Via deze blog willen we in contact blijven met de homies, terwijl wij Azie afschuimen. Van de mongoolse steppe tot de tibetaanse pieken, via China, Vietnam, Cambodia, Laos, Birma, Nepal en god weet waar we nog terecht komen in dit jaartje weg...

zaterdag, mei 13, 2006

spurtje

We staan ver achter.
Onze schuld volledig. Zelfs ons vlagje klopt niet meer...
Teveel lol in Nepal en een paar wijzigingen in ons programma zijn er de oorzaak van. We doen ons best om het snel bij te werken, maar we hebben t nogal druk de laatste dagen. Verrassing.

tataa
j en b

Na onze rustdag begint een totaal andere wandeling. De westkant van de pas is erg verschillend, zowel in zichten, terrein, dorpen als het pad zelf. Na Muktinath gaan we naar Johmsom. Door het slechte weer moeten we Kagbeni links laten liggen. Het sneeuwt, en naarmate we verder afdalen verandert sneeuw in regen, we waaien ook bijna omver. Johmson zelf was niet erg bijzonder. Marpha, 2 uurtjes wandelen verderop is prachtig. Een hagelwitgekalkt dorpje met smalle kriskras straatjes dat voor mijn part Unesco erfgoed mag worden, ware t niet dat die naam garant staat voor dure entreetickets en massas souvenierstalletjes. Onze vrienden zijn blijkbaar nog altijd niet terug hun oude zelf want ze stappen erg traag. We besluiten ons eigen tempo verder te houden en nemen afscheid.
We lopen langs de rivier, in steeds wisselende landschappen. Van de rotswoestijn, naar hoog-alpijns tot tropisch.Tegen onze wandelrichting in kruipen de stevig bijgekruide paniekverhalen omtrent de staking. Brandstoftekorten, ambassades die verlaten worden.... Op een grond van waarheid wordt stevig bijgefantaseerd, maar algemeen is er wel wat onzekerheid bij de trekkers. Niet echt omtrent de veiligheid, niemand voelt zich enigszins in gevaar. Wel omdat het busverkeer van het circuit naar de stad er niet is, en we dus te voet terug moeten. Drie dagen extra. Voor sommigen kan dit betekenen dat ze hun verdere vlucht naar huis misschien missen, maar de hardste klagers zijn de Israeli die op de moeite zien. We laten de wind waaien en zien wel wat er allemaal aan de hand is. Hier is de informatie toch niet betrouwbaar. Ons enige probleem is dat we door onze vele omwegen en paardentochtjes stilaan de bodem zien van onze portefeuille. Met drie dagen extra moeten we beginnen opletten met ons geld.
Intussen hebben we een nieuw ploegje gevormd met Tom en Devon. Hij Britse student geneeskunde, zij journaliste van Florida. Samen goed voor een ontluikende relatie, we hebben hun eerste handjes en kussen meegemaakt. Wegkijkend voor al dit lenteprille geflikflooi zien we bloeiende appelbloesem, rododendron, bananenbomen, en op de achtergrond de grootste kloof ter wereld. De zwarte rivier stroomt pal tussen de Anapurna en Daulgiri massieven, beide goed voor 8000 meter en meer. Dit traject wordt soms gefietst, en er zijn stukken waar ik mijn fiets erg hard gemist heb, maar er zijn er minstens evenveel waar ik hard zou gevloekt hebben om m weer een eind te dragen.... De Nepali timmeren intussen aan een weg voor autoverkeer: gekkenwerk. Een regenbuitje net als we Tatopani binnenwandelen verfrist ons. Komt goed uit want de hotsprings hier zijn zalig. Nooit zo proper geweest op de hele trekking.
Door de staking moeten we afwijken naar het oude traject. Niks mis mee, maar we waren gezakt tot 1200m, en mogen in 1 dag terug naar 3000m. U begrijpt dat we eventuele maoisten er deze keer niet zo makkelijk vanaf zouden laten komen. Op de top hadden we gehoopt op een knus en gezellig dorpje,zoals het tot nu toe altijd geweest is, want deze kant van de trekking is enorm divers qua dorpen. Zeker de overgang van de Tibetaanse dorpen naar de Indische invloed is een belevenis. Maar in Gorepani, op de top valt niet veel te beleven. Een Camping Cosmos van barakken waar ze duurdere prijzen hanteren dan in de hoofdstad....We ontmoeten er een Rus die ons inspireert om een van onze dromen te realiseren, zijnde de Ural Sidecar motoren, vlot verkrijgbaar in Moskou.... Hmm, misschien eens over nadenken.
Van Gorepani is hiet uitzocht wel zalig. Eigenlijk is het bewolkt, maar de wolken gunnen ons toch een paar prachtige zichten op de nog steeds indrukwekkende bergen. Naar beneden is een kleine hel voor iemand met een zere knie. 3950 (welke gek heeft ze ooit geteld?) treden... Hoe mooi t landschap ook is, niemand geniet van deze martelende tocht. Geen Maoisten gezien, ondanks de onheilsberichten.
Terug onderaan de berg zijn we aan het eigenlijke einde van de tocht. Stiekemerds bieden ons dure taxiplaatsen aan. We vertrouwen het zaakje niet. In het donker door de bergen rijden terwijl er een algemeen uitgangsverbod is in een land in burgeroorlog. Nee, dat doen we maar niet. We stappen nog een drietal uren verder en overnachten in een klein dorpje waar normaal geen enkele tourist komt. Nu doen ze hier gouden zaken

