once in a lifetime: Manali - Leh
De Startplaats: Manali -niet te verwarren met Manilla, de miljoenenstad in de filippijnen- ligt in een idillisch dal omringd met hoge ceders en dennen. In het dal zelf woekeren ontelbare winkeltjes, guesthouses. Het ziet eruit als een indisch dorp in de alpen, maar het is eigenlijk een israelische enclave van afgezwaaide ex-militairen die hier met de hulp van wiet en een hippie uniform zichzelf lijken te zoeken. Als zo'n Israeli Manali nadert, stopt hij/zij met zich te scheren, verbergt de bergschoenen, Gore tex kleding en rugzakken aan de rand van het bos, om dan -gekleed in kleurrijke wollen dekens, blootsvoets rond te zweven +/- 10cm boven de grond. Ze zijn zo talrijk dat veel foldertjes en opschriften zelfs niet meer in het Engels zijn, maar enkel nog in hebreews. Versta ons niet verkeerd: een zelfde concentratie belgen in zo'n plaatsje zou ook voor overlast zorgen bij andere reizigers.
Het Plan: overland naar Ladakh, per motor De tocht zelf is een klassieke once-in-a-lifetime onder motorreizigers -. Effieweg begint stilletjesaan een synoniem te worden van motorreizen. Een ambitieuze tocht van 495km, waarvan ongeveer de helft zogenaamd geasfalteerd is. Van het op 1800m gelegen Manali naar Leh (3500m) over de 2 e hoogste berijdbare weg ter wereld. Een 5tal passen waarvan de hoogste op 5200m ligt, een zuchtje onder het hoogste punt van onze Anapurna trekking in Nepal. Voorbij deze weg ligt Ladakh, een stuk van het Tibetaans plateau dat politiek in Indiaas Kasjmir ligt. De weg zelf is open van begin juli tot half september, de rest van het jaar verwoesten kou en sneeuw de moedige pogingen van de locals om de route te asfalteren. Dat ruikt kruidig he?
Het Vehikel: een Royal Enfield, daarover komt een apart stukje.
Het Verloop: Via verschillende bronnen hadden we een lijstje met adressen waar we zo'n Enfield zouden kunnen huren. Het eerste adres bestond niet meer. Het 2 e had wel motoren, maar hun afgeragde 100cc motortjes waren niet opgewassen tegen onze plannen om over een aantal van de hoogste en slechtste wegen ter wereld te rijden. Bij een 3e waren alle motoren al verhuurd voor een tijd. Een vierde had motoren, maar die mochten de provincie niet uit..... Onvoorbereid op het scenario dat we geen motor zouden vinden, evalueren we al een aantal trekkings en overwegen we een Enfield te kopen van een andere reiziger. Tot we op een adres waar we al eens passeerden onze wanhoop uitdrukken. Ineens blijken ze toch een motor te hebben, al wist de zaakvoerder dat zelf niet.... euforie alom. Morgen om 16 uur kunnen we m komen halen!
In afwachting van onze motor wandelen we door de dennnenwouden langs erg bucolische taferelen: "herderinnetjes rustend bij de rivier", "boer hoedt de geiten langs het bospad". Een schilder uit de renaissance of romantiek zou hier de handen vol hebben. De menukaarten zijn overal dezelfde maar dank zij onze aanhoudend afdingende Israelische vrienden blijven de prijzen hier ontzettend laag. Bij t avondmaal hopen we, dromen we en maken we plannen over deze rit. We droomden er al een tijdje van en nu doen we 't, als afsluiter van een onvergetelijk jaar.
En dan is het weer zover. We sjorren onze bagage en 2 extra bidons benzine op onze tuffer. En in geen tijd stuiteren we weer over kronkelende paadjes. We leven op! Effieweg is on the road again! Gejoel alom. We hebben duidelijk een schildpad onder de billen en geen haas. Maar eenmaal ze rijdt mag je nogal wat voor de wielen gooien, ze puft zich er wel over en door, putten, smalle brugjes, riviertjes.... Op de eerste bergop zijn talloze genummerde shops waar indische toeristen nep-bontmantenls, moonboots en skipakken huren om zo -voor het eerst in hun leven- echte sneeuw te zien. Dat gaat gepaard met flink wat giechelen en eindeloos veel foto's. We ontkomen er niet aan, en zijn nu allicht ingekaderd aan de muur van ettelijke Sikh families die perse westerlingen op hun foto's wilden.
Het landschap verandert sneller dan we rijden, zelfs aan ons slakkengangetje hebben 's avonds nog enorm veel indrukken te verwerken. Dag 1 is nog groen, maar na 2 berpassen is vegetatie al zeldzaam geworden. Zie foto's, en dan nog. We tanken onze reserve bidons vol voor de 350km tellende tocht naar Leh, waar geen permanente bewoning is, en behalve wat indische fastfood in tentenkampen ook niks te koop is. We prikken onze tent deze nacht in een zeldzaam vlak stuk.
Vandaag een korte maar zware tocht: 80km -waarvan misschien 10% asfalt te noemen is- naar Sarchu, een checkpoint met tentenkamp. En het begint meteen al spannend: ik krijg de motor met geen middelen in gang. Meteen koud zweet allerlei donkere gedachten omtrent het verloop van deze reis. Een motor is een vrijheid maar ook een gevangenis. Als je m niet meekrijgt zit je heel erg vast. Je kan nog handiger met een wasmachine op je rug de wereld rond, dan met een dooie motor. Maar een Sikh –wij zijn fans van deze uiterst vriendelijke tulbanders- schopt het ding in 1 keer in gang. Tja... Nukkig zei ik toch. We daveren omhoog naar onuitsprekelijke landschappen. Zelfs de foto's doen onrecht aan dit spektakel. Onbeschrijflijk neig zijn ook de Gata loops, 21 haarspeldbochten aaneengerijgd langs een steile bergwand. Als je bovenaan staat zie je ze allemaal. De panorama's blijven elkaar opvolgen aan een tempo waar zelfs een verstokt MTV kijker van zou duizelen. De weg slingert verder, bijna onophoudelijk over kapotgevroren asfalt, riviertjes en gravel. Op sommige plaatsen is de weg gewoon de bedding van een rivier van vlot 40 cm diep. We ontmoeten John -een Canadees die op zijn eentje met z'n Enfield naar Leh gaat, en de spaanse Juan, die hetzelfde met de fiets wil doen. Totaal gek en gevaarlijk plan. Meer nog dan remmen heb je hier een luide toeter nodig om in de ontelbare haarspeldbochten de verscholen tegenliggers van je komst te verwittigen.
Sarchu is eigenlijk een zwaar vervuilde hoek aan de rand van een prachtige vlakte. De tenten zijn afgedankte legerparachutes die met een paal opgehouden worden. De bedden zijn klamme katoenen balen. Onze tent is meteen haar gewicht in goud waard. Het eten is standaard kost: omeletjes, warme ongegiste broodjes, Dal Bat met linzen; op zo'n desolate plek kan je geen warme bakker verwachten. We passeren de avond al kletsend met John en de Juan, en kaarten erna nog wat in de tent.
Dag drie: We worden gewekt door de roffel van John's motor, die een vroege start heeft. Na het ontbijt herhaalt de geschiedenis zich: Ennie wil niet starten. Ontluchten, choke, niks helpt. Een rollende start bergaf wekt haar eventjes maar meteen valt ze weer in een diepe slaap. Ik probeer haar terug bergop te duwen, maar dat valt niet mee op 4000m. Eén teken naar een vrachtwagen en meteen dringen een tiental chauffeurs om te helpen, Hun trots staat op het spel. Ennie houdt meer van Indische mannen dan van mij, zoveel is duidelijk als ze meteen weer snort als een kat. Met nog 220km te gaan hopen we Leh vandaag nog te bereiken, ook al moeten we nog over de 2 hoogste passen van deze tocht. We klimmen, dalen langs unieke canyons omhoog tot de etherische Moore vlakte. Een biljartlaken midden in de Himalaya. Wie meent dat het doel van reizen het 'onderweg zijn' is, moet echt deze Leh-Manali Weg rijden. Behalve misschien de Ho Chi Minh highway hebben we dit nergens zo fel aangevoeld als hier. Maar de lange uren, en ontelbare bulten en kuilen beginnen te wegen, de vermoeidheid bekruipt ons en we voelen ons humeur en verwondering zachtjes wegsmelten. Onze rug doet zeer. Uiteindelijk halen we Leh tegen vijven. Ruziënd over welke straat eerst te proberen zoeken we naar een hotelletje. Kwijl stroomt langs de kin als we 2 stevig uitgebouwde BMW offroad motoren zien staan op de parking van een hotel, waar we dan meteen maar intrekken. De Duitser heeft een sticker van Cambodia op zijn motor gekleefd: dat moét wel tof volk zijn. Het lijkt zelfs alsof we die motor al eens eerder zagen. De Déja-Vu laat Brenda niet los en we vermoeden dat we m eens in een hotel in Phnom Penh zagen. We kiezen het slechtste restaurant van de hele stad maar het heerlijke bed maakt veel goed.
Het Plan: overland naar Ladakh, per motor De tocht zelf is een klassieke once-in-a-lifetime onder motorreizigers -. Effieweg begint stilletjesaan een synoniem te worden van motorreizen. Een ambitieuze tocht van 495km, waarvan ongeveer de helft zogenaamd geasfalteerd is. Van het op 1800m gelegen Manali naar Leh (3500m) over de 2 e hoogste berijdbare weg ter wereld. Een 5tal passen waarvan de hoogste op 5200m ligt, een zuchtje onder het hoogste punt van onze Anapurna trekking in Nepal. Voorbij deze weg ligt Ladakh, een stuk van het Tibetaans plateau dat politiek in Indiaas Kasjmir ligt. De weg zelf is open van begin juli tot half september, de rest van het jaar verwoesten kou en sneeuw de moedige pogingen van de locals om de route te asfalteren. Dat ruikt kruidig he?
Het Vehikel: een Royal Enfield, daarover komt een apart stukje.
Het Verloop: Via verschillende bronnen hadden we een lijstje met adressen waar we zo'n Enfield zouden kunnen huren. Het eerste adres bestond niet meer. Het 2 e had wel motoren, maar hun afgeragde 100cc motortjes waren niet opgewassen tegen onze plannen om over een aantal van de hoogste en slechtste wegen ter wereld te rijden. Bij een 3e waren alle motoren al verhuurd voor een tijd. Een vierde had motoren, maar die mochten de provincie niet uit..... Onvoorbereid op het scenario dat we geen motor zouden vinden, evalueren we al een aantal trekkings en overwegen we een Enfield te kopen van een andere reiziger. Tot we op een adres waar we al eens passeerden onze wanhoop uitdrukken. Ineens blijken ze toch een motor te hebben, al wist de zaakvoerder dat zelf niet.... euforie alom. Morgen om 16 uur kunnen we m komen halen!
In afwachting van onze motor wandelen we door de dennnenwouden langs erg bucolische taferelen: "herderinnetjes rustend bij de rivier", "boer hoedt de geiten langs het bospad". Een schilder uit de renaissance of romantiek zou hier de handen vol hebben. De menukaarten zijn overal dezelfde maar dank zij onze aanhoudend afdingende Israelische vrienden blijven de prijzen hier ontzettend laag. Bij t avondmaal hopen we, dromen we en maken we plannen over deze rit. We droomden er al een tijdje van en nu doen we 't, als afsluiter van een onvergetelijk jaar.
En dan is het weer zover. We sjorren onze bagage en 2 extra bidons benzine op onze tuffer. En in geen tijd stuiteren we weer over kronkelende paadjes. We leven op! Effieweg is on the road again! Gejoel alom. We hebben duidelijk een schildpad onder de billen en geen haas. Maar eenmaal ze rijdt mag je nogal wat voor de wielen gooien, ze puft zich er wel over en door, putten, smalle brugjes, riviertjes.... Op de eerste bergop zijn talloze genummerde shops waar indische toeristen nep-bontmantenls, moonboots en skipakken huren om zo -voor het eerst in hun leven- echte sneeuw te zien. Dat gaat gepaard met flink wat giechelen en eindeloos veel foto's. We ontkomen er niet aan, en zijn nu allicht ingekaderd aan de muur van ettelijke Sikh families die perse westerlingen op hun foto's wilden.
Het landschap verandert sneller dan we rijden, zelfs aan ons slakkengangetje hebben 's avonds nog enorm veel indrukken te verwerken. Dag 1 is nog groen, maar na 2 berpassen is vegetatie al zeldzaam geworden. Zie foto's, en dan nog. We tanken onze reserve bidons vol voor de 350km tellende tocht naar Leh, waar geen permanente bewoning is, en behalve wat indische fastfood in tentenkampen ook niks te koop is. We prikken onze tent deze nacht in een zeldzaam vlak stuk.
Vandaag een korte maar zware tocht: 80km -waarvan misschien 10% asfalt te noemen is- naar Sarchu, een checkpoint met tentenkamp. En het begint meteen al spannend: ik krijg de motor met geen middelen in gang. Meteen koud zweet allerlei donkere gedachten omtrent het verloop van deze reis. Een motor is een vrijheid maar ook een gevangenis. Als je m niet meekrijgt zit je heel erg vast. Je kan nog handiger met een wasmachine op je rug de wereld rond, dan met een dooie motor. Maar een Sikh –wij zijn fans van deze uiterst vriendelijke tulbanders- schopt het ding in 1 keer in gang. Tja... Nukkig zei ik toch. We daveren omhoog naar onuitsprekelijke landschappen. Zelfs de foto's doen onrecht aan dit spektakel. Onbeschrijflijk neig zijn ook de Gata loops, 21 haarspeldbochten aaneengerijgd langs een steile bergwand. Als je bovenaan staat zie je ze allemaal. De panorama's blijven elkaar opvolgen aan een tempo waar zelfs een verstokt MTV kijker van zou duizelen. De weg slingert verder, bijna onophoudelijk over kapotgevroren asfalt, riviertjes en gravel. Op sommige plaatsen is de weg gewoon de bedding van een rivier van vlot 40 cm diep. We ontmoeten John -een Canadees die op zijn eentje met z'n Enfield naar Leh gaat, en de spaanse Juan, die hetzelfde met de fiets wil doen. Totaal gek en gevaarlijk plan. Meer nog dan remmen heb je hier een luide toeter nodig om in de ontelbare haarspeldbochten de verscholen tegenliggers van je komst te verwittigen.
Sarchu is eigenlijk een zwaar vervuilde hoek aan de rand van een prachtige vlakte. De tenten zijn afgedankte legerparachutes die met een paal opgehouden worden. De bedden zijn klamme katoenen balen. Onze tent is meteen haar gewicht in goud waard. Het eten is standaard kost: omeletjes, warme ongegiste broodjes, Dal Bat met linzen; op zo'n desolate plek kan je geen warme bakker verwachten. We passeren de avond al kletsend met John en de Juan, en kaarten erna nog wat in de tent.
Dag drie: We worden gewekt door de roffel van John's motor, die een vroege start heeft. Na het ontbijt herhaalt de geschiedenis zich: Ennie wil niet starten. Ontluchten, choke, niks helpt. Een rollende start bergaf wekt haar eventjes maar meteen valt ze weer in een diepe slaap. Ik probeer haar terug bergop te duwen, maar dat valt niet mee op 4000m. Eén teken naar een vrachtwagen en meteen dringen een tiental chauffeurs om te helpen, Hun trots staat op het spel. Ennie houdt meer van Indische mannen dan van mij, zoveel is duidelijk als ze meteen weer snort als een kat. Met nog 220km te gaan hopen we Leh vandaag nog te bereiken, ook al moeten we nog over de 2 hoogste passen van deze tocht. We klimmen, dalen langs unieke canyons omhoog tot de etherische Moore vlakte. Een biljartlaken midden in de Himalaya. Wie meent dat het doel van reizen het 'onderweg zijn' is, moet echt deze Leh-Manali Weg rijden. Behalve misschien de Ho Chi Minh highway hebben we dit nergens zo fel aangevoeld als hier. Maar de lange uren, en ontelbare bulten en kuilen beginnen te wegen, de vermoeidheid bekruipt ons en we voelen ons humeur en verwondering zachtjes wegsmelten. Onze rug doet zeer. Uiteindelijk halen we Leh tegen vijven. Ruziënd over welke straat eerst te proberen zoeken we naar een hotelletje. Kwijl stroomt langs de kin als we 2 stevig uitgebouwde BMW offroad motoren zien staan op de parking van een hotel, waar we dan meteen maar intrekken. De Duitser heeft een sticker van Cambodia op zijn motor gekleefd: dat moét wel tof volk zijn. Het lijkt zelfs alsof we die motor al eens eerder zagen. De Déja-Vu laat Brenda niet los en we vermoeden dat we m eens in een hotel in Phnom Penh zagen. We kiezen het slechtste restaurant van de hele stad maar het heerlijke bed maakt veel goed.


0 Comments:
Een reactie posten
<< Home