Via deze blog willen we in contact blijven met de homies, terwijl wij Azie afschuimen. Van de mongoolse steppe tot de tibetaanse pieken, via China, Vietnam, Cambodia, Laos, Birma, Nepal en god weet waar we nog terecht komen in dit jaartje weg...

vrijdag, augustus 19, 2016

Mojito's en sigaren Vinales 8-9 juli 2016


Ons vrouwtje van het vorige huis laat ons met spijt in het hart en dollartekens in de ogen gaan. Ze heeft er alles aan gedaan om ons een tour te verkopen, maar we sloegen elk aanbod af. ’S Morgens verkassen we naar ons nieuwe huisje. De kinderen vinden het er fantastisch, ze kunnen er spelen in de mais, met zand, naar de paarden en varkens gaan kijken; dit is Vinales zoals het moet zijn, het platte land met scharrelende kippen, een verloren gelopen hond, wat stinkende varkens, twee schommelstoelen op het terras en zicht op de bergen. In de voormiddag gaan we eerst nog even zwemmen. Om drie uur hebben we een rondrit met paard en kar geregeld door het nationale park. Een gammel karretje waar we met momenten doodsangsten op uitstaan brengt ons naar weide landschappen met karstbergen, plantages en een huisje waar de vrouw des huizes sigaren rolt om ze zo aan ons te verpatsen. ’s Avonds eten we heerlijke kreeft en bonen! De jongens liggen er om acht uur in. Wij genieten op ons terrasje met twee mojitos en een dikke sigaar voor Jan. Wat ze er echter niet bij vertelde is dat de mojito zo straf is dat ik een uurtje na de kinderen er ook al de brui moet aangeven. Het nachtleven van Cuba gaat wederom aan ons voorbij.

Zaterdag 9 juli 2016
De dag begint om 7 uur. De hitte van de vorige dag indachtig en vooral Zen knalrode hoofdje besluiten we het dagritme wat om te draaien. Activiteiten vinden voortaan plaats tussen 7 en 12 en tussen 16 en 19u. Vanaf nu is er een verplichte siesta zodat we de grootste hitte kunnen mijden, want hoewel we hier goed smeren, ben ik toch wat verbrand. Factor 30 gaat definitief de rugzak in en wordt geruild voor factor 50. We wandelen naar het centrum waar we een taxi regelen naar Valle de silencio. Prachtige karstbergen, boeren met paard en kar en grote schuren om de tabak te drogen. We gaan een kijkje nemen, praten er even met de kerel die eigenlijk ligt te wachten op de groepen toeristen, die komen een half uurtje na ons een voor een aan op het paard. Wij wandelen nog wat verder. Na anderhalf uur keren we terug. We hangen nog wat rond op de boerderij voor onze taxi ons weer oppikt. Vervolgens brengt hij ons naar de ondergrondse rivier. Door de massa Cubaanse toeristen is het behoorlijk lang aanschuiven en voelt het allemaal behoorlijk Eftelingiaans aan, maar het is toch wel heel bijzonder dat deze grotten waar we doorvaren wel degelijk echt zijn. Na de grot, nog een grot en dan is het huiswaarts. We eten toastjes met boter en verse watermeloenshakejes. We chillen op ons terras terwijl de kinderen in de koelte van de kamer een filmpje kijken. Rond drie uur wandelen we richting Plaza Central om een taxi te regelen naar een zwembad dat we de dag ervoor gezien hadden. Het is opvallend hoe sommige Cubaanse taxichauffeurs niet meer bereid zijn om voor 5 CUC ons 3 kilometer verderop af te zetten. We zetten ons even neer en uiteindelijk vinden we er een die het voor 3 CUC doet. Als we aan het zwembad aankomt vraagt de wachter ons 1 CUC entree per persoon. ‘pero, los ninos no pagan?’ ‘No, no,’ antwoordt hij wat twijfelachtig. Jan geeft hem 5 CUC en hij snelt naar zijn bureautje. Snel, alsof stiekem geeft hij ons het wisselgeld. Al snel wordt duidelijk waarom de man zo geheimzinnig doet. Dit is duidelijk een zwembad waar alleen locale Cubanen komen, prijzen voor toeristen zijn er niet, en dus heeft hij maar snel snel iets bedacht voor eigen zak. Het zwembad zit eivol. Langs de kant flaneren dames in te kleine bikini’s voor te grote borsten, mannen met gouden kettingen en de rum in de hand maken hen het hof. We nemen een duik in het water maar dat is nauwelijks verfrissend. Zwemmen is ook moeilijk. Elke meter worden we aangesproken door kinderen die maar al te graag met onze blondjes willen spelen. Dat onze jongens  geen Spaans spreken vinden ze erg en onbegrijpelijk. Om kwart voor vijf wordt afgeroepen dat het zwembad gaat sluiten. Niemand verroert. Er wordt lustig verder gezwommen, geplonst, gedronken.
Rond half zes – het feestje is nog volop bezig – gaan we eruit. Meteen worden we aangesproken door een groepje, die ik al de hele tijd naar ons zag wijzen. Een terugrit is geen probleem al is het onderworpen aan de gebruikelijke onderhandelingen. ’10 CUC’; ’10 CUC, we betaalden 3 om hier geraken.’ ‘Ja, maar dat was met de auto, dit is met paard en kar.’ ‘Een auto verbruikt gas, een paard niet’. ‘Ok, vier dan, jullie zijn met vijf.’ ‘Eigenlijk zijn we maar met drie, de twee kleintjes zitten op schoot.’ De man lacht. ‘Ok, drie dan.’ Met paard en kar keren we weer naar huis waar ons vis, varkenslapjes, ananas en  verse watermeloen opwachten. De kinderen vinden hun tweede adem en dansen op het bed met onze Spotify lijst. Pas om negen uur is het eindelijk stil. Nog een uurtje zitten we op ons terras waar de stilte alomvattend is. En dan is het ook voor ons weer bedtijd.