Labels: ,

the sky is the limit

Terug in Manang valt de stilte enorm op. Een aantal dagen geleden liepen hier nog tientallen touristen rond, nu is het bijna een spookstadje. Door ons lusje Tilicho zijn alle andere touristen nu vóór ons, de aanvoer van verse stappers is door de staking stilgevallen. We hebben dus de bergen voor ons alleen. De enige mensen die na ons zullen komen zijn een achttal mensen die wegens hoogteziekte moesten afdalen en langer acclimatiseren. Stiekem zijnn we dus erg gelukkig met de staking, want op piekmomenten zijn hier vlot 10 a 20 keer meer mensen. We konden geen beter moment gekozen hebben om deze populaire trekking te doen. Vaak is het hier drummen en wringen om tragere stappers ergens te kunnen inhalen, nu heerst een vredige rust die ons toelaat om de echte kalmte en schoonheid van dit gebied beter op te nemen. De handelaars en hoteliers zien wel zwarte sneeuw. We laven ons nog eens goed aan het uitgebreide en goede eten in Manang, en besluiten dat we geen rustdag nodig hebben om het pièce de résistance van deze trekking te stappen: de Thorung La. Volgens de Nepali is dit de grootste pas ter wereld, wat dat ook moge betekenen. Dikke tegenvaller: de apple crumble is uitverkocht, dus vertrekken we die ochtend zonder onze bijna tot heiligdom verheven lekkernij. In een rustige dag stappen we (David, Nathay, Bren en Jan) naar Thorung Phedi, het base camp op 4400m. De meeste andere reizigers splitsen dit stuk op in 2 dagen omwillen van de toenemende hoogte, maar na ons uitstapje naar Tilicho zit dat wel snor en voelen we ons enorm fit, ook al wil mijn knie niet goed mee. Dat we intussen op 4000 meter zitten, voelen we niet echt, en we zien het helemaal niet, want die bergen blijven gewoon even hoog boven ons razen. De Alpen lijken klein bier in vergelijking met deze oneindig hoog lijkende mastodonten. We kopen melige appeltjes bij een alleraardigste Tibetaanse vrouw en dartelen een paar uur berop langs een rivier. Maar we zijn niet alleen. Tientallen arenden, gieren en condors vergezellen ons en vliegen amper een paar meter boven onze hoofden uit. Het publiek bestaat uit kuddes blauwschapen, een oer-soort waaruit zowel de geiten en schapen uit geevolueerd zijn. Deze kennis haal ik uit het fantastische boek 'The Snowleopard' van Peter Andriessen (een absolute tip) Sneeuwluipaarden hebben we niet gezien, een foto van dit dier zou ons onmiddellijk erg veel geld opgeleverd hebben, want tot nu toe hebben slechts enkele tientallen westerlingen het dier kunnen zien. Van de legendarische Yeti ook geen spoor. In The Snowleopard wordt beschreven hoe enorme stukken van de himalaya nooit geexploreerd zijn door biologen, en dat veel informatie in verband met de Yeti opvallend gelijklopend is. Er zou dus iets van kunnen aan zijn. Misschien zagen de Sneeuwluipaard en de yeti ons wel lopen....
Om meteen over een ander boek te beginnen: ons groepje begint steeds meer op de expeditie naar Rum Doodle te lijken. The Ascent of Rum Doodle is veruit het grappigste boek van deze reis. Het persifleert alle heroische bergbeklimmingsboeken op een Monty Python stijl die me bijna elke bladzijde luidop doet schateren. Vanwaar de vergelijking? Vooral omwille van David. Onze canadees heeft zich ontpopt als een misantrope drinkebroer die minder eet om voldoende geld aan lokaal gestookte brandewijn te kunnen uitgeven. Vaak is hij al om 10 uur omgeven door een walm van alcohol en vuile sokken. Want zelfs na een tiental dagen heeft onze vriend geen verse kousen aan....... Wij doen moeite om ofwel voor hem uit te lopen, ofwel ver achter hem, de geur is niet te harden.
Ondanks al dit bereiken we heel vlot het Base Camp, waar we de australiers terug ontmoetten die we in Tilicho zagen, maar ook de Israeli die we bij de maoisten zagen.
David verrast vriend en vijand. Onze monden vallen open als we ontdekken waarom de apple crumble uitverkocht was deze ochtend: hij heeft de hele voorraad (goed voor vlot anderhalve kilo) stiekem gekocht, 1100m omhoog gesleurd om ons mee te trakteren op de goeie afloop van de overtocht van de pas morgen. De dag kan niet meer stuk, Brenda is zodanig geinspireerd dat ze zich stort op de waterverf van Nathay (we staan perplex dat enerszijds mensen op grammen besparen om de Thorung La pas over te gaan, en onze vrienden met een rugzak vol crumble, en zelfs waterverf naar de 5400m gaan)
Over de Israeli is ook het laatste woord nog niet gezegd. Het Base camp is een lodge in hout, verwarmd met 2 kleine electrische vuurtjes. Als de uitbaters er eentje aan onze tafel komen zetten bij het vallen van de avond, haalt een van die Israeli het ongegeneerd weg om het onder hun tafel te zetten. Als ik mn boek neem en dan gewoon aan hun tafel ga zitten, kijken ze me stomverbaasd aan. Na een kwartier smelt het ijs toch. We knopen een gesprek aan. Zij willen om drie uur s ochtends vertrekken om zo zeker de pas op tijd over te gaan. Een andere groep Israeli ten laatste tegen 4.30. Dat de wolken en wind tegen een uur of elf vaak opsteken, daar hebben ze gelijk in, maar dat ze daarvoor 8 uur voorzien om de laatste 1000m te klimmen snappen wij niet, zeker niet in het donker. Gevaarlijker en een mens ziet de bergen niet, en dat was toch de essentie van de hele trip? Zij verklaren ons gek om pas rond 6 uur 's ochtends te beginnen wandelen.

