Via deze blog willen we in contact blijven met de homies, terwijl wij Azie afschuimen. Van de mongoolse steppe tot de tibetaanse pieken, via China, Vietnam, Cambodia, Laos, Birma, Nepal en god weet waar we nog terecht komen in dit jaartje weg...

donderdag, augustus 30, 2007

zuidoost.Met een bochtje richting zijderoute

Dinsdag 24 juli - vrijdag 27 julli 2007
Opnieuw droog, en uitgeslapen. De hemel ziet er niet staalblauw uit maar we hebben er in elk geval zin in. Waarin? een tochtje door de bergen op een amper gebruikte weg richting Tash Rabat. Een van de weinige overblijvende caravanserai's uit de goeien ouwen tijd van de Zijderoute. En die ligt in het gebergte dat de grens vormt met China. Om je maar een beeld te schetsen van het kruispunt dat dit land eigenlijk is.Want dat is het echt wel. Als er in de wereld vandaag 6 grote blokken zijn, ligt Kyrgyzstan tussen 4 ervan. Grenzend aan China, lang onder Rusland gevallen, grotendeels Islamitisch en India op een boogscheut. Alleen Europa en de US zijn iets minder prominent.
In de praktijk is daar het volgende van te merken: een erg russische hoofdstad, met nadrukkelijk russisch eten en veel blonde mensen. Buiten Bishkek zie je nog veel hamers en sikkels, russische camions, ladas volgas. Maar ook veel mensen met mongoloide trekken, donkere leren huid, hoge jukbenen. Klederdracht en vooral de Gers hebben iets mongools. Naast de hamer en de sikkel is ook de maan erg aanwezig, en de overweldigende gastvrijheid, die toch een deel uitmaakt van de Islam-cultuur. Van India en China is de invloed daarentegen toch wel erg klein. Daarvoor zijn de bergen te hoog (we spreken over een stel vijf tot achtduizenders) want na Nepal en Tadjikistan heeft Kyrgyzstan het meeste aantal +7000m bergen voor zijn oppervlakte. In dit alles heeft het toch ook fel zijn eigenheid. En daar gaan we een beetje binnendoor fietsen, op een wegje waar de hoogtelijnen niet erg duidelijk zijn, en waar afhankelijk van de bron, 2 tot 4 bergpassen te bestieren zijn.

Het begint snel langs een rivier, dan een flink stuk vals plat tot een stadje waar we met veel moeite, en uiteindelijk met de hulp van een chronische zatlap aan brood water en snickers geraken. Eenmaal uit de stad verslecht de weg per kilometer. Aan de rand van de weg prikt een man enthousiast 2 vingers in de lucht. In Engeland zou ie er ruzie voor krijgen, maar hier begrijpen we dat er 2 andere fietsers voor ons zijn. En de Scouts in ons merken ook al bandensporen. Het wordt even lachen als we dan Bert en Griet tot aan de heupen in een snelstromende rivier zien staan, terwijl de weg gewoon doorloopt. Maar het lachen vergaat ons snel als blijkt dat zij wél op de juiste weg zitten. We helpen elkaar over de hindernis (die een gifgroene Lada erg gracieus neemt - eigenaars van X5 jeeps en Range Rovers ten lande zou het lachen nu al helemaal vergaan) We pikken de gesprekken aan waar we ze gisteren in de natte kou hebben afgebroken. Hoe graag we ook gewoon met ons tweetjes reizen, t doet ook plezier om eens het verhaal te horen van andere mensen met min of meer de zelfde ingesteldheid qua reizen. Het landschap is intussen een koperkleurige zanderige canyon geworden.




45km is nog niet veel, en 16 uur ook niet, maar voor ons ligt een dijk van een bergop, en achter ons -opnieuw- gitzwarte wolken. Even moeten we aftasten, maar we gaan ervoor. En natuurlijk krijgen deze vier vlamingen een hagelbui over zich waar we nu nog blauwe plekken van hebben, maar laat duidelijk zijn dat de daaropvolgende dubbele regenboog over het met canyons bezaaide hoogvlakte een absoluut knoerte mooi beeld is. Een van de allermooiste van de hele reis. En zo zwiept Kyrgyzstan al geen ander van dieptepunt naar hoogtepunt, nog sneller dan de rollercoasters in walibi.


