De laatste kilometertjes Afrika
11 april - 14 april 2007
Voor we Kisumu definitief verlaten, besluiten we eerst nog even naar de oevers van het Victoriameer te rijden. Het meer is een groene vlakte van dichtbegroeide hyacinten. Onder een boom liggen een aantal mannen wanhopig voor zich uit te
- 'The hyacints are killing us. They take away our jobs, our fish.'
- 'But isn't there anything you can do?'
- 'We've tried everything. We've already put caterpillars (rupsen), but there are just too many hyacints so the caterpillars get lazy and don't do anything anymore.'
De man staat op en loopt naar het meer, in minder dan 3 seconden heeft hij een vijftal planten uit het water getrokken. Hij toont ons de drijvende planten van dichtbij.
- 'You can make hats and slippers out of them. But there are just too many.'
Jan en ik staan perplex en kunnen er met onze westerse mentaliteit niet bij. Er ligt daar een plantage van mogelijke hoeden en slippers, en de man blijft nog onder zijn boom liggen? Misschien is dat dan wat ze noemen: een cultuurshock.
We zetten onze weg voort richting busstation en twee uurtjes later zitten we op de bus richting Nakuru. De vele theeplantages vliegen aan het raampje voorbij - Kenia is niet voor niets de tweede grote thee-exporteur ter wereld - en na zes uur hobbelen staan we terug aan het startpunt van een nieuwe fietstocht.
Onze laatste twee dagen voeren ons opnieuw de bergen in. Mount Kenia had het dec
or moeten zijn voor dit tripje. Maar door het regenseizoen wordt de 5199 meter hoge berg goed voor ons geheim gehouden. En het regenseizoen zorgt voor nog meer jolijt. Tot nog toe waren we gespaard gebleven van neerslag en consoorten. Het was gemiddeld 35 graden en stiekem - in een ON-Belgische opwelling - hoopten we soms zelfs op een klein buitje. En op 12 april, na een luttele 40 kilometer, om 14.00 was het daar dan. Een eerste drupje dat in een mum van tijd (zelfs minder tijd dan om een hyacint uit te trekken) ontaardde in een ware stortbui. Wat net nog een droge, perfect rijdbare weg was, veranderde in een quasi kolkende rivier waar rafting van de 3de graad kon beoefend worden. Het water stond tot over onze enkels en pogingen om nog veel verder te fietsen werden verijdeld. En dan was daar plots... The Thomson Lodge (we vermoeden dat er een of ander in scène is gezet en dat de Thomson Logde aandelen heeft in het regenseizoen), een resort met prachtige kamers én open haard voor de luttele som van 50 euro (ongeveer 7 keer meer dan wat we normaal betalen). We hoeven niet lang na te denken en strompelen als twee verzopen katten de receptie binnen. Het personeel bekijkt ons enigszins bedenkelijk, maar een Visakaart opent alle deuren, ook die van ons prachtige hutje waar we de rest van de dag voor een knisperend haardvuurtje doorbrengen. 
Onze laatste dag brengt ons naar Nyeri. De brandende zon is er niet meer. De hemel is overtrokken en ook Mount Kenia blijft verborgen voor ons. De rest van de laatste fietsdag is dagelijkse kost: we gaan omhoog en bollen naar beneden (x10), we rusten langs de kant van de weg, genieten van de savanna, eten ananas en mango en denken niet aan overmorgen.
14 april. We staan op tijd op. Vandaag moeten we immers eerst in Nairobi geraken en dan ... 's avonds een vluchtje naar huis nemen. De bussen laten echter flink op zich wachten. Hoewel elke bus ons wil meenemen naar eender welk deel van het land, de bus van Nairobi drijft de spanning wat op. Een jonge gast helpt ons mee zoeken en weet ons eindelijk de juiste bus te vinden. Jan beloont hem met wat laatste shillings die we hebben. Nog voor de bus vertrekt, duwt hij ons nog snel een briefje in de hand: thank you, if you come back to Kenia, bring me something nice, David.
8 uur later staan we op de luchthaven. Onze fietsen opnieuw braafjes ingepakt in dozen, onze laatste shillings verkwist aan veel te dure M&M's en ons hart, een beetje droef omdat we deze effie weg-reis die zo láng weg leek, moeten afsluiten.


0 Comments:
Een reactie posten
<< Home