Sputterend naar Pokhara
Donderdag
Na onze bewogen ontmoeting met de dikhuiden van Chitwan, beslissen we om te vertrekken richting de bergen. Dat gaat echter niet zomaar. Onze guesthouse-uitbater haalt alle truken uit de mouw om ons in t zak te zetten. Daarvoor wordt onder andere een menukaart met veranderde prijzen opgediept. Onze vriend wil ons nog een tourist bus ticket verpatsen naar de volgende stad, maar we hebben genoeg van zijn spelletjes. Dus fietsen we maar naar het eerstvolgende dorp. En -in tegenstelling tot wat onze hoteluitbater vertelde- zijn hier horden goedkope bussen die onze richting uitgaan