Via deze blog willen we in contact blijven met de homies, terwijl wij Azie afschuimen. Van de mongoolse steppe tot de tibetaanse pieken, via China, Vietnam, Cambodia, Laos, Birma, Nepal en god weet waar we nog terecht komen in dit jaartje weg...

woensdag, februari 25, 2015

Ons Noorse avontuur juli 2014

We speelden al een tijdje met het idee om een rondreis in Noorwegen te maken. Elk jaar in de vroege lente bezoeken we voor een paar dagen mijn schoonbroer, Jo die samen met zijn Noorse vrouw Oydis even buiten Oslo woont. Ook daar waren we vaak al onder de indruk van de ruimte, de natuur, de puurheid van het land. ‘En dat is niets in vergelijking met de rest’, wist Jo ons te vertellen. En dus besloten we om in de zomer van 2014 voor drie weken rond te trekken in een van Europa’s mooiste landen.

‘Een route leg je best niet vast. Het weer is te onvoorspelbaar. Laat de zon je leiden.’ En dat deden we. We vertrokken met enkele mogelijke routes in ons achterhoofd én een familietent. Want hoewel mijn schoonbroer me verzekerde dat er overal vakantiehuisjes zijn op de campings die je voor een paar nachten kan huren, voelde ik me zekerder om met de tent te gaan, visioenen van mijn drie jonge zoontjes verlaten in ijzige sneeuwvlaktes in gedachten. En onze tent bleek geen overbodige luxe. Noorwegen is best wel toeristisch en heel wat huisjes waren volzet. Voor een tent was er echter nooit een probleem. Er was altijd plaats, zelfs in de vrije natuur als we dat wilden.

We boekten de ferry vanuit Kiel naar Olso, een slordige 900 euro (H/T) voor onze auto, twee volwassenen en drie kinderen. Er zijn beslist goedkopere alternatieven, reizen met het containerschip vanuit Gent, of een goedkopere ferry vanuit Denemarken. Wij vonden het in ieder geval de moeite waard. Het bespaart een hoop kilometers in de auto en eens je op het schip bent is het alleen maar genieten. Er is een zwembad aan boord (daar moet je wel voor betalen), een theaterzaaltje met vreselijk kitscherige optredens die aan The Love Boat doen denken, een casino en zelfs een speelruimte voor de kinderen met glijbaantjes, puzzels, autootjes. De tocht van 20 uur vloog voorbij.
Om 10 uur ’s morgens kwamen we aan in Oslo. Onze fleece en thermisch ondergoed konden we al snel opbergen. 30 graden en meer. Welkom in het hoge noorden. We verbleven de eerste dagen bij mijn schoonbroer in Nesbru, het westelijke deel van Oslo. Omwille van de hitte lieten we de stad even naast ons liggen. We weekten van ’s morgens tot ’s avonds in de Olso fjord, genietend van het mooie weer en van het weerzien met de familie.

Maar het westen lonkte en dus trokken we na drie dagen verder. Er zijn drie wegen richting de westelijke fjorden, wellicht allemaal erg mooi. Wij kozen voor Highway 7 omdat deze weg door de Hardanger Vida voert. In de toeristische dienst van Geilo informeerden we voor een korte gezinsvriendelijke wandeling die ons een indruk zou geven van dit nationale park. Na een rit van vier uur in de wagen strekten we onze benen voor een prachtige wandeling rond een meer van zowat een uur of drie, onze twee oudste zonen (5 en 4) klauterden flink over de rotsen, onze jongste zoon (2) droegen we in de rugzak. Het landschap is adembenemend mooi, en een wandeling van drie uur is natuurlijk veel te kort. Mochten we het opnieuw doen zouden we zeker minstens één nacht op de Hardanger Vida slapen. Of wie weet als de kinderen wat groter zijn een meerdaagse trektocht maken. Na onze uitputtende (want vooral extreem hete) wandeling zetten we de rit verder richting Noorwegens hoogste waterval Vøringsfossen aan de Eidfjord. De prachtige Eidfjord is zeker een overnachting waard, maar wij reden over de nieuw aangelegde brug verder naar de lieflijke Ulvik fjord, ons aangeraden door mijn ietwat chauvinistische Noorse schoonzus die hier opgroeide.


