Via deze blog willen we in contact blijven met de homies, terwijl wij Azie afschuimen. Van de mongoolse steppe tot de tibetaanse pieken, via China, Vietnam, Cambodia, Laos, Birma, Nepal en god weet waar we nog terecht komen in dit jaartje weg...

dinsdag, september 19, 2006

Pangong Lake: de kriek op de taart


Na ons intussen klassieke ontbijt nemen we voor de honderdste keer afscheid van Buzz en Lars, die vandaag naar Kasjmir vertrekken, beloven Wouter en Niek om in België snel af te spreken. En tuffen de andere kant op dit keer, richting Pangong meer en de Tibetaanse grens. En, om de dingen te vervolledigen: die weg loopt over de 3e hoogste berijdbare bergpas. Hoge wegen 1, 2 én 3: Check. Hoewel de veelheid aan adembenemende vergezichten niet went, lijkt deze bergpas al meteen een stuk makkelijker. We ontmoeten een frans koppel dat problemen met de motor vreest, maar een losse luchtfilter en uitlaat pakken we snel aan. De militairen op de wachtposten willen erg graag thee met ons drinken maar doordat we zo laat vertrokken zijn riskeren we t niet om een stuk in t donker te moeten rijden.
Aan de andere kant van de Changla pas is het landschap erg anders: erg groen, veel yaks (harige runderen van het hooggebergte) Na een stop voor de slechtste fried noodles in noord Azië en ontelbaar veel kleine riviertjes te kruisen, zien we ineens ons doel. Pangong lake is verbluffend mooi. Belachelijk. Het klinkt misschien uitgehold beste lezer, we hebben al vaak in superlatieven gesproken over de dingen die deze reis ons geboden heeft, maar het werd al snel duidelijk dat Pangong een hoogtepunt is. Een echte kriek op de taart van een jaartje Effieweg. Foto's doen ronduit onrecht aan de onaardse vreemde pracht van deze stille plaats. Als een kindertekening: blauw water, rode, bruine grijze bergen met witte toppen, azuren lucht met witte wolkjes erin. De puurheid zelf. Met het avondlicht wordt het wel erg makkelijk om mooie foto's te maken. Het frans koppeltje heeft er echter geen oog voor. Ze hebben de grootste moeite om in de felle wind hun campeervuurtje in gang te houden. Ze eten dan maar onze koekjes. Onze zintuigen drinken dit eenvoudige maar spectaculaire stukje natuur. Veel meer woorden kunnen we er niet aan hangen, we zijn een beetje sprakeloos. Honderden foto’s herinneren er ons aan hoe hard we onder de indruk waren.

De zonsopgang wordt een beetje verknoeid door wolken, maar we wandelen een paar uur en dan vallen andere dingen op. Er is hier nagenoeg geen begroeiing, en toch lopen er 2 kuddes geiten rond. Behalve die en een aantal vogels is hier geen leven te bespeuren. En toch is het hier niet doods. Integendeel. We drinken de absolute rust en beseffen dat dit misschien de voorlaatste activiteit (nuja, languit in de zon) is van ons jaar.
Tegen de middag ruimen we ons zaakje toch op, dan hebben we nog net genoeg tijd voor een 3daagse trekking. De terugrit is op een paar sputteringen van de motor na rustig. Het wordt steeds makkelijker om met die Enfield hindernissen aan te pakken. Als we terug in Leh zijn, blijken Buzz en Lars nog steeds daar! Een Delhi Belly (zo noemen ze hier de maagproblemen ten gevolge van onhygiënisch eten) en een probleem met de post hielden onze superheroes ter plekke. Onze motor start intussen ontzettend slecht. Moet telkens bergaf gerold worden om dan in 2e de koppeling te laten schieten. Wetend dat de koppeling net het zwakke punt is van zo'n Enfield hou ik telkens mn hart vast om -in plaats van de plofjes van de draaiende motor- geen gierend gekraak te horen, met bijhorend verbrand luchtje.

