om bij dit soort reizen, niet?
Labels: fiets, Kyrgyzstan
0 Comments:
Een reactie posten
<< Home