
Ons vrouwtje van het vorige huis laat ons met spijt in het hart en dollartekens in de ogen gaan. Ze heeft er alles aan gedaan om ons een tour te verkopen, maar we sloegen elk aanbod af. ’S Morgens verkassen we naar ons nieuwe huisje. De kinderen vinden het er fantastisch, ze kunnen er spelen in de mais, met zand, naar de paarden en varkens gaan kijken; dit is Vinales zoals het moet zijn, het platte land met scharrelende kippen, een verloren gelopen hond, wat stinkende varkens, twee schommelstoelen op het terras en zicht op de bergen. In de voormiddag gaan we eerst nog even zwemmen. Om drie uur hebben we een rondrit met paard en kar geregeld door het nationale park. Een gammel karretje waar we met momenten doodsangsten op uitstaan brengt ons naar weide landschappen met karstbergen, plantages en een huisje waar de vrouw des huizes sigaren rolt om ze zo aan ons te verpatsen. ’s Avonds eten we heerlijke kreeft en bonen! De jongens liggen er om acht uur in. Wij genieten op ons terrasje met twee mojitos en een dikke sigaar voor Jan. Wat ze er echter niet bij vertelde is dat de mojito zo straf is dat ik een uurtje na de kinderen er ook al de brui moet aangeven. Het nachtleven van Cuba gaat wederom aan ons voorbij.
Zaterdag 9 juli 2016

De dag begint om 7 uur. De hitte van de vorige dag indachtig en vooral Zen knalrode hoofdje besluiten we het dagritme wat om te draaien. Activiteiten vinden voortaan plaats tussen 7 en 12 en tussen 16 en 19u. Vanaf nu is er een verplichte siesta zodat we de grootste hitte kunnen mijden, want hoewel we hier goed smeren, ben ik toch wat verbrand. Factor 30 gaat definitief de rugzak in en wordt geruild voor factor 50. We wandelen naar het centrum waar we een taxi regelen naar Valle de silencio. Prachtige karstbergen, boeren met paard en kar en grote schuren om de tabak te drogen. We gaan een kijkje nemen, praten er even met de kerel die eigenlijk ligt te wachten op de groepen toeristen, die komen een half uurtje na ons een voor een aan op het paard. Wij wandelen nog wat verder. Na anderhalf uur keren we terug. We hangen nog wat rond op de boerderij voor onze taxi ons weer oppikt. Vervolgens brengt hij ons naar de ondergrondse rivier. Door de massa Cubaanse toeristen is het behoorlijk lang aanschuiven en voelt het allemaal behoorlijk Eftelingiaans aan, maar het is toch wel heel bijzonder dat deze grotten waar we doorvaren wel degelijk echt zijn. Na de grot, nog een grot en dan is het huiswaarts. We eten toastjes met boter en verse watermeloenshakejes. We chillen op ons terras terwijl de kinderen in de koelte van de kamer een filmpje kijken. Rond drie uur wandelen we richting Plaza Central om een taxi te regelen naar een zwembad dat we de dag ervoor gezien hadden. Het is opvallend hoe sommige Cubaanse taxichauffeurs niet meer bereid zijn om voor 5 CUC ons 3 kilometer verderop af te zetten. We zetten ons even neer en uiteindelijk vinden we er een die het voor 3 CUC doet. Als we aan het zwembad aankomt vraagt de wachter ons 1 CUC entree per persoon. ‘pero, los ninos no pagan?’ ‘No, no,’ antwoordt hij wat twijfelachtig. Jan geeft hem 5 CUC en hij snelt naar zijn bureautje. Snel, alsof stiekem geeft hij ons het wisselgeld. Al snel wordt duidelijk waarom de man zo geheimzinnig doet. Dit is duidelijk een zwembad waar alleen locale Cubanen komen, prijzen voor toeristen zijn er niet, en dus heeft hij maar snel snel iets bedacht voor eigen zak. Het zwembad zit eivol. Langs de kant flaneren dames in te kleine bikini’s voor te grote borsten, mannen met gouden kettingen en de rum in de hand maken hen het hof. We nemen een duik in het water maar dat is nauwelijks verfrissend. Zwemmen is ook moeilijk. Elke meter worden we aangesproken door kinderen die maar al te graag met onze blondjes willen spelen. Dat onze jongens geen Spaans spreken vinden ze erg en onbegrijpelijk. Om kwart voor vijf wordt afgeroepen dat het zwembad gaat sluiten. Niemand verroert. Er wordt lustig verder gezwommen, geplonst, gedronken.

Rond half zes – het feestje is nog volop bezig – gaan we eruit. Meteen worden we aangesproken door een groepje, die ik al de hele tijd naar ons zag wijzen. Een terugrit is geen probleem al is het onderworpen aan de gebruikelijke onderhandelingen. ’10 CUC’; ’10 CUC, we betaalden 3 om hier geraken.’ ‘Ja, maar dat was met de auto, dit is met paard en kar.’ ‘Een auto verbruikt gas, een paard niet’. ‘Ok, vier dan, jullie zijn met vijf.’ ‘Eigenlijk zijn we maar met drie, de twee kleintjes zitten op schoot.’ De man lacht. ‘Ok, drie dan.’ Met paard en kar keren we weer naar huis waar ons vis, varkenslapjes, ananas en verse watermeloen opwachten. De kinderen vinden hun tweede adem en dansen op het bed met onze Spotify lijst. Pas om negen uur is het eindelijk stil. Nog een uurtje zitten we op ons terras waar de stilte alomvattend is. En dan is het ook voor ons weer bedtijd.
Labels: Cuba, kids, travelling with kids, Vinales
0 Comments:
Een reactie posten
<< Home