Een uurtje later staan 2 tentjes op een uitsprong van een berg, aan de kant van de weg. En kronkelen de geuren van 2 stellen trekkersfood omhoog in een lucht die verder enkel beroerd wordt door gezapig gekeuvel. Met een mijlen verre zicht op de verweerde hoogvlakte, en in de verte te bergen rond Song Köl...

Machtige plekken verdienen machtige ochtenden en oploskoffie. Genoeg om de klim naar de eerste bergop met veel genieten te doen. De zichten op de uitlopers van de Pamirs spreken nochtans voor zichzelf. Opnieuw wijst een onaardse constructie -die alleen maar kan verzonnen zijn door een zatte rus zonder ontwerp- of lastalent- dat we boven zijn, op 3300m. Brood en choco, en een lange zwiepende afdaling tot in Orto Sirt. Kaartenmakers slagen er niet altijd in om de schaal van dingen weer te geven maar met dit dorp hebben ze zich toch stevig vergalopeerd. Bert en Griet hadder erop gerekend hier nog wat inkopen te doen, maar het plaatsje bestaat uit 3 huizen, 1 ruine, 1 oudstrijder, 3 vrouwen een een dorpsgek. Brood vind je hier niet, laat staan flessenwater. We keuvelen wat met de oud strijder en slepen ons verder bergop naar de 2e pas van de dag, deze keer op 3200m. Een kanker is dit. Lang slepend, en overal pijn. Gelukkig worden we beloond met weerop een leuke afdaling en nog eens een absoluut fantastische kampeerplek. Zicht op een valleitje waar halfwilde paarden grazen onder een staalblauwe hemel tegen een achtergrond van eeuwige sneeuw. De verstandhouding met onze Gentse medereizigers is intussen opperbest. We delen nét nog elkaars tandenborstel niet, maar eten, snoep, brandstof en water worden allemaal op den hoop gegooid. Een hele menu wordt samengesteld met oplos-soep en wederzijdse trekkersfood (spagetti pesto in ruil voor nasi goreng. Een welbekend inwoner uit Nazareth zou er een traan voor wegpinken. De kou jaagt ons vroeg in onze slaapzakjes.

Onze laatste twee fietsdagen brengen we opnieuw alleen door. Griet voelt zich heel slecht en ook Bert verdwijnt regelmatig achter een heuvel voor een moment alleen (lange leve de Kymyz?). Omdat de tijd dringt, zijn we genoodzaakt onze nieuwe vrienden achter te laten. Woorden schieten te kort, alleen een doosje darmfloraherstellers kunnen uitdrukken hoe we met hen meevoelen. De rit naar Tash Rabat verloopt 'nat' met rivieren om te doorkruisen en regenbuien om te trotseren. De rivieren worden opgelost door een busje Duitsers die mij absoluut willen helpen. Ze besluiten me in hun busje te laten en mijn fiets vanuit het busje door de rivier te sleuren. Paniek in de keet als plots het busje vast blijft zitten in de rivier. Even lijkt het erop of 14 Duitsers zullen moeten uitstappen, maar dan komt een ander busje Duitsers tegemoet en worden we gered. Helaas niet gered van de regen. Die krijgen we dubbel en dik op ons dak tot in Tash Rabat. We drinken er een minuutsoepje maar besluiten dan op onze tanden te bijten en al een stuk richting Bishkek terug te rijden. Mijn lieve Jan draagt me over diezelfde rivier met blote voeten (ok, ik geef toe, hier heb ik enkele tranen van ontroering gelaten) en dan is het op naar beneden tot in At Bashy. Alleen een verplichte gastvrije stop bij een Russisch - Duitse onderzoeksploeg met massa's eten vertraagt onze rit. We slapen bij mensen thuis. Onze laatste echte fietsdag is er opnieuw eentje van tanden bijten, met veel bergen, stevige wind en regen, schuilen in een armzalige staancaravan en aankomst in Naryn. Voorlopig eindbestemming in deze etappe.

Labels: ,