Vrijdag 2 juni - zaterdag 10 juni

Het is eventjes zoeken hoe we al onze spullen op onze motor moesten laden maar als de rugzak, de tent, de tanktas en wijzelf eindelijk een plaatsje gevonden hadden wordt de lucht blauw en het leven mooi. We vertrekken meteen voor een ambitieuze rit van Wachtebeke (Oost Vlaanderen) naar Ophoven in Limburg (en dat is echt bijna het einde van de wereld).
We nestelen ons nog een laatste keer knus in de familiale warmte en laten de neefjes spelen op de motor. Boys will be boys zeker?.
En nu voor echt. Met de zon in de rug en de wind in de zeilen. Vanaf Keulen begint het echter te regenen. Een halfuurtje zitten we rillend voor een warme choco in een wegrestaurant, nat tot op het bot, licht hunkerend naar het exotisch zonnige Ophoven. Maar goed, een beetje doorzetten nog en dan gaan we een slaapplaatsje zoeken in Nurenberg. Cultuurshock! Wat een prijzen! Wat onbehulpzame mensen om een betaalbaar hotelletje te vinden. Koppig zetten we door en dingen zwaar af (de huisbazin is in shock, maar we krijgen een korting van 18 euro) voor een Zimmer Frei aan een som waarmee we in Nepal bijna een heel restaurant kunnen kopen.....
We worden wakker, en meteen met het hoofd in de nek om de wolken in te schatten. Ziet er toch stevig grijs uit. En jawel, eenmaal aan het rijden, parelen de druppels weer op ons visier. Maar goed, we zijn bijna in de Alpen en “eenmaal we daarover zijn zal het wel beter zijn”. Over de grens met Oostenrijk stopt het al met regenen. We warmen ons al aan het idee dat we vanaf morgen in mediterrane omstandigheden kunnen rijden, en genieten onbezorgd van de heerlijk slingerende wegen die ons over de bergen leiden. Maar dan begint het weer te regenen.
Tegen zessen vinden we een bescheiden camping, waar we voor 15€ ons tentje mogen prikken. Voor 20€ mogen we anders ook op de grond in het tuinhuis slapen..... In Nepal betaalden we zelden voor overnachting in een kamer, we moeten echt nog wennen. Als het zo doorgaat zijn we blut voor we ooit in Turkije zijn, laat staan dat we nog teruggeraken.
Dag drie. Grijs. De jassen en schoenen zijn nog nat. We breken de tent op, zoeken een bakkerijtje en gaan terug op pad.
De route is een van de mooiere motorritten in de alpen, zo blijkt aan de honderden andere motorrijders die hier meegenieten van de uitzichten en de ontelbare bochten die we met de grijns aan elkaar breien. Onze motor is hier echt op zijn plaats. Wat een rijplezier!
Eenmaal over de bergen wacht ons letterlijk een koude douche. Noord Italie is gehuld in een nat wolkenpak. Damn. We rijden nog door een heel mooi stukje Slovenie om dan aan de Kroatische kust te komen. Campings zien eruit als de parking van de Colruyt bij ons, maar kosten nergens minder dan 25€, zelfs al staat je tent dan bijna op de pechstrook van een drukke weg. De legendarische norsheid van de 'Voormalige Oostbloklanden' is nog niet ontdooid, ook al wordt alles hier aan westerse prijzen doorgerekend. Er zijn gelukkig uitzonderingen.
Na een uur zoeken naar een plekje om te overnachten trekken we onze stoute schoenen aan om te vragen of we in iemands tuin mogen kamperen. De eerste 2 keer vangen we bot, maar de derde poging stoten we op een gouden man. Franz moet ruim voorbij de tachtig zijn, maar spaart geen moeite om ons ter hulp te zijn. Hij wijst ons het beste plekje aan, toont ons waar we drinkwater kunnen nemen, wil ons zelfs te eten geven, en gaat bij de buren om dekens, want slaapzakken hebben we niet mee, en op deze koude waren we niet voorzien. En voorwaar, het klaart even op! Net voldoende om een straal zon op onze bleke snoet te vangen en om even te kunnen genieten van de schoonheid van de Kroatische kust. Na zonsondergang kaarten we de hele avond lang.
Dag 4 We hoeven zelfs niet uit het raampje te kijken. Verschillende keren werden we 's nachts gewekt door hevige regenbuien die hamerden op ons tentje. De hele voormiddag regent het onophoudelijk. Ons hele hebben en houden is doorweekt. Onze Sturm Und Drang smelt ervan. Onze motor, onze vrijheid is nu een stevige gevangenis met hoge muren en prikkeldraad. Op 1200km van huis, en nog vlot 2500 km van Tarsus, waar Tom en Ebru over een paar dagen trouwen, zitten we muurvast in de regen. Overal waar we heen willen pakken de wolken zich dreigend samen als een stel grijnzende hyena's die het op ons gemunt hebben.

