Via deze blog willen we in contact blijven met de homies, terwijl wij Azie afschuimen. Van de mongoolse steppe tot de tibetaanse pieken, via China, Vietnam, Cambodia, Laos, Birma, Nepal en god weet waar we nog terecht komen in dit jaartje weg...

donderdag, september 14, 2006

Leh en de Stairway to Heaven


De volgende dag zijn we zowaar fris en monter, ook al hebben we stevig gedroomd om de beeldenstroom van de voorbije dagen te verwerken. Leh is een groene lap in een bruingele woestijn, een echte oase op de pambomen na. Als stadje zelf is het klein en immens druk van de toeristen, maar das de oppervlakte, want het is bovenal een kruispunt van godsdiensten zoals ik me er buiten Israel geen 2e kan voorstellen. Sommige mensen hebben erg duidelijke middenoosterse trekken, en zijn traditioneel islamitisch gekleed. Anderen, in een mongoolse del, keuvelen met een Sikh handelaar. De Moskee staat naast een tibetaans boedhistische tempel. Onder het gewapper van de gebedsvlaggetjes hoor je de imam oproepen tot het gebed. Hier in Leh gaat het er vreedzaam aan toe, maar het verklaart veel van de gevoeligheden die bij ons bekend staan als het Kashmir probleem. Ladakh, dat algemeen als veilig wordt beschouwd- ligt politiek in de staat Kashmir, we zijn op pakweg 200km van de betwiste grenzen (daar waar je atlas arceringen heeft....). Het leger is dan ook nadrukkelijk aanwezig, meer dan in Nepal. Vroeger besloeg Kashmir, samen een aantal stuken van Pakistan en Tadjikistan de staat Baltistan (krijgen jullie ook zoveel reislust bij het horen van die namen alleen al?) Na het instorten van het Brits imperium zijn grenzen getrokken zonder veel rekening te houden met de culturen van de bewoners. Voeg daar nog wat strategisch belangrijke posities en je hebt een conflict dat niet op te lossen valt. De parallel met het Israelisch-palestijns probleem is opvallend.

Als we die avond uitgaan om iets te drinken met 2 Israeli koppeltjes, lopen we de BMW-rijders tegen het lijf. En inderdaad: de Duitser was in Cambodia in het hotel waar we vermoedden. Als we nog even verder praten valt onze frank dat we elkaar ook al gesproken hadden in Bangkok! Dit is dus de derde keer dat we Lars ontmoeten op onze trip! Hij is een advokaat die anderhalf jaar geleden de toga ingeruild heeft voor een helm. Via Siberië, Mongolië, Korea Zuidoost Azie en Nepal is hij hier geraakt. Langs Iran wil hij oversteken naar Afrika om pas tegen 2008, na een enkeltje Argentinië-Alaska, terug in Duitsland te zijn. De andere is Buzz, een Schot die met zn motor van zijn voordeur naar Nepal gereden is om er een paar maand vrijwilligerswerk te doen. Met de tijd die hem nog rest wil hij Noord India bereizen. U ziet waarde lezer, sommige van onze mede-aardbewoners houden er een inspirerende levenswandel op na. Het zijn ontmoetingen met mensen als hen die je al eens tot nadenken aanzetten of ons jachtige hardwerkende levenshouding perse de rechte lijn is naar Het Geluk. We voegen er nadrukkelijk aan toe dat zo'n langweg-overlander of een boedhistische monnik niet noodzakelijk gelukkiger is dan U, maar het zet wel aan tot nadenken over wat een mens gelukkig maakt. En vooral: zijn wij met ons drukke bestaan nog wel bewust bezig met hetgeen ons gelukkig maakt? Antwoorden op een gele briefkaart naar postbus 28, 1000 Brussel.

