Via deze blog willen we in contact blijven met de homies, terwijl wij Azie afschuimen. Van de mongoolse steppe tot de tibetaanse pieken, via China, Vietnam, Cambodia, Laos, Birma, Nepal en god weet waar we nog terecht komen in dit jaartje weg...

zaterdag, september 03, 2005

Khatgal - UB: flying high

Khatgal overviel ons niet meteen van schoonheid of levendigheid. Maar de dreigende regen zat daar wel voor veel tussen. Het beloofde land (een guesthouse waar iedereen enthousiast over laaide)was nergens te bespeuren. Regen. Gemor. Geen mens op straat. Tot we uiteindelijk vlak voor een ergere stortbui ons plekkie vonden. We droogden op voor de haard met -eindelijk eens- westers eten en ne cola. Voor je ons vervloekt als touristische ketters: 2 weken zoute melkthee en schapenvlees is zo n eenzijdig dieet dat zelfs je urine naar thee en schaap ruikt...
De regen bleef heel de dag duren. Aangezien iedereen binnen vast zat, werd het Guesthouse een toevluchtsoord voor alle reizigers uit heel de omgeving. Paardrijtochten, wandelingen, jeepritten, alles was geannulleerd. We praatten er dan maar op los. Wij willen naar het westen maar vresden er niet te geraken doordat de regen alle pistes tot modderbaden herleid had. Onze enige optie: terug naar UB gaan en vandaar vliegen. Maar dat leek al helemaal hopeloos. Tussen de gestrande mensen was er ook een noorse piloot, die in Mongolie zijn prive maatschappij heeft, maar door de regen zijn klanten niet kon ophalen. De volgende ochtend regende het nog altijd even hard. Maar s middags klaarde t n beetje op en meldde de piloot droogjes -net als we onze was aan t doen zijn- dat hij over n uur vertrekt en dat we wel meekunnen tot in UB voor 60$. Deze 2 backpackers hebben dus een privevlucht gestrikt! Het mooiste ervan was dat zijn klanten in Tsagannuur zaten en we dus een prachtig zicht kregen op de streek die we ervoor te paard gedaan hebben... Tja, een zwaar leven hebben we hier.
Terug in UB vonden we snel een bed, de trui die ik 3 weken geleden verloren was, onze deense dames, tickets naar het westen -de streek van de Kazakse eagle hunters- en de tijd om eens goed te mailen.
Volgende updates zullen allicht over een paar weken komen, met wat geluk kunnen we mee jagen met de arend, maar we hebben al zoveel geluk gehad tot nu toe dat we er niet op durven hopen

Labels:

Vakantieliefde

Na onze zware tocht naar de Ducha, storten we ons in Tsaaganuur terug in ons gezapig Club Med leventje; lekker lang uitslapen, stieken onder dekentjes vrijen in de dorm, gekleefd aan onze boomstronkzitjes een boek lezen in de zon. Op een van die luilekkerdagen hebben we 'hem' ontmoet; bruine ogen, korte bruine haren met een licht blonde glans, niet zo gespierd, maar wel sterk; onze eerste vakantieliefde, onze viervoetige vriend Rex. Elke dag kwam hij kwispelend naar ons guesthousje gedarteld op zoek naar wat etensrestjes. Daarna bleef hij meestal gezapig naast ons in het zonnetje zitten of vergezelde hij ons naar het meer of de winkel.

Toen we op zaterdag 27 augustus eindelijk Tsaaganuur verlieten, met twee gidsen, twee pakpaarden en twee rijpaarden richting Khatgal (drie paarddagen verderop), volgde Rex ons vol goede moed. Wegjagen hielp niet, de liefde was wederzijds. De eerste beproeving kwam na een halve dag paardrijden. We kwamen aan bij een rivier van een 20tal meter breed. Onze paardjes werden op het vlot gezet, maar arme Rex, die ons enthousiast volgde, werd door onze gids van het vlot geschopt in het water. Even later stonden wij veilig aan de overkant terwijl een verzopen Rex aan de andere kant stond te janken. Ongeloof stond in zijn ogen geschreven dat dit het einde was van ons intieme samenzijn. Het was hartverscheurend. Jan en ik waren blij dat we zulke grote zonnebrillen op hadden - toch konden ze onze dikke rollende tranen niet verdoezelen (Jan en ik blijken onze liefde voor honden te delen)... tot we Rex plots disneylike een heel eind verderop de brute rivier zagen overzwemmen. Stiekem waren we dolgelukkig dat onze magere straathond de rivier getrotseerd had om bij ons te zijn.

Ook de volgende twee dagen bleef hij bij ons - dwars door de bergen, door zompige moerassen, zwemmend door rivieren, terwijl wij met zere achterwerken op onze paardjes zaten te draven. 's Avonds als we kookten op het kampvuur, bleef hij hoopvol wachten op restjes - als er die nog waren, nadat onze niet zo goed voorbereide gidsen de hele pot hadden leeggeschaard. 's Nachts hield hij de wacht aans ons tentje - een beetje pro forma blaffend op alles wat bewoog. Na twee stevige dagen paardrijden van bijna 7 uur per dag kwamen we aan het prachtige Khovsgol meer aan. Daar zagen we na twee weken eindelijk weer wat toeristen.

De laatste derde dag was waarschijnlijk psychologisch een van de zwaardere. Terwijl onze Rex snel en gezwind langs het meer dartelde, deden onze gidsen er alles aan om ons te vertragen en ons zo een vierde dag aan ons been te lappen; manicure voor het vertrek, een klapke met de locale boeren, achteraan onze 'karavaan' rijden. Jan kreeg het fameus op zijn zenuwen maar zijn ophitsende 'sjoe'en' en zweepslagen kregen zijn paard geen meter sneller vooruit. We stevenden recht op een confrontatie met onze gidsen af, die ons beloofd hadden Khatgal in drie dagen te bereiken, toen we plots langs het meer op een groepje mensen stootten, het Joker tentje verraadde hen al,maar vooral het gekoelde bier bevestigde ons vermoeden dat we hier te maken hadden met echte Belgen. Miek, Agnes, Piet en Mil, de vier vriendelijke Belgen uit Westerlo nodigden ons al snel uit voor een pintje en binnen de kortste keren werd ons ook een lift aangeboden in hun busje naar Khatgal de volgende morgen om de laatste 20 km te overbruggen. De rest van de avond brachten we bij het kampvuur door, chocolade etend, thee drinkend en met z'n zessen onze lieve hond Rex voederend...

Maar aan alles komt een einde, ook aan disney-achtige hondenverhalen.De volgende ochtend tegen 9 uur moesten we afscheid nemen van onze trouwe Rex. Onze lieve Belgen hadden nog geprobeerd om hun chauffeur te overhalen om Rex mee te nemen (tot groot ongeloof van hun Mongoolse gids en chauffeur), maar teverfeefs... om 9u15, na meer dan 150 km, tochtjes naar het meer en de winkel, lieten we Rex achter, met een half brood en een blik sardienen als troost! Onze zonnebrillen kwamen opnieuw goed van pas en ook onze nieuwe Belgische vrienden hadden het moeilijk om de achter de bus rennende Rex achter te laten!

Bedankt, lieve Rex voor de prachtige tocht samen, voor je eeuwig kwispelende staartje, voor je zogenaamde nachtelijke waken, je ruivende pels die al onze kleren besmeurde met stoffige grijze haartjes! Voor ons blijf je onze allereerste hond!!!

Labels:

De Ducha en het sjamanisme


Ducha zijn aanhangers van het sjamanisme. Sjamanen spelen een zeer belangrijke rol in de gemeenschap; ze geven raad, genezen en voorspellen de toekomst. In tegenstelling tot de Afrikaanse medicijnmannen kunnen zij de geesten die ze lokken ook zelf controleren. De sjamanen dragen een kleurig gewaad in slierten, gelijkend op slangen, om de geesten te lokken. De veren op hun hoed dienen om de sjaman te doen vliegen. De trommel wordt met paardrijden geassocieerd. Al drummend verplaatsen ze zich naar andere werelden. Soms drummen ze voor uren. Om sjaman te worden moet je de sjaman ziekte overwinnen. Je wordt eerste ernstig ziek. Als je in het ziekenhuis niet geholpen kan worden, word je doorgestuurd naar een sjaman die bepaalde rituelen met je uitvoert. Als je het overleeft, kan je tot sjaman opgeleid worden.

Benedicte maakte een aantal dingen mee waardoor ze, door de lokale bevolking, als sjaman beschouwd wordt. Zo kreeg ze oa heel vreemde dromen; 's nachts klopte er iemand op de deur van het huis waar ze verbleef. Iedereen sliep door behalve Benedicte. Ze ontving de oude man met thee en praatte ermee. Toen ze de volgende ochtend het relaas vertelde en de man beschreef, wisten de ducha haar te vertellen dat het een bekende geest was. Ook tijdens haar verblijf in Rusland werden haar signalen gegeven dat we opgeroepen werd tot sjaman. Onverwacht werd ze heel erg ziek. In het gewone ziekenhuis werd ze doorverwezen naar een sjaman waar ze gedurende een aantal nachten naast een 'patient' moest liggen die, volgens de sjaman, 'in dezelfde toestand als haar verkeerde'. Dire dagen lag ze naast een lijk, omgeven door vliegen en een onmenselijke stank. Benedicte overwon haar ziekte, overwon de geesten en werd zo als sjaman erkent. Vervolgens volgde ze de opleiding en nam deel aan het sjamanexamen. In Rusland zijn de sjamanen namelijk georganiseerd in een verbond, met examens, certificaten en jury's. Benedicte heeft een officieel certificaat als 'gediplomeerd sjaman'. Overal waar we komen, komen meteen mensen op haar toegelopen om te vragen of ze hun toekomst wil voorspellen of hen wil helen. Het is grappig hoe 'gewoon' dit voor ons is geworden. Vaak zitten Jan, Katia en ik gezellig te kletsen over de laatste nieuwe films in de bioscoop, terwijl Benedicte (hier Tuja genaamd) met veel lawaai en pijnlijke kreeten boze geesten zit uit te drijven.

Door Benedicte sjamanistische achtegrond gaan we ook mee in een aantal rituelen. Tijdens de lange busritten stopten we vaak bij sterke 'ovoo's', een hoop takken, stenen met blauwe linten, krukken en beenderen, waar offers gebracht worden. Meestal lopen we er 3 maal rond en offeren - of geld - of vers eten (zeker geen restjes). Tot nu toe zijn de geesten ons alvast goed gezind geweest, want het was al een prachtige reis!

Labels:

Academisch kwartiertje: de Ducha


Via Benedicte, de Deense antropologe, zijn we heel wat te weten gekomen over de Ducha (Tuva of Tsataan). Ducha en Tuva waren eigenlijk eenzelfde etnische groep die vooral leefde in het taiga gebied in het noorden van Mongolie en het zuiden van Rusland. Toen er na de tweede wereldoorlog een grens getrokken werd tussen deze twee landen, werden tal van families uit elkaar getrokken.Ouders die naar het Mongolische deel uitgeweken waren om aan de legerdienst te ontsnappen, werden door de grens afgesneden van hun kinderen die op kostschool zaten in Rusland. Ook nu nog wordt er streng opgetreden als je te dicht bij de Russische grens komt; je wordt gewoon neergeschoten.
Ducha of Tuva zijn vooral bekend om hun rendierkuddes, hun keelzingen en als een van de enige overblijvende haarden van sjamanisme.
De rendieren zijn de afgelopen jaren enorm in aantal afgenomen. Daar waar men vroeger bijna 100 dieren per 'familie' had, heeft men er nu nog maar een tiental. Dit is onder andere te wijten aan de harde winters (1999-2001) en het feit dat ze het gewei van de jonge dieren heel vroeg afsneden en het gebruikte om medicijnen van te maken. Daardoor waren de dieren veel vatbaarder voor ziektes. Opdat de rendieren genoeg zouden kunnen grazen trekken de ducha om de twee weken (soms twee maanden) naar nieuwe gebieden. Ze melken de dieren, eten ervan, maar gebruiken ze ook als pakdieren en transportmiddel. Naast hun kuddes leven ze ook van de jacht en eventueel van fruitpluk. Vruchten op bergen of heuvels, waar er meer geesten zouden kunnen dwalen, worden altijd geplukt door de ouderen. Dat is minder erg als die door de geesten gedood worden... De maaltijden die wij voorgeschoteld kregen bestonden voornamelijk uit rendiermelkthee en rijst met (schapen)vet en 'bakstenen' brood. De ducha zijn ongelooflijk arm en zijn ook zeer vatbaar voor ziektes. Omwille van de rendieren moeten ze in zeer koude gebieden wonen; Benedicte vertelde ons dat toen ze daar was in de winter het -40 graden buiten de tipi en -20 in de tipi was. Om zich te warmen dragen ze, net als de andere Mongolen, 'dels', lange mantels, vaak van vilt of ruw zijde met een gekleurde riem. Ook het vuur in de tipi is een manier om zich te verwarmen. Het staat enorm centraal in hun leven. In het vuur mag er dan ook nooit afval gegooid worden. Rechts van het vuur zitten de familieleden. De linkerkant van de tipi is voorbehouden voor de 'gasten'. Als je je in de tipi wil verplaatsen moet je altijd achter de mensen doorkruipen (wat soms behoorlijk moeilijk en ongemakkelijk kan zijn). De tipi's ingang is altijd naar het zuiden gericht. In het noorlijke deel van de tipi liggen meestal de meest persoonlijke bezittingen van de families, want deze windrichting is voor hen het heiligst.
Het keelzingen is ook zeer kenmerkend voor de ducha. Slechts weinigen hebben deze gave. In onze taiga was er maar een vrouw die het kon en zij lag op sterven, op 55-jarige leeftijd. De gemiddelde Ducha wordt 60 jaar, maar ze zien er gemiddeld 20 jaar ouder uit. De 'oude' vrouw was de echtgenote van het opperhoofd. Ook voor deze familie hadden we een overlevingspakketjesgeschenk meegebracht (bloem, lucifers, ajuinen, wortels en een pen). Geschenken worden altijd met twee handen afgegeven en aanvaard. Als blijk van waardering wordt het geschenk even tegen het voorhoofd gehouden, wat als het heiligste deel van het lichaam wordt beschouwd. Oudere mensen zullen ook vaak aan het voorhoofd van een kind ruiken om het geluk toe te wensen en vooral benadrukken dat het 'zo lelijk als de nacht is', op die manier zullen de geesten het kind zeker niet meenemen. Voor de derde verjaardag van het kind mag het haar ook niet geknipt worden; de ziel die nog in het lichaam ronddwaalt zou immers ook in het haar kunnen zitten.

