Via deze blog willen we in contact blijven met de homies, terwijl wij Azie afschuimen. Van de mongoolse steppe tot de tibetaanse pieken, via China, Vietnam, Cambodia, Laos, Birma, Nepal en god weet waar we nog terecht komen in dit jaartje weg...

zaterdag, januari 28, 2006

de vele kanten van Phnom Penh

Toen we na een weekje Cambodia in de hoofdstad toekwamen waren we blij met terug een beetje comfort, aanbod en cultuur. Op het eerste zicht was die de meest 'stadse' van alle hoofdsteden die we in zuidoost Azie al gezien hebben. Een stad met enorm vele gezichten. Sommigen zijn fabelachtig, zoals de zonsodergangen, de eeuwige glimlach van de mensen, de lekkere restaurantjes. Maar er zijn ook andere kanten die een stuk scherper zijn. Het uitgaansleven is een stuk actiever dan bijvoorbeeld in Hanoi, maar Elke bar heeft hier hostessen... Je ziet hier ook enorm veel oudere westerse mannen met een 20 jaar jonger lokaal meisje rondlopen, als ware dat de allernormaalste zaak van de wereld. Van t perspectief vande meisjes is het nog het meest te begrijpen. De armoede is hier erg groot, en zo'n westerling is het ticketje naar een beter leven, soms voor hun hele familie.
Cambodia werd door de streken van Nixon en Kissinger ongewild in de Vietnam oorlog betrokken, en kort erna door het Socialistische terreur regime van Pol Pot tot nul herleid. Pol wou naar het voorbeeld van de chinese revolutie komaf maken met alles wat te maken had met cultuur, familie, afkomst, bezit. Een andere taal spreken, een bril of een buikje waren voldoende om zonder enige vorm van aanklacht vermoord te worden. De hele Cambodiaanse cultuur werd in de jaren 70 vernietigd, samen met naar schatting 1.5 miljoen burgers. De vietnamezen hebben pol pot naar de bergen kunnen verdrijven. Toen kwamen de landmijnen. De vietnamezen legden ze om de rode Khmer weg te houden van de steden, de Khmer (gesteund door de VS) om de vietnamezen te pesten en de bevolking te terrorizeren. Dit duurde tot 1998!
Niemand weet precies waar die mijnenvelden liggen, tot er iemand op stapt... en dat gebeurt belachelijk vaak. Cambodia heeft 1 gehandicapte per 250 inwoners. Elke dag zien we hier tientallen mensen zonder benen, armen, blind,... Ze zijn de paria's van een al erg flauwe economie. Economie is hier gewoon corruptie. Gigantische rijkdommen worden vergaard door de top van het leger en de politiek, die er bijvoorbeeld niet voor terugschrikken om kostbaar hardhout, zeldzame dieren en zelfs kunstschatten weg te smokkelen via Thailand.
Er is buitenlandse steun, de helft van het regeringsbudget. Maar al die UN, USAID en NGO's zie je hier autosalon houden met de nieuwste terreinwagens (met jong meisje ernaast natuurlijk) voor de sjieke restaurants van Phnom Penh. In het platteland zijn ze nergens te bespeuren.
Bedelaars en straatkinderen vervolledigen het plaatje, waardoor je al helemaal het gevoel krijgt van de toerist als nieuwe koloniaal. In de boekjes leren ze je dat je kinderen niets mag geven, om zo geen attitudes te kweken, maar van de NGO's hoeven ze al helemaal op niks te rekenen. Dus hebben we besloten toch maar fooien te geven aan bedelaars. Liever dat zij er sigaretten mee kopen, dan dat de zogenaamde ontwikkelingshelpers er hun auto mee opleuken.

