Maandag 10 april en dinsdag 11 april
In Manang aangekomen moeten we eerst even bekomen van de stevige trek. We hebben vier dagen heel snel gewandeld, en veel geklommen. Dat 'bekomen' doen we meteen met een stevige hap apple crumble. Denk aan een halve kilo. Waardoor meteen de Apple crumble gekte losbarst. Na dagen van veel rijst en een beetje groentjes aan te hoge prijzen is Manang een verademing. Er is hier zelfs een cinema. Het grote dorp is bovendien authentiek en heeft genoeg bezienswaardigheden om een paar dagen te blijven. Tenslotte doen we deze trek om in dit gebied te zijn, niet om snel komaf te maken met de wandeling.
Andere gektes die aanhouden
- Fried Momo (met groentjes en kruiden gevulde dumplings, maar gebakken en niet gestoomd)
- gesprekken over 'De Situatie' hier in Nepal
- Sneeuw. Onze acclimatisatie- en rustdag, brengen we 'noodgedwongen' in het bed van ons kamertje met panoramisch uitzicht op de Anapurnas 2 en 3, Ganjapurna, een stukje Manaslu, ... helaas allemaal volledig achtere sneeuwzwangere wolken. Maar onze raampjes geven ook uit op de straat (er is er maar 1) Waardoor we ons beperken tot stevig roddelwerk, als we boven onze boeken uit gluren. 'heey daar loopt die weer. Zou ie toch doorstappen' gevolgd door 'toch niet dan' en gevolgd door 'of toch wel, dit keer met handschoenen en muts' Wantde sneeuw valt met pakken uit de lucht. De volgende dag belooft prachtig wit te worden, en zo kunnen wij sukkelaars -die en hele winter bij 30 graden in Tshirt op een motor hebben doorgebracht- toch nog eens van een beetje winterpret genieten.
-Paardrijden! Een andere reden om een 2e dag in Manang te blijven. Ze zien er ongeveer uit als de mongoolse paarden, dus denken we dat ze op de zelfde manier bestuurd worden ('CHUUR luie krent'! met rechterhand aan de teugels, linkerhand gekneld rond een fles vodka) en dat brengt de Effieweggers -ondertussen bedreven in het najagen van dromen- al snel op de rug van 2 knollen. Koppige knollen, want ze doen helemaal niet wat we willen. Onze nostalgie naar de Mongoolse steppes wordt snel doorprikt, met talrijke herinneringen aan minder vlotte passages....We krijgen deze tibetaantjes toch een aantal keren in Galop, en dat maakt het allemaal weer waard! Stel je voor dat je galopeert in de himalaya, tussen een paar achtduizend meter hogen bergen, door een besneeuwde vallei en tibetaanse dorpen. Toppie! Laat ons 1 ding duidelijk maken: de dieren rijden met ons en niet omgekeerd. Als we de hengsten even naar t volgende dorp willen nemen, moeten we na een kilometer terugkeren, want de krengen willen met geen stokslagen voorbij een brugje.... Als de eigenaar even later achterop het paard van Brenda springt, snappen we waarom. De man schreeuwt hemel en hel bijeen en zweept de dieren aan met stevige meppen vanuit de schouder. Onze aanmaningen waren gestreel en gefluister in vergelijking, en daar hebben die paarden eens smakelijk om gelachen. Maar dikke lol!
- Sneeuwmannen maken. Na een prototype van 20 cm wagen we ons op een uitkijkpunt aan de gletsjer aan een volwassen model, met alle toeters en bellen. Einstein zei al dat 'als je tegen je 25e jaar geen kind bent, je het nooit zal worden'
De avonden worden doorgebracht in het restaurantje, waar hele dikke tafellakens de warmte van een gasvuurtje onder tafel bijhoudt. Er wordt gekaart, gepraat en stevig aan de plannen getimmerd. Ons idee om een uitstap naar het Tilicho meer te gaan, verspreidt zich als een strovuur. Andere trekkers zoals Nathay (Frankrijk, 25j) en David (Canada, 23j) hebben er zin in, Flo (Frankrijk 25j) vertelt het aan een andere reiziger, die meteen het hele Israeli kamp in rep en roer zet.