We slapen als roosjes in onze fleece slaapzak. Van de eskimo's hadden we geleerd dat er geen substituut is voor lichaamswarmte. Dus hadden we in Pokhara 2 fleece slaapzakken aan elkaar laten naaien, in plaats van alletwee een zwaardere dons slaapzak mee te zeulen waarin we elk apart moesten kruipen. Een gouden idee, want de dekens in de guesthouses en onze fleece waren ruim voldoende, zelfs op 4400m. Om halfdrie horen we de Israeli -niet gehinderd door enige emphatie om anderen niet wakker te maken- vertrekken. Anderhalf uur later nog een groep. We draaien ons nog eens om.
Na een ontbijtje staan we fit en monter klaar om 6 uur om de klim aan te vatten. Onvoorstelbaar mooi in het ochtendlicht. Die enorme massas, helemaal geen plaats voor mensen, maar zo mooi. Tot onze -en nog veel meer tot hun- verbazing halen we na anderhalf uur klimmen de eerste groep israeli in. Nog een uur later de tweede groep, die het niet zo vlot leek te verkroppen. Ondanks Israel's ski resorts en 3 jaar legerdienst vonden ze dat belgen veel meer sneeuw- en bergervaring hadden. Ze hebben t er lastig mee. Nu, vooral door onze hoogte stage op Tilicho, gaat het ook vlot. We klimmen niet snel, maar zijn nooit buiten adem en hoeven amper te stoppen om onze hartslag terug onder controle te krijgen. Geen spoor van hoogteziekte. Het valt t meeste op als we voorbij andere trekkers stomen, terwijl ze dubbelgeplooid over hun wandelstokken naar adem snakken als vissen op het droge.
Tegen halfelf staan we dan aan een hutje met een bord dat de top aanduidt. We zijn er. 5416m. 600m hoger dan eender wat in Europa. Das nog eens een hele Baraque Fraiture bovenop de Mont Blanc. En nog staan ze ons in ons gezicht uit te lachen, die hagelwit besneeuwde bergpieken. Nog staan ze duizenden meters boven ons. Net een stel grote borsten in wit Tshirt onder een blacklight. De zichten zijn fantastisch, een diepblauwe lucht weerkaatst kletterend op de sneeuw en gletsjers. Hoewel we de pas nooit als een levensdoel of zelfs reisdoel gezet hadden, genieten we toch van onze prestatie.
De afdaling daarentegen is een beetje een anticlimax. Papperige gesmolten sneeuw over een eigenlijk eerder saai en eindeloos lang pad in een gruiswoestijn. Allicht kon er na deze morgen niet veel ons nog echt beroeren, zo indrukwekkend vinden we 't. Na een lange pauze in een eenzame hut, bereiken we dan eindelijk Muktinath, een van de 2 toegankelijke dorpen van het verboden Mustang. In een andere taal een wild ontembaar paard, hier is het een ongerept stuk Tibet, dat binnen Nepal ligt. De woeste vrijbuiters die hier wonen hebben zichgesteund door de bergen, succesvol kunnen verzetten tegen de chinese annexatie. Bijgevolg is het erg authentiek. Het was tot voor kort helemaal ontoegangkelijk voor buitenlanders. Nepal vreesde dat China er ooit zou binnenvallen, maar ook voor de bewoners die niet zo tuk zijn op bezoek. Een permit van 700 dollar per persoon voor 2 weken moet de toestroom van touristen onder controle houden. Daar is nu 'Effiegeengeldvoor'. Volgende keer misschien, maar nu stellen we t met de paar dorpen die we wel mogen bezoeken.

