Via deze blog willen we in contact blijven met de homies, terwijl wij Azie afschuimen. Van de mongoolse steppe tot de tibetaanse pieken, via China, Vietnam, Cambodia, Laos, Birma, Nepal en god weet waar we nog terecht komen in dit jaartje weg...

zaterdag, mei 13, 2006

Na onze rustdag begint een totaal andere wandeling. De westkant van de pas is erg verschillend, zowel in zichten, terrein, dorpen als het pad zelf. Na Muktinath gaan we naar Johmsom. Door het slechte weer moeten we Kagbeni links laten liggen. Het sneeuwt, en naarmate we verder afdalen verandert sneeuw in regen, we waaien ook bijna omver. Johmson zelf was niet erg bijzonder. Marpha, 2 uurtjes wandelen verderop is prachtig. Een hagelwitgekalkt dorpje met smalle kriskras straatjes dat voor mijn part Unesco erfgoed mag worden, ware t niet dat die naam garant staat voor dure entreetickets en massas souvenierstalletjes. Onze vrienden zijn blijkbaar nog altijd niet terug hun oude zelf want ze stappen erg traag. We besluiten ons eigen tempo verder te houden en nemen afscheid.
We lopen langs de rivier, in steeds wisselende landschappen. Van de rotswoestijn, naar hoog-alpijns tot tropisch.Tegen onze wandelrichting in kruipen de stevig bijgekruide paniekverhalen omtrent de staking. Brandstoftekorten, ambassades die verlaten worden.... Op een grond van waarheid wordt stevig bijgefantaseerd, maar algemeen is er wel wat onzekerheid bij de trekkers. Niet echt omtrent de veiligheid, niemand voelt zich enigszins in gevaar. Wel omdat het busverkeer van het circuit naar de stad er niet is, en we dus te voet terug moeten. Drie dagen extra. Voor sommigen kan dit betekenen dat ze hun verdere vlucht naar huis misschien missen, maar de hardste klagers zijn de Israeli die op de moeite zien. We laten de wind waaien en zien wel wat er allemaal aan de hand is. Hier is de informatie toch niet betrouwbaar. Ons enige probleem is dat we door onze vele omwegen en paardentochtjes stilaan de bodem zien van onze portefeuille. Met drie dagen extra moeten we beginnen opletten met ons geld.
Intussen hebben we een nieuw ploegje gevormd met Tom en Devon. Hij Britse student geneeskunde, zij journaliste van Florida. Samen goed voor een ontluikende relatie, we hebben hun eerste handjes en kussen meegemaakt. Wegkijkend voor al dit lenteprille geflikflooi zien we bloeiende appelbloesem, rododendron, bananenbomen, en op de achtergrond de grootste kloof ter wereld. De zwarte rivier stroomt pal tussen de Anapurna en Daulgiri massieven, beide goed voor 8000 meter en meer. Dit traject wordt soms gefietst, en er zijn stukken waar ik mijn fiets erg hard gemist heb, maar er zijn er minstens evenveel waar ik hard zou gevloekt hebben om m weer een eind te dragen.... De Nepali timmeren intussen aan een weg voor autoverkeer: gekkenwerk. Een regenbuitje net als we Tatopani binnenwandelen verfrist ons. Komt goed uit want de hotsprings hier zijn zalig. Nooit zo proper geweest op de hele trekking.
Door de staking moeten we afwijken naar het oude traject. Niks mis mee, maar we waren gezakt tot 1200m, en mogen in 1 dag terug naar 3000m. U begrijpt dat we eventuele maoisten er deze keer niet zo makkelijk vanaf zouden laten komen. Op de top hadden we gehoopt op een knus en gezellig dorpje,zoals het tot nu toe altijd geweest is, want deze kant van de trekking is enorm divers qua dorpen. Zeker de overgang van de Tibetaanse dorpen naar de Indische invloed is een belevenis. Maar in Gorepani, op de top valt niet veel te beleven. Een Camping Cosmos van barakken waar ze duurdere prijzen hanteren dan in de hoofdstad....We ontmoeten er een Rus die ons inspireert om een van onze dromen te realiseren, zijnde de Ural Sidecar motoren, vlot verkrijgbaar in Moskou.... Hmm, misschien eens over nadenken.
Van Gorepani is hiet uitzocht wel zalig. Eigenlijk is het bewolkt, maar de wolken gunnen ons toch een paar prachtige zichten op de nog steeds indrukwekkende bergen. Naar beneden is een kleine hel voor iemand met een zere knie. 3950 (welke gek heeft ze ooit geteld?) treden... Hoe mooi t landschap ook is, niemand geniet van deze martelende tocht. Geen Maoisten gezien, ondanks de onheilsberichten.
Terug onderaan de berg zijn we aan het eigenlijke einde van de tocht. Stiekemerds bieden ons dure taxiplaatsen aan. We vertrouwen het zaakje niet. In het donker door de bergen rijden terwijl er een algemeen uitgangsverbod is in een land in burgeroorlog. Nee, dat doen we maar niet. We stappen nog een drietal uren verder en overnachten in een klein dorpje waar normaal geen enkele tourist komt. Nu doen ze hier gouden zaken

Labels: ,