woensdag 14/12 - vrijdag 16/12
Het Noordoosten van Vietnam

De dag na D-Day had een rustdag moeten zijn... de weg beslist er anders over.
We starten alleszins goed met een zalig ontbijtje op het marktje van Bao Lac. Smoutebollen (met rundvlees - dat was er net iets te veel aan), mandarijntjes en appeltjes oppeuzelen in het zonnetje. Daarna beginnen we aan de 'rustige' 122 km naar Cao Bang in het noordoosten van Vietnam. De weg ligt er in het begin nog goed bij dus besluit ik het stuur van Jan over te nemen. Mijn motorrijles voor beginners verandert na enkele kilometers al in eentje voor gevorderen. Keien, gravel, honden, modder, het wordt allemaal - en vaak tegelijk - voor de wielen geworpen. Ik hou het een 20tal kilometer vol daarna neemt ervaren Jan het weer van me over. We stopppen nog geregeld om te genieten van de uitzichten. Al bij al komen we toch nog op een schappelijk uur in Cao Bang aan.
Dit stadje heeft op zich niets te bieden, mar is een ideale uitvalbasis om de imposante watervallen op de grens tussen China en Vietnam te bezoeken. Border Permits ... tja, daar geloven we na eergisteren niet meer in. Dus we vertrekken donderdag 's morgens in de vroegte, zonder bagage of permits, richting uiterste oostelijke punt van Vietnam. Stop voor een ochtendwandeling langs het meer, ontbijtje op de markt onderweg en dan recht, via een erbarmelijke weg, naar de watervallen. De 53 meter hoge en 100 meter brede watervallen liggen precies op de grens tussen Vietnam en China. Ze kunnen zowel vanuit Vietnam als vanuit China bezocht worden. Het verschil in infrastructuur is wel enorm typerend voor beide landen. Wij wandelen er via een zandweg naartoe, over een gammel bamboebrugje waar een oud besje met nog 3 overblijvende tanden de volle 5 eurocent vraagt. Aan de Chinese oever zien we de toeristen met busjes arriveren, staan de souvenirsstalletjes elkaar te verdringen en nemen de 'overkammers' en masse foto's van elkaar. Zowel aan Chinese als aan Vietnamese kant staan er bamboebootjes klaar waarmee je tot vlak bij de watervallen kan varen. Geen van beide kanten waagt het met zijn bootje op de andere helft te komen. Ze varen perfect tot in het midden van de rivier en geen centimeter verder... anders ben je illegaal in het buurland.
Na de watervallen bezoeken we nog een imposante grot van 3 km in een karstberg. Ze zijn hier alleszins klaar voor het toerisme. Er is een grote parking en ze zijn net bezig een pad en verlichting aan te brengen in de grot zelf. Maar van toeristen is er, buiten ons, geen spoor.
Een droom van een highway brengt ons op vrijdag van Cao Bang naar BaBe, een nationaal tropisch park, gelegen rond drie grote meren. We eten onze dagelijkse portie loempia's, rijst en witte kool en trekken in de namiddag de jungle in en richting een H'mong dorpje. Een typische Brenda en Jan wandeling waar over rotsen geklauterd wordt en er om elke volgende bocht gekeken wordt. Als de varkens allemaal massaal stipt om 16.55 te eten krijgen, besluiten wij ook naar onze paalwoning terug te keren om goed te 'schoften'.
Labels: moto, Vietnam