Vandaag rustdag. Niet alleen om te bekomen van een sliert stevige dagen, maar ook om deze vallei intense te verkennen, want we zijn in 1 van de 2 dorpen van heel Mustang waar toeristen wél mogen komen. Wat doen Jan en Brenda op een Rustdag? Stappen. Vier uur lang, door de sneeuw zelfs. Deze vallei is een overwegend roestgrijze gravelwoestijn, maar van dichtbij uitzonderlijk groen. De dorpen zijn als forten gebouwd, met dikke hoge muren en bijna geen ramen. Kwaaie honden houden de wacht. In de kleine kronkelstraatjes is het erg gezellig en geborgen. Beschermd tegen de wereld, maar ook beschermd tegen de tijd. Want enkel de electriciteitspalen verraden dat je niet een paar eeuwen terug in de tijd gestapt bent. Niet alleen de huizen zijn hier gewapend tegen de harde omstandigheden, ook de mensen: gelooide huiden, voetzolen als schoenen, de ogen permanent dichtgeknepen voor het scherpe zonlicht. Nieuwsgierigheid overwint hun achterdocht en snel begint er een wederzijds spelletje mensen kijken. Had Lernout & Hauspie nog bestaan had ik veel gegeven voor een vertaalcomputertje Vlaams-Tibetaans. Mustang heeft snel een mythisch plaatsje veroverd in onze herinneringen. Ooit komen we hier wel eens een echte expeditie te paard doen, als we de lotto gewonnen hebben. Eén van de duizenden ideetjes op onze dromenlijst.

Labels: ,

dinsdag, mei 09, 2006

Het Nirvana bereikt!