Yep, een gekleurd emotioneel verslag. Je zou van minder in een stad als deze

Labels: ,

Tom yam: yummie

Sinds we in zuidoostazie zijn gaat er geen week voorbij zonder heerlijke pikante maaltijdsoep. Het origineel, met scampi's is verrukkelijk, maar ook met kip is t likkebaarden. Om jullie wat smaak en geur bij te brengen heb je hieronder t recept!
Benodigdheden:
Voor 4 personen: 250g gepelde scampi (hou de schalen bij voor de bouillon!), 750 ml water, 2 fijngehakte teentjes knoflook, 5 blaadjes van de kaffir limoen, 3 dunne sneetjes galangal, 1/4 kop Thaise vissaus, 2 stengels citroengras (enkel het onderste gedeelte in stukjes van 2cm gesneden), 2 in plakjes gesneden sjalotjes, 1/2 tas in plakjes gesneden shitake, 5 groen chili pepers, het sap van 1 limoen, 1 eetlepel fijngehakte koriander.
Recept:
Laat de schalen van de scampi 10 minuten in water koken. Giet het mengsel door een zeef en hou de bouillon in een kookpot.Voeg er de look, de blaadjes van de kaffir limoen, de galangal, de citroengras, sjalot aan toe en laat verder koken. Voeg er daarna de shitake en de chilipepers aan toe (eventueel geleidelijk aan om te zien of het niet te pikant wordt). Laat 2 minuten zacht koken.

Voeg er op het einde de scampi en het limoensap aan toe. Laat de scampi gaar worden. Dien op met verse koriander erover gesprenkeld.

Labels:

Kiri Kiri Kiri watch - van Ratanakiri naar Mondulkiri

20/01 - 24/01

Cambodia, land van landmijnen en stoffige zandwegen. Van de landmijnen bleven we tot nog toe bespaard, maar stof hebben we per kilo's gevreten. De weg van Stung Treng naar Banlung, het provinciestadje in het noordoosten van Cambodia, is een zandweg van 150 km langs kaalgekapte bossen. Van de jungle is hier niet veel meer te zien. De hoge bomen die hier vroeger stonden staan nu in de vorm van tuinstoelen aan de andere kant van de wereld! Het is moeizaam rijden en we halen amper vierde versnelling. Als na een uur blijkt dat we meer dan de helft van de benzine al verbruikt hebben, staat vast dat er een serieuze haar in de boter zit. Er wordt wat gevloekt maar dan ontpopt Jan zich weer tot een brok mannelijkheid... gereedschap wordt bovengehaald, handen worden zwart, olie en zweet worden gemengd en de sexygraad stijgt :-). Na een kwartiertje sleutelen heeft Jan het probleempje opgelost. Blijkbaar sleepte de achterrem waardoor onze arme Minsk dubbel zo hard moest werken om de gebruikelijke snelheid te halen. In no time komen we in Banlung aan, een boerengat met een zeker cowboy gehalte waar alles gehuld is in een constante wolk van opwaaiend rood stof, inclusief wij (zie foto). Een frisse duik in het vulkanische meer maakt onze snoetjes weer herkenbaar! We blijven er de rest van de namiddag lekker chillen, boekjes lezen en plannen smeden voor de volgende dag.

Hooggegrepen plannen, zo blijkt achteraf. We willen proberen een doorsteek te maken van Banlung in de provincie Ratanakiri naar Sen Monorom in Mondulkiri, dwars door Cambodia's twee minst bevolkte en meest ongerepte provincies. De eerste dertig kilometer gaan relatief vlot alsook de overzet op het bootje (been there, done that)over de rivier. Maar dan breekt de hel los. We komen terecht in een niemandsland van steppen met zandduinen die als wet doorgaan. In de middagzon wordt het teveel voor ons en de Minsk. Oververhit! Net als we overwegen terug te keren komt het The A-team aan op hun zelfgelaste 4x4 woestijntruck. The A-team bestaat wel uit een paar vrolijke halzen, een paar moedertjes en een 1-jarig kind. In no time is een prijs afgesproken, de motor opgeladen en zijn wij opgelucht! 80 kilometer daveren we door opgedroogde rivierbeddingen, kilo's mul zand en langs droge bossen - met hier en daar een bosbrandje. Het doet allemaal erg Afrikaans aan. De tijgers en olifanten die hier huizen blijven jammer genoeg weg van ons daverend gevaarte. Tegen valavond bereiken we Koh Ngiek, een erg gezellig cowboy dorp met houten huisjes langs een stofweg waarop ossenspannen de weg delen met het Aziatische paard, de Honda Dream. Eten is er nauwelijks maar de koele rietsuikersapjes en het zachte bedje ergens bij de vriendelijke dorpsbewoners maken alles goed.