Bij een dampend theetje vragen we ons af waar we in godsnaam mee bezig zijn., maar als de wolken even pauze nemen pakken we toch opnieuw ons boeltje in. Na een halfuurtje door de bergen rijden, blijkt dat het blauw achterons is en het grijs voor ons. Ik weet het beste lezer, het is vast van de tijden van Armand Pien geleden dat u nog zóveel weerpraatjes hebt gehoord, maar voor ons is er op dit moment geen lol aan. Alles is grijs en grauw. Na de zon en hartelijke warmte van Nepal valt het ons dubbel zwaar. We beslissen er dan maar een rustdagje van te maken en maken rechtsomkeer en zoeken een Zimmer. We wandelen door Críkvenica, dat kronkelt en draait en keert tot we ons ergens weer kunnen oriënteren. En het lukt ons om een terrasje te doen zonder nat te worden! De zon schijnt verlegen maar we vieren het uitbundig en warmen ons als katten in de schaarse straaltjes. En we smeden meteen plannen om de volgende dag toch de hele Kroatische kust af te rijden, want mét de zon is het prachtig.
Maar die volgende dag is het weer van dat. Doorweekt gooien we de plannen om en gaan we via Zagreb en Servië sneller naar Bulgarije om de allerkortste weg naar Istanbul te rijden, want daar moet het toch goed zijn.
In Zagreb, na een zoveelste pauze door de hevige regens kunnen we niet meer verder. Aan een péagepost twijfelen we anderhalf uur of we al dan niet doorrijden. Hadden we waterdichte motorkledij gehad, zou het plaatje er misschien anders uitgezien hebben, maar ons geduld is nu wel op. In het overigens fantastische boek 'Zen and the art of motorcycle maintenance' tref ik een passage aan die de vinger op de wonde legt: ‘physical discomfort is important only when the mood is wrong’ Onze spirit om ermee door te gaan is verdwenen. We voelen ons verweesd, zijn nat tot op het bot, en hebben zowaar honger (we zitten bijna door ons pakskessoeprantsoen). Zo ver van huis en nog niet eens halfweg, het geld dat aan ijltempo (vergeleken met Azië) door de vingers glipt en het mooiste stuk van de dag rillend van de kou op autostrades en in wegrestaurants doorbrengend, zonder met elkaar te kunnen praten door het windlawaai, hebben we er genoeg van. We besluiten niet naar Servië door te steken, dat schuilt onder een antracieten horizon, maar gewoon naar de blauwe lucht te rijden. Die brengt ons in Ljubljana, Slovenië. Vermoeid door de kou vinden we geen hotel dat aan onze –voornamelijk financiële- eisen voldoet, dus kamperen we aan de rand van de stad, op een heel leuke camping; Het blijft droog die avond, waardoor we toch een beetje kunnen genieten, maar de sfeer zelf warmt niet op. Waar zijn we in godsnaam mee bezig. Onderkoeld en oververmoeid staan we nu nergens, terwijl de SMSjes over de hittegolf in België aanspoelen.
Wakker en het is droger. We houden nog een rustdagje om te bezinnen wat we nu gaan doen, de tijd wordt wel erg kort om nog in zuid Turkije te geraken. Maar we laten het niet aan ons hart komen en kuieren in Ljubljana dat zichtbaar meegeniet van de lente. Ook al zijn de mensen hier erg bot, we lusten het stadje wel, dat zich duidelijk wentelt in verse rijkdom. De pompeuze handtassen, cabrio's en juwelen worden met veel trots geëtaleerd. En wij? T shirtjes, ijsjes, shopping en terrasjes... Eindelijk.

Noord of zuid? Terug of door? Tom en Ebru's trouw in Tarsus of Gent? Maar wat dan als we terugkeren? Na lang twijfelen en een aanhoudende stroom SMSjes over hittegolven beslissen we om ons kar te keren en terug te rijden. Als alles goed gaat halen we net nog het feest van T en E in Gent. Het heeft nogal wat voeten in de aarde om de ketting te verversen op de motor, maar we spurten noord. En deze keer is het wel waar: eenmaal over de bergen is de zon er! Oostenrijk en Duitsland baden in de warmte. Mensen dragen hier tank tops in plaats van rolkragen, een goed teken! Oostenrijk en zuid Duitsland zijn trouwens veel mooier dan hun reputatie doet geloven. Ook al klinkt het burgerlijk of bejaard: toch kan Effieweg u deze streken met stip aanraden! Neem de fiets, kajak, kids en wandelschoenen mee en drink de verse berglucht vanop een prachtig vista.
We kamperen op een afgelegen boswegje waar we de laatste kliekjes eten bijeen gooien. En ‘s morgens worden we zelfs wakker omdat de tent al lichtjes kookt in de ochtendzon.
Zaterdagnacht komen we aan bij Chris en Bert. De nacht is zwoel en wij doodop …
Zon, gastvrijheid, terrasjes, goeie kost van de mama's.... België is ineens ons vakantieparadijs
Labels: belgie, moto, Oost-Europa