Maandag 10 april en dinsdag 11 april

In Manang aangekomen moeten we eerst even bekomen van de stevige trek. We hebben vier dagen heel snel gewandeld, en veel geklommen. Dat 'bekomen' doen we meteen met een stevige hap apple crumble. Denk aan een halve kilo. Waardoor meteen de Apple crumble gekte losbarst. Na dagen van veel rijst en een beetje groentjes aan te hoge prijzen is Manang een verademing. Er is hier zelfs een cinema. Het grote dorp is bovendien authentiek en heeft genoeg bezienswaardigheden om een paar dagen te blijven. Tenslotte doen we deze trek om in dit gebied te zijn, niet om snel komaf te maken met de wandeling.
Andere gektes die aanhouden
- Fried Momo (met groentjes en kruiden gevulde dumplings, maar gebakken en niet gestoomd)
- gesprekken over 'De Situatie' hier in Nepal
- Sneeuw. Onze acclimatisatie- en rustdag, brengen we 'noodgedwongen' in het bed van ons kamertje met panoramisch uitzicht op de Anapurnas 2 en 3, Ganjapurna, een stukje Manaslu, ... helaas allemaal volledig achtere sneeuwzwangere wolken. Maar onze raampjes geven ook uit op de straat (er is er maar 1) Waardoor we ons beperken tot stevig roddelwerk, als we boven onze boeken uit gluren. 'heey daar loopt die weer. Zou ie toch doorstappen' gevolgd door 'toch niet dan' en gevolgd door 'of toch wel, dit keer met handschoenen en muts' Wantde sneeuw valt met pakken uit de lucht. De volgende dag belooft prachtig wit te worden, en zo kunnen wij sukkelaars -die en hele winter bij 30 graden in Tshirt op een motor hebben doorgebracht- toch nog eens van een beetje winterpret genieten.
-Paardrijden! Een andere reden om een 2e dag in Manang te blijven. Ze zien er ongeveer uit als de mongoolse paarden, dus denken we dat ze op de zelfde manier bestuurd worden ('CHUUR luie krent'! met rechterhand aan de teugels, linkerhand gekneld rond een fles vodka) en dat brengt de Effieweggers -ondertussen bedreven in het najagen van dromen- al snel op de rug van 2 knollen. Koppige knollen, want ze doen helemaal niet wat we willen. Onze nostalgie naar de Mongoolse steppes wordt snel doorprikt, met talrijke herinneringen aan minder vlotte passages....We krijgen deze tibetaantjes toch een aantal keren in Galop, en dat maakt het allemaal weer waard! Stel je voor dat je galopeert in de himalaya, tussen een paar achtduizend meter hogen bergen, door een besneeuwde vallei en tibetaanse dorpen. Toppie! Laat ons 1 ding duidelijk maken: de dieren rijden met ons en niet omgekeerd. Als we de hengsten even naar t volgende dorp willen nemen, moeten we na een kilometer terugkeren, want de krengen willen met geen stokslagen voorbij een brugje.... Als de eigenaar even later achterop het paard van Brenda springt, snappen we waarom. De man schreeuwt hemel en hel bijeen en zweept de dieren aan met stevige meppen vanuit de schouder. Onze aanmaningen waren gestreel en gefluister in vergelijking, en daar hebben die paarden eens smakelijk om gelachen. Maar dikke lol!
- Sneeuwmannen maken. Na een prototype van 20 cm wagen we ons op een uitkijkpunt aan de gletsjer aan een volwassen model, met alle toeters en bellen. Einstein zei al dat 'als je tegen je 25e jaar geen kind bent, je het nooit zal worden'

De avonden worden doorgebracht in het restaurantje, waar hele dikke tafellakens de warmte van een gasvuurtje onder tafel bijhoudt. Er wordt gekaart, gepraat en stevig aan de plannen getimmerd. Ons idee om een uitstap naar het Tilicho meer te gaan, verspreidt zich als een strovuur. Andere trekkers zoals Nathay (Frankrijk, 25j) en David (Canada, 23j) hebben er zin in, Flo (Frankrijk 25j) vertelt het aan een andere reiziger, die meteen het hele Israeli kamp in rep en roer zet.

