Via deze blog willen we in contact blijven met de homies, terwijl wij Azie afschuimen. Van de mongoolse steppe tot de tibetaanse pieken, via China, Vietnam, Cambodia, Laos, Birma, Nepal en god weet waar we nog terecht komen in dit jaartje weg...

zaterdag, augustus 18, 2007

De laatste kilometertjes Afrika

11 april - 14 april 2007
Voor we Kisumu definitief verlaten, besluiten we eerst nog even naar de oevers van het Victoriameer te rijden. Het meer is een groene vlakte van dichtbegroeide hyacinten. Onder een boom liggen een aantal mannen wanhopig voor zich uit te staren. Een van hen staat op om een praatje met ons te maken.
- 'The hyacints are killing us. They take away our jobs, our fish.'
- 'But isn't there anything you can do?'
- 'We've tried everything. We've already put caterpillars (rupsen), but there are just too many hyacints so the caterpillars get lazy and don't do anything anymore.'
De man staat op en loopt naar het meer, in minder dan 3 seconden heeft hij een vijftal planten uit het water getrokken. Hij toont ons de drijvende planten van dichtbij.
- 'You can make hats and slippers out of them. But there are just too many.'
Jan en ik staan perplex en kunnen er met onze westerse mentaliteit niet bij. Er ligt daar een plantage van mogelijke hoeden en slippers, en de man blijft nog onder zijn boom liggen? Misschien is dat dan wat ze noemen: een cultuurshock.

We zetten onze weg voort richting busstation en twee uurtjes later zitten we op de bus richting Nakuru. De vele theeplantages vliegen aan het raampje voorbij - Kenia is niet voor niets de tweede grote thee-exporteur ter wereld - en na zes uur hobbelen staan we terug aan het startpunt van een nieuwe fietstocht.

Onze laatste twee dagen voeren ons opnieuw de bergen in. Mount Kenia had het decor moeten zijn voor dit tripje. Maar door het regenseizoen wordt de 5199 meter hoge berg goed voor ons geheim gehouden. En het regenseizoen zorgt voor nog meer jolijt. Tot nog toe waren we gespaard gebleven van neerslag en consoorten. Het was gemiddeld 35 graden en stiekem - in een ON-Belgische opwelling - hoopten we soms zelfs op een klein buitje. En op 12 april, na een luttele 40 kilometer, om 14.00 was het daar dan. Een eerste drupje dat in een mum van tijd (zelfs minder tijd dan om een hyacint uit te trekken) ontaardde in een ware stortbui. Wat net nog een droge, perfect rijdbare weg was, veranderde in een quasi kolkende rivier waar rafting van de 3de graad kon beoefend worden. Het water stond tot over onze enkels en pogingen om nog veel verder te fietsen werden verijdeld. En dan was daar plots... The Thomson Lodge (we vermoeden dat er een of ander in scène is gezet en dat de Thomson Logde aandelen heeft in het regenseizoen), een resort met prachtige kamers én open haard voor de luttele som van 50 euro (ongeveer 7 keer meer dan wat we normaal betalen). We hoeven niet lang na te denken en strompelen als twee verzopen katten de receptie binnen. Het personeel bekijkt ons enigszins bedenkelijk, maar een Visakaart opent alle deuren, ook die van ons prachtige hutje waar we de rest van de dag voor een knisperend haardvuurtje doorbrengen.

Onze laatste dag brengt ons naar Nyeri. De brandende zon is er niet meer. De hemel is overtrokken en ook Mount Kenia blijft verborgen voor ons. De rest van de laatste fietsdag is dagelijkse kost: we gaan omhoog en bollen naar beneden (x10), we rusten langs de kant van de weg, genieten van de savanna, eten ananas en mango en denken niet aan overmorgen.

14 april. We staan op tijd op. Vandaag moeten we immers eerst in Nairobi geraken en dan ... 's avonds een vluchtje naar huis nemen. De bussen laten echter flink op zich wachten. Hoewel elke bus ons wil meenemen naar eender welk deel van het land, de bus van Nairobi drijft de spanning wat op. Een jonge gast helpt ons mee zoeken en weet ons eindelijk de juiste bus te vinden. Jan beloont hem met wat laatste shillings die we hebben. Nog voor de bus vertrekt, duwt hij ons nog snel een briefje in de hand: thank you, if you come back to Kenia, bring me something nice, David.
8 uur later staan we op de luchthaven. Onze fietsen opnieuw braafjes ingepakt in dozen, onze laatste shillings verkwist aan veel te dure M&M's en ons hart, een beetje droef omdat we deze effie weg-reis die zo láng weg leek, moeten afsluiten.

Labels: ,

De eindbestemming?

9 en 10 april
Eldoret, een stadje dicht bij de Oegandese grens is, zoals zovele grensstadjes, weinig uitnodigend. De mensen zijn er wat grimmiger, mijn kauwgom (ik koop in elk land vreselijke, afschrikwekkende roze bubble gum) is plots een shilling duurder en de sfeer na valavond gelijkt op die van in Thriller van Michael Jackson. Volgens de Lonely Planet is dit hét kaasstadje bij uitstek, maar behalve onze avondlijke cheese burger is er van kaas niet veel te merken. We verlaten het stadje op dinsdagochtend in alle vroegte, en laten daarmee de bergen even achter ons. We rollen naar beneden terwijl de akkers en traktoren aan ons voorbij flitsen. Soms kunnen riftvalleien ook voordelen hebben: what comes up, must come down. 60km later, en toch ook na enkele trapbewegingen, komen we aan de 'achteringang' van Kakamega National Park. Vroeger was dit een oerwoud dat zich uitstrekte tot in Congo. Nu is het beperkt tot een streepje jungle in het oosten van Kenia. De achteringang van Kakamega is een klein zandweggetje dat ons meteen het groen invoert. Schitterend! Daar peddelen we dan met onze fietsjes vol geladen, met een surrounding sound system van dierengeluiden. Af en toe passeren we wat locals op blote voeten met veel te grote manden op hun hoofd. In het midden van het bos is er een open plek om te kamperen. Een parkwachter snelt ons hier tegemoet en tegen een appel en een ei mogen we in een lemen hutje slapen. We lezen in het zonnetje, maken al een eerste verkennende wandeling in de dichtbegroeide jungle waarbij we steentjes en pijltjes achterlaten om de weg terug te vinden. 's Avonds eten we bij de parkwachter in een houten hutje samen met 4 kippen aan tafel. De volgende ochtend neemt een gids ons mee voor een wandeling door het oerwoud. We spotten veel aapjes, massa's bloemen en worden meegenomen naar het hoogste punt van het park voor een groen uitzicht. Na ons tripje slaan we nog wat brood in en dan is het op naar onze geplande eindbestemming Kisumu aan het Victoria meer voor wat laatste 'uitchilldagen'. Kisumu is echter niet helemaal wat we ervan verwachtten: het weer is er sterk overtrokken - het regenseizoen lonkt (nu pas), er zitten massa's muggen, de dragers van malaria, en het Victoriameer is zo dicht begroeid met hyacinten dat noch een boottripje mogelijk is en al zeker geen zwempartijtje want vreemdsoortige beestjes kruipen onder je huid om daar kolonies te vestigen. Onze beslissing is snel gemaakt. We blijven er een avondje chillen, maar besluiten de volgende dag de bus te nemen terug naar Nakuru om daar onze laatste dagen in het zadel door te brengen, trappend richting Mount Kenia.

Labels: ,

vrijdag, augustus 17, 2007

Stampen op de pedalen

7 april - 8 april 2007
De Grote Riftvallei is een vallei met een totale lengte van 6400 km die loopt van Syrië tot Mozambique. Ze is ontstaan doordat twee tektonische platen uit elkaar bewegen. De rift kan variëren in breedte van 30 tot 100 km en in diepte van enkele honderden tot zelfs duizenden meters. De Grote Riftvallei zou ons decor zijn voor de komende twee dagen.

Concreet vertaalt zich dat op dag 1 in een tocht van 77 km met een klim van 40 km en een hoogteverschil van 1250 meter. We zien af! We overleven op boterham met banaan, een vreemdsoortige vrucht die we op een marktje kopen en pure wilskracht. Zeer frustrerend wordt het als een stel kinderen even snel als wij achter ons wandelen (slenterend bijna) terwijl wij recht op de pedalen staan om nog een meter vooruit te komen. Van afschudden is niet echt sprake, dus zetten we onze weg verder met onze minifanclub die ons voortdurend vol enthousiasme toeroept 'give me your bike!' 'give me your money' 'give me something'. Op momenten als deze overwegen we even om effectief onze fiets af te geven en gewoon lui in een busje te kruipen. Maar we zetten door en tegen valavond, nog voor de eerste regendruppels vallen zitten we veilig en wel in een hotelletje.

Maandag is gereserveerd voor het effectief in en uitrijden van de riftvallei, van Kabarnet naar Eldoret, van de ene kant van de vallei naar de andere, van het ene bergje naar het andere. De afdaling duurt welgeteld 20 minuten. De rest van de dag hebben we nodig om weer uit ons putje te geraken. Haarspeldbochten en 'vals plat' zijn het thema van de dag. We bijten op onze tanden en met onze laatste adem maken we plannen voor onze komende trouw. Na 90 km zit onze dag wel ongeveer in elkaar.

Labels: ,

donderdag, augustus 16, 2007

Op safari en merentocht

2 april - 6 april 2007
Hell's gate national park is het eerste nationale park dat op ons lijstje staat en niet toevallig eentje waar je met de fiets binnen mag. Met onze nep studentenkaarten van Thailand mogen we het park tegen een gunstig prijsje inrijden. En voor dat geld worden we opnieuw getrakteerd op meer dan 200 kg giraffen met een sausje van zebra en wild varkensgebraad. Het is een ongelooflijke ervaring en het liedje van 'the circle of life' speelt constant door mijn hoofd als we langs de torenhoge kliffen peddelen. Ik verwacht telkens weer dat Simba hier door een of andere aap naar beneden gegooid zal worden (voor de Lion King kenners onder ons). We verdwalen, rijden ons vast in het zand, kiezen wegen waarop staat 'road closed' en rijden onze eerste platte band. Na 40 km en tien keer de zoo van Antwerpen in aantal gezien te hebben, fietsen we weer huiswaarts naar ons tentje.
Op drie april begint pas het echte fietsen. Het traject: lake Naivasha naar lake Elmenteita, een vermoedelijke afstand van meer dan 70 km, én onze eerste kennismaking met het echte Afrika. Hier gaat alles 'pole, pole', rustig aan en het toppunt van pole pole is waarschijnlijk een Afrikaan met een handboor. We zijn nog maar net vertrokken met ons boeltje op de fiets of Jans fietsrekje blijkt het te begeven. Gelukkig zijn er tal van fietsenmakers langs de weg en zowaar zelfs eentje met een handboor om het rekje opnieuw vast te boren. Is het de zon? Zijn het de niet erg dynamische en weinig energetische toeschouwers die niet meeboren?




Onze fietsenmaker slaagt er alleszins in om meer dan 1,5 uur wat te draaien aan een wieltje om een piepklein gaatje te maken in Jans kader, net genoeg om het fietsrekje opnieuw te bevestigen. En dan gaan we weer op pad om een uurtje later opnieuw langs de weg te staan met ... een kapot fietsrekje en platte band. We vermijden mannen met handboortjes om wat meer tempo te maken en gaan, na wat bushmechanics, verder op pad. De warmte neemt toe, en het water slinkt, maar na maanden Aziëreizen gaan we ervanuit dat op het kruispunt er een of andere gedreven commerçant ons zal voorzien van de nodige versnaperingen en drank. Welkom in Afrika. Geen versnaperingen, geen drank en een nauwelijks herkenbaar kruispunt. En op zo'n momenten kan alleen ruzie de oplossing zijn, dus beginnen we te kibbelen over de weg, over waar water te vinden is en wiens schuld dat nu eigenlijk is. We nemen uiteindelijk de weg die ons de meeste garantie biedt op drank. Water blijft moeilijk te vinden, maar zodra we in de bewoonde wereld komen, storten we ons op een eenzame yoghurtverkoper naast de weg. De politieman die met ons een praatje komt maken, moeten we verplicht ook een yoghurtje betalen. We bijten nog wat op de tanden, ploeteren verder over de weg in aanleg en bereiken uiteindelijk Lake Elmenteita, een meer bekend om zijn flamigo's, maar door de slechte weg momenteel veel minder bezocht dan de andere flamigomeren. We vinden onderdak in het resort 'vergane glorie' en slapen in een 'lodge' waar vroeger, volgens de Lonely Planet bijna 100 euro voor werd neergeteld. Wij betalen 100 shilling (2,5 euro) voor het beschimmelde tentje met een adembenemende zonsondergang.