Labels: ,

to Kashmir or not to Kashmir

Gebaseerd op verhalen van andere reizigers kriebelt het om door Kashmir rijden. We hebben er nog net genoeg tijd voor. Dus laden we de volgende dag ons boeltje op om een rondje Kashmir te rijden, met stops in Lamayuru, Kargil en Srinagar en dan naar Daramsala -waar de Dalai Lama woont. Mooie doorsnede van een biezonder stukje van de wereld, dat door een erg vertekende berichtgeving bijna geen buitenlanders ziet. Voor iemand Roekeloosheid roept: we komen niet ín de betwiste zone van Kashmir. Dat mag ook niet voor burgers. De weg naar Lamayuru is ronduit spectaculair. We klimmen eigenlijk van de ene adembenemende canyon in de volgende duizelingwekkende kloof. 120km aan een stuk wow en waaw. De kleuren varieren van middengrijs tot bijna australisch rood via warm oker. In de oksels van valleitjes liggen een aantal bijna onzichtbare dorpjes verscholen, goed beschermd voor de buitenwereld. Dit is eigenlijk ons eerste contact met de echte Ladakhi cultuur, want daar is in Leh niet veel meer van te merken. De huizen zijn immens, tot 4 verdiepen hoog! De witgekalkte muren hebben grote ramen van waaruit de bewoners uitkijken over hun abrikozenbomen, koeien, moestuintjes en akkers van tsampa-graan. Die hele boel wordt ingenieus van water voorzien door een complex kananel netwerk waardoor kleine rivieren al vrij ruime oases in stand houden.

De lunch in Alchi -een door de lonely planet opgehemeld dorpje- draait uit op een stevige ontgocheling. Niets te zien behalve een volle parking touristen bussen. De prijzen zijn zwaar opgeblazen. Als we dan uiteindelijk voor een restaurantje gekozen hebben duurt het vlot anderhalf uur om de allerkleinste sandwich ter wereld voorgeschoteld te krijgen. Die Brenda prompt teruggeeft met het commentaar dat 't een sandwich voor vogeltjes is. En dat het te gek is om zoiets voor te schotelen. Zichtbaar verbaasd dat niet elke toerist alles pikt, probeert de ober zich nog te verdedigen, maar we houden voet bij stuk.

Onderweg is de militaire aanwezigheid enorm. Kilometerslange konvooien domineren het verkeer. Als we Lamayuru naderen lukt t me steeds slechter om te schakelen. Vermoeidheid? Ik ben het kreng in elk geval zó beu dat ik m aan de kant zet om erop tekeer te gaan als een dolle. Dat helpt natuurlijk niet zoveel en dus werken we grommend de rit af. Terwijl Brenda een kamer regelt, gaat John een testritje maken, we besluiten dat het schakelmechanisme naar de pietjes is. Zichtbaar verveeld door de jongetjes die graag knutselen trekt Brenda het dorpje in, en komt terug met een aantal prachtige foto's. Wij hebben intussen de schakelkast gekuist, en een erg versleten kantelaartje gevonden, maar het probleem niet opgelost, we hebben onderdelen nodig. Donkere wolken boven ons Rondje Kashmir. We besluiten terug te rijden naar het vorige dorp, waar een mechanieker zou zijn. Verder rijden heeft geen zin, want als t niet opgelost geraakt, staan we pas ver van huis. John stelt voor om met ons mee te gaan, enerszijds uit interesse voor t probleem, anderszijds voor het gezelschap. Maar –ook al kunnen we t goed met m vinden- we wijzen het af. Onze panne hoeft zijn schema niet in de war te sturen. Hier scheiden onze wegen dus.

Ik denk er ineens aan om een pinnetje uit de versnellingsbak te verwijderen, waardoor het schakelen -erg complex- toch mogelijk wordt. Voor elke versnelling moet ik nu een andere beweging doen met de voet. Op die manier geraken we wel terug in het vorige dorpje. We missen onze BMW wel erg hard nu. Best dat John niet meegekomen is: de mechanicien geeft niet thuis... Helemaal terug naar Leh dus. Buzz en Lars zijn net terug van 2 dagen naar Pangong meer, dat half in India, half in Tibet ligt. Ze zijn laaiend enthousiast. De volgende ochtend, na onze dagelijkse routine van yoghurt met muesli, honing en vers fruit, trek ik naar een mechanicien om de motor onder handen te nemen. De foto is mislukt maar de man is gewoon Eddy Merckx met een zonnige teint. Nog nooit iemand gezien die zo als 2 druppels water op iemand lijkt. Eenmaal het kantelaartje vervangen is, doet Ennie t weer. Ik laat ook de voorrrem nakijken, want daar schiet niet veel meer van over.