Woensdag 13 - vrijdag 15 April : Tilicho lake

Volgens de Nepali is het Tilicho meer het hoogste meer van de wereld. Misschien, maar voor ons is het een mooie driedaagse uitbreiding aan een al prachtige tocht. Van het strovuur gisterenavond blijft niet veel meer over, want als we om 7 uur vertrekkensklaar staan, hebben alleen Nathay en David de daad bij het woord gevoegd. Alle anderen hebben wel een reden verzonnen om een diepgaande verkenning van het Anapurnagebied over te slaan.
Wij hebben al onze warmste kleren aangetrokken voor een wandeling die belooft frisjes te worden. Nathay en vooral David zijn erg goeie stappers, vaak lopen we 50 meter achterop. Door de vele aardverschuivingen en geitenpaadjes was hetpad verre van 'voordehandliggend' maar de enorme stilte en overweldigende bergen domineren alles. soms is het een beetje glibberig, en de brugjes zijn vaak niet meer dan een mossige boomstam. Maar dat slaat ons niet uit het lood. Na een uur of 5 klimmen zien we in de verte 1 huis met een gezellige rookpluim. Heet Tilicho Base Camp, vanwaar expedities naar het meer vertrekken. Een Zwitser vertelde ons van de alleraardigste uitbater, dus we kijken al uit naar een knusse avond rond het vuur. Maar eenzaamheid doet vreemde dingen met een mens. De legendarische Verschrikkelijke Sneeuwman is een koorknaap vergeleken met deze misantrope brompot. Buiten vriest het hard, en onze man warmt zich aan zijn houtvuurtje. Wij mogen er niet bij komen zitten. Hij vertikt het om in zijn eigen gelagzaal de kachel aan te maken. Ook hout krijgen we niet, alleen yak kak. Het lukt ons niet om het vuur zelf aan te maken, ook al proberen 2 australiers het erg lang. Na een snelle maaltijd kruipen we wegens de kou om 19.30 maar in bed. Ook al waren er bergen dekens, meer dan 1 per persoon konden we niet krijgen.

Na een stevig havermout-ontbijt trekken we op pad. Meteen staan we tot over de enkels in de sneeuw. David, totaal onvoorbereid met zijn loopschoenen en katoenen broek, moet na een kilometer al rechtsomkeer maken. Van beneden is het pad vrij goed te zien, maar we weten dat t niet zo blijft. Vier dagen geleden waren er 2 fransen die het meer bereikt hebben, hun voetsporen zijn al oversneeuwd. De australiers hebben de dag voor ons geprobeerd, maar 1 ervan had last van de knie, de andere van de twee is een uurtje verder geraakt, en besloot wijselijk dat dit geen gebied is om alleen te dolen, en is dan teruggekeerd. Dat betekent, dat we een tweetal uur kunnen gebruik maken van de sporen van Aaron en Tash, maar erna zelf het spoor moeten maken. De klim is alleszins erg steil. Vaak is het meer klauteren dan wandelen. De schoonheid van dit erg pure stille gebied is enorm. Ongeveer alle zintuiglijke waarneming is tot bijna niks herleid: er is alleen nog wit en zwart. Door het felle licht zijn er geen andere kleuren meer. Behalve de felle wind is er geen enkel geluid, zelfs de woeste rivier een kilometer onder ons is amper te horen. Het is te koud om iets te ruiken, en zeker om iets te smaken. En de tast is door de handschoenen ook gene vette.
Na een 2tal uur staan we eindelijk op een plateau op een hoogte van +/- 5000m. We staan dus nu hoger dan eender wat in Europa. Een stenen torentje met gebedsvlaggen lokt ons westelijk, het plateau op. Gelukkig is hier bijna geen wind meer, waardoor ook dat zintuig buitenspel is. Het is 14.00 uur en we hebben niet veel tijd meer -de afdaling vraagt ook nog veel tijd. De sporen van de fransen zijn ingesneeuwd, we kunnen dus zelf Walking on the moon, met sneeuw tot flink boven de knieen is elke kilometer dubbel lastig. Maar we zijn erg verbeten om het bijna mythische meer te bereiken. Na 5 minuten ploeteren in de sneeuw ben ik vrij ver voor op Brenda en Nathay. Zij geloven dat ze n meertje zien, maar een schimmige vorm in de verte en de wil om eens 'om de bocht te kijken' motiveren me om door te gaan. Al snel zie of hoor ik hen niet meer. De enige band zijn nu de voetsporen. Ik geef mezelf een kwartier de tijd om het meer te vinden. De schimmige vorm blijken gebedsvlaggen te zijn. Nieuwsgierig duw ik door in de steeds diepere sneeuw maar mijn tijd is eigenlijk om. En dan ineens ligt het daar. Perfect wit. in een ijle, bijna hemelse rust. Ik zou me het Nirvana voorstellen als het ingesneeuwde Tilicho Lake. Ik neem het een minuutje in me op, neem snel 3 foto's en haast me terug, ongerust om Brenda, de tijd en het weer, want er trekken wolken over. Ik moonwalk terug naar Brenda. Ze is me gevolgd en tot op een minuut van het meer gekomen. Ik neem haar snel mee en ook zij neemt een overgetelijke indruk op van dit bijzondere plaatsje. We haasten ons terug maar nu is ook Nathay zo dicht gekomen dat we nog eventjes met ons drieen naar het meer kijken. (gek wat een mens allemaal doet op hoogte...)
Snel hangen we Nathay's gebedsvlaggen op, en, gedreven door de intussen dikke mist, haasten we ons terug. Alles is wit nu. Er is geen horizon meer, geen zwart, geen boven of onder. Alleen onze voetstappen kunnen ons orienteren (Voor je als lezer ongerust wordt: die zijn duidelijk tot op 150m, dus verdwalen zit er niet in) Een echte White-out. Ons water is allang bevroren. We eten wat sneeuw, maar dat lest de dorst niet echt. Door de felle inspanning en het gebrek aan water begint Brenda zich slecht te voelen. We vermoeden hoogteziekte en dalen in ijltempo af. De dokters zeggen minstens 500m maar het Tilicho Base Camp ligt gelukkig 900m onder het meer. In 2 uur staan we terug beneden. David loopt ons tegemoet. Hij heeft het vuur intussen aangekregen. Brenda heeft felle hoofdpijn en braakneigingen. Drinken is de enige optie, dus ze verzuipt zich in thee. 2 uur en evenveel emmers thee gaat het al beter. Het wordt toch nog een gezellige avond.

De terugtocht willen we langs een andere route doen, een die eerste steil naar de 5000 gaat om dan geleidelijk te zakken naar 3800. Het pad? is er eigenlijk niet, het is een klauterwerk over een aardverschuiving. David, die wat teveel energie heeft na een dag stilzitten vindt het allemaal geweldig, maar ik zie er de lol niet echt van in. Echt veiliger is de route ook niet en we zijn niet eens zeker of het pad wel verderloopt, maar David argumenteert erop los. Hetgeen bij mij een averechts effect heeft. Als ik na anderhalf uur klimmen bovendien flauw en trillerig begin te worden -ik vrees ook voor hoogteziekte- heb ik er genoeg van. Brenda wil maar al te graag het hogere pad uitproberen maar ze besluit toch met me mee te gaan. Wij keren terug naar het lage pad, David en Nathay zetten door via het hoge pad. Als we ze na twee uurtjes wandelen tegen het lijf lopen en horen dat het na onze terugkeer alleen maar makkelijker en duidelijker werd, treden bij Brenda wel enkele -ik kan niet tegen mijn verlies - symptomen op. We hebben gegokt en we hebben verloren! Brenda, begint als een zot door te stappen en laat ons drieen ver achter haar. Tegen de tijd dat we terug verenigd zijn is mijn vatje dynamiet al wat afgekoeld. Apple crumble in Manang lost alle geschillen op. Eind goed, a(ppe)l goed!

Labels: ,

zondag, mei 07, 2006

Allez, dan toch een stoer verhaal! Met wapens enzo!

Vrijdag 07/04/2006

We hadden al van andere reizigers gehoord dat de kans groot was dat we de maoisten tegen het lijf zouden lopen op het annapurna circuit. Toch viel onze frank (of de aloude mop 'roepie') niet meteen toen we op dag twee al aan een 'checkpoint' kwamen...