Labels: , , ,

On the road in a Chevrolet Havana - Vinales 7 juli2016

’S morgensvroeg staat onze taxi om 9 uur klaar om ons naar Vinales te brengen. Tijdens de drie uur durende rit met onze oude Chevrolet praat ik met chauffeur Johanis. De auto is van hem, daar is hij erg trots op. Zulke auto’s kosten in Cuba al gauw 16.000 CUC (ongeveer 16.000 Euro), erg veel dus als je weet dat het gemiddelde maandloon hier tussen 15 en 40 CUC (ongeveer hetzelfde in euro's) is. Hoe langer hoe meer wordt me duidelijk waarom iedereen hier in de toertistische sector wil werken. Door de hoge prijzen die ze hier aan toeristen vragen, kan je op een dag soms een maandloon verdienen. Het dagelijkse leven is hier, ook voor locale mensen, erg duur. Shampoo, WC papier, het zijn luxeproducten. Iedereen werkt in Cuba, ook vrouwen. Het sociale zekerheidssysteem van België bestaat hier niet. Geen werk, geen geld. Ziek, geen geld, zwanger, geen geld. Het pensioen is een karige 10 CUC per maand. Crèches zijn van de staat en kosten maar een paar Cubaanse pesos per maand (minder dan een euro) maar ze zijn overbevolkt en ‘er wordt niet goed voor je kind gezorgd,’ zegt Johanis. Hij brengt zijn dochtertje naar een privé crèche, die kost 30 CUC per maand. Hoe langer ik met Johanis praat, hoe zotter ik het systeem hier vind. Er is heel veel ongelijkheid, en dat in het land van het communisme. De mensen van de casas particulares geven aan dat ze erg tevreden zijn in Cuba. Zij die niet in de toeristische sector werken, vertellen andere verhalen, over de tientallen Cubanen die hun leven risceren om het land te ontvluchten op zoek naar een betere toekomst. Na drie uur en een fixe regenbui waarbij we even vrezen voor ons leven – houden onze ruitenwissertjes het wel vol? Is de auto voldoende baanvast? – komen we aan in Vinales. We legden via onze huisbaas in Havana al een casa vast maar dat blijkt niet helemaal ons ding. Een kametje ergens achterin, van de mooie uitzichten geen sprake. Omdat we te moe zijn – en nog niet beter weten – checken we in. We zoeken op waar we kunnen zwemmen en stappen de anderhalve kilometer naar het luxehotel met buitenzwembad. De kinderen amuseren zich rot – al is Jip vooral aan het scherm gekluisterd om de match Frankrijk – Duitsland te volgen - en ook ons de doet de rust wel deugd. ’S Avonds eten we in onze casa, verse vis, kip voor de jongens. Voortaan zijn staan de verse ananas en mangosap dagelijks op het menu. De jongens liggen er tegen acht uur in. Ik besluit nog een wandelingetje te maken om wat zaken uit te zoeken voor de volgende dag. Ik vind een casa met een prachtig uitzicht voor 10 CUC minder. De volgende dag verhuizen we.

Labels: , , , , ,

Trillizo in Havana 6 juli 2016

Alsof er geen sprake is van een jetlag worden onze kerels om 7uur wakker. Wat onvoorbereid – waar in Havana zijn we eigenlijk? – gaan we op pad op zoek naar een ontbijtje. Eerste uitdaging geld wisselen, en dat is niet zo gemakkelijk. De banken zijn nog niet open. Tegen dat ze open zijn, zijn we al anderhalf uur en 20 foto’s verder, die laat ons duidelijk zijn, niet allemaal door ons genomen werden, maar zeker zoveel door de locale mensen, die volledig verrukt van ver roepen: ‘trillizo’! Al snel wordt duidelijk dat ze denken dat onze blonde goden een drieling zijn. Dat ze alledrie hetzelfde T-shirtje dragen waarop staat ‘hola amigo’ doet het enthousiasme alleen maar groeien. We dolen wat rond, proberen ons te oriënteren, laten ons de weg wijzen en vinden uiteindelijk een geldautomaat. Intussen hebben we al vijf geprekjes gehad met de Havaneros over die ‘trillizo’... ‘En una vez?’ ‘Falta la hembra.’ Er wordt gelachen, gewezen. We zijn nog maar een uurtje op pad en genieten al volop van de vriendelijke Cubanen, van de ongelooflijk mooie auto’s en de indrukwekkende gebouwen. We nemen een fietstaxi richting het centrum. Al snel wordt duidelijk dat er hier twee soorten economieën zijn, eentje voor de locals en eentje voor de ‘extranjeros’. Als buitenlander betaal je tien keer meer dan de local, en als je niet oppast nog meer. Maar mijn kennis van het Spaans blijkt meteen een erg grote troef. We kunnen stevig onderhandelen. De fietstaxi zet ons af in de buurt van het capitool. Op de brede laan snort de ene oldtimer na de andere ons voorbij. We gaan eerst ontbijten in een Frans barretje waar water verkocht wordt aan wel erg hoge prijzen. ‘Toch kopen,’ zegt de Nederlander aan het tafeltje naast ons. De Nederlander blijkt gelijk te hebben. Als we wat later door de gezellige straatjes van Havana kuieren is water een delicatesse, fake mierzoete Fanta daarentegen vind je sneller. We ontdekken de oude stad, gaan een winkeltje in, kopen de Che Guevare petjes voor de jongens en bezoeken het fort waar allerlei piratenboten in maquette staan uitgestald. Lom straalt met zoveel Pirates of the Carribean.

Na de middag gaan we voor de tradionele tourist trap. We huren een oldtimer convertible. 50 CUC staat geafficheerd, wat ongeveer 50 euro is en de waanzin van de toeristische prijzen weergeeft. Na wat onderhandelen tikke we af op 25 CUC, wat nog genoeg is, maar de glimlach van de jongens van oor tot oor maakt alles goed. Na het ritje besluiten we even naar een speeltuin in de buurt te gaan, een minipretparkje. Daar maken we kennis met het Cuba, buiten de toeristen. We begrijpen niet goed hoeveel de entree is. We geven 5 CUC af. De vrouw besluit dat het ‘genoeg’ is. Even later beginnen we te begrijpen dat hier alles geafficheerd staat in pesos cubanos en dat we dus veel te veel betaald hebben aan de dame van de entree. Als ik haar even later door de speeltuin zie lopen, spreek ik haar over aan. Ze mompelt wat verontschuldigend en tovert uit haar BH het verfrommelde briefje van 5 CUC. De attracties, paardenmolen, treintje, alles moet betaald worden in pesos die we niet hebben. Den vriendelijke dame helpt ons uit de nood en wisselt een aantal CUC zodat de jongens op de attracties kunnen, tussen 5 en 10 eurocent per keer. Een ook het flesje water heeft hier de ‘normale’ prijs, 25 eurocent in plaats van 1 euro. Ook de mensen zijn hier weer ontzettend vriendelijk, geen praatje maken omdat ze iets van je willen, maar omdat ze oprecht willen vertellen over ‘hun kinderen’, hun ‘tweelingen,’ of hoe gesprekken over kinderen mensen verbinden. 


’s Avonds gaan we eten in een pizzeria waar ook Enrique Iglesias komt. We nemen een ‘appeltaxi’ naar huis tot groot plezier van de kinderen, een soort van tuktuk met z’n vijven. Veiligheid is geen woord dat samengaat met onze laatste activiteit. Om half negen liggen de ‘barones’ in bed. Niet veel later kruipen ook wij erin, de vermoeidheid van de jetlag maar ook van de zon eisen hun tol.

Labels: , , ,

Trillizo in Havana 6 juli 2016


Alsof er geen sprake is van een jetlag worden onze kerels om 7uur wakker. Wat onvoorbereid – waar in Havana zijn we eigenlijk? – gaan we op pad op zoek naar een ontbijtje. Eerste uitdaging geld wisselen, en dat is niet zo gemakkelijk. De banken zijn nog niet open. Tegen dat ze open zijn, zijn we al anderhalf uur en 20 foto’s verder, die laat ons duidelijk zijn, niet allemaal door ons genomen werden, maar zeker zoveel door de locale mensen, die volledig verrukt van ver roepen: ‘trillijos’! Al snel wordt duidelijk dat ze denken dat onze blonde goden een drieling zijn. Dat ze alledrie hetzelfde T-shirtje dragen waarop staat ‘hola amigo’ doet het enthousiasme alleen maar groeien. We dolen wat rond, proberen ons te oriënteren, laten ons de weg wijzen en vinden uiteindelijk een geldautomaat. Intussen hebben we al vijf geprekjes gehad met de Havaneros over die ‘trillijos’... ‘En una vez?’ ‘Falta la hembra.’ Er wordt gelachen, gewezen. We zijn nog maar een uurtje op pad en genieten al volop van de vriendelijke Cubanen, van de ongelooflijk mooie auto’s en de indrukwekkende gebouwen. We nemen een fietstaxi richting het centrum. Al snel wordt duidelijk dat er hier twee soorten economieën zijn, eentje voor de locals en eentje voor de ‘extranjeros’. Als buitenlander betaal je tien keer meer dan de local, en als je niet oppast nog meer. Maar mijn kennis van het Spaans blijkt meteen een erg grote troef. We kunnen stevig onderhandelen. De fietstaxi zet ons        af in de buurt van het capitool. Op de brede laan snort de ene oldtimer na de andere ons voorbij. We gaan eerst ontbijten in een Frans barretje waar water verkocht wordt aan wel erg hoge prijzen. ‘Toch kopen,’ zegt de Nederlander aan het tafeltje naast ons. De Nederlander blijkt gelijk te hebben. Als we wat later door de gezellige straatjes van Havana kuieren is water een delicatesse, fake mierzoete Fanta daarentegen vind je sneller. We ontdekken de oude stad, gaan een winkeltje in, kopen de Che Guevare petjes voor de jongens en bezoeken het fort waar allerlei piratenboten in maquette staan uitgestald. Lom straalt met zoveel Pirates of the Carribean.
Na de middag gaan we voor de tradionele tourist trap. We huren een oldtimer convertible. 50 CUC staat geafficheerd, wat ongeveer 50 euro is en de waanzin van de toeristische prijzen weergeeft. Na wat onderhandelen tikke we af op 25 CUC, wat nog genoeg is, maar de glimlach van de jongens van oor tot oor maakt alles goed. Na het ritje besluiten we even naar een speeltuin in de buurt te gaan, een minipretparkje. Daar maken we kennis met het Cuba, buiten de toeristen. We begrijpen niet goed hoeveel de entree is. We geven 5 CUC af. De vrouw besluit dat het ‘genoeg’ is. Even later beginnen we te begrijpen dat hier alles geafficheerd staat in pesos cubanos en dat we dus veel te veel betaald hebben aan de dame van de entree. Als ik haar even later door de speeltuin zie lopen, spreek ik haar over aan. Ze mompelt wat verontschuldigend en tovert uit haar BH het verfrommelde briefje van 5 CUC. De attracties, paardenmolen, treintje, alles moet betaald worden in pesos die we niet hebben. Den vriendelijke dame helpt ons uit de nood en wisselt een aantal CUC zodat de jongens op de attracties kunnen, tussen 5 en 10 eurocent per keer.
Een ook het flesje water heeft hier de ‘normale’ prijs, 25 eurocent in plaats van 1 euro. Ook de mensen zijn hier weer ontzettend vriendelijk, geen praatje maken omdat ze iets van je willen, maar omdat ze oprecht willen vertellen over ‘hun kinderen’, hun ‘tweelingen,’ of hoe gesprekken over kinderen mensen verbinden.  ’s Avonds gaan we eten in een pizzeria waar ook Enrique Iglesias komt. We nemen een ‘appeltaxi’ naar huis tot groot plezier van de kinderen, een soort van tuktuk met z’n vijven. Veiligheid is geen woord dat samengaat met onze laatste activiteit. Om half negen liggen de ‘barones’ in bed. Niet veel later kruipen ook wij erin, de vermoeidheid van de jetlag maarook van de zon eisen hun tol.

Labels: , , ,

De langste verjaardag 5 juli 2016 Havana



Hoe lang een verjaardag kan zijn. We staan op om 6 uur. Boterhammen smeren, nog een keer de bagage controleren, een laatste knuffel aan Rex en dan is het richting Berchem Station, waar we, jawel, feestelijk de trein missen. De doorwinterde reizigers moeten nog even wennen aan reizen met drie kerels erbij. Gelukkig hebben we voldoende tijd voorzien en halen we zonder veel moeite, met de volgende trein, ons vliegtuig. De vlucht doorstaan onze jongens met glans. Zo moet de hemel er volgens hen uitzien. Non-stop spelletjes en films. Hun ogen glanzen van vermoeidheid, maar vandaag is er geen tijd voor pedagogische regels. Doel: Havana halen zonder grootste hysterische buien plat op de grond in het midden van een luchthaven, en dat doel halen we. Met een uur vertraging komen we om 21u aan in Havana, 3u ’s nachts Belgische tijd. Toch geven ook dan onze kerels zich niet over aan de slaap. Als blijkt dat de taxi die we via ons casa regelden een oude Chevrolet blijkt te zijn, gaan de ogen weer wagenwijd open. Met alle raampjes open, rijden we een klein uurtje richting ons kamertje in het centrum van Havana waar twee dubbele bedjes ons wachten. Een koude douche en dan is het eindelijk oogjes dicht en snaveltjes toe. (Hoewel, snaveltjes toe: ‘Lom, kan jij van dit bed naar het andere springen?’, ‘Zen, heb je die coole groene auto gezien?’) Het duurt nog wel even voor ze eindelijk hun slaap vinden.

Labels: , , ,