Labels:

vrijdag, september 02, 2005

Jan en Brenda in Wonderland - het Tuva avontuur



Op zaterdag 13 augustus begon ons grote Tuva avontuur, de queeste naar het 'land van het rendiervolk'. Samen met de twee Deense antropologen, Benedicte en Katia, en Benedictes tweejarige dochtertje, Jasmine, stapten we op de diesel nachttrein naar Erdenet. 12 uren, twee babyhuilbuien en drie pampers later kwamen we in de tweede grootste stad van Mongolie aan. We hadden bijna onmiddellijk een busje geregeld naar de volgende stad, een twaalftal uur verderop, maar dat werden er uiteindelijk 24. Vier uur wachten voor we eindelijk vertrokken, vastzitten in de modder, verdwalen op de donkere steppe en een in slaap vallende chauffeur die in het midden van de nacht de motor afzette en ons verplichtte om bij 0 graden, opgeplooid op een miniscuul busbankje, te slapen. Geradbraakt bereikten we onze volgende stad, Moron.

Klaar voor een nieuwe busrit van twaalf uur richting Tsaaganuur, een 'stadje' in de absolute noordelijke uithoek van Mongolie, gelegen aan een groot meer. Twee dagen hadden we nodig om te bekomen van de wilde busritjes en om de paarden te regelen. Onze dagen werden gevuld met het voorzien in onze basisbehoeften; er was geen elektriciteit, geen lopend water noch verwarming. Dus het duurde vaak een halve dag voor we het water dat we bij het meer gehaald hadden, verwarmd kregen op ons zelfgemaakte vuur en ons in een tube min of meer konden wassen. Dit is trouwens een van de enige plekken op aarde waar je geen coca cola kan krijgen!

Tegen vrijdag 19 augustus waren we eindelijk klaar om te vertrekken met onze karavaan van 2 gidsen, zes rijpaarden en twee pakpaarden. Twee dagen gallopeerden we over de uitgestrekte steppes (machtig!!!) en ploeterden we door drassige moerassen, ik op mijn hevig paardje Ginger, Jan op zijn oude bokkige bes die met geen stokken vooruit te krijgen was.

Zondagavond wordt ons volharding beloont. In de verte, door een grijs regengordijn, zien we de eerste tipi's. Naarmate we naderen, zien we ook de kudde wite en grijze rendieren die gezapig liggen te grazen. Het tafereel is adembenemend mooi, onvatbaar, surreeel en onwerkelijk! Bij aankomst barst er een enorm onweer los. We worden meteen opgevangen door het oppperhoofd met de gebruikelijke afgedankte Chinese thee, met zout en rendiermelk. Die nacht, in ons tentje, kunnen onze dromen de werkelijkheid niet overtreffen! Alsof de ervaring nog niet uniek genoeg is krijgen we de volgende dag te horen dat de Ducha (benaming voor Mongoolse Tuva) hun kamp opbreken en verder trekken . We helpen hen met het opbreken van de tipi's en in minder dan twee uren ligt hun hele hebben en houden geladen op de rendieren. Wij vertrekken als laatste achter de karavaan aan. Tegen de tijd dat we de nieuwe nederzetting bereiken is het nieuwe 'dorp' al bijna volledig opgebouwd. De twee volgende dagen doen we niks anders dan van de ene tipi naar de andere lopen. De Ducha vinden het immers heel onbeleefd als je hen niet bezoekt, dus we brengen onze dagen door, rendiermelkthee drinkend, clouseauliedjes zingend en hopeloos bladerend in onze phrasebook. Op een bepaald moment zaten we met zijn 14 in een tipi drie flessen vodka achterover te slaan, drinkend op het nieuwe homeland. Toen ik na een tijdje een beetje aangeschoten uit de tipi sukkelde, werd ik verrast door een prachtige regenboog... . Onvatbaar! We verlaten na drie dagen de Ducha met pijn in het hart, we hebben zoveel geleerd, zoveel gezien,zoveel ervaren. De terugweg verloopt een pak vlotter. Op minder dan twee dagen staan we terug in Tsaaganuur, waar we ons meteen in het meer storten voor een flinke wasbeurt.

Labels: