De bende van de WC Madammen
Vrijdag 3/3
Vrijdag wordt een dag van extremen. Van de meest vriendelijke Vietnamezen tot een stel restaurantuitbaters met de hartelijkheid van een Leuvense Carrefour-kassierster die moet werken op een maandagmorgen, van een desolate weg kronkelend door ongerepte natuur tot een volgebouwde snelweg bevolkt met vrachtwagens, spelende kinderen, brommertjes en kippen met zelfmoordneigingen.
Onze bouwvakkers staan al vroeg op en wij doet dat dan ook maar. Eerst worden we verplicht om te ontbijten, noodles met vlees in pikante saus en voor we minder dan twee koppen thee hebben gedronken mogen we niet vertrekken. Onze weldoeners weigeren elke vorm van geld en wuiven ons met veel enthousiasme uit. De rit door het nationale park is adembenemend. Grillige karstpieken torenen uit boven het eindeloze groen. Tegen de middag staan we al in Phou Chau, het stadje waar onze Ho Chi Minh snelweg stopt. Vanaf nu scheidt alleen de vreselijke highway 1 ons nog van onze uiteindelijke eindbestemming Hanoi. Voor we de strijd aanbinden willen we eerst ons nog wat aansterken met een soepje.
In de Com Pho (letterlijke vertaald 'rijst noodle') waar we stoppen lijkt een gewoon soepje niet mogelijk. Ze tronen ons mee naar de keuken waar nog een helftje Bambi ophangt. Ik bedank vriendelijk. Met onze lonely planet weten we hen duidelijk te maken dat rijst, groentjes en wat kip wel voldoende zijn. De groentjes worden gebracht, vergezeld van - jawel - Bambi incognito en even later bereikt de kip ons: een kom water waarin 3 herkenbare kippenkoppen drijven en 2 stukjes - euh - kip waarschijnlijk, samen goed voor een vleeswaarde van 23 gram. Het is niet lekker, maar ja, duur zal het ook wel niet zijn... En toen kwam de rekening: 60.000 dong (3,2 euro). Na 6 weken Vietnam hadden we al gauw in het snuitje dat we bij de neus genomen werden. En dus vroegen we om een gedetailleerde rekening. De vrouw keek even verbluft, trok zich even terug met haar aanhangers en besloot dat de rijst met bambi 20.000 Dong was (het dubbel van de gangbare prijs) en het zwempoeltje met kippenlijken de volle 40.000 Dong (5 keer meer dan de gangbare prijs). Als ervaren reizigers legden we beheerst 30.000 dong op de tafel (wat nog teveel was) en wandelden we naar onze motor. Het was 13.29 en dit moment zou de geschiedenis ingaan als de tweede Vietnamoorlog. Twee vrouwen schoten - om in het thema te blijven - als een stel kippen op een voederbak - naar onze motor waar ze een aanval deden op onze wegenatlas. Deze situatie, vertaald naar Europsese normen ziet er als volgt uit: In een Brussels Cafe eisen 2 WC madammen 15 Euro voor uw plasje, anders confisceren ze je auto! We proberen er rustig onder te blijven, maar onze WC madammenbende denkt daar anders over. Er wordt gegild, geroepen en vervolgens gegrepen naar onze helmen. Ze willen ze niet teruggeven tenzij we de waanzinnige 60.000 dong betalen. Machteloosheid maakt zich van ons meester. In het hele restaurant staat er natuurlijk niets van waarde, een stel houten tafels en banken zijn het enige wat de Com Pho te bieden heeft. In een helder moment (?) grijp ik de dichtstbijzijnde houten bank en zet die achter op onze motor. Een Breugheliaans tafereel: twee verdwaasde Westerlingen met houten bank op zwaarbepakte motor worden omringd door 4 krijsende vrouwen en 21 nieuwsgierige omstaanders. Het verdere verloop: nog meer gekrijs, een handgevecht om een stel helmen, een politieagent die zich weigert te moeien en, na met zijn pink de neuspiet in zijn rechterneusgat te hebben verwijderd, doorrijdt, een verdubbeling van het aantal omstaanders en ten slotte een uitzinnige man die dreigt een slot om het voorwiel van onze motor te leggen. Ik zie Jan bijna uit zijn dak gaan. Plots begrijpen we de Amerikaanse kant van de Vietnam oorlog want nu was een busje Angent Orange heel handig geweest. Absolute machteloosheid maakt zich van ons meester. Er zit niks anders op dan de 60.000 te betalen. We stappen op onze bevrijde motor. Ik mummel nog dat de dag des oordeels weldra zal komen maar mijn dreiging komt niet boven het hoongelach van de Wc Madammengang. We kunnen Phou Chau niet snel genoeg verlaten.
Vinh, de vooropgestelde eindbestemming van de dag kondigt zich dan ook veel sneller dan verwacht aan. Het is 14 u en we hebben nog genoeg vuur in ons om Australie te komende vijf jaar te teisteren met bosbranden. Plankgas (lees, de volle 65 km per uur) op highway 1, een snelweg vergelijkbaar met onze A12, gecombineerd met spelende kinderen, ossenkarren, overstekende mensen met een rotsvast geloof in "predestinatie" of een beter leven na een verkeersongeval en energieke honden met een voorliefde voor Minskbanden. De rit is ongelooflijk vermoeiend! Tegen zessen staan we op slechts 150 km verwijderd van Hanoi, in het weinig inspirerende Than Hoa. Een kamertje op 10 meter van een blerende karaoke, een kommetje rijst met groentjes, ei, tofu, bier en frisdrank voor slechts 27.000 dong (Wee o Wee bende van de WC madammen) en een rol mentos, meer moet dat niet zijn.