We eten onze dagelijkse boterhammen met banaan als avondeten en ontbijt en vertrekken op tijd naar ons volgende flamigomeer, lake Nakuru, dat we in de vroege namiddag al bereiken. Nakuru is een gezellig stadje met leuke souvenirsstalletjes en terrasjes. Toch zien we ook hier nauwelijks blanken. Blijkbaar komen die niet in de hotelletjes waar wij gaan. We zijn wederom de enige witjes. We genieten in het zonnetje van een beetje rust na ons 60 km tochtje en ik amuseer me met het kapotpitsen van Jans brandblaren. De volgende dag wordt een echte safaridag, in een busje, niksdoen en staren naar dieren. We kijken er al naar uit.

Lake Nakure National Park is allesbehalve goedkoop: 80$ voor ons tweetjes en geen garantie op leeuwen. De oogst van de dag: dick dicks, gazellen, antilopes, zebra's, giraffen witte neushoorns, 1 zwarte neushoorn, duizenden roze flamingo's en 3 vervelende Noren die we van veel te dichtbij meemaken. We vinden het niksdoen best wel leuk, maar als we in de namiddag terug zijn in Nakuru town zijn we maar al te blij om nog even een tochtje van 20 km op onze fietsjes te doen naar een nabijgelegen krater, zonder Noren, zonder zebra's, maar gewoon met z'n tweetjes en massa's water. We stoppen in kleine dorpjes en nemen foto's van de kinderen die door het dolle heen zijn als ze plots hun zwarte snoetjes op onze camera zien. We genieten en vergeten bijna dat we op 8 km meer dan 800 meter klimmen.

zaterdag 6 april wordt onze topkilometervreterdag. Een 115 km lange weg in goede staat leidt ons langs idyllische dorpjes met strooien hutjes, langs ananaskraampjes en een gevarieerd landschap dat verandert van savanna in cactussen, van cactussen in rode stenen en van rode stenen in dichte struiken. Tegen goed en wel half vijf staan we aan de ingang van Lake Bogoria National Park. Hoewel we al flink wat kilometers in de benen hebben en de lucht eruit ziet alsof de Ark van Noah het niet zou overleven, besluiten we toch nog het park in te rijden om daar ons tentje op te slaan. 500 meter op de onverharde weg later omarmt de eerste echte bui van het regenseizoen ons. Lake Bogoria ademt rust en stilte uit. Na een halfuutje trappen bereiken we ons slaapplaatsje voor de nacht. De regen is intussen gestopt en de laatste toeristen pakken in. Een wachter toont ons nog een plekje voor de tent, maar dan is ook hij weg. Dit is een magische plaats. 2 gijzers spuiten heet water omhoog. Warme nevel wikkelt de oevers van Bogoria in mysterie. In het lauwe water aan de rand van het meer zoeken roze flamingo's een plaatsje voor de nacht. We zetten ons tentje op en Jan maakt een kampvuur. We eten geroosterd brood met pindakaas en verse honing en staren uren op onze rug naar de heldere sterrenhemel waar de Grote Beer naast hemellichamen van het zuidelijke halfrond prijkt. Het is een magische avond.

Labels: ,

Just a perfect day...

1 april 2007
6.15. De eerste dag van de paasvakantie en ons wekkertje loopt af. Zij die mij kennen, weten dat ik als een konijn met fris opgeladen duracelbatterijen uit mijn bed spring om aan de dag te beginnen. Jan doet dat even later ook maar in slow motion. We ontbijten, leggen een laatste hand aan de fietsen en laten ons dan opnemen door de drukte van Nairobi. Het ziet er 'zwart van het volk' (sorry, de mop is zeer voordehandliggend, maar ik kon het niet laten). Nairobi kijkt even verbaasd als ze die twee bleekscheten op een fiets ziet rondtouren, maar dan snelt ze toe om ons te helpen. Binnen de vijf minuten hebben we de bushalte gevonden en liggen onze fietsen op het dak van Nairobi-Naivasha lijn gebonden. Vanuit de bus kijken tientallen witte oogbollen ons verbaasd aan. We weten de laatste twee zitjes te veroveren en jawel, stipt om 8u30 vertrekt ons ritje. We zijn nog maar net de hoek om of DJ-buschauffeur steekt van wal. De rit wordt opgeluisterd met typisch aanstekelijke Afrikaanse muziek waarbij de Heer meermaals geprezen wordt. De bijhorende videoclips op het tv'tje zijn hilarisch; rotondes, turnzalen en zwembaden zijn locaties waar de goedheid van de Here Jezus met een familie van 5 generaties wordt bejubeld. Binnen de kortste keren heeft mijn dikke teen het ritme te pakken en trappel ik rustig mee met de tonen van de banjo. Door het raampje glijdt het eerste streepje Afrika aan ons voorbij. Ik voel me ongelooflijk gelukkig.
Anderhalf uur later komen we in Naivasha aan. Fietsjes van het dak, water inkopen (wat overigens duurder is dan 1 liter benzine) en hup, we zijn klaar voor onze eerste kilometers op Jo's oude mountainbike en mijn trouwe, zonnig Thelma. De weg is in perfecte staat en glijdt vlotjes onder ons door. Langs de kant van de weg worden we getrakteerd op de eerste typische Savannazichten met bijhorende eenzame boom. Naarmate we dichter bij Lake Naivasha komen, wordt het steeds drukker. Vrouwen met allerhande objecten op hun hoofd leggen lange afstanden af naar God weet waar. Kinderen roepen ons na en fietsers met een vehikel dat zelfs de Leuvense student niet zou pikken, snorren ons voorbij. Langs de weg zijn er ook steeds meer bloemenboerderijen, waar de gekleurde plantjes wellicht meer water krijgen dan de gemiddelde Afrikaan. We slaan kamp op in Fisherman's camp, een idyllisch plaatsje vlakbij het meer. Geïnstalleerd en hup weer op de fiets richting Crater Lake. Het reservaat zouden we nooit bereiken. We zijn gewoon perplex als we na een tiental kilometer fietsen langs de kant van de weg in de verte enkele giraffennekken herkennen. We zijn euforisch en als een stel - zeer gemotiveerde - gekken schieten we het veld in. Even later doen we hetzelfde bij de zebra's, waaraan we - spreekwoordelijk- een heel filmrolletjes opschieten. We fietsen nog wat verder om er zeker van te zijn dat de zon ons voorzien heeft van een tweedegraadsbrandwondlaagje en besluiten - na wat gazellen en wilde varkens - huiswaarts te keren. In de lommerte van de bomen staat ons tentje al op ons te wachten, ons oranje huis, waarin we waarschijnlijk net zoveel nachten hebben doorgebracht als in ons nieuwe huis in Antwerpen. Een frisse douche en daarna, op een boomstronk, knip ik Jans haren, een 'oud' reisritueel. Het lijkt of we nooit zijn thuisgeweest. We voelen ons perfect gelukkig aan de andere kant van de evenaar met niets meer dan drie T-shirten, een fiets en een tent.
En dan geheel onverwachts zorgt Jan voor het summum van geluk. Ik ben druk op zoek naar eens stel sokken als Jan me de tent in trekt. In een mum van tijd haalt hij een klein, zwart doosje tevoorschijn.
Het vervolg:
- vraag
- het bevestigende antwoord
- traantjes
- snel eten
- rits van de tent toe voor dingen die normaal gezien pas na het huwelijk gebeuren.
1 april was ... just a perfect day!

Labels: ,