Ulvik is niet zo woest als meeste fjorden die we later zouden bezoeken en heeft een hoog ‘sound of music’-gehalte, glooiende heuvels, veel groen en hier en daar toegankelijke strandjes om in de fjord te zwemmen. We zetten onze tent op op de enige camping die Ulvik heeft. (Er is er nog een camping hogerop in het dorp maar dat is niet meer op wandelafstand van het centrum). De camping () is klein en vrij basic, een graspleintje, een sanitaire blok en een eenvoudig keukentje (dat heeft overigens elke camping). Het is gelegen vlak aan de fjord en heeft een klein strandje van een paar meters. Het is ver negen uur voor we helemaal geïnstalleerd zijn en gegeten hebben. Hoogtijd voor de kinderen om te gaan slapen. Ze snappen er helemaal niets van als ze bij klaarlichte dag en bij temperaturen boven de 25 graden een nachtzoentje krijgen en het duurt dus nog een hele poos voor het helemaal stil is in de tent. Ook ’s morgens is het al vroeg licht en onze jongens vinden dan ook dat we niet vroeg genoeg aan de dag kunnen beginnen. Het heeft een aantal dagen geduurd voordat ze eindelijk gewoon waren aan het lange licht ’s avonds, maar na een tijdje konden we ze toch gewoon tegen acht uur in bed stoppen. We verbleven drie dagen in Ulvik, zwommen veel in de fjord, maakten een tochtje met de roeiboot (die we huurden in het Belgische Strand fjord Hotel)), en een wandeling rond de heuvel. We bezochten het dorpje Ossa met de al wat woester uitziende Ossafjord, baadden er pootje in de woeste bergrivier. De jongens vonden het geweldig dat ze uit de rivier konden drinken en sloegen het ene bekertje na het andere achterover.
http://ulvikcamping.no/index.jsp

Van Ulvik trokken we verder naar noordwaarts naar Vangsnes waar we de ferry namen naar Balestrand. De weg naar Vangsnes is prachtig. We zagen er de eerste sneeuw en omdat het nog steeds zo warm was zijn de jongens met bloot bovenlijf over de sneeuw gaan lopen. Een heel unieke ervaring. Balestrand aan de Sognefjord is een rustig ogend badstadje. De reden waarom we naar Balestrand wilden gaan is omdat we van daaruit de autoferry wilden nemen richting Fjaerland (Mundal). Een prachtige boottocht, zo schreef onze Rough guide  Die autoferry bestaat echter niet meer. Je kan wel een boot nemen naar Fjaerland (en terug), maar de auto kan niet mee. We verbleven één n Hella  vanwaar we overland richting Fjaerland reden. Echt erg vonden we dat niet. De weg is ook hier heel erg mooi. Fjaerland (Mundal) is een prima uitvalbasis om heel wat naburige gletsjers te bezoeken (Bojabreen, Flatbreen). We bleven er drie dagen op een leuke camping (met een klein speeltuintje voor de kinderen). We hebben geen gletsjerwandeling gedaan omdat de kinderen nog te klein waren maar het is er zeker mogelijk. Het weer was intussen wat omgeslagen. Het was wat wisselvalliger, soms staalblauwe hemels dan weer een felle regenbui. Het weer dat wat gebruikelijker is voor de westkust. Er is een heel interessant gletsjermuseum met levensgrote ijsbeer (Norsk Bremuseum), vlak naast de camping als alternatief regenprogramma.
achtje op een camping buiten Balestrand. We hadden vooraf een hutje geboekt, erg basic, maar ook niet zo duur. (rond de 40 euro). Camping Sjotun in het centrum is beter gelegen en ook zonniger. Onze camping lag al gauw in de schaduw van de rotsen. Uiteindelijk namen we opnieuw de autoferry naar

Oorspronkelijk wilden we van Mundal via highway 60 en 15 (via Loen) naar Geiranger, maar verder lezend in onze Rough guide lonkte ook de highway 55 via Jotunheimen national Park. Dat is wellicht het moeilijkste aan reizen in Noorwegen, dat je keuzes moet maken en dat kiezen altijd verliezen is. En laat me nu absoluut niet tegen mijn verlies kunnen.  Daarom besloten we om eBriksdalsbreen (gletsjer) te bezoeken. De gletsjer ligt op een kleine twee uur rijden en is absoluut de moeite. Het is heel toeristisch, dat wel. Je kan zelfs met een autootje tot aan de gletsjer gebracht worden, maar wij verkozen de tocht van een uur (in ons geval dan twee uur met de kinderen). Ondanks het grote aantal mensen is dit een heel indrukwekkende gletsjer.
en daguitstap te maken vanuit Mundal richting Loen om van daaruit

Dat we uiteindelijk highway 55 via Lom kozen om naar Geiranger te gaan hebben we ons niet beklaagd. De weg is ook hier adembenemend mooi en vraagt regelmatig om stops zodat je kan genieten van het uitgestrekte Jotunheimen national Park. En bovenal was onze zoon Lom in de wolken dat we logeerden in een stadje dat naar hem genoemd was. Lom op zich is niet zo indrukwekkend – we bezochten er de staafkerk en het openluchtmuseum (in de stijl van Bokrijk) -  maar de wegen van en naar Lom zijn dat wel. In Lom logeerden we voor één nachtje in een vakantiehuisje. Hier waren we al snel rond de 100 euro voor kwijt.

Van Lom reden we naar Groti. Hier is het opnieuw kiezen. Er zijn twee wegen naar Geiranger. En opnieuw is kiezen verliezen. We verkozen de minst bereden, wat smallere 258 die ons weer geregeld langs besneeuwde vlakten bracht (en waar onze jongens telkens door het dolle heen op af stormden). De Geiranger fjord wordt de mooiste fjord van Noorwegen genoemd. En dat is wellicht waar, als is het moeilijk om een ranking op te stellen met zoveel natuurschoon. Geiranger is in ieder geval de meest woeste fjord. We verbleven er drie dagen, reden naar uitzichtpunten, lasten een rustdag in op de camping, gelegen vlak aan de fjord en met speeltuin en maakten een tochtje met een motorbootje naar een nabijgelegen waterval.

De route van Geiranger naar Andalsnes wordt de Gouden route genoemd. Voor mij was dit ook een van de mooiste routes die we gedaan hebben. Het plateau vlak voor de Trollstigen leent zich goed voor prachtige wandelingen (we hebben er meerdere gedaan, telkens als dagtrip vanuit Andalsnes). Ook de Trollstigen (trollenladder), een bochtige weg naar beneden is absoluut de moeite. We verbleven twee dagen op een camping buiten Andalsnes. Andalsnes als stadje  op zich is niet echt de moeite. 

Het weer zat ondertussen niet meer zo mee. Steeds meer regen, alles in de tent werd klam en het humeur zakte onder nul. En dus deden we wat mijn schoonbroer ons had aangeraden. We checkten http://www.yr.no/, de Noorse weerwebsite, pakten ons boeltje en reden naar waar het weer goed weer was. Een dag rijden, dat wel, met een vluchtige stop ergens op een groezelige camping onderweg om te slapen. De volgende dag kwamen we aan op onze eindbestemming voor de komende drie dagen. Het woeste westen hadden we geruild voor het lieflijkere zuiden met prachtige baaien, strandjes, kleine eilandjes én heerlijk weer.

Risor, op twee uur rijden van Christiansand  is een pittoresk stadje gelegen aan het water. Die laatste dagen van onze reis hebben we vooral ‘vakantie’ genomen. Geen trektochten meer of gletsjers bezoeken, maar zwemmen, roeien met de boot, minigolfen, naar de speeltuin op de camping en een bezoekje aan de haven van Risor. Onze viersterrencamping (Sorlandet Feriesenter) beviel onze jongens uitstekend (ongeveer 50 euro per nacht). Vooral van het fantastische kindersanitair (een auto als bad, de slurf van een olifant als douche) waren ze niet weg te slaan.
Na onze drie dagen vakantie keren we terug naar Oslo. We bezoeken Vigelandsparken, een prachtig park met mooie beelden én een leuke speeltuin. (Ook het Norske Folkemuseum en Vikingskiphuset zijn een bezoekje waard, dat deden we het jaar voordien al).  ’s Avonds genieten we van het laatste avondmaal met de familie, van de laatste late zonsondergang en van een laatste duik in de fjord. Na drie weken rondtrekken in dit prachtige land is het terug huiswaarts.




Labels: