Motorcycle diaries Northwest part 2
Donderdag 08/12 Lai Chau - Paso
De meeste toeristen gaan naar Lai Chau via Dien Bien Phu. Wij verkiezen de kortere weg binnendoor. En worden beloond met een erg authentiek stuk Vietnam. Zo authentiek dat tot 3 maal toe mensen het op een lopen zetten als ze ons zien. De weg 'highway 6' gaat over flinke bergen, dus 'high' is hij wel, maar de 'way' erin is vaak ver te zoeken als er om de vijf meter maar een beetje asfalt ligt. In een sterke gladde afdaling is het voorwiel ribbedebie, en zie ik Brenda de gracht in vliegen voor ik er zelf bij lig. Geen schrammetje. Het enige dat gekrenkt is, is mijn eergevoel.
In Lai chau lunchen en maken we een wandelingetje langs de paalwoningen van de Thai. Ze kijken nogal misprijzend naar onze modderige regenpakken. We schamen ons dat deze veel armere mensen zoveel properder zijn en zoveel meer trots hebben. Maar we zijn al bij al toch blij dat we onze pakjes hebben aangehouden want we zitten nog maar net terug op onze stalen ros of het begint alweer te regenen. De combinatie van regen, een pad van gladde stenen en modder en steile klimmen zorgt ervoor dat we ons plan om naar het bergdorpje Sinho te gaan moeten laten varen. We keren na een uur foeteren en duwen terug naar de hoofdweg. We zijn doorweekt en het wordt stilaan donker. Zullen die avond ueberhaupt nog wel een hotel bereiken? De Lonely Planet spreekt over een hotel ... 100 km verderop! Maar we laten de moed niet zakken. We scheuren door de bochten, doorweekt, met de regen in het gezicht en zingen luid: "door de wind, door de regen", "singing in the rain" "Waterloo" en andere foute eurosongfestivalliedjes. Het is al donker, kou en nog steeds hebben we meer dan 60 km voor de boeg als plots een hotelletje opduikt. Gloednieuw, gebouwd in 2005, met een zalig groot bed en warme douche!! Een geschenk uit de hemel!
Vrijdag 09/12 Paso
Paso, onze onverwachte redding, stelt bij daglicht niet veel voor maar een kronkelende weg richting Malipho en de Chinese grens is een zaligheid die in geen enkele gids vermeld staat.
We rijden lukraak een zijweg in, komen vast te zitten in de modder en laten onze trouwe Minsk achter. Al snel komen we in een klein dorpje waar ons meteen een kopje thee wordt aangeboden. En eens ze door hebben dat ze zichzelf op ons digitaal fototoestel kunnen zien, willen ze maar al te graag met hun mooie kleren voor ons poseren. De Xa vrouwen zijn zo mooi met hun roze dassen, zwarte mutsen en witte schorten. Ze voelen zich zo vereerd met ons bezoekje. We zetten de wandeling verder, via een smal padje, naar wat we denken dat Malipo is. Anderhalf uur ploeteren in de modder later en ettelijke keren "nog even achter de bocht kijken" blijkt dat we een akkerpad hebben gevolgd. We besluiten een weg naar beneden te zoeken... Een Lugu (zie verslag Lugu lake China), door dichte begroeiing, over een beekje, dwars door de rijstvelden. Een half uur later staan we terug beneden en we knetteren naar een grensdorp. Dao San, 30 km verderop bereiken we via een steeds steiler wordend bergpad, door de mist, maar met vaak adembenemende zichten op rijstterassen. Het plaatsje zelf is een eaglesnest aan de Chinese grens. Van de diverse minderheden die we onderweg gezien hebben, wonen er hier twee. Het onthaal is koeltjes. En na 5 minuten worden we al van de markt geplukt door een grenswachter. Hij heeft een half uur en vijf burgers nodig om te begrijpen dat we van Belgie zijn en niet van Mongolie. Waarschijnlijk zoekt hij een border permit, want we zijn langs 5 borden van 'frontier area' gereden. Een koffie kan er zelfs niet af: we worden begeleid tot aan de motor en naar beneden gestuurd. Vandaar is het in een ruk naar droge kleren, warme douche en koude pint. Die dag verdienen we een 'voetmassage' want we hebben geen enkele andere toerist gezien.zaterdag 10/12 Paso - Sapa 80 km - zondag 11/12 Sapa - Bac Ha 120 km
Op zaterdag is het eindelijk zover. Voor de eerste keer in 7 dagen zien we de zon!! Euforie alom! Ik zit te gillen als een kind dat voor de eerste keer de zee ziet! Jan behoudt zijn coolness en brengt onze motor veilig naar onze eerste stop, een kleurig marktje op 40 km van Sapa met minstens vijf verschillende minderheden. Vrouwen met lange zwarte haren (H'Mong), vrouwen zonder haren(Dao), vrouwen met zwarte tanden (Muong), vrouwen met witte tanden (IKKE :-)...