Woensdag 13 - vrijdag 15 April : Tilicho lake
Volgens de Nepali is het Tilicho meer het hoogste meer van de wereld. Misschien, maar voor ons is het een mooie driedaagse uitbreiding aan een al prachtige tocht. Van het strovuur gisterenavond blijft niet veel meer over, want als we om 7 uur vertrekkensklaar staan, hebben alleen Nathay en David de daad bij het woord gevoegd. Alle anderen hebben wel een reden verzonnen om een diepgaande verkenning van het Anapurnagebied over te slaan.
Wij hebben al onze warmste kleren aangetrokken voor een wandeling die belooft frisjes te worden. Nathay en vooral David zijn erg goeie stappers, vaak lopen we 50 meter achterop. Door de vele aardverschuivingen en geitenpaadjes was hetpad verre van 'voordehandliggend' maar de enorme stilte en overweldigende bergen domineren alles. soms is het een beetje glibberig, en de brugjes zijn vaak niet meer dan een mossige boomstam. Maar dat slaat ons niet uit het lood. Na een uur of 5 klimmen zien we in de verte 1 huis met een gezellige rookpluim. Heet Tilicho Base Camp, vanwaar expedities naar het meer vertrekken. Een Zwitser vertelde ons van de alleraardigste uitbater, dus we kijken al uit naar een knusse avond rond het vuur. Maar eenzaamheid doet vreemde dingen met een mens. De legendarische Verschrikkelijke Sneeuwman is een koorknaap vergeleken met deze misantrope brompot. Buiten vriest het hard, en onze man warmt zich aan zijn houtvuurtje. Wij mogen er niet bij komen zitten. Hij vertikt het om in zijn eigen gelagzaal de kachel aan te maken. Ook hout krijgen we niet, alleen yak kak. Het lukt ons niet om het vuur zelf aan te maken, ook al proberen 2 australiers het erg lang. Na een snelle maaltijd kruipen we wegens de kou om 19.30 maar in bed. Ook al waren er bergen dekens, meer dan 1 per persoon konden we niet krijgen.
Na een stevig havermout-ontbijt trekken we op pad. Meteen staan we tot over de enkels in de sneeuw. David, totaal onvoorbereid met zijn loopschoenen en katoenen broek, moet na een kilometer al rechtsomkeer maken. Van beneden is het pad vrij goed te zien, maar we weten dat t niet zo blijft. Vier dagen geleden waren er 2 fransen die het meer bereikt hebben, hun voetsporen zijn al oversneeuwd. De australiers hebben de dag voor ons geprobeerd, maar 1 ervan had last van de knie, de andere van de twee is een uurtje verder geraakt, en besloot wijselijk dat dit geen gebied is om alleen te dolen, en is dan teruggekeerd. Dat betekent, dat we een tweetal uur kunnen gebruik maken van de sporen van Aaron en Tash, maar erna zelf het spoor moeten maken. De klim is alleszins erg steil. Vaak is het meer klauteren dan wandelen. De schoonheid van dit erg pure stille gebied is enorm. Ongeveer alle zintuiglijke waarneming is tot bijna niks herleid: er is alleen nog wit en zwart. Door het felle licht zijn er geen andere kleuren meer. Behalve de felle wind is er geen enkel geluid, zelfs de woeste rivier een kilometer onder ons is amper te horen. Het is te koud om iets te ruiken, en zeker om iets te smaken. En de tast is door de handschoenen ook gene vette.
