Op safari en merentocht
Hell's gate national park is het eerste nationale park dat op ons lijstje staat en niet toevallig eentje waar je met de fiets binnen mag. Met onze nep studentenkaarten van Thailand mogen we het park tegen een gunstig prijsje inrijden. En voor dat geld worden we opnieuw getrakteerd op meer dan 200 kg giraffen met een sausje van zebra en wild varkensgebraad. Het is een ongelooflijke ervaring en het liedje van 'the circle of life' speelt constant door mijn hoofd als we langs de torenhoge kliffen peddelen. Ik verwacht telkens weer dat Simba hier door een of andere aap naar beneden gegooid zal worden (voor de Lion King kenners onder ons). We verdwalen, rijden ons vast in het zand, kiezen wegen waarop staat 'road closed' en rijden onze eerste platte band. Na 40 km en tien keer de zoo van Antwerpen in aantal gezien te hebben, fietsen we weer huiswaarts naar ons tentje.
Op drie april begint pas het echte fietsen. Het traject: lake Naivasha naar lake Elmenteita, een vermoedelijke afstand van meer dan 70 km, én onze eerste kennismaking met het echte Afrika. Hier gaat alles 'pole, pole', rustig aan en het toppunt van pole pole is waarschijnlijk een Afrikaan met een handboor. We zijn nog maar net vertrokken met ons boeltje op de fiets of Jans fietsrekje blijkt het te begeven. Gelukkig zijn er tal van fietsenmakers langs de weg en zowaar zelfs eentje met een handboor om het rekje opnieuw vast te boren. Is het de zon? Zijn het de niet erg dynamische en weinig energetische toeschouwers die niet meeboren?
Onze fietsenmaker slaagt er alleszins in om meer dan 1,5 uur wat te draaien aan een wieltje om een piepklein gaatje te maken in Jans kader, net genoeg om het fietsrekje opnieuw te bevestigen. En dan gaan we weer op pad om een uurtje later opnieuw langs de weg te staan met ... een kapot fietsrekje en platte band. We vermijden mannen met handboortjes om wat meer tempo te maken en gaan, na wat bushmechanics, verder op pad. De warmte neemt toe, en het water slinkt, maar na maanden Aziëreizen gaan we ervanuit dat op het kruispunt er een of andere gedreven commerçant ons zal voorzien van de nodige versnaperingen en drank. Welkom in Afrika. Geen versnaperingen, geen drank en een nauwelijks herkenbaar kruispunt. En op zo'n momenten kan alleen ruzie de oplossing zijn, dus beginnen we te kibbelen over de weg, over waar water te vinden is en wiens schuld dat nu eigenlijk is. We nemen uiteindelijk de weg die ons de meeste garantie biedt op drank. Water blijft moeilijk te vinden, maar zodra we in de bewoonde wereld komen, storten we ons op een eenzame yoghurtverkoper naast de weg. De politieman die met ons een praatj
e komt maken, moeten we verplicht ook een yoghurtje betalen. We bijten nog wat op de tanden, ploeteren verder over de weg in aanleg en bereiken uiteindelijk Lake Elmenteita, een meer bekend om zijn flamigo's, maar door de slechte weg momenteel veel minder bezocht dan de andere flamigomeren. We vinden onderdak in het resort 'vergane glorie' en slapen in een 'lodge' waar vroeger, volgens de Lonely Planet bijna 100 euro voor werd neergeteld. Wij betalen 100 shilling (2,5 euro) voor het beschimmelde tentje met een adembenemende zonsondergang.
We eten onze dagelijkse boterhammen met banaan als avondeten en ontbijt en vertrekken op tijd naar ons volgende flamigomeer, lake Nakuru, dat we in de vroege namiddag al bereiken. Nakuru is een gezellig stadje met leuke souvenirsstalletjes en terrasjes. Toch zien we ook hier nauwelijks blanken. Blijkbaar komen die niet in de hotelletjes waar wij gaan. We zijn wederom de enige witjes. We genieten in het zonnetje van een beetje rust na ons 60 km tochtje en ik amuseer me met het kapotpitsen van Jans brandblaren. De volgende dag wordt een echte safaridag, in een busje, niksdoen en staren naar dieren. We kijken er al naar uit.
Lake Nakure National Park is allesbehalve goedkoop: 80$ voor ons tweetjes en geen garantie op leeuwen. De oogst van de dag: dick dicks, gazellen, antilopes, zebra's, giraffen witte neushoorns, 1 zwarte neushoorn,
duizenden roze flamingo's en 3 vervelende Noren die we van veel te dichtbij meemaken. We vinden het niksdoen best wel leuk, maar als we in de namiddag terug zijn in Nakuru town zijn we maar al te blij om nog even een tochtje van 20 km op onze fietsjes te doen naar een nabijgelegen krater, zonder Noren, zonder zebra's, maar gewoon met z'n tweetjes en massa's water. We stoppen in kleine dorpjes en nemen foto's van de kinderen die door het dolle heen zijn als ze plots hun zwarte snoetjes op onze camera zien. We genieten en vergeten bijna dat we op 8 km meer dan 800 meter klimmen.
zaterdag 6 april wordt onze topkilometervreterdag. Een 115 km lange weg in goede staat leidt ons langs idyllische dorpjes met strooien hutjes, langs ananaskraampjes en een gevarieerd landschap dat verandert van savanna in cactussen, van cactussen in rode stenen en van rode stenen in dichte struiken. Tegen goed en wel half vijf staan we aan de ingang van Lake Bogoria National Park. Hoewel we al flink wat kilometers in de benen hebben en de lucht eruit ziet alsof de Ark van Noah het niet zou overleven, besluiten we toch nog het park in te rijden om daar ons tentje op te slaan. 500 meter op de onverharde weg later omarmt de eerste echte bui van het regenseizoen ons. Lake Bogoria ademt rust en stilte uit. Na een halfuutje trappen bereiken we ons slaapplaatsje
voor de nacht. De regen is intussen gestopt en de laatste toeristen pakken in. Een wachter toont ons nog een plekje voor de tent, maar dan is ook hij weg. Dit is een magische plaats. 2 gijzers spuiten heet water omhoog. Warme nevel wikkelt de oevers van Bogoria in mysterie. In het lauwe water aan de rand van het meer zoeken roze flamingo's een plaatsje voor de nacht. We zetten ons tentje op en Jan maakt een kampvuur. We eten geroosterd brood met pindakaas en verse honing en staren uren op onze rug naar de heldere sterrenhemel waar de Grote Beer naast hemellichamen van het zuidelijke halfrond prijkt. Het is een magische avond.
We eten onze dagelijkse boterhammen met banaan als avondeten en ontbijt en vertrekken op tijd naar ons volgende flamigomeer, lake Nakuru, dat we in de vroege namiddag al bereiken. Nakuru is een gezellig stadje met leuke souvenirsstalletjes en terrasjes. Toch zien we ook hier nauwelijks blanken. Blijkbaar komen die niet in de hotelletjes waar wij gaan. We zijn wederom de enige witjes. We genieten in het zonnetje van een beetje rust na ons 60 km tochtje en ik amuseer me met het kapotpitsen van Jans brandblaren. De volgende dag wordt een echte safaridag, in een busje, niksdoen en staren naar dieren. We kijken er al naar uit.
Lake Nakure National Park is allesbehalve goedkoop: 80$ voor ons tweetjes en geen garantie op leeuwen. De oogst van de dag: dick dicks, gazellen, antilopes, zebra's, giraffen witte neushoorns, 1 zwarte neushoorn,
zaterdag 6 april wordt onze topkilometervreterdag. Een 115 km lange weg in goede staat leidt ons langs idyllische dorpjes met strooien hutjes, langs ananaskraampjes en een gevarieerd landschap dat verandert van savanna in cactussen, van cactussen in rode stenen en van rode stenen in dichte struiken. Tegen goed en wel half vijf staan we aan de ingang van Lake Bogoria National Park. Hoewel we al flink wat kilometers in de benen hebben en de lucht eruit ziet alsof de Ark van Noah het niet zou overleven, besluiten we toch nog het park in te rijden om daar ons tentje op te slaan. 500 meter op de onverharde weg later omarmt de eerste echte bui van het regenseizoen ons. Lake Bogoria ademt rust en stilte uit. Na een halfuutje trappen bereiken we ons slaapplaatsje


0 Comments:
Een reactie posten
<< Home