We zien ook John terug, en smeden plannen om het niet te laten bij second best: we regelen een vergunning om naar de Nubra vallei te rijden via de allerhoogste weg van de wereld: de Khardung-La pas ligt op 5682m. Om een idee te geven: leg de Baraque Fraiture bovenop de Mont Blanc en doe er nog 2 voetbalvelden bij, daar knetteren we ergens... met een motor van 50 jaar oud). De weg valt erg goed mee, de eerste 24km is zelfs mooie asfalt. Maar de koppeling krijgt het moeilijk en laat het afweten: ik kan de motor niet meer aan het rijden brengen met 2 erop. Brenda stapt af. Blijkt dat de top om de hoek is. Brenda is op 50meter van de top afgestapt! Wie dit vaatje dinamiet kent weet hoe dat ongeveer klinkt. Fotootjes en 'Cool we zijn er' maar het is mistig, dus valt er eigenlijk niets te zien. Het is ook te koud en te ijl in het hoofd om hier langer te blijven. Hoogtepunten zijn soms tegelijk erg banaal. Biezonder mooi is het hier niet: 4 legerbarakken en wat zwerfvuil.
De afdaling daarentegen is prachtig. Langs een woestijnlandschap met diep ingesneden ravijnen walsen we naar de Nubra vallei waar kleine oases liggen tussen de zandduinen. Dwarrelend langs een rivierbeddieng zoeken we naar een bed en vinden onze BMW makkers weer. We gaan nog wandelen en met de motortjes spelen in de zandduinen, hopend op mooie foto's maar het is zwaarbewolkt. We hebben een gezellige avond, maar die vallei is –tenminste met dit weer- niet zo spectaculair als verhoopt.

Labels: ,

dinsdag, september 12, 2006

once in a lifetime: Manali - Leh


De Startplaats: Manali -niet te verwarren met Manilla, de miljoenenstad in de filippijnen- ligt in een idillisch dal omringd met hoge ceders en dennen. In het dal zelf woekeren ontelbare winkeltjes, guesthouses. Het ziet eruit als een indisch dorp in de alpen, maar het is eigenlijk een israelische enclave van afgezwaaide ex-militairen die hier met de hulp van wiet en een hippie uniform zichzelf lijken te zoeken. Als zo'n Israeli Manali nadert, stopt hij/zij met zich te scheren, verbergt de bergschoenen, Gore tex kleding en rugzakken aan de rand van het bos, om dan -gekleed in kleurrijke wollen dekens, blootsvoets rond te zweven +/- 10cm boven de grond. Ze zijn zo talrijk dat veel foldertjes en opschriften zelfs niet meer in het Engels zijn, maar enkel nog in hebreews. Versta ons niet verkeerd: een zelfde concentratie belgen in zo'n plaatsje zou ook voor overlast zorgen bij andere reizigers.

Het Plan: overland naar Ladakh, per motor De tocht zelf is een klassieke once-in-a-lifetime onder motorreizigers -. Effieweg begint stilletjesaan een synoniem te worden van motorreizen. Een ambitieuze tocht van 495km, waarvan ongeveer de helft zogenaamd geasfalteerd is. Van het op 1800m gelegen Manali naar Leh (3500m) over de 2 e hoogste berijdbare weg ter wereld. Een 5tal passen waarvan de hoogste op 5200m ligt, een zuchtje onder het hoogste punt van onze Anapurna trekking in Nepal. Voorbij deze weg ligt Ladakh, een stuk van het Tibetaans plateau dat politiek in Indiaas Kasjmir ligt. De weg zelf is open van begin juli tot half september, de rest van het jaar verwoesten kou en sneeuw de moedige pogingen van de locals om de route te asfalteren. Dat ruikt kruidig he?



Het Vehikel: een Royal Enfield, daarover komt een apart stukje.



Het Verloop: Via verschillende bronnen hadden we een lijstje met adressen waar we zo'n Enfield zouden kunnen huren. Het eerste adres bestond niet meer. Het 2 e had wel motoren, maar hun afgeragde 100cc motortjes waren niet opgewassen tegen onze plannen om over een aantal van de hoogste en slechtste wegen ter wereld te rijden. Bij een 3e waren alle motoren al verhuurd voor een tijd. Een vierde had motoren, maar die mochten de provincie niet uit..... Onvoorbereid op het scenario dat we geen motor zouden vinden, evalueren we al een aantal trekkings en overwegen we een Enfield te kopen van een andere reiziger. Tot we op een adres waar we al eens passeerden onze wanhoop uitdrukken. Ineens blijken ze toch een motor te hebben, al wist de zaakvoerder dat zelf niet.... euforie alom. Morgen om 16 uur kunnen we m komen halen!

