Ons Noorse avontuur juli 2014
We speelden al een tijdje met het idee om een rondreis in
Noorwegen te maken. Elk jaar in de vroege lente bezoeken we voor een paar dagen
mijn schoonbroer, Jo die samen met zijn Noorse vrouw Oydis even buiten Oslo
woont. Ook daar waren we vaak al onder de indruk van de ruimte, de natuur, de
puurheid van het land. ‘En dat is niets in vergelijking met de rest’, wist Jo
ons te vertellen. En dus besloten we om in de zomer van 2014 voor drie weken
rond te trekken in een van Europa’s mooiste landen.
‘Een route leg je best niet vast. Het weer is te
onvoorspelbaar. Laat de zon je leiden.’ En dat deden we. We vertrokken met
enkele mogelijke routes in ons achterhoofd én een familietent. Want hoewel mijn
schoonbroer me verzekerde dat er overal vakantiehuisjes zijn op de campings die
je voor een paar nachten kan huren, voelde ik me zekerder om met de tent te
gaan, visioenen van mijn drie jonge zoontjes verlaten in ijzige sneeuwvlaktes
in gedachten. En onze tent bleek geen overbodige luxe. Noorwegen is best wel
toeristisch en heel wat huisjes waren volzet. Voor een tent was er echter nooit
een probleem. Er was altijd plaats, zelfs in de vrije natuur als we dat wilden.
We boekten de
ferry vanuit Kiel naar Olso, een slordige 900 euro (H/T) voor onze auto, twee
volwassenen en drie kinderen. Er zijn beslist goedkopere alternatieven, reizen
met het containerschip vanuit Gent, of een goedkopere ferry vanuit Denemarken.
Wij vonden het in ieder geval de moeite waard. Het bespaart een hoop kilometers
in de auto en eens je op het schip bent is het alleen maar genieten. Er is een
zwembad aan boord (daar moet je wel voor betalen), een theaterzaaltje met
vreselijk kitscherige optredens die aan The Love Boat doen denken, een casino
en zelfs een speelruimte voor de kinderen met glijbaantjes, puzzels, autootjes.
De tocht van 20 uur vloog voorbij.
Om 10 uur ’s morgens kwamen we aan in Oslo. Onze fleece en
thermisch ondergoed konden we al snel opbergen. 30 graden en meer. Welkom in
het hoge noorden. We verbleven de eerste dagen bij mijn schoonbroer in Nesbru,
het westelijke deel van Oslo. Omwille van de hitte lieten we de stad even naast
ons liggen. We weekten van ’s morgens tot ’s avonds in de Olso fjord, genietend
van het mooie weer en van het weerzien met de familie.
Ulvik is niet zo woest als meeste fjorden die we later zouden bezoeken en heeft een hoog ‘sound of music’-gehalte, glooiende heuvels, veel groen en hier en daar toegankelijke strandjes om in de fjord te zwemmen. We zetten onze tent op op de enige camping die Ulvik heeft. (Er is er nog een camping hogerop in het dorp maar dat is niet meer op wandelafstand van het centrum). De camping () is klein en vrij basic, een graspleintje, een sanitaire blok en een eenvoudig keukentje (dat heeft overigens elke camping). Het is gelegen vlak aan de fjord en heeft een klein strandje van een paar meters. Het is ver negen uur voor we helemaal geïnstalleerd zijn en gegeten hebben. Hoogtijd voor de kinderen om te gaan slapen. Ze snappen er helemaal niets van als ze bij klaarlichte dag en bij temperaturen boven de 25 graden een nachtzoentje krijgen en het duurt dus nog een hele poos voor het helemaal stil is in de tent. Ook ’s morgens is het al vroeg licht en onze jongens vinden dan ook dat we niet vroeg genoeg aan de dag kunnen beginnen. Het heeft een aantal dagen geduurd voordat ze eindelijk gewoon waren aan het lange licht ’s avonds, maar na een tijdje konden we ze toch gewoon tegen acht uur in bed stoppen. We verbleven drie dagen in Ulvik, zwommen veel in de fjord, maakten een tochtje met de roeiboot (die we huurden in het Belgische Strand fjord Hotel)), en een wandeling rond de heuvel. We bezochten het dorpje Ossa met de al wat woester uitziende Ossafjord, baadden er pootje in de woeste bergrivier. De jongens vonden het geweldig dat ze uit de rivier konden drinken en sloegen het ene bekertje na het andere achterover.
http://ulvikcamping.no/index.jsp
achtje op een camping buiten Balestrand. We hadden vooraf een hutje geboekt, erg basic, maar ook niet zo duur. (rond de 40 euro). Camping Sjotun in het centrum is beter gelegen en ook zonniger. Onze camping lag al gauw in de schaduw van de rotsen. Uiteindelijk namen we opnieuw de autoferry naar
en daguitstap te maken vanuit Mundal richting Loen om van daaruit
Dat we uiteindelijk
highway 55 via Lom kozen om naar Geiranger te gaan hebben we ons niet beklaagd.
De weg is ook hier adembenemend mooi en vraagt regelmatig om stops zodat je kan
genieten van het uitgestrekte Jotunheimen national Park. En bovenal was
onze zoon Lom in de wolken dat we logeerden in een stadje dat naar hem genoemd
was. Lom op zich is niet zo indrukwekkend – we bezochten er de staafkerk
en het openluchtmuseum (in de stijl van Bokrijk) - maar de wegen van en naar Lom zijn dat wel.
In Lom logeerden we voor één nachtje in een vakantiehuisje. Hier waren we al
snel rond de 100 euro voor kwijt.
Het weer zat ondertussen niet meer zo mee. Steeds
meer regen, alles in de tent werd klam en het humeur zakte onder nul. En dus
deden we wat mijn schoonbroer ons had aangeraden. We checkten http://www.yr.no/, de Noorse weerwebsite, pakten
ons boeltje en reden naar waar het weer goed weer was. Een dag rijden, dat wel,
met een vluchtige stop ergens op een groezelige camping onderweg om te slapen.
De volgende dag kwamen we aan op onze eindbestemming voor de komende drie
dagen. Het woeste westen hadden we geruild voor het lieflijkere zuiden met
prachtige baaien, strandjes, kleine eilandjes én heerlijk weer.
Risor, op twee uur rijden van Christiansand is een pittoresk stadje gelegen aan het water.
Die laatste dagen van onze reis hebben we vooral ‘vakantie’ genomen. Geen
trektochten meer of gletsjers bezoeken, maar zwemmen, roeien met de boot,
minigolfen, naar de speeltuin op de camping en een bezoekje aan de haven van
Risor. Onze viersterrencamping (Sorlandet Feriesenter) beviel onze jongens
uitstekend (ongeveer 50 euro per nacht). Vooral van het fantastische
kindersanitair (een auto als bad, de slurf van een olifant als douche) waren ze
niet weg te slaan.
Na onze drie dagen vakantie
keren we terug naar Oslo. We bezoeken Vigelandsparken, een prachtig park met mooie
beelden én een leuke speeltuin. (Ook het Norske Folkemuseum en Vikingskiphuset
zijn een bezoekje waard, dat deden we het jaar voordien al). ’s Avonds genieten we van het laatste
avondmaal met de familie, van de laatste late zonsondergang en van een laatste
duik in de fjord. Na drie weken rondtrekken in dit prachtige land is het terug
huiswaarts.
Labels: Noorwegen


0 Comments:
Een reactie posten
<< Home