No sleep till Siem Reap
Woensdag 8/2 - vrijdag 10/2 De dolle driedaagse
Woensdag 8 februari,10 uur, Tat Guesthouse, Phnom Penn. De eigenaars van ons guesthouse en het daarbijhorende commitee van plakkerige motortaxi's ('hello, motorbike, sir')wuift ons uit. Ze hebben de afgelopen dagen met ons meegeleefd ... en vooral (mee)gelachen als we te voet onze Minsk naar de zoveelste garagist duwden. Maar... we are back in full force! De Minsk start meteen en met veel lawaai laten we onze fanclub staan in een wolk van witte rook. Op naar Kampong Thom, naar Sambor Prei Kok, een tempelcomplex temidden van het bos. Door de bommen (Vietnamoorlog, Khmer rouge?) is er niet zoveel meer van bewaard, maar toch maken de ruines, gevangen in de greep van reusachtige bomen indruk op ons. Kinderen leiden ons rond in het complex. Hun Engels beperkt zich tot 'bomb, broken, big'en vooral 'buy scarf'. Ik koop er eentje, het verkoopstertje loopt vrolijk huppelend weg, de andere kinderen blijven erop aandringen dat ik een handel in Cambodiaanse sjaaltjes begin.
We vinden een hotelletje in Kampong Thom, maken ruzie over de ondergoedzak die we blijkbaar in Phnom Penn vergeten zijn en kibbelen vervolgens over het feit dat we ondergoedzak dus toch mee hebben maar dat de ander niet goed genoeg gezocht heeft... En zo vliegt de avond weer voorbij :-)
Landmijnen, zandwegen vergelijkbaar met de duinen van Hechtel, jungletempeltjes en 'homestay'. Donderdag 9 februari was onvergetelijk! Je zou verwachten dat je op een weg met naam 'highway 66' gemakkelijk 70 km per uur kan halen. De Cambodiaanse Highway 66 gelijkt zoveel op zijn Amerikaanse tegenhanger als een vuil onderbroek op een zijden baljurk. Highway 66 is een smal weggetje bedekt met zoveel zand dat de mannen van het zandsculptuurfestival in Zeebrugge de komende 6 jaar voorzien zijn, en geflankeerd door bordjes met rode doodshoofden, wijzend op de massa's landmijnen die plassen in de bosjes onmogelijk maken. Denk daarbij nog een Russische motor, gewend aan het siberische klimaat, oververhit bij temperaturen van 35 graden en u krijgt een idee hoe een dagdagelijkse dag van Jan en Brenda eruit ziet. Net als we denken dat we moeten terugkeren komt er een man uit het bos tevoorschijn die ons weet te vertellen dat onze eindbestemming nog maar 8 km is ... of is het 18 of 28, zo vlot zijn we nog niet met de Cambodiaanse getalletjes. We doen een laatste poging om ons een weg te banen langs de landmijnen en door het mulle zand, en effectief na een halfuurtje komen we in Taseng aan. Taseng is een gezellig dorpje in Bokrijksfeer (mocht u verwijzingen zoals Hechtel en Bokrijk niet begrijpen, wordt het dringend tijd dat u een safari naar Limburg onderneemt); ossenspannen, houten hutjes, geen auto's noch elektriciteit en spriteflessen gevuld met benzine. We vullen onze tank aan met eentje en ploeteren de laatste 5 kilomter verder naar Preah Khan, een parel van een tempel volgens menig reisgidsen. Als we plots door de bomen de stenen hoofden lachend zien uittorenen, blijft de conversatie de daaropvolgende minuten beperkt tot 'wow, waaw, amai en poeweei'. Zo moet Indiana Jones zich dus gevoeld hebben... . We dwalen door de ingestorte gallerijen en klauteren over de vele brokstukken. Als we ons in de schaduw van een boom zetten om de beschrijving van deze tempel in onze reisgids te lezen, valt onze Cambodiaanse Riel (allez, hij dwarrelt want ze hebben hier geen muntjes). De beschrijving komt helemaal niet overeen met wat we voor ons zien. 'Preah Khan in the Angkor Wat complex should not be confused with Preah Khan in the Preah Vihear Province'. Altijd verstandig om je reisgids deftig te lezen voor je een zandweg van 40 km te lijf gaat!
Wij vinden ONZE Preah Khan alleszins meer dan de moeite, ook de andere bijhorende tempelcomplexen even verderop zijn prachtig. Hier staat plots wel een ventje met zelfgemaakte entreeticketjes... 5 dollar. Niet veel maar gezien de grootschalige plunderingen weten we niet waarom we betalen. Op de grond liggen reliefen, mooi uitgeboord klaar, om meegesmokkeld te worden door 'kunstkenners. De beelden zijn onthoofd en van de ingekerfde versieringen is de helft weggeschraapt. Rondom te tempel ligt het vol landmijnen. Ik wissel mijn Lara Croft gehalte in tegen een braaf Nana Muskoery gedrag en we keren terug naar Taseng. De plannen om hier een Hilton hotel te bouwen zijn blijkbaar op de lange baan geschoven... Er is hier geen enkel guesthouse.
Een 'homestay'dus... Homestays worden bij de meeste toeristen hoog in het vaandel gedragen; contact met de lokale bevolking, inzicht in het alledaagse leven...Daarbij worden ongemakken zoals - waar is in hemelsnaam het toilet? - waar moet ik me wassen? en Wat kan ik in hemelsnaam zeggen?'- te vaak vergeten. De eerste mensen aan wie we vragen of we mogen blijven slapen, happen meteen toe. Ze zijn apetrots op hun aanwinst en het hele dorp komt een kijkje nemen naar de twee exotische exemplaren. We wassen ons samen met de anderen aan de waterpomp van het dorp. Twintig paar ogen kijken me nieuwsgierig aan terwijl ik discreet me onder mijn rokje probeer te wassen. Die ogen blijven ons de rest van de avond volgen... en 's avonds, als we samen met de familie onder de paalwoning zitten, wordt er hoopvol naar ons gekeken alsof we alle momenten in vloeiend Cambodiaans een lezing gaan geven over de Europese unie en haar impact. De conversatie blijft beperkt tot 'hello, wa's jo neim' (hello, what is your name?). Nadat we die 5 keer hebben gezegd, is de inspiratie wel op... homestays kunnen heel vermoeiend zijn. Om 8 uur trekt de hele familie de paalwoning in, we volgen braafjes. We krijgen hun bed aangeboden maar dat weigeren we natuurlijk beleefd. Geef ons maar de houten vloer, gemaakt van tropisch hardhout! Afgunstig kijken we naar de armere buren met hun bamboevloeren... De nacht is lang, de blauwe plekken blauw, de krampen quasi ondragelijk en de doorligwonden talrijk. Denk twee keer na voor je tropisch hardhout gebruikt als vloer.. u weet nooit of u eens bezoek krijgt van twee gestrande toeristen.
Half zes, het einde van ons lijden en het begin van een nieuwe dag. We worden wakker met de Cambodiaanse ultra top dertig die vanuit een radiootje, aangedreven door een autobatterij, bleirt. We pakken in, betalen onze gastfamilie blijkbaar genereus (ze bieden meteen aan om langer te blijven) en gaan verder op pad, een verderzetting van Highway 66. De Minsk heeft er zin in en Jan ook. We crossen door de bossen en na twee uur langs dorpjes en imposante, verlaten Angkoriaanse bruggen te rijden komen we een geasfalteerde weg aan! Die leidt ons in 1 ruk naar Beng Mealea. De tempel is helemaal overwoekerd door bomen maar ongelooflijk mooi en sereen. We dwalen er tot in de late namiddag rond. We hebben nog meer dan 3 uur voor het donker wordt om de laatste 60 km op geasfalteerde weg af te leggen tot in Siem Reap, thuishaven van bekende Angkor Wattempels. 3 uur is echter een berekening gebaseerd op een rijdende Minsk. Na 200 meter begint onze Rus onrustwekkend te sputteren en 6 meter later staan we opnieuw naast de kant van de weg. Bougie controleren, carburator schoonmaken, lucht- en benzinefilter controleren... Minskie wil niet meer! Intussen rijden de busjes met toeristen ons voorbij, nieuwsgierig kijkend door hun raampjes. 'Interessant, twee westerlingen in panne naast de weg' en ze zwaaien vriendelijk, terwijl ze tegen 70 km per uur langs ons door rijden. We hebben nog maar net 100 meter gewandeld of een Cambodiaanse man doet teken naar zijn pick up of we een rit naar Siem Reap willen. We zijn door het dolle heen. De motor wordt in de pick up geladen en wij springen er enthousiast bij om twee minuten later, onder een Cambodiaans lachsalvo, weer uit te stappen. Er ontbreekt nog een wiel van de pick up... Een halfuurtje later kunnen we dan eindelijk vertrekken. Driewerf hoera... Te vroeg gejuicht! 500 meter verderop produceert de pick up een schurend slepend geluid. We keren terug - en vrezen al een opkomende homestay. Maar geen nood, er wordt wat geknutseld aan het wiel en we gaan weer op weg ... of toch niet... We zetten het even schematisch op een rijtje
na 5 km - tweede panne - brommertje met garagist komt helpen. Remblokjes van linkervoorwiel worden verwijderd.
na 10 km - derde panne - Jan haalt ons gereedschap boven - de depanneur wordt mededepanne - de remschijven van het linkervoorwiel worden volledig verwijderd. We rijden met drie remmen verder.
na 12 km - vierde panne - onze helpers besluiten te gaan eten. Ze betalen ons eten en voorzien ons rijkelijk van bier.
na 13 km - besef - er is blijkbaar niets aan de hand met de remmen dan wel met de versnellingsbak, telkens we meer dan 40 km per uur rijden begint de pick up een geluid te maken dat gebruikt zou kunnen worden als soundtrack op de dag des oordeels.
We rijden met 3 remmen en tegen 35 km per uur naar Siem Reap.
Onze redders zetten ons in het centrum af, weigeren enige vorm van geld en rijden met krakende versnellingsbak weg! De Cambodianen zijn het vriendelijkste volk ter wereld!


0 Comments:
Een reactie posten
<< Home