Gewaarschuwd en gewapend vertrekken we de volgende dag al vroeg op pad. Doel: 100 kilometer ploeteren door het wilde, zanderige Mondulkiri tot in Sen Monorom. De eerste tientallen kilometers voeren langs dorpjes die lijken te dateren uit lang vervlogen tijden. Hier geen auto's maar wel ambachtelijke karren met houten wielen, getrokken door twee ossen en bestuurd door breed lachende mensen. Ze kijken wel even vreemd op als ze ons zien en horen voorbijknetteren, maar zijn wel heel behulpzaam om de weg te wijzen. Die weg wordt na een dertigtal kilometer steeds smaller, zwaarder, steiler en vooral meer verlaten. Een houten brug bevestigt dat we goed zitten, maar dat is wel de laatste bevestiging. Niemand is hier! 1 enkel bandenspoor ligt er nog. Rivercrossings, hellingen met grote rotsige ondergrond, onze Minsk krijgt het er warm van! We beginnen te twijfelen omdat we maar traag opschieten, geen idee hebben waar we zijn en volgens het kompas te oostelijk rijden, maar we hebben nooit alternatieven gezien! Bij een sappige steile klim vol losse rotsen wordt de twijfel expliciet. We lopen een uurtje op en af om te zien wat ons nog te wachten staat: alleen ongerepte natuur en rotwegen. We besluiten nog 1 heldhaftige poging te wagen, die eindigt in een van de grappigste momenten van de reis. Jan besluit de steile rotsige helling alleen te lijf te gaan. Met een vastberaden (jawel) Bruce Willis blik stapt hij de minsk op. Ik ben er niet helemaal gerust en en kus hem bij wijze van afscheid op de mond. Allemaal heel dramatisch. 'wees voorzichtig'weet ik nog net boven de ronkende motor uit te brengen, die Jan al stevig laat opwarmen. Met heel veel bravoure vertrekt hij om juistgeteld 30 cm verderop bruusk stil te vallen. Het slot vergeten te openen. Ik lig strijk! Een tweede poging lukt wel en we rijden nog een uurtje verder, maar dan is het definitief gedaan. Oververhit door het zware werk kan onze Minsk geen meter meer vooruit. Hier zitten we dan 'stuck in the middle'. Vooruit lukt niet, achteruit is een helse rit van twee dagen om terug aan het startpunt te geraken. Veel keuze hebben we niet dus keren we terug naar Koh Ngiek, maar niet zonder alle mogelijke zijwegen nog eens uit te proberen. Misschien weten de lokale bewoners wel iets te verzinnen...

En er werd iets verzonnen! Bij dag en dauw wacht iemand ons op met het voorstel om ons en de Minsk achterop in de pick-up naar Sen Monorom te voeren. Het is uiteindelijk de nieuwsgierigheid naar hun route die de doorslag geeft! De motor wordt op de pick-up gezet, we zoeken de beste plaatsen tussen de rijstzakken en ander materiaal. De jeep is op dat moment al vrij vol, maar de Cambodiaanse normen liggen duidelijk anders. We rijden voor vertrek nog door het dorp waar om de vijf meter wel twee nieuwe passagiers met bijhorende zakken rijst opstappen. Eindresultaat: 18 volwassenen, vier kinderen, 10 zakken rijst, een motor en vier kippen én de eeuwige dankbaarheid van de dorpsbewoners! Ze komen ons bijna kussen omdat er eindelijk nog eens een auto naar de stad rijdt. Het is ontwikkelingssamenwerking op zijn best! Met toenemende verbazing zien we dat de Toyota identiek dezelfde weg opgaat als wij de dag voordien. Maar vlak voor het punt waar de weg voor ons onduidelijk werd, draaide hij pal noord (een optie die we nooit hadden overwogen omdat we zuidwaarts moesten), drie kilometer verder draaien we een gloednieuwe autostrade op...

