20/01 - 24/01
Cambodia, land van landmijnen en stoffige zandwegen. Van de landmijnen bleven we tot nog toe bespaard, maar stof hebben we per kilo's gevreten. De weg van Stung Treng naar Banlung, het provinciestadje in het noordoosten van Cambodia, is een zandweg van 150 km langs kaalgekapte bossen. Van de jungle is hier niet veel meer te zien. De hoge bomen die hier vroeger stonden staan nu in de vorm van tuinstoelen aan de andere kant van de wereld! Het is moeizaam rijden en we halen amper vierde versnelling. Als na een uur blijkt dat we meer dan de helft van de benzine al verbruikt hebben, staat vast dat er een serieuze haar in de boter zit. Er wordt wat gevloekt maar dan ontpopt Jan zich weer tot een brok mannelijkheid... gereedschap wordt bovengehaald, handen worden zwart, olie en zweet worden gemengd en de sexygraad stijgt :-). Na een kwartiertje sleutelen heeft Jan het probleempje opgelost. Blijkbaar sleepte de achterrem waardoor onze arme Minsk dubbel zo hard moest werken om de gebruikelijke snelheid te halen. In no time komen we in Banlung aan, een boerengat met een zeker cowboy gehalte waar alles gehuld is in een constante wolk van opwaaiend rood stof, inclusief wij (zie foto). Een frisse duik in het vulkanische meer maakt onze snoetjes weer herkenbaar! We blijven er de rest van de namiddag lekker chillen, boekjes lezen en plannen smeden voor de volgende dag.
Hooggegrepen plannen, zo blijkt achteraf. We willen proberen een doorsteek te maken van Banlung in de provincie Ratanakiri naar Sen Monorom in Mondulkiri, dwars door Cambodia's twee minst bevolkte en meest ongerepte provincies. De eerste dertig kilometer gaan relatief vlot alsook de overzet op het bootje (been there, done that)over de rivier. Maar dan breekt de hel los. We komen terecht in een niemandsland van steppen met zandduinen die als wet doorgaan. In de middagzon wordt het teveel voor ons en de Minsk. Oververhit! Net als we overwegen terug te keren komt het The A-team aan op hun zelfgelaste 4x4 woestijntruck. The A-team bestaat wel uit een paar vrolijke halzen, een paar moedertjes en een 1-jarig kind. In no time is een prijs afgesproken, de motor opgeladen en zijn wij opgelucht! 80 kilometer daveren we door opgedroogde rivierbeddingen, kilo's mul zand en langs droge bossen - met hier en daar een bosbrandje. Het doet allemaal erg Afrikaans aan. De tijgers en olifanten die hier huizen blijven jammer genoeg weg van ons daverend gevaarte. Tegen valavond bereiken we Koh Ngiek, een erg gezellig cowboy dorp met houten huisjes langs een stofweg waarop ossenspannen de weg delen met het Aziatische paard, de Honda Dream. Eten is er nauwelijks maar de koele rietsuikersapjes en het zachte bedje ergens bij de vriendelijke dorpsbewoners maken alles goed.
Gewaarschuwd en gewapend vertrekken we de volgende dag al vroeg op pad. Doel: 100 kilometer ploeteren door het wilde, zanderige Mondulkiri tot in Sen Monorom. De eerste tientallen kilometers voeren langs dorpjes die lijken te dateren uit lang vervlogen tijden. Hier geen auto's maar wel ambachtelijke karren met houten wielen, getrokken door twee ossen en bestuurd door breed lachende mensen. Ze kijken wel even vreemd op als ze ons zien en horen voorbijknetteren, maar zijn wel heel behulpzaam om de weg te wijzen. Die weg wordt na een dertigtal kilometer steeds smaller, zwaarder, steiler en vooral meer verlaten. Een houten brug bevestigt dat we goed zitten, maar dat is wel de laatste bevestiging. Niemand is hier! 1 enkel bandenspoor ligt er nog. Rivercrossings, hellingen met grote rotsige ondergrond, onze Minsk krijgt het er warm van! We beginnen te twijfelen omdat we maar traag opschieten, geen idee hebben waar we zijn en volgens het kompas te oostelijk rijden, maar we hebben nooit alternatieven gezien! Bij een sappige steile klim vol losse rotsen wordt de twijfel expliciet. We lopen een uurtje op en af om te zien wat ons nog te wachten staat: alleen ongerepte natuur en rotwegen. We besluiten nog 1 heldhaftige poging te wagen, die eindigt in een van de grappigste momenten van de reis. Jan besluit de steile rotsige helling alleen te lijf te gaan. Met een vastberaden (jawel) Bruce Willis blik stapt hij de minsk op. Ik ben er niet helemaal gerust en en kus hem bij wijze van afscheid op de mond. Allemaal heel dramatisch. 'wees voorzichtig'weet ik nog net boven de ronkende motor uit te brengen, die Jan al stevig laat opwarmen. Met heel veel bravoure vertrekt hij om juistgeteld 30 cm verderop bruusk stil te vallen. Het slot vergeten te openen. Ik lig strijk! Een tweede poging lukt wel en we rijden nog een uurtje verder, maar dan is het definitief gedaan. Oververhit door het zware werk kan onze Minsk geen meter meer vooruit. Hier zitten we dan 'stuck in the middle'. Vooruit lukt niet, achteruit is een helse rit van twee dagen om terug aan het startpunt te geraken. Veel keuze hebben we niet dus keren we terug naar Koh Ngiek, maar niet zonder alle mogelijke zijwegen nog eens uit te proberen. Misschien weten de lokale bewoners wel iets te verzinnen...
En er werd iets verzonnen! Bij dag en dauw wacht iemand ons op met het voorstel om ons en de Minsk achterop in de pick-up naar Sen Monorom te voeren. Het is uiteindelijk de nieuwsgierigheid naar hun route die de doorslag geeft! De motor wordt op de pick-up gezet, we zoeken de beste plaatsen tussen de rijstzakken en ander materiaal. De jeep is op dat moment al vrij vol, maar de Cambodiaanse normen liggen duidelijk anders. We rijden voor vertrek nog door het dorp waar om de vijf meter wel twee nieuwe passagiers met bijhorende zakken rijst opstappen. Eindresultaat: 18 volwassenen, vier kinderen, 10 zakken rijst, een motor en vier kippen én de eeuwige dankbaarheid van de dorpsbewoners!

Ze komen ons bijna kussen omdat er eindelijk nog eens een auto naar de stad rijdt. Het is ontwikkelingssamenwerking op zijn best! Met toenemende verbazing zien we dat de Toyota identiek dezelfde weg opgaat als wij de dag voordien. Maar vlak voor het punt waar de weg voor ons onduidelijk werd, draaide hij pal noord (een optie die we nooit hadden overwogen omdat we zuidwaarts moesten), drie kilometer verder draaien we een gloednieuwe autostrade op...
Zo halen we met gemak Sen Monorom, zij het wel met natte voeten. De spetters op mijn voeten blijken geen opspattend rivierwater te zijn maar wel onverteerde hoopjes rijst van een van onze medepassagiers... Ongedeerd springen we er in Sen Monorom uit. Twee kippen daarentegen zijn gesneuveld en de GSM ligt nog in Koh Ngiek ...
Een ramp maar terugkeren is onmogelijk! Het nummer
0485 365 718 is niet meer! Vanuit Sen Monorom trekken we heel snel naar de hoofdstad waar het ons een dag kost (en een paar via via connecties) om aan een nieuwe gsm en telefoonnummer te geraken
(0085592985396), en dat allemaal voor Anki's bevalling (waar blijft die eigenlijk :-)
Labels: Cambodia, moto