Via deze blog willen we in contact blijven met de homies, terwijl wij Azie afschuimen. Van de mongoolse steppe tot de tibetaanse pieken, via China, Vietnam, Cambodia, Laos, Birma, Nepal en god weet waar we nog terecht komen in dit jaartje weg...

dinsdag, mei 16, 2006

Toestanden

Zondag 23/4 - maandag 24/4

De staking die inging op 6 april legt het land nog steeds plat. Creatief als de Nepali intussen door de omstandigheden zijn, rijden ziekenwagens dag en nacht naar de steden als taxi's. Ook wij worden een ritje aangeboden maar gaan er niet op in. De woekerprijs en de mysterieuze - 'iet is I, Leclerq- stijl van Allo Allo motiveren ons om de laatste 30 km nog te wandelen. We staan al na de middag terug in Pokhara maar de tocht voelde aan als een slepende ziekte, eindeloze trappen naar beneden, een bestemming die, na drie uur stappen, nog altijd geen meter dichter lijkt te liggen en kinderen die een hele pennenzak bij elkaar bedelen (hello schoolpen? x1000). Om 14.23 is het dan zover, na achttien dagen van havermout, stappen, kou lijden, hitte, zere knie en gebarsten lippen staan we opnieuw in Pokhara. Tijd voor een stevige verwenbeurt! We glimmen van trots, maar dan wel na een scheer- en douchebeurt. We zijn nooit fitter en magerder geweest dan op deze memorabele dag. (beste weightwatchers, 10 kilo afgevallen in 18 dagen: daar kan geen koolsoepdieet tegenop... en we hebben nog niet eens 'punten' geteld). Ons lichaam schreeuwt om junk en we gaan er gretig op in (beste boulimie patiënten, 2 kilo vreten op minder dan een dag tijd, inclusief popcorn en olijven... we horen erbij!).
Het meest van al keken we uit naar de tiramisu, maar door de staking hebben ze de ingrediënten niet meer. We stellen ons dan maar tevreden met snickers, mars, bounty en sprite. De volgende dag wordt eveneens vretend doorgebracht.

Dinsdag 25/4
Pokhara is verlaten. De weinige toeristen hier hebben vaak een frons op het gezicht. En ook voor ons is de staking slecht nieuws. We wilden nog gaan raften, mar het vervoer naar de rivieren is verboden. We wilden nog naar een afgelegen stuk, waar veel Tibetanen wonen, maar we geraken er niet. We willen nar Tibet fietsen, maar de grenzen zijn gesloten. Er valt voor ons niks meer te doen in Nepal. Erg jammer. Tanguy, onze fietsgids in Pokhara ziet het erg zwart in en raadt ons aan om te vertrekken nu de luchthaven nog open is, en er nog brandstof is voor de vliegtuigen. We kunnen dus beter vertrekken voor het echt ernstig wordt.
Ontbeten, gepakt en gezakt staan we klaar om met Thelma en Lowie naar Kathmandu te trekken, om daar een vlucht weg uit Nepal te boeken. De mooie kant van de staking is dat er geen bussen noch vrachtwagens rijden dus een verlaten snelweg! We waren nog nooit zo blij met onze fietsen. Maar hé, was dat nu een taxi? Vreemd. En daar, een bus! De uitbundige gezichten van de Nepali rond ons bevestigen het al: de Staking is voorbij! In de loop van de nacht had de koning belangrijke toegevingen gedaan, en was er spontaan een volksfeest uitgebroken. Wij -nog recupererend van de trekking- hebben hier niks van gemerkt. Ze zijn euforisch, ook al is nog niks zeker. Vooral zijn ze blij dat die ellendige staking voorbij is. De hele economie (behalve landbouw in de afgelegen gebieden) ligt immers plat, en de mensen zien zwarte sneeuw. Alle hotels en winkeltjes draaien rode cijfers. Wat we er vooral vreemd aan vinden is dat de staking, bedoeld om de koning (de rijkste Nepali) uit het zadel te lichten, de bevolking zo hard in een houdgreep heeft. 'we willen iets doen voor de mensen, dus ontnemen we hen hun inkomen.' Kan iemand het nog eens uitleggen?
Hoe blij we ook zijn voor hen, het doorkruist natuurlijk onze plannen. We besluiten een dagje langer in Pokhara te blijven en morgen met de bus (veiliger) te gaan. Die dag fietsen we een uurtje of vier. Peanuts na onze hoogte stage. Zalige freeride door de rotsen, velden, dorpjes.....

