De grens over
Maandag 3 oktober 2005, 20.00 , Ulaan Bataar station. Met de rugzakken op het perron staan we te dromen van wat komt. Nooit zijn we langer weg geweest dan nu, nooit zijn we na acht weken weg aan iets nieuws begonnen, een grens over. Het station heeft het gevoel van une Grande Voyage. Een trein gaat naar Rusland, een andere naar China Je verwacht Humphrey Bogart of Lauren Bacall aan het volgende raampje.Na een rustige nacht op de trein en drie uur wachten aan de grens zijn we in China. In een andere wereld. Slechts hier en daar nog een cyrilische letter, de rest is helemaal onleesbaar. Kraampjes overal, zowaar asfaltwegen en meer bussen dan we ooit in heel Mongolie gezien hebben. Welkom in het land van rochels, collectief kakken (Brenda en drie andere Chinese vrouwen in een hokje van 2 bij 3 meter, zonder tussenschotten!) en roken op de bus!
Na een busrit van 17 uur komen we om half vijf 's ochtends ergens in Beijng toe. Straatborden lezen lukt niet, de weg vragen ook niet. We beginnen maar te stappen. Hoe groot en dynamisch Beijing ook mag zijn, op dit uur slaapt zelfs een stad van 12 miljoen. Met handen en voeten vinden we toch onze weg naar de Temple of Heaven. In dit prachtige park zijn we net op tijd voor de dagelijkse tai shi. Voor fitness sake gebeuren de gekste dingen hier; slow motion zwaard vechten, 'everybody was kungfu fighting' op 33 toeren per minuut, en dat zijn nog maar de normaalste dingen. Had Monty python hun ministry of funny walks hier opgenomen, niemand zou het geloven. Na een flinke tocht komen we in ons guest house. In het douchehokje stoten we op Piet, een van de Belgische Rexvrienden van Mongolie (hun verhaal vind je op http://wezijnopreis.blogspot.com). De eerste nacht blijven we nog in dit backpacker's hostelletje, daarna verhuizen we naar een intiemer hotelletje met eigen kamer en binnenkoertje. Het wordt onze basis van waaruit we het grootse Beijing ontdekken.

