Pangong Lake: de kriek op de taart
Na ons intussen klassieke ontbijt nemen we voor de honderdste keer afscheid van Buzz en Lars, die vandaag naar Kasjmir vertrekken, beloven Wouter en Niek om in België snel af te spreken. En tuffen de andere kant op dit keer, richting Pangong meer en de Tibetaanse grens. En, om de dingen te vervolledigen: die weg loopt over de 3e hoogste berijdbare bergpas. Hoge wegen 1, 2 én 3: Check. Hoewel de veelheid aan adembenemende vergezichten niet went, lijkt deze bergpas al meteen een stuk makkelijker. We ontmoeten een frans koppel dat problemen met de motor vreest, maar een losse luchtfilter en uitlaat pakken we snel aan. De militairen op de wachtposten willen erg graag thee met ons drinken maar doordat we zo laat vertrokken zijn riskeren we t niet om een stuk in t donker te moeten rijden.
Aan de andere kant van de Changla pas is het landschap erg anders: erg groen, veel yaks (harige runderen van het hooggebergte) Na een stop voor de slechtste fried noodles in noord Azië en ontelbaar veel kleine riviertjes te kruisen, zien we ineens ons doel. Pangong lake is verbluffend mooi. Belachelijk. Het klinkt misschien uitgehold beste lezer, we hebben al vaak in superlatieven gesproken over de dingen die deze reis ons geboden heeft, maar het werd al snel duidelijk dat Pangong een hoogtepunt is. Een echte kriek op de taart van een jaartje Effieweg. Foto's doen ronduit onrecht aan de onaardse vreemde pracht van deze stille plaats. Als een kindertekening: blauw water, rode, bruine grijze bergen met witte toppen, azuren lucht met witte wolkjes erin. De puurheid zelf. Met het avondlicht wordt het wel erg makkelijk om mooie foto's te maken. Het frans koppeltje heeft er echter geen oog voor. Ze hebben de grootste moeite om in de felle wind hun campeervuurtje in gang te houden. Ze eten dan maar onze koekjes. Onze zintuigen drinken dit eenvoudige maar spectaculaire stukje natuur. Veel meer woorden kunnen we er niet aan hangen, we zijn een beetje sprakeloos. Honderden foto’s herinneren er ons aan hoe hard we onder de indruk waren.
De zonsopgang wordt een beetje verknoeid door wolken, maar we wandelen een paar uur en dan vallen andere dingen op. Er is hier nagenoeg geen begroeiing, en toch lopen er 2 kuddes geiten rond. Behalve die en een aantal vogels is hier geen leven te bespeuren. En toch is het hier niet doods. Integendeel. We drinken de absolute rust en beseffen dat dit misschien de voorlaatste activiteit (nuja, languit in de zon) is van ons jaar.
Tegen de middag ruimen we ons zaakje toch op, dan hebben we nog net genoeg tijd voor een 3daagse trekking. De terugrit is op een paar sputteringen van de motor na rustig. Het wordt steeds makkelijker om met die Enfield hindernissen aan te pakken. Als we terug in Leh zijn, blijken Buzz en Lars nog steeds daar! Een Delhi Belly (zo noemen ze hier de maagproblemen ten gevolge van onhygiënisch eten) en een probleem met de post hielden onze superheroes ter plekke. Onze motor start intussen ontzettend slecht. Moet telkens bergaf gerold worden om dan in 2e de koppeling te laten schieten. Wetend dat de koppeling net het zwakke punt is van zo'n Enfield hou ik telkens mn hart vast om -in plaats van de plofjes van de draaiende motor- geen gierend gekraak te horen, met bijhorend verbrand luchtje.
Aan de andere kant van de Changla pas is het landschap erg anders: erg groen, veel yaks (harige runderen van het hooggebergte) Na een stop voor de slechtste fried noodles in noord Azië en ontelbaar veel kleine riviertjes te kruisen, zien we ineens ons doel. Pangong lake is verbluffend mooi. Belachelijk. Het klinkt misschien uitgehold beste lezer, we hebben al vaak in superlatieven gesproken over de dingen die deze reis ons geboden heeft, maar het werd al snel duidelijk dat Pangong een hoogtepunt is. Een echte kriek op de taart van een jaartje Effieweg. Foto's doen ronduit onrecht aan de onaardse vreemde pracht van deze stille plaats. Als een kindertekening: blauw water, rode, bruine grijze bergen met witte toppen, azuren lucht met witte wolkjes erin. De puurheid zelf. Met het avondlicht wordt het wel erg makkelijk om mooie foto's te maken. Het frans koppeltje heeft er echter geen oog voor. Ze hebben de grootste moeite om in de felle wind hun campeervuurtje in gang te houden. Ze eten dan maar onze koekjes. Onze zintuigen drinken dit eenvoudige maar spectaculaire stukje natuur. Veel meer woorden kunnen we er niet aan hangen, we zijn een beetje sprakeloos. Honderden foto’s herinneren er ons aan hoe hard we onder de indruk waren.
De zonsopgang wordt een beetje verknoeid door wolken, maar we wandelen een paar uur en dan vallen andere dingen op. Er is hier nagenoeg geen begroeiing, en toch lopen er 2 kuddes geiten rond. Behalve die en een aantal vogels is hier geen leven te bespeuren. En toch is het hier niet doods. Integendeel. We drinken de absolute rust en beseffen dat dit misschien de voorlaatste activiteit (nuja, languit in de zon) is van ons jaar.
Tegen de middag ruimen we ons zaakje toch op, dan hebben we nog net genoeg tijd voor een 3daagse trekking. De terugrit is op een paar sputteringen van de motor na rustig. Het wordt steeds makkelijker om met die Enfield hindernissen aan te pakken. Als we terug in Leh zijn, blijken Buzz en Lars nog steeds daar! Een Delhi Belly (zo noemen ze hier de maagproblemen ten gevolge van onhygiënisch eten) en een probleem met de post hielden onze superheroes ter plekke. Onze motor start intussen ontzettend slecht. Moet telkens bergaf gerold worden om dan in 2e de koppeling te laten schieten. Wetend dat de koppeling net het zwakke punt is van zo'n Enfield hou ik telkens mn hart vast om -in plaats van de plofjes van de draaiende motor- geen gierend gekraak te horen, met bijhorend verbrand luchtje.

