the sky is the limit
Terug in Manang valt de stilte enorm op. Een aantal dagen geleden liepen hier nog tientallen touristen rond, nu is het bijna een spookstadje. Door ons lusje Tilicho zijn alle andere touristen nu vóór ons, de aanvoer van verse stappers is door de staking stilgevallen. We hebben dus de bergen voor ons alleen. De enige mensen die na ons zullen komen zijn een achttal mensen die wegens hoogteziekte moesten afdalen en langer acclimatiseren. Stiekem zijnn we dus erg gelukkig met de staking, want op piekmomenten zijn hier vlot 10 a 20 keer meer mensen. We konden geen beter moment gekozen hebben om deze populaire trekking te doen. Vaak is het hier drummen en wringen om tragere stappers ergens te kunnen inhalen, nu heerst een vredige rust die ons toelaat om de echte kalmte en schoonheid van dit gebied beter op te nemen. De handelaars en hoteliers zien wel zwarte sneeuw. We laven ons nog eens goed aan het uitgebreide en goede eten in Manang, en besluiten dat we geen rustdag nodig hebben om het pièce de résistance van deze trekking te stappen: de Thorung La. Volgens de Nepali is dit de grootste pas ter wereld, wat dat ook moge betekenen. Dikke tegenvaller: de apple crumble is uitverkocht, dus vertrekken we die ochtend zonder onze bijna tot heiligdom verheven lekkernij. In een rustige dag stappen we (David, Nathay, Bren en Jan) naar Thorung Phedi, het base camp op 4400m. De meeste andere reizigers splitsen dit stuk op in 2 dagen omwillen van de toenemende hoogte, maar na ons uitstapje naar Tilicho zit dat wel snor en voelen we ons enorm fit, ook al wil mijn knie niet goed mee. Dat we intussen op 4000 meter zitten, voelen we niet echt, en we zien het helemaal niet, want die bergen blijven gewoon even hoog boven ons razen. De Alpen lijken klein bier in vergelijking met deze oneindig hoog lijkende mastodonten. We kopen melige appeltjes bij een alleraardigste Tibetaanse vrouw en dartelen een paar uur berop langs een rivier. Maar we zijn niet alleen. Tientallen arenden, gieren en condors vergezellen ons en vliegen amper een paar meter boven onze hoofden uit. Het publiek bestaat uit kuddes blauwschapen, een oer-soort waaruit zowel de geiten en schapen uit geevolueerd zijn. Deze kennis haal ik uit het fantastische boek 'The Snowleopard' van Peter Andriessen (een absolute tip) Sneeuwluipaarden hebben we niet gezien, een foto van dit dier zou ons onmiddellijk erg veel geld opgeleverd hebben, want tot nu toe hebben slechts enkele tientallen westerlingen het dier kunnen zien. Van de legendarische Yeti ook geen spoor. In The Snowleopard wordt beschreven hoe enorme stukken van de himalaya nooit geexploreerd zijn door biologen, en dat veel informatie in verband met de Yeti opvallend gelijklopend is. Er zou dus iets van kunnen aan zijn. Misschien zagen de Sneeuwluipaard en de yeti ons wel lopen....
Om meteen over een ander boek te beginnen: ons groepje begint steeds meer op de expeditie naar Rum Doodle te lijken. The Ascent of Rum Doodle is veruit het grappigste boek van deze reis. Het persifleert alle heroische bergbeklimmingsboeken op een Monty Python stijl die me bijna elke bladzijde luidop doet schateren. Vanwaar de vergelijking? Vooral omwille van David. Onze canadees heeft zich ontpopt als een misantrope drinkebroer die minder eet om voldoende geld aan lokaal gestookte brandewijn te kunnen uitgeven. Vaak is hij al om 10 uur omgeven door een walm van alcohol en vuile sokken. Want zelfs na een tiental dagen heeft onze vriend geen verse kousen aan....... Wij doen moeite om ofwel voor hem uit te lopen, ofwel ver achter hem, de geur is niet te harden.Ondanks al dit bereiken we heel vlot het Base Camp, waar we de australiers terug ontmoetten die we in Tilicho zagen, maar ook de Israeli die we bij de maoisten zagen.
David verrast vriend en vijand. Onze monden vallen open als we ontdekken waarom de apple crumble uitverkocht was deze ochtend: hij heeft de hele voorraad (goed voor vlot anderhalve kilo) stiekem gekocht, 1100m omhoog gesleurd om ons mee te trakteren op de goeie afloop van de overtocht van de pas morgen. De dag kan niet meer stuk, Brenda is zodanig geinspireerd dat ze zich stort op de waterverf van Nathay (we staan perplex dat enerszijds mensen op grammen besparen om de Thorung La pas over te gaan, en onze vrienden met een rugzak vol crumble, en zelfs waterverf naar de 5400m gaan)
Over de Israeli is ook het laatste woord nog niet gezegd. Het Base camp is een lodge in hout, verwarmd met 2 kleine electrische vuurtjes. Als de uitbaters er eentje aan onze tafel komen zetten bij het vallen van de avond, haalt een van die Israeli het ongegeneerd weg om het onder hun tafel te zetten. Als ik mn boek neem en dan gewoon aan hun tafel ga zitten, kijken ze me stomverbaasd aan. Na een kwartier smelt het ijs toch. We knopen een gesprek aan. Zij willen om drie uur s ochtends vertrekken om zo zeker de pas op tijd over te gaan. Een andere groep Israeli ten laatste tegen 4.30. Dat de wolken en wind tegen een uur of elf vaak opsteken, daar hebben ze gelijk in, maar dat ze daarvoor 8 uur voorzien om de laatste 1000m te klimmen snappen wij niet, zeker niet in het donker. Gevaarlijker en een mens ziet de bergen niet, en dat was toch de essentie van de hele trip? Zij verklaren ons gek om pas rond 6 uur 's ochtends te beginnen wandelen.
We slapen als roosjes in onze fleece slaapzak. Van de eskimo's hadden we geleerd dat er geen substituut is voor lichaamswarmte. Dus hadden we in Pokhara 2 fleece slaapzakken aan elkaar laten naaien, in plaats van alletwee een zwaardere dons slaapzak mee te zeulen waarin we elk apart moesten kruipen. Een gouden idee, want de dekens in de guesthouses en onze fleece waren ruim voldoende, zelfs op 4400m. Om halfdrie horen we de Israeli -niet gehinderd door enige emphatie om anderen niet wakker te maken- vertrekken. Anderhalf uur later nog een groep. We draaien ons nog eens om.
Na een ontbijtje staan we fit en monter klaar om 6 uur om de klim aan te vatten. Onvoorstelbaar mooi in het ochtendlicht. Die enorme massas, helemaal geen plaats voor mensen, maar zo mooi. Tot onze -en nog veel meer tot hun- verbazing halen we na anderhalf uur klimmen de eerste groep israeli in. Nog een uur later de tweede groep, die het niet zo vlot leek te verkroppen. Ondanks Israel's ski resorts en 3 jaar legerdienst vonden ze dat belgen veel meer sneeuw- en bergervaring hadden. Ze hebben t er lastig mee. Nu, vooral door onze hoogte stage op Tilicho, gaat het ook vlot. We klimmen niet snel, maar zijn nooit buiten adem en hoeven amper te stoppen om onze hartslag terug onder controle te krijgen. Geen spoor van hoogteziekte. Het valt t meeste op als we voorbij andere trekkers stomen, terwijl ze dubbelgeplooid over hun wandelstokken naar adem snakken als vissen op het droge.
Tegen halfelf staan we dan aan een hutje met een bord dat de top aanduidt. We zijn er. 5416m. 600m hoger dan eender wat in Europa. Das nog eens een hele Baraque Fraiture bovenop de Mont Blanc. En nog staan ze ons in ons gezicht uit te lachen, die hagelwit besneeuwde bergpieken. Nog staan ze duizenden meters boven ons. Net een stel grote borsten in wit Tshirt onder een blacklight. De zichten zijn fantastisch, een diepblauwe lucht weerkaatst kletterend op de sneeuw en gletsjers. Hoewel we de pas nooit als een levensdoel of zelfs reisdoel gezet hadden, genieten we toch van onze prestatie.
De afdaling daarentegen is een beetje een anticlimax. Papperige gesmolten sneeuw over een eigenlijk eerder saai en eindeloos lang pad in een gruiswoestijn. Allicht kon er na deze morgen niet veel ons nog echt beroeren, zo indrukwekkend vinden we 't. Na een lange pauze in een eenzame hut, bereiken we dan eindelijk Muktinath, een van de 2 toegankelijke dorpen van het verboden Mustang. In een andere taal een wild ontembaar paard, hier is het een ongerept stuk Tibet, dat binnen Nepal ligt. De woeste vrijbuiters die hier wonen hebben zichgesteund door de bergen, succesvol kunnen verzetten tegen de chinese annexatie. Bijgevolg is het erg authentiek. Het was tot voor kort helemaal ontoegangkelijk voor buitenlanders. Nepal vreesde dat China er ooit zou binnenvallen, maar ook voor de bewoners die niet zo tuk zijn op bezoek. Een permit van 700 dollar per persoon voor 2 weken moet de toestroom van touristen onder controle houden. Daar is nu 'Effiegeengeldvoor'. Volgende keer misschien, maar nu stellen we t met de paar dorpen die we wel mogen bezoeken.
Vandaag rustdag. Niet alleen om te bekomen van een sliert stevige dagen, maar ook om deze vallei intense te verkennen, want we zijn in 1 van de 2 dorpen van heel Mustang waar toeristen wél mogen komen. Wat doen Jan en Brenda op een Rustdag? Stappen. Vier uur lang, door de sneeuw zelfs. Deze vallei is een overwegend roestgrijze gravelwoestijn, maar van dichtbij uitzonderlijk groen. De dorpen zijn als forten gebouwd, met dikke hoge muren en bijna geen ramen. Kwaaie honden houden de wacht. In de kleine kronkelstraatjes is het erg gezellig en geborgen. Beschermd tegen de wereld, maar ook beschermd tegen de tijd. Want enkel de electriciteitspalen verraden dat je niet een paar eeuwen terug in de tijd gestapt bent. Niet alleen de huizen zijn hier gewapend tegen de harde omstandigheden, ook de mensen: gelooide huiden, voetzolen als schoenen, de ogen permanent dichtgeknepen voor het scherpe zonlicht. Nieuwsgierigheid overwint hun achterdocht en snel begint er een wederzijds spelletje mensen kijken. Had Lernout & Hauspie nog bestaan had ik veel gegeven voor een vertaalcomputertje Vlaams-Tibetaans. Mustang heeft snel een mythisch plaatsje veroverd in onze herinneringen. Ooit komen we hier wel eens een echte expeditie te paard doen, als we de lotto gewonnen hebben. Eén van de duizenden ideetjes op onze dromenlijst.


0 Comments:
Een reactie posten
<< Home