Woensdag 25/4
We hebben onze les onthouden van de vorige keer en staan nu ruim op tijd aan het toeristen bus station om een plaatsje te verzekeren. Pal vooraan hebben we t beste zicht. De fietsen op het dak. Deze highway heeft geen al te beste reputatie op vlak van verkeersveiligheid, vandaar dat we liever in een bus dan eronder zitten.
Nu, in Nepal is 1 verkeersregel/ toeter en je mag alles doen wat je wil. Dat leidt tot witte kneukels en dichtgeknepen ogen bij elke 3e bocht. Vaak kan je amper een vuist tussen 2 kruisende vrachtwagens steken. Mar het gebeurt zo vaak dat het echt 'went'. Als onze bus een honderdste vrachtwagen in een bergop in een blinde bocht inhaalt is er natuurlijk een tegenligger. Er wordt hevig getoeterd en ook wel wat geremd, maar uiteindelijk geeft geen van beide echt toe. De vrachtwagen kan een frontale aanrijding vermijden, maar schampt onze flank, en katapulteert zo de spiegel door het zijraam. De hele voorzetels (wij hadden de beste plaatsen remember) lagen onder het glas. Brenda heeft een klein snijwondje, niks ergs. De chauffeur, totaal onbewogen om zijn passagiers, sakkert wat en rijdt verder. De rest van de rit is kalmer, maar wat de veiligheid op de wegen hier betreft, daar hebben we het nu wel mee gehad.

Labels: ,

Het leven zoals het is: Nepal

Zaterdag 22/4

Een snelle boodschap bij de 'nachtwinkel' eindigt in een erg interessant gesprek. Als ik (Brenda) -na aankoop van een paar vervallen pakjes chocoladekoekjes- vraag om een foto te nemen van de vrouw van de winkel, word ik halsoverkop mee binnen in hun bescheiden huisje gesleept. Het huis bestaat uit twee kamers. Een kamer is de logeerkamer en wordt dus niet gebruikt, de andere, waar ik ben, staat vol bedden -voor de vrouw met haar man en twee kinderen - en is behangen met allerlei foto's waar af en toe een verdwaalde toerist bij staat. De man, Razu, is er intussen ook komen bijstaan om verdere tekst en uitleg te geven bij de vele foto's. Ze vertellen me dat ze vroeger een gezellig familierestaurantje hadden aan lakeside, de toeristenbuurt van Pokhara. En meteen krijg ik het menu onder mijn neus geschoven. Ze glimmen van trots. De volgende reeks foto's bevatten vooral hersenscans. Een tijd geleden werd bij Razu een gezwel gevonden in de hersenen. Omdat Nepal geen sociaal vangnet heeft, moeten een patient alles zelf betalen. Eerst verhuurden ze hun restaurantje, voor ongeveer 75 euro per maand, maar toen dat niet volstond, moesten ze het restaurant verkopen (voor 1200 euro). Het gaat intussen beter met Razu. Hij moet het nog wat rustig aan doen en hebben intussen een huisje en een winkeltje in het afgelegen Lumle gekocht. Veel verdienen ze er niet mee, alleszins niet voldoende om de kinderen naar een goede school te laten gaan. 10 euro per maand, per kind, kunnen ze op dit moment niet opbrengen. Dus moeten ze naar het lokale schooltje, waar het niveau, vooral van het Engels, veel lager is. Lezen kunnen ze nauwelijks. Gelukkig is er ten minste een school. In de meeste dorpen van Nepal is geen onderwijs. Razu en zijn familie droomt van een betere toekomst, van een nieuw restaurantje, van goede scholing voor de kinderen. We hopen dat hun dromen uitkomen.

Labels: ,