Daar het annapurna gebied een nationaal natuurpark is, zijn er behoorlijk wat checkpoints, uitgaande van de regering. Dit checkpoint leek ons dan ook niet anders dan de andere. Toen de mannen ons vroegen hoeveel dagen we gingen trekken antwoordden we dan ook meteen waarheidsgetrouw 'een dag of twintig'... Daarmee hadden we meteen 'prijs' voor de vraag van 2000 roepie (25 euro per persoon). Uit het rode boek met maan en sikkel (dat we nu pas zien liggen) haalt de man met witte trui en wapen in de hand (daar hadden we ook naast gekeken) een vodje papier waarop de maoistische minister van toerisme (wanneer is die verkozen?) de toerist vertelt dat hij zich kan verheugen (deze emotie kwam niet in ons op!) dat hij 100 roepie (1,25 euro) moet betalen per dag dat hij zich in de 'peoples republic' (wanneer is die precies opgericht?) bevindt. Niet betalen zou waarschijnlijk niet lukken maar we zouden onze huid toch duur verkopen en gingen dus zitten voor 'e klapke' met de mannen. Hieronder vindt u het exclusieve interview van Effieweg met een maoistische rebel (met witte trui en wapen).

effieweg: 100 roepie per dag is niet weinig. Waar gebruiken jullie dat geld voor?
maoist: Om de mensen te helpen, voor medicijnen en om de dorpen te steunen.
effieweg:Hoe zien jullie je rol concreet in de Nepalese politiek?
maoist: We willen vrije verkiezingen, een regering vormen met de 7 andere partijen. We willen de bevolking bevrijden van de dictatoriale koning!
effieweg: Waar komt de naam maoisten vandaan?
maoist: Mao is de grote leider van het communisme. Hij heeft China groot gemaakt. Kijk hoe ver China nu staat!
effieweg: Maar Mao heeft toch ook historische gebouwen vernield, intellectuelen vermoord, hongersnood veroorzaakt door de gehele bevolking tewerk te stellen in de staalindustrie. Tempels en gebouwen werden vernield. Boeken verbrand. Denken jullie daar ook zo over?
maoist: We moeten alles vernietigen om opnieuw te kunnen beginnen!
effieweg: Is dat waarom jullie het paleis in Tansen twee maanden geleden hebben vernield? (nvdr in januari vernielden de maoisten 's nachts het paleis, de trekpleister, en het durbar square van Tansen. Vijf wagens werden ook in brand gestoken. Niemand geraakte gewond)
maoist: (lacht en kijkt naar collega rebel) Het paleis is een symbool van het koninklijk dicatoriaal regime. Op die manier zenden we de boodschap dat wij niet akkoord gaan. Gisteren hebben we ook nog een militaire post aangevallen.
effieweg: Was de school die jullie twee weken geleden gebombardeerd hebben ook een symbool? (nvdr in april bombardeerden de maoisten een school waarin tientallen studenten een examen aan het afleggen waren. Vier studenten geraakten gewond)
maoist: Er waren militairen in de school die een bedreiging vormden voor de studenten. We hebben hen geholpen.
effieweg: Onder Mao was er geen plaats voor godsdienst. Welke houding hebben jullie?
maoist: We zijn voor godsdienstvrijheid!
effieweg: maar hoe zien jullie het communisme - geen klassen meer - te combineren met het hindoeisme dat rotsvast gelooft in een kastensysteem?
maoist: We willen geen kasten meer maar de mensen mogen geloven wat ze willen.

Ons zeer intellectuele interview wordt bruusk verstoord door een stel Israeli's, die, hoe kan het ook anders, alle aandacht opeisen. Hun taktiek is ietwat anders dan de onze: 'we support your war, we agree with your ideas, we are also a country in war! We would give you all our money but we have been traveling for 6 months in India and we don't have any money any more.' Er wordt wat heen en weer gefluisterd en we horen de 'gunstige' gereduceerde prijs van 800 roepie vallen (10 euro) en plots gaat de hele groep aan de kant zitten wachten tot wij de centjes neerleggen. We ruiken onraad en spelen de bal terug. 'In het communisme is iedereen gelijk. Als zij 800 roepie betalen, wij ook!' en Jan haalt meteen het geld boven. We krijgen ons vodje papier als bewijs, gemor en geroep van de Israeli's met de gebruikelijke - I was in the army-argumenten (?) en een duw in de rug om ons aan te sporen om weg te gaan (have you paid? Then go away)

'Hoeveel heb jij betaald aan de maoisten?' zal een van de gespreksonderwerpen onder de trekkers blijven. Er zijn heel wat mensen die meer dan wij betaald hebben, maar ook heel wat die minder betaald hebben. Truukjes zoals zwaaien met de communistische vlag en vrouwelijke charmes resulteerden in vrije doorgang. We hebben nu al onze twijfels met het communisme in de praktijk.

Labels: ,