Via deze blog willen we in contact blijven met de homies, terwijl wij Azie afschuimen. Van de mongoolse steppe tot de tibetaanse pieken, via China, Vietnam, Cambodia, Laos, Birma, Nepal en god weet waar we nog terecht komen in dit jaartje weg...

vrijdag, februari 17, 2006

Back in 'Nam

We hebben t gehaald!
We zijn nu in Saigon (Ho Chi Minh City voor de politically correcten) En das een stuk verder dan we gedacht en gehoopt hadden. We zijn er zelf een beetje trots op. De Minsk heeft de laatste dagen vrij goed gedaan maar t is een #@#$%%#@ om te starten. We gaan proberen dat in orde te brengen en daarvan hangt af of we de lus helemaal sluiten en tot Hanoi doorrijden (nog 2000km) Als we m niet terug zo betrouwbaar krijgen als hij geweest is, dan doen we iets anders, en stopt de Minsk toer hier. Minsky zal de knoop voor ons doorhakken. Een vollediger verslag van onze laatste dagen komt een dezer dagen

Lise en Sami, t is hier een gezellige 30 graden. Laat die fleece dus maar thuis.

Labels: ,

woensdag, februari 15, 2006

Een roos met scherpe doornen

Cambodia zit er bijna op, het land van Angkor Wat, het land van de verlaten blue lagoon stranden, het land van de Mekong ... dé ideale vakantiebestemming. Maar Cambodia is ook het land van de landmijnen en de vele slachtoffers daarvan, het land van het kindersextoerisme, het land van corruptie en armoede. Tot nog toe heeft geen enkel land ons zo geraakt als Cambodia. Nog nooit waren de verschillen tussen arm en rijk zo groot. Cambodia heeft ons aan het denken gezet. Geld geven aan bedelaars wilden we aanvankelijk niet doen. Op die manier wordt immers het idee bevestigd dat toeristen alleen maar rondlopende dollars zijn - we worden hier herhaaldelijk aangesproken met 'hello dollar'. Straatmuzikanten, kinderen die op de motor passen ... Laat de mensen iets in ruil geven voor die felbegeerde dollar. Maar is dat geen heel westers idee; voor wat hoort wat... en wat als zij niks kunnen aanbieden. Dagelijks werden we hier aangesproken door bedelaars zonder armen, kinderen met 1 been, blinden ... de ontelbare slachtoffers van de landmijnen. En er komen dagelijks slachtoffers bij, want geen mens weet nog precies waar de landmijnen van Pol Pot en de Vietnamezen liggen en het hele gebied ontmijnen kost handenvol geld. Een weggeschopte bal in het veld, een koppige koe die het bos in loopt... het gevaar schuilt in het dagdagelijkse leven. De slachtoffers worden aan hun lot overgelaten. Hier is geen sociale zekerheid. Na een tijdje zijn we dus toch geld beginnen geven aan bedelaars ... en in ruil kregen we een oneindige dankbaarheid!
Ook de straatkinderen zijn een groot probleem. Toen we fietsen gehuurd hadden in Siem Reap sprongen er plots twee kinderen van een jaar of 4 op ons bagagerek. Met hun zwarte snoetjes keken ze ons vragend aan. Terwijl wij gingen ontbijten, bleven ze aan het raam staan kijken, wijzend op onze broodjes. De kinderen willen vaak zelfs geen geld, ze hebben gewoon honger. Ik heb stiekem een croissant in mijn handtasje gemoffeld en daarna aan het tweetal gegeven. Ze waren dolgelukkig. Maar niet iedereen geeft croissants. Voor vele kinderen is seks de enige manier om aan geld te geraken. Cambodia is het mekka van de pedofielen. Tja ... 'ze geven natuurlijk iets in ruil'.
's Avonds, op de terugweg naar het hotel, zien we jongeren naast de weg zitten, hun ellende wegsnuivend in een zakje lijm. Een gedrogeerde knaap komt om geld vragen. We weigeren. Wat kan Cambodia hard zijn!

Hoe zit het met de 'gewone'Cambodiaanse burger? Tijdens onze fietstocht naar tempels komt een brommertje met twee gasten naast ons rijden. Ze spreken een beetje Engels. Het zijn kelners in een van de betere hotels van Siem Reap (200 dollar per nacht). Zij verdienen 45 dollar in de maand - en zij behoren dan tot 'de goei', zij spreken Engels. 34 procent van de bevolking moet zien te overleven met minder dan 1 dollar per dag... het wcgeld voor twee personen in de Brusselse Mac Donalds.

En de rijken? Zij worden effectief rijker. Op elke hoek in Phnom Penn staat de politie klaar om - om het even welke - burger aan te houden. Knipperlicht niet gebruikt, knipperlicht te lang gebruikt .. het is voldoende om een dollar te vragen. Wij werden met onze pick up ook twee keer aangehouden. Nog voor de eventuele overtreding (is er die ueberhaupt wel) besproken wordt, halen de locals al smeergeld boven. 2000 riel (een halve dollar) en we mogen weer verderrijden. En dat zijn maar de kleine visjes.
De haaien rijden hier rond met de nieuwste mercedessen, Jaguars ... en wonen in kasten van huizen die zelfs in Knokke of Waterloo zouden opvallen. Zo schijnt de premier een persoonlijk vermogen te hebben van 1 miljard dollar, maar geld om in elk dorp 1 waterpomp te bouwen, moet van Japan komen....

Cambodia is hard en toch hebben we op onze hele reis geen vriendelijkere mensen ontmoet dan de Cambodianen. Hoe vaak hebben ze ons uit de nood geholpen met onze palliatieve Rus? Hoe vaak hebben ze ons toegelachen - met een gebit dat uit nauwelijs 3 tanden bestaat? Hoe vaak werden we in plat Cambodiaans aangesproken, in de hoop een gesprek met ons aan te knopen? Cambodia, een roos met een paar scherpe doornen.

wie meer wil weten: check wat gegevens van Unicef

Labels: ,

dinsdag, februari 14, 2006

Angkor

Zaterdag 11/2 - maandag 13/2 Angkor
Met de zorgen van de motor naar de achtergrond van onze gedachten verbannen gaan we 3 dagen per fiets de tempels van Angkor bezoeken. Vraag me geen cijfers, maar het moet een van de grootste religieuze complexen ter wereld zijn, en samen met de piramides en de Taj Mahal een van de indrukwekkendste, zeggen de boekskes. Op een aantal vierkante kilometer staan een massa enorm verfijnde tempelgebouwen, met grachten, torens, omwallingen hallen en galerijen. Het hele domein is in handen van een private buitenlandse firma. De opbrengsten van dit patrimonium zijn dus niet ten goede aan de bevolking. Dat maakt de 40US dollar voor een drie dagen pas nogal bitter, want dat is net evenveel als een maandloon hier.
Dag een doen we de klassiekers, zijnde Angkor Wat en het grotere Angkor Thom en een aantal minder bekende maar even knappe tempels. Indrukwekkend is het alleszins. Maar -verwend door de jungle tempels van de voorbije dagen- raken ze ons iets minder, ook al zijn ze een veelvoud groter verfijnder en beter bewaard. In Angkor kan je vlot verloren lopen, honderden kamers en galerijen, elke vierkante meter bewerkt met bas-reliefs van legendes of dansende vrouwen. We begrijpen nog altijd niet hoe de koningen 1000 jaar geleden zo'n macht en rijkdom hebben kunnen vergaren om deze monumenten te realiseren.
De Bayon in Angkor Thom vonden wij de leukste tientallen torens met de vier gezichten die elk naar de windrichting kijken. Het is bijna een spiegelpaleis in graniet. De vreemde glimlach van de gezichten geven een biezondere uitstraling. Wat zijn we gelukkig dat we geen gids genomen hebben. Degene die verstaanbaar engels spreken blijken een hele dag jaartallen en namen te noemen. We zouden na een uur of 2 al knockout zijn.
s avonds in Siem reap is het net een spaanse badstad. Alleen met weer het scherpe cambodiaanse kantje eraan: slachtoffers van landmijnen bedelen voor hotels van 2000$ per nacht...
Wij gaan naar de red piano, uitgebaat door een belg! We missen belgie wel een beetje, maar 5$ voor een duvel vonden we wat veel. De friet met maoynaise was daarentegen een must!
De volgende dag springen we terug de fiets op om een verderaf gelegen tempeltje te bezoeken. 'Only mad dogs and englishmen go out in the midday sun' zong Noel Coward al. Groot gelijk. We drinken ons te pletter, en miskijken ons wel een beetje op de afstanden, want 110 km op een dag (op slechte fietsen) was achteraf gezien wel wat veel. Maar het tempeltje dat het doel -of eerder de aanleiding- was van deze tocht is enorm knap. de bas reliefs zin bijna zo fijn als brugs kant, miniatuurtjes ter grootte van een handpalm. Onmogelijk om er een zinnige foto van te trekken.

Dag drie
nog fietsen, nog tempels, maar al een flink stuk meer op t gemak. Het blijft echter fascineren. Wat ook blijft fascineren is hoe onze motor nog altijd dienst weigert. Carburator:OK, bougie:OK, benzine:OK, Electriciteit:OK, Compressie:Ok en toch geen zier leven erin. Wat rekenwerk levert op dat t goedkoper en sneller is om m op n pickup te zetten (alweer) naar Phnom Penh. We gaan m nog tot in Saigon proberen krijgen en erna is t gedaan. Teveel zorgen, te weinig zekerheid dat we Hanoi nog halen.
In Phnom Penh toegekomen duwen we de Minsk weer tot bij Bernard, die er weer een sport in ziet om m aan de praat te krijgen. We gaan nog even shoppen, maar 5 minuten later zien we een zwarte motor met een dikke blauwe rookpluim erachter. He's Alive! Zo ontdekken we dat Bernard (de Mechanic) magische handen heeft. Hij beweert dat t de bougie was, terwijl wij die getest en ok gevonden hebben.... Wat er ook van zij, we gaan snel naar Vietnam om m daar te verkopen en aan een ander hoofdstukje te beginnen.

Labels: ,

No sleep till Siem Reap

Woensdag 8/2 - vrijdag 10/2 De dolle driedaagse

Woensdag 8 februari,10 uur, Tat Guesthouse, Phnom Penn. De eigenaars van ons guesthouse en het daarbijhorende commitee van plakkerige motortaxi's ('hello, motorbike, sir')wuift ons uit. Ze hebben de afgelopen dagen met ons meegeleefd ... en vooral (mee)gelachen als we te voet onze Minsk naar de zoveelste garagist duwden. Maar... we are back in full force! De Minsk start meteen en met veel lawaai laten we onze fanclub staan in een wolk van witte rook. Op naar Kampong Thom, naar Sambor Prei Kok, een tempelcomplex temidden van het bos. Door de bommen (Vietnamoorlog, Khmer rouge?) is er niet zoveel meer van bewaard, maar toch maken de ruines, gevangen in de greep van reusachtige bomen indruk op ons. Kinderen leiden ons rond in het complex. Hun Engels beperkt zich tot 'bomb, broken, big'en vooral 'buy scarf'. Ik koop er eentje, het verkoopstertje loopt vrolijk huppelend weg, de andere kinderen blijven erop aandringen dat ik een handel in Cambodiaanse sjaaltjes begin.

We vinden een hotelletje in Kampong Thom, maken ruzie over de ondergoedzak die we blijkbaar in Phnom Penn vergeten zijn en kibbelen vervolgens over het feit dat we ondergoedzak dus toch mee hebben maar dat de ander niet goed genoeg gezocht heeft... En zo vliegt de avond weer voorbij :-)


Landmijnen, zandwegen vergelijkbaar met de duinen van Hechtel, jungletempeltjes en 'homestay'. Donderdag 9 februari was onvergetelijk! Je zou verwachten dat je op een weg met naam 'highway 66' gemakkelijk 70 km per uur kan halen. De Cambodiaanse Highway 66 gelijkt zoveel op zijn Amerikaanse tegenhanger als een vuil onderbroek op een zijden baljurk. Highway 66 is een smal weggetje bedekt met zoveel zand dat de mannen van het zandsculptuurfestival in Zeebrugge de komende 6 jaar voorzien zijn, en geflankeerd door bordjes met rode doodshoofden, wijzend op de massa's landmijnen die plassen in de bosjes onmogelijk maken. Denk daarbij nog een Russische motor, gewend aan het siberische klimaat, oververhit bij temperaturen van 35 graden en u krijgt een idee hoe een dagdagelijkse dag van Jan en Brenda eruit ziet. Net als we denken dat we moeten terugkeren komt er een man uit het bos tevoorschijn die ons weet te vertellen dat onze eindbestemming nog maar 8 km is ... of is het 18 of 28, zo vlot zijn we nog niet met de Cambodiaanse getalletjes. We doen een laatste poging om ons een weg te banen langs de landmijnen en door het mulle zand, en effectief na een halfuurtje komen we in Taseng aan. Taseng is een gezellig dorpje in Bokrijksfeer (mocht u verwijzingen zoals Hechtel en Bokrijk niet begrijpen, wordt het dringend tijd dat u een safari naar Limburg onderneemt); ossenspannen, houten hutjes, geen auto's noch elektriciteit en spriteflessen gevuld met benzine. We vullen onze tank aan met eentje en ploeteren de laatste 5 kilomter verder naar Preah Khan, een parel van een tempel volgens menig reisgidsen. Als we plots door de bomen de stenen hoofden lachend zien uittorenen, blijft de conversatie de daaropvolgende minuten beperkt tot 'wow, waaw, amai en poeweei'. Zo moet Indiana Jones zich dus gevoeld hebben... . We dwalen door de ingestorte gallerijen en klauteren over de vele brokstukken. Als we ons in de schaduw van een boom zetten om de beschrijving van deze tempel in onze reisgids te lezen, valt onze Cambodiaanse Riel (allez, hij dwarrelt want ze hebben hier geen muntjes). De beschrijving komt helemaal niet overeen met wat we voor ons zien. 'Preah Khan in the Angkor Wat complex should not be confused with Preah Khan in the Preah Vihear Province'. Altijd verstandig om je reisgids deftig te lezen voor je een zandweg van 40 km te lijf gaat!
Wij vinden ONZE Preah Khan alleszins meer dan de moeite, ook de andere bijhorende tempelcomplexen even verderop zijn prachtig. Hier staat plots wel een ventje met zelfgemaakte entreeticketjes... 5 dollar. Niet veel maar gezien de grootschalige plunderingen weten we niet waarom we betalen. Op de grond liggen reliefen, mooi uitgeboord klaar, om meegesmokkeld te worden door 'kunstkenners. De beelden zijn onthoofd en van de ingekerfde versieringen is de helft weggeschraapt. Rondom te tempel ligt het vol landmijnen. Ik wissel mijn Lara Croft gehalte in tegen een braaf Nana Muskoery gedrag en we keren terug naar Taseng. De plannen om hier een Hilton hotel te bouwen zijn blijkbaar op de lange baan geschoven... Er is hier geen enkel guesthouse.
Een 'homestay'dus... Homestays worden bij de meeste toeristen hoog in het vaandel gedragen; contact met de lokale bevolking, inzicht in het alledaagse leven...
Daarbij worden ongemakken zoals - waar is in hemelsnaam het toilet? - waar moet ik me wassen? en Wat kan ik in hemelsnaam zeggen?'- te vaak vergeten. De eerste mensen aan wie we vragen of we mogen blijven slapen, happen meteen toe. Ze zijn apetrots op hun aanwinst en het hele dorp komt een kijkje nemen naar de twee exotische exemplaren. We wassen ons samen met de anderen aan de waterpomp van het dorp. Twintig paar ogen kijken me nieuwsgierig aan terwijl ik discreet me onder mijn rokje probeer te wassen. Die ogen blijven ons de rest van de avond volgen... en 's avonds, als we samen met de familie onder de paalwoning zitten, wordt er hoopvol naar ons gekeken alsof we alle momenten in vloeiend Cambodiaans een lezing gaan geven over de Europese unie en haar impact. De conversatie blijft beperkt tot 'hello, wa's jo neim' (hello, what is your name?). Nadat we die 5 keer hebben gezegd, is de inspiratie wel op... homestays kunnen heel vermoeiend zijn. Om 8 uur trekt de hele familie de paalwoning in, we volgen braafjes. We krijgen hun bed aangeboden maar dat weigeren we natuurlijk beleefd. Geef ons maar de houten vloer, gemaakt van tropisch hardhout! Afgunstig kijken we naar de armere buren met hun bamboevloeren... De nacht is lang, de blauwe plekken blauw, de krampen quasi ondragelijk en de doorligwonden talrijk. Denk twee keer na voor je tropisch hardhout gebruikt als vloer.. u weet nooit of u eens bezoek krijgt van twee gestrande toeristen.

Half zes, het einde van ons lijden en het begin van een nieuwe dag. We worden wakker met de Cambodiaanse ultra top dertig die vanuit een radiootje, aangedreven door een autobatterij, bleirt. We pakken in, betalen onze gastfamilie blijkbaar genereus (ze bieden meteen aan om langer te blijven) en gaan verder op pad, een verderzetting van Highway 66. De Minsk heeft er zin in en Jan ook. We crossen door de bossen en na twee uur langs dorpjes en imposante, verlaten Angkoriaanse bruggen te rijden komen we een geasfalteerde weg aan! Die leidt ons in 1 ruk naar Beng Mealea. De tempel is helemaal overwoekerd door bomen maar ongelooflijk mooi en sereen. We dwalen er tot in de late namiddag rond. We hebben nog meer dan 3 uur voor het donker wordt om de laatste 60 km op geasfalteerde weg af te leggen tot in Siem Reap, thuishaven van bekende Angkor Wattempels. 3 uur is echter een berekening gebaseerd op een rijdende Minsk. Na 200 meter begint onze Rus onrustwekkend te sputteren en 6 meter later staan we opnieuw naast de kant van de weg. Bougie controleren, carburator schoonmaken, lucht- en benzinefilter controleren... Minskie wil niet meer! Intussen rijden de busjes met toeristen ons voorbij, nieuwsgierig kijkend door hun raampjes. 'Interessant, twee westerlingen in panne naast de weg' en ze zwaaien vriendelijk, terwijl ze tegen 70 km per uur langs ons door rijden. We hebben nog maar net 100 meter gewandeld of een Cambodiaanse man doet teken naar zijn pick up of we een rit naar Siem Reap willen. We zijn door het dolle heen. De motor wordt in de pick up geladen en wij springen er enthousiast bij om twee minuten later, onder een Cambodiaans lachsalvo, weer uit te stappen. Er ontbreekt nog een wiel van de pick up... Een halfuurtje later kunnen we dan eindelijk vertrekken. Driewerf hoera... Te vroeg gejuicht! 500 meter verderop produceert de pick up een schurend slepend geluid. We keren terug - en vrezen al een opkomende homestay. Maar geen nood, er wordt wat geknutseld aan het wiel en we gaan weer op weg ... of toch niet... We zetten het even schematisch op een rijtje

na 5 km - tweede panne - brommertje met garagist komt helpen. Remblokjes van linkervoorwiel worden verwijderd.
na 10 km - derde panne - Jan haalt ons gereedschap boven - de depanneur wordt mededepanne - de remschijven van het linkervoorwiel worden volledig verwijderd. We rijden met drie remmen verder.
na 12 km - vierde panne - onze helpers besluiten te gaan eten. Ze betalen ons eten en voorzien ons rijkelijk van bier.
na 13 km - besef - er is blijkbaar niets aan de hand met de remmen dan wel met de versnellingsbak, telkens we meer dan 40 km per uur rijden begint de pick up een geluid te maken dat gebruikt zou kunnen worden als soundtrack op de dag des oordeels.
We rijden met 3 remmen en tegen 35 km per uur naar Siem Reap.

Onze redders zetten ons in het centrum af, weigeren enige vorm van geld en rijden met krakende versnellingsbak weg! De Cambodianen zijn het vriendelijkste volk ter wereld!

Labels: ,