Zo halen we met gemak Sen Monorom, zij het wel met natte voeten. De spetters op mijn voeten blijken geen opspattend rivierwater te zijn maar wel onverteerde hoopjes rijst van een van onze medepassagiers... Ongedeerd springen we er in Sen Monorom uit. Twee kippen daarentegen zijn gesneuveld en de GSM ligt nog in Koh Ngiek ...
Een ramp maar terugkeren is onmogelijk! Het nummer 0485 365 718 is niet meer! Vanuit Sen Monorom trekken we heel snel naar de hoofdstad waar het ons een dag kost (en een paar via via connecties) om aan een nieuwe gsm en telefoonnummer te geraken (0085592985396), en dat allemaal voor Anki's bevalling (waar blijft die eigenlijk :-)

Labels: ,

vrijdag, januari 27, 2006

De avonturen van de Hete Patat

Donderdag 19 januari 2006

Als buitenlander de grens oversteken met een oude Russische motor, op naam van een Vietnamese eigenaar is niet zo eenvoudig! Dat bleek al uit ons vorige avontuur aan de Vietnam - Laos grens. Daarom besluiten we onze volgende grensovergang, Laos - Cambodia, goed voor te bereiden. In Vientiane, de hoofdstad van Laos, gaan we ons, plichtsbewust, aanmelden bij de dienst voor immigratie om de nodige papieren voor de motor te krijgen. Tot nu toe hebben we nog altijd niet het alom besproken 'laisser passer'document in handen en is onze Minsk dus in theorie (of is dat dan ook praktijk?) illegaal in het land ... en illegaal zal hij blijven... De man van de immigratiedienst heeft geen flauw benul van de gebruikelijke (of is dat dan minder gebruikelijke) procedure. De 'hete patat'wordt opnieuw doorgeschoven en zowaar terug naar ons startpunt, de ambassade van Laos in Hanoi! Om het even op een rijtje te zetten: De ambassade in Hanoi beweerde dat de nodige documenten voor de motor aan de grenspost gegeven zouden worden, de grenswachters weten van niets en sturen ons door naar de hoofdstad en die op hun beurt verwijzen weer naar Hanoi! De cirkel is rond! Administratieve chaos in Laos! Helaas blijkt op het eerste gezicht Cambodia niet beter te zijn. De ambassade verwijst naar de grenswachters ... En dus blijft de vraag: mogen we de motor in Cambodia invoeren? Donderdag 19 januari is de dag des oor
deels. We zijn behoorlijk zenuwachtig! We trekken onze beste kleren aan, wassen de Minsk in het Mekongwater en herhalen nog enkele ingestudeerde antwoorden. Ik voel me net zo nerveus als voor een mondeling examen.

De Laos kant: u raadt het nooit maar de hete patat is weer van de partij. Een vijftal kilomters voor de eigenlijke grens komen we aan het customskantoor aan. We stoppen meteen en bieden ons aan... Er wordt wat verward naar onze paspoorten gekeken en vervolgens naar de Minsk. "Police at the border" is alles wat de man weet te zeggen. Uitstel van executie dus! Maar de executie komt er nooit. Als we bij de eigenlijke grenspost aankomen is het er een drukte van jewelste. Een groepje toeristen staat opgewonden tekeer te gaan omdat ze de 'gebruikelijke'twee dollar smeergeld moeten betalen. We besluiten er maar geen spel van de maken, hoesten braafjes de groene briefjes op, laten de paspoorten afstempelen, kruipen 'onwetend'onze Minsk op en de grenswachters 'zagen dat het goed was'.

De Cambodia kant: Ook hier zijn er weer heel wat toeristen die heisa maken rond het smeergeld en dus wordt ook hier gemakkelijk de stempel in ons bordeaux boekje gezet! We kunnen ons geluk niet op. Zou het echt zo gemakkelijk zijn? De grenswachters piepen niet naar de motor dus opgelucht kruipen we onze motor op en knetteren Cambodia in... juistgeteld 5 meter... Boven het motorgeronk horen we nog net het geroep van enkele grenswachters. In ons enthousiasme zijn we het customskantoor parmantig voorbij gereden. De man die ons ontvangt kijkt alles hij net 'bovenvermelde hete patat' geweekt in 100 liter azijn heeft ingeslikt! We nemen plaats voor zijn bureautje. Hij verstaat geen woord Engels, wat hij wel wil is 'stamp'. Dat willen wij ook maar al te graag, maar helaas werd ons die in de ambassade hier aan de grens beloofd! De man weet duidelijk niet wat met ons aan te vangen... En dan plots daagt het in het oosten... Daar is hij weer 'de hete patat'. 'Stung Treng stamp' is het enige wat hij nog zegt. En zo geschiedde... We stappen onze motor op en rijden naar in Stung Treng recht naar het customskantoor. En zowaar, een mirakel, de officier geeft ons een stel papieren van tijdelijke import, alsof het de normaalste zaak van de wereld is, en daarmee is de kous dus af! We zijn volledig in orde met de papierenwinkel en kijken al vol verwachting uit naar onze volgende en tevens ook laatste grensovergang, over pakweg een drietal weken!

Labels: , ,

de laatste laootjes

14/01 - 18/01
Vanuit Pakse is t een korte rit naar Champassak, op smaak gebracht door een mekong crossing op een heel gammel bootje, het is weer fun om de minsk daaarop te krijgen.
Ik had de tempel 2 jaar geleden al eens bezocht (toen met Joker) en vond hem een beetje magisch. Want toen waren we er bijna alleen. Je kon je zo indiana jones wanen, op onddekkingstocht langs omgevallen standbeelden in het hoge gras. Je kon je er Gandhi wanen, en uren vanop de berg staren naar de vallei, in volmaakte rust. Maar mensen die we ontmoetten hadden een heel andere mening: het zou er wemelen van de thaise toeristenbusjes. Toch kunnen we er niet aan voorbij rijden. We komen rond de middag aan en misschien is dat ons geluk geweest, want er is nog minder volk dan 2 jaar terug. Op een Lao familie na hebben we het rijk voor ons alleen. Het rijk is een oud Khmer tempelcomplex, helemaal opgebouwd volgens de Hindu Mythologie, en sinds kort Unesco Werelderfgoed.
Opnieuw heb ik er die bijzondere indruk van, en Brenda is mee in de magie van ruines. Zo volmaakt rustig is t op de hele reis nog niet geweest!

Met een budha smile op onze snuit trekken we een beetje verderop naar een dorp waar de olifant nog als lastdier gebruikt wordt. We zoeken een plaatsje om de vallei te overschouwen, maar we zien niet meer dan wat bewegende struiken. We gaan iets drinken in een Lodge, die over 3 dagen open gaat. Vanop t terras zien we ineens in de verte een paar grijze loggerds in het moeras! Door het dolle heen spurten we erheen, tot we kniediep in de modder staan. Het wordt valavond en de hutten van de lodge zien er steeds aantrekkelijker uit. Wat we nog niet weten is dat het officieel pas opengaat over 3 dagen, waardoor we er aan 10 dollar kunnen slapen in plaats van 45! Het hutje was zonder meer ons allermooiste overnachting van de hele reis! De italiaanse eigenaar heeft ons ook enorm veel locale info kunnen meegeven. Het is moeilijk om er te vertrekken, en pas tegen 12 uur vertrekken we richting Don Det, een eilandengroep in de mekong en een backpacker hangout vlakbij de Cambodiaanse grens waar we nog 2 dagen niks doen voor we de grens aanvallen!

Labels: ,

donderdag, januari 26, 2006

stof en watervallen in Laos

11/01 - 13/01

Woensdag 11 januari ... and we are ready to hit the road again! De weg is in goede staat en dus geven we plankgas. In praktijk betekent dat ongeveer een gemiddelde van 75 km per uur en een lege tank na minder dan twee uur rijden, want zoals alle Russen zuipt ook onze oude Rus. In no time staan we weer in het 'karst', te genieten van de grillen in steen. We lunchen onderweg in een restaurantje met Britse eigenaar, Ralph. De man vertelt ons over een imposante grot, op 45 km van zijn stekje. Het klinkt allemaal heel leuk en spannend! Als hij ons ook nog een gratis slaapplaatsje aanbiedt, worden de plannen meteen omgegooid! We hebben nog wat tijd en gaan een waterval zoeken in de jungle wat verderop. Na een beetje wandelen zien we ineens een tent staan. de bewoners blijken Sint Niklazenaars te zijn! Moedige kerels die een jaar al liftend van Singapore naar de hymalaya trekken.