Van het marktje is het recht naar Sapa over de beruchte Tram Ton Pas, de hoogste weg van Vietnam. Het weer zit mee en we worden beloond met prachtige zichten. Ook Sapa zit mee. Het toeristische stadje dat normaal steeds gehuld is in dikke pakken mist, baadt in het zonlicht! We doen ons te goed aan massa's m&m's en westers eten voor we op zondag alweer verder trekken naar Bac Ha, een stadje, 120 km verderop met een prachtige kleurrijke markt (wie had gedacht dat wij zo een marktgangers waren :-). De fleurige H'mong domineren de scene, links en rechts een spatje zwarte H'Mong, Dao en andere volkeren.
Vanuit Hanoi klinkt het alsof Bac Ha DE trekkingplaats is van noord vietnam, maar hier ter plaatse is daar niet veel van te merken. Geen kaarten, geen noemenswaardig aanbod. Met aanwijzingen van de uitbaatster van ons hotel gaan we dan zelf maar op pad. Het leidt naar een groepje hutten hoog in de bergen, waar kinderen de buffels naar huis drijven, akkertjes bewerkt worden met schoffels, wat gevoetbald wordt op een leeg rijstveld. We worden uitgenodigd in de hut van een zwarte H'Mong man en zijn zoon van een jaar of 10. Zo'n armoede hebben we sinds de Ducha in Mongolie niet meer gezien. De hut is zo groot als een tuinhuis, en er staat minder in. 3 krukjes, een bed en een wok. Jan krijgt vruchteloos een priveles fluiten op theebladeren. We zoeken een weg terug naar beneden en genieten van een heerlijk lokaal dineetje.
Maandag 12/12 Bac Ha - Ha Giang 150km
Net als we terugkomen van ons ontbijtje om te vertrekken, snorren onze hoteluitbaters aan ons voorbij. Motor en paspoorten liggen achter slot en grendel.... Een kwartier lang zijn we gegijzeld, het lijkt een uur, ongeduldigaards als we zijn. De rest van de rit, door een prachtige knusse vallei is daarentegen genieten van elke kilometer, elke bocht. Paalwoningen, Palmbomen, rijstveldjes 6 trouwfeesten en de zon.
We zijn op tijd in Ha Giang om er erg koeltjes ontvangen te worden, een grensstad vol officials en zonder interesse in westerse klanten.
We gaan ons aanbieden bij de politie voor een permit om de volgende dagen aan de grens te kunnen rijden, maar na wat van t kastje naar de muur gestuurd te worden voelen we nattigheid. In t burootje is al lang geen politie meer. Er wordt beweerd dat we een gids moeten meenemen aan 20dollar per dag. Die gids zal de volgende dag om 8 uur op ons wachten met permits. Als dan blijkt dat de kostprijs voor die permits onderhandelbaar is, zijn we overtuigd dat het hele gedoe een zwendel is om geld los te krijgen van de toeristen. Een zwitsers koppel met dezelfde plannen als ons, deelt die mening. 's Avonds aan het diner worden de plannen gesmeed: We gaan heel vroeg vertrekken, zodat we de lange tocht in 1 dag kunnen afleggen. In and Out het grensgebied, zonder overnachting, dat kan geen probleem zijn.