In afwachting van onze motor wandelen we door de dennnenwouden langs erg bucolische taferelen: "herderinnetjes rustend bij de rivier", "boer hoedt de geiten langs het bospad". Een schilder uit de renaissance of romantiek zou hier de handen vol hebben. De menukaarten zijn overal dezelfde maar dank zij onze aanhoudend afdingende Israelische vrienden blijven de prijzen hier ontzettend laag. Bij t avondmaal hopen we, dromen we en maken we plannen over deze rit. We droomden er al een tijdje van en nu doen we 't, als afsluiter van een onvergetelijk jaar.

En dan is het weer zover. We sjorren onze bagage en 2 extra bidons benzine op onze tuffer. En in geen tijd stuiteren we weer over kronkelende paadjes. We leven op! Effieweg is on the road again! Gejoel alom. We hebben duidelijk een schildpad onder de billen en geen haas. Maar eenmaal ze rijdt mag je nogal wat voor de wielen gooien, ze puft zich er wel over en door, putten, smalle brugjes, riviertjes.... Op de eerste bergop zijn talloze genummerde shops waar indische toeristen nep-bontmantenls, moonboots en skipakken huren om zo -voor het eerst in hun leven- echte sneeuw te zien. Dat gaat gepaard met flink wat giechelen en eindeloos veel foto's. We ontkomen er niet aan, en zijn nu allicht ingekaderd aan de muur van ettelijke Sikh families die perse westerlingen op hun foto's wilden.

Het landschap verandert sneller dan we rijden, zelfs aan ons slakkengangetje hebben 's avonds nog enorm veel indrukken te verwerken. Dag 1 is nog groen, maar na 2 berpassen is vegetatie al zeldzaam geworden. Zie foto's, en dan nog. We tanken onze reserve bidons vol voor de 350km tellende tocht naar Leh, waar geen permanente bewoning is, en behalve wat indische fastfood in tentenkampen ook niks te koop is. We prikken onze tent deze nacht in een zeldzaam vlak stuk.

Vandaag een korte maar zware tocht: 80km -waarvan misschien 10% asfalt te noemen is- naar Sarchu, een checkpoint met tentenkamp. En het begint meteen al spannend: ik krijg de motor met geen middelen in gang. Meteen koud zweet allerlei donkere gedachten omtrent het verloop van deze reis. Een motor is een vrijheid maar ook een gevangenis. Als je m niet meekrijgt zit je heel erg vast. Je kan nog handiger met een wasmachine op je rug de wereld rond, dan met een dooie motor. Maar een Sikh –wij zijn fans van deze uiterst vriendelijke tulbanders- schopt het ding in 1 keer in gang. Tja... Nukkig zei ik toch. We daveren omhoog naar onuitsprekelijke landschappen. Zelfs de foto's doen onrecht aan dit spektakel. Onbeschrijflijk neig zijn ook de Gata loops, 21 haarspeldbochten aaneengerijgd langs een steile bergwand. Als je bovenaan staat zie je ze allemaal. De panorama's blijven elkaar opvolgen aan een tempo waar zelfs een verstokt MTV kijker van zou duizelen. De weg slingert verder, bijna onophoudelijk over kapotgevroren asfalt, riviertjes en gravel. Op sommige plaatsen is de weg gewoon de bedding van een rivier van vlot 40 cm diep. We ontmoeten John -een Canadees die op zijn eentje met z'n Enfield naar Leh gaat, en de spaanse Juan, die hetzelfde met de fiets wil doen. Totaal gek en gevaarlijk plan. Meer nog dan remmen heb je hier een luide toeter nodig om in de ontelbare haarspeldbochten de verscholen tegenliggers van je komst te verwittigen.

Sarchu is eigenlijk een zwaar vervuilde hoek aan de rand van een prachtige vlakte. De tenten zijn afgedankte legerparachutes die met een paal opgehouden worden. De bedden zijn klamme katoenen balen. Onze tent is meteen haar gewicht in goud waard. Het eten is standaard kost: omeletjes, warme ongegiste broodjes, Dal Bat met linzen; op zo'n desolate plek kan je geen warme bakker verwachten. We passeren de avond al kletsend met John en de Juan, en kaarten erna nog wat in de tent.

Dag drie: We worden gewekt door de roffel van John's motor, die een vroege start heeft. Na het ontbijt herhaalt de geschiedenis zich: Ennie wil niet starten. Ontluchten, choke, niks helpt. Een rollende start bergaf wekt haar eventjes maar meteen valt ze weer in een diepe slaap. Ik probeer haar terug bergop te duwen, maar dat valt niet mee op 4000m. Eén teken naar een vrachtwagen en meteen dringen een tiental chauffeurs om te helpen, Hun trots staat op het spel. Ennie houdt meer van Indische mannen dan van mij, zoveel is duidelijk als ze meteen weer snort als een kat. Met nog 220km te gaan hopen we Leh vandaag nog te bereiken, ook al moeten we nog over de 2 hoogste passen van deze tocht. We klimmen, dalen langs unieke canyons omhoog tot de etherische Moore vlakte. Een biljartlaken midden in de Himalaya. Wie meent dat het doel van reizen het 'onderweg zijn' is, moet echt deze Leh-Manali Weg rijden. Behalve misschien de Ho Chi Minh highway hebben we dit nergens zo fel aangevoeld als hier. Maar de lange uren, en ontelbare bulten en kuilen beginnen te wegen, de vermoeidheid bekruipt ons en we voelen ons humeur en verwondering zachtjes wegsmelten. Onze rug doet zeer. Uiteindelijk halen we Leh tegen vijven. Ruziënd over welke straat eerst te proberen zoeken we naar een hotelletje. Kwijl stroomt langs de kin als we 2 stevig uitgebouwde BMW offroad motoren zien staan op de parking van een hotel, waar we dan meteen maar intrekken. De Duitser heeft een sticker van Cambodia op zijn motor gekleefd: dat moét wel tof volk zijn. Het lijkt zelfs alsof we die motor al eens eerder zagen. De Déja-Vu laat Brenda niet los en we vermoeden dat we m eens in een hotel in Phnom Penh zagen. We kiezen het slechtste restaurant van de hele stad maar het heerlijke bed maakt veel goed.

Labels: ,

Column: Onbetrouwbaar, oud maar onweerstaanbaar


Een Enfield is een uniek stukje techniek. Een beetje zoals de Volkswagen kever is het een reliek uit grootvader's tijd. Het ontwerp en productie van de Bullet uit 1954 is nooit veranderd. Net zoals de constructie ervan trouwens. Dus we spreken over een authentieke vijftiger, die omzichtig moet behandeld worden, heel vaak nagekeken en onderhouden worden, die ronduit onbetrouwbaar en traag te noemen is, maar anderszijds een geweldig coole ploffende klank een behoorlijk koppel en hopen rijplezier geeft. Voor de volledige geschiedenis kijk je maar eens hier: http://en.wikipedia.org/wiki/Royal_Enfield of http://www.flanders-enfields.tk/

Aanpassen is het wel. voor de kenners: de rem zit links, 1 e is met de rechtervoet omhoog, 2 e, 3e en 4e met rechts naar beneden. Opschakelen naar kleinere versnelling gebeurt met een ander hendeltje aan de rechtervoet...... De eerste dag hebben we een aantal brute remsporen getrokken terwijl we eigenlijk naar 2 e wilden schakelen.

Zo'n Enfield is totaal niet te vergelijken met de Minsk. Dat was een speelse rakker, licht en klein maar taai en in staat tot grootste dingen. Ne goeie maat waar je altijd op kan rekenen. Zoals je van een Russische ex-militair kan verwachten dronk ie veel en was ie ook soms koppig, maar hij ging mee, door dik en dun. De enfield is een dame voorbij de pensioenleeftijd, die heel veel aandacht vraagt en nukkig vasthoudt aan de mooie tijden van vroeger. Als je haar verkeerd aanpakt kom je nergens. Maar ze charmeert wel, en eenmaal op pad valt t allemaal in de plooi en is ze een plezier om mee op te trekken

Maar het is een 500cc, lijkt die dan een beetje op de BMW 650? Je kan het al raden he: we hebben Beemie ont-zet-tend hard gemist. De wetenschap dat zo'n BMW 's ochtends start, dat 's avonds de remmen nog werken en dat je na een week nog kan schakelen.... maken m misschien koelberekend Duits. My kingdom voor verwarmde handvaten.... Het klinkt romantischer om met zo'n ouwe dame over die legendarisch slechte wegen te dokkeren, en dat is het ook, maar we hadden er toch geld voor over om t met t gemak, t comfort, de snelheid en de efficiëntie van onze Beemie te doen.

Labels: ,