We tuigen op om diezelfde dag nog terug te vertrekken. De derde keer dat we deze weg rijden. Maar er is iets veranderd vanbinnen in mij. Er is –dit keer in mijzelf- een veertje gesprongen. Bij elke bocht krijg ik een duw op mn hart, een portugese weemoed hangt rond me die ik niet benoemd, noch gecontroleerd krijg. Elke bocht voert me niet meer dichter bij iets nieuws, maar verder van het bekende, van vrienden, van Thuis. Als ik stop om er met Brenda over te praten komen flarden emoties naar boven, voor haar erg herkenbaar van onze dagen in Kroatië. Is het een tristesse omdat ons jaar er nu echt wel bijna op zit? Reismoeheid? Een teveel aan indrukken die niet meer verwerkt geraken? Een verlangen naar rust, familie en een vaste standplaats voor eventjes? Verlang ik nu naar België met zijn drukke regeltjes, en lange werkdagen in regenachtige wintermaanden? Allicht een mix van dit alles, waardoor we ook beginnen twijfelen of we de kilometers gaan afhaspelen om ons rondje Kasjmir af te werken; Of misschien iets rustigeraan de tijd nemen om te onthaasten, te genieten van de dagen die ons nog resten en een paar uitstapjes doen vanuit Leh om dan toch via de slopende Leh-Manali highway terugkeren -ook al hadden we gezworen die nooit meer te rijden? We staren in stilte voor ons uit over de woestijn, onder een loden zon. Uiteraard komt op dit soort vragen geen antwoord. Hoewel. Het lot beslist voor ons want we hebben platte band.....We kunnen nog een paar kilometer rijden vooraleer het gevaarlijk wordt. Liften met een dooie motor is geen lolletje, maar in een woestijn langs een weg die naar de grens leidt, schiet t echt niet op. Brenda gaat alleen voorop, om zo met Buzz of Lars en het nodige materiaal ter hulp te komen. Een frans koppel pikt haar op. Tot 5 km voor Leh, waar ze meteen kan overstappen in een erg klein autootje met 8 mannen..... Ze zoekt overal naar Lars en Buzz, maar die zijn eventjes spoorloos.
Intussen hou ik elke auto of truck tegen, hopend op een lift of een pomp, maar vang steevast bot.
Bij de 5e truck richting Leh doe ik mn verhaal weer. Ineens klinkt een vertrouwde stem woorden die ik niet snel zal vergeten: "Stap maar in Jan" Ik sta even aan de grond genageld, alsof God himself me toespreekt. Maar het is nóg beter. Allicht was Wouter van de Velde (collega karavaner, collega trophy organisator, ex-buurman en ster kok) even verbaasd. Hij en Niek (vriendin van Wouter, collega Karavaner en toffe Madam) komen net terug van een trekking. Tientallen mails waren tevergeefs uitgewisseld, het lukte maar niet om elkaar in Ladakh te treffen. En dan gebeurt dit! Midden in de woestijn! Tijdens de hele rit staren we met z'n drieen naar elkaar van verbijstering. We spreken af voor diner want we zijn te bestoft om onder de mensen te komen!
Het wrange gevoel van deze middag is hierdoor naar de achtergrond verdrongen. Zijn het de vrienden, of dat er zowiezo geen tijd meer is om het rondje Kasjmir te rijden? Er is alleszins terug een rust in me teruggekeerd; Het is goed zo. We gaan ons droomjaar afsluiten met Pangong meer, een trekking en dan via Manali terug naar Delhi.
not to Kashmir dus. Een volgende keer misschien. een jaar is toch te kort om zelfs maar 1 continent te goei te zien.

Labels: ,

Nubra valley: 4 kerels, een vrouw, 4 motoren, de hoogste weg ter wereld, 3 soldaten en een ezel


Een frigo hebben ze niet in het guesthouse, dus leggen ze drank te koelen in een beekje. Brenda veegt de modder van haar flesje, maar een paar uur later slaat het noodlot toe met krampen. Alles moet eruit, soms langs boven, soms langs onder. Rond ons tentje ligt een mijnenveld van hoopjes onverteerd eten in zijn verschillende vormen. De regelmaat waarmee de krampen haar dwingen tot opstaan doet haar besluiten om met boek en al de nacht op het toilet door te bregen.
Het is dan ook geen verrassing dat ze de volgende dag bleek, verzwakt en gewoon zo ziek als een hond is. Fraaie conditie om over de hoogste bergpas ter wereld terug te keren naar Leh, achterop een springbal. Ze trekt aan Buzz' mouw en ze kan achterop de BMW 1100GS motor, die sneller en vooral comfortabeler zweeft over het kerkhof dat ze hier een weg noemen. Solo rijdt de Enfield een stuk sneller. John en ik genieten van de eindeloze bochten en de manier hoe onze ouwe dames zich zo naar boven zuchten, maar alleen is ook maar alleen.

Ondertussen hebben Brenda en de boys een rustige rit omhoog. Brenda bevriest zowaar. Als ze bij de legerbarak op de top even binnengaan is het gevoel uit de tenen weg. Ze gebruikt de thee om haar tenen op te warmen. Buzz en Lars, die hun voeten vlakbij de motor hadden kijken wat ongelovig, maar de militairen schieten ter hulp. Er wordt een gasvuur aangerukt om de voeten op te warmen, een korporaal masseert het bloed terug rond terwijl een derde soldaat de kousen droog wappert!
Terug op weg ligt een ezel te zieltogen. Aangereden door een truck allicht. Brenda merkt dat hij nog leeft. Tijd voor Buzz om zijn schotse koelbloedigheid te tonen (en om een straf verhaal voor zijn artikels te hebben) : “Lars, give me your knife.” (zo gaat dat met die 2. Buzz het idee, Lars de voorbereiding en uitwerking....) Als Lars ermee aankomt help Buzz de ezel uit zijn lijden. Lars krijgt beteuterd een mes vol lauw ezelsbloed in de handen geduwd. Het verhaal gaat nog dagen mee.

Het leek wel een pas de deux, John en ik met onze Enfields. Hij eens voor, ik eens, hij eventjes uit t zicht, om ineens in een bocht weer op te duiken. Puur motorplezier.De kneukels en tenen worden intussen wit van de kou. De Khardung La is gehuld in betongrijze wolken. Het duurt dan ook niet lang of de eerste sneeuw danst losjes over de woestijngrond. We stoppen regelmatig voor een Masala tea (melkthee met kaneel, kruidnagel, comijn, suiker en nog vanalles) We warmen onze handen en tenen regelmatig aan de uitlaat, steken de linkerhand bij de motor in bergop, de rechter in bergaf, om zo toch wat gevoel in de vingers te houden.. Als we boven zijn blijken Brenda, Buzz en Lars geen 2 minuten vertrokken. Stom. We nemen nog een paar foto's en vertrekken meteen. Eerst hier opwarmen doen we niet, liever in Leh een warme douche. Gek hoe hoogte went. Hier staan we dus, op 5600m, alsof we een strandwandeling doen. Geen hoofdpijn, dorst of ijlheid meer. Hoewel de voorrem van Ennie stevig tegenwerkt, valt de afdaling best mee, jammer dat die mooie vergezichten verborgen zijn onder die ellendig koude wolken. Sterke verhalen en een warme ontvangst wachten op ons eenmaal terug. Brenda is nog altijd stevig ziek. Buzz en Lars brengen koffiekoeken en thee op ziekenbezoek.

Brenda is terug onder de levenden.
We doen t toch rustig aan en relaxen een beetje, het is tenslotte vakantie nietwaar? Die namiddag wil Lars foto's gaan trekken. Hij had een plaats gezien die volgens hem dramatische effecten moest geven bij zonsondergang. En inderdaad, het is een fotogenieke plek. We bereiden een shot voor dat ik van hem zou trekken. Maar in zijn enthousiasme rijdt hij met zijn brede zijkoffers gewoon onze motor omver! In een futiele poging om overeind te blijven waggelt hij recht een droge rivierbedding in om daar zelf tegen de vlakte te gaan. Buzz giert het uit.en roept –nog voor ik kan reageren- "Get a Picture! Get a Picture" Hilarisch. Pas als de foto getrokken is lopen we te hulp. Lars en de motoren komen er quasi krasvrij vanaf.

Labels: ,