Na een 2tal uur staan we eindelijk op een plateau op een hoogte van +/- 5000m. We staan dus nu hoger dan eender wat in Europa. Een stenen torentje met gebedsvlaggen lokt ons westelijk, het plateau op. Gelukkig is hier bijna geen wind meer, waardoor ook dat zintuig buitenspel is. Het is 14.00 uur en we hebben niet veel tijd meer -de afdaling vraagt ook nog veel tijd. De sporen van de fransen zijn ingesneeuwd, we kunnen dus zelf Walking on the moon, met sneeuw tot flink boven de knieen is elke kilometer dubbel lastig. Maar we zijn erg verbeten om het bijna mythische meer te bereiken. Na 5 minuten ploeteren in de sneeuw ben ik vrij ver voor op Brenda en Nathay. Zij geloven dat ze n meertje zien, maar een schimmige vorm in de verte en de wil om eens 'om de bocht te kijken' motiveren me om door te gaan. Al snel zie of hoor ik hen niet meer. De enige band zijn nu de voetsporen. Ik geef mezelf een kwartier de tijd om het meer te vinden. De schimmige vorm blijken gebedsvlaggen te zijn. Nieuwsgierig duw ik door in de steeds diepere sneeuw maar mijn tijd is eigenlijk om. En dan ineens ligt het daar. Perfect wit. in een ijle, bijna hemelse rust. Ik zou me het Nirvana voorstellen als het ingesneeuwde Tilicho Lake. Ik neem het een minuutje in me op, neem snel 3 foto's en haast me terug, ongerust om Brenda, de tijd en het weer, want er trekken wolken over. Ik moonwalk terug naar Brenda. Ze is me gevolgd en tot op een minuut van het meer gekomen. Ik neem haar snel mee en ook zij neemt een overgetelijke indruk op van dit bijzondere plaatsje. We haasten ons terug maar nu is ook Nathay zo dicht gekomen dat we nog eventjes met ons drieen naar het meer kijken. (gek wat een mens allemaal doet op hoogte...)
Snel hangen we Nathay's gebedsvlaggen op, en, gedreven door de intussen dikke mist, haasten we ons terug. Alles is wit nu. Er is geen horizon meer, geen zwart, geen boven of onder. Alleen onze voetstappen kunnen ons orienteren (Voor je als lezer ongerust wordt: die zijn duidelijk tot op 150m, dus verdwalen zit er niet in) Een echte White-out. Ons water is allang bevroren. We eten wat sneeuw, maar dat lest de dorst niet echt. Door de felle inspanning en het gebrek aan water begint Brenda zich slecht te voelen. We vermoeden hoogteziekte en dalen in ijltempo af. De dokters zeggen minstens 500m maar het Tilicho Base Camp ligt gelukkig 900m onder het meer. In 2 uur staan we terug beneden. David loopt ons tegemoet. Hij heeft het vuur intussen aangekregen. Brenda heeft felle hoofdpijn en braakneigingen. Drinken is de enige optie, dus ze verzuipt zich in thee. 2 uur en evenveel emmers thee gaat het al beter. Het wordt toch nog een gezellige avond.
De terugtocht willen we langs een andere route doen, een die eerste steil naar de 5000 gaat om dan geleidelijk te zakken naar 3800. Het pad? is er eigenlijk niet, het is een klauterwerk over een aardverschuiving. David, die wat teveel energie heeft na een dag stilzitten vindt het allemaal geweldig, maar ik zie er de lol niet echt van in. Echt veiliger is de route ook niet en we zijn niet eens zeker of het pad wel verderloopt, maar David argumenteert erop los. Hetgeen bij mij een averechts effect heeft. Als ik na anderhalf uur klimmen bovendien flauw en trillerig begin te worden -ik vrees ook voor hoogteziekte- heb ik er genoeg van. Brenda wil maar al te graag het hogere pad uitproberen maar ze besluit toch met me mee te gaan. Wij keren terug naar het lage pad, David en Nathay zetten door via het hoge pad. Als we ze na twee uurtjes wandelen tegen het lijf lopen en horen dat het na onze terugkeer alleen maar makkelijker en duidelijker werd, treden bij Brenda wel enkele -ik kan niet tegen mijn verlies - symptomen op. We hebben gegokt en we hebben verloren! Brenda, begint als een zot door te stappen en laat ons drieen ver achter haar. Tegen de tijd dat we terug verenigd zijn is mijn vatje dynamiet al wat afgekoeld. Apple crumble in Manang lost alle geschillen op. Eind goed, a(ppe)l goed!
Labels: Nepal, trekking