De volgende morgen worden we door Ralph's vrouw overladen met pannenkoeken voor we op pad trekken. De rit naar de grot van Khon Lo is stevig: dwars door het bos, door tientallen rivierbeddingen, rijstvelden en kilometers mul zand, maar de beloning is groot. Ralph heeft niet overdreven. De grot is indrukwekkend mooi: een rivier heeft zich een weg gebaand, dwars door een keten van grille karstbergen. Met een bootje, twee lokale mannen en drie zaklampen varen we de reusachtige grot in! Meer dan een uur zijn we gehuld in complete duisternis en natte voeten. De waterstand is zo laag dat we geregeld moeten uitstappen. Terwijl onze gidsen de boot over de rotsen sjorren, kijken wij vol bewondering naar deze immense tunnel, die met momenten de kathedraal van Antwerpen zou kunnen overkoepelen, en de kerk van Hechtel erbij! Na 7 kilometer voelen we de eerste zonnestralen weer op onze snoet branden. We zijn aanbeland in een prachtig valleitje waar een geisoleerd dorpje ligt, bijna volledig afgesloten van de rest van de wereld door torenhoge bergen. We zijn zelf eerder de attractie dan omgekeerd. De terugtocht is nog donkerder, want de batterijen worden moe, en onze bootman ook. Bijna kapsijzen we, maar meer dan een nat tshirt en een lachbui houden we er niet aan over.

Wat de Lonely Planet omschreef als een van de mooiste rondjes in Laos om met een motor te doen heeft ons een stoflong gekost. Snugger als ze zijn raden ze een inderdaad mooi gebied aan, maar ze vergeten in een kraakverse uitgave te vermelden dat ze al drie jaar aan een stuwmeer en een autostrade naar vietnam aan het werk zijn. Misschien was t mooi, wij hebben alleen stof gezien. we waren zelf ook rood genoeg om te figureren in ne cowboyfilm.

er is een makkelijke weg en een moeilijke weg naar t zuiden. Met de makkelijke zouden we in no time op de eilanden in de Mekong coctails-slurpend kunnen relaxen, maar zo zijn we niet.
We maken nog een omweg naar het oosten, via de nog stoffigere weg naar Saravan en Tad Lo, nog een watervalletje, dat snel uitgroeit tot een backpacker hangout.
Na 70km dokkeren in rood stof kleurt de rivier bloedrood als we ons in de waterval afspoelen! Onderweg was t nog Grieks theater: Na een 3tal uur rijden passeren we een benzine pomp, Bren wil tanken, ik wil de afslag halen. 15'later staan we te blinken zonder benzine. Met onze reserve halen we t volgende dorp, maar daar is de benzinepomp leeg... terug dus, maar niet zonder opflakkerende ruzie. Het wordt belachelijk als we alletwee met kordate pas te voet weg stappen van de motor, elk de andere kant op, in een halfverdorde vlakte van kilometer is t rond....

Van Tad Lo willen we nog dieper zuidoost, maar voor het mythisch onbereikbare Attapeu hebben we helaas geen tijd meer, ons visum loopt bijna af. We keren terug naar het toeristentraject (highway 13 Zuid) via het Bolaven plateau. Dit zegt u misschien niks, maar hier wordt de meest gerenommeerde koffie van de wereld geteeld. Ook tabak die zo straf is dat je m van 5 minuten ver kan ruiken! Het plateau is prachtig, op een dorpje en een paar oom-Tom hutten van de plantagewerkers na, is t anderhalf uur pure jungle, alvorens tussen de koffiebonen te zitten. Een prachtige waterval is de kriek op de taart. In Paxe genieten we van italiaanse kost.

Labels: ,

dinsdag, januari 24, 2006

kopje boven water

Details volgen nog, maar na een weekje cambodia gaat alles nog altijd super. Alleen gsm gebruik zit niet mee!! Dit is ook het eerste internetcafe in 4 provincies! We haasten ons naar de hoofdstad om Anki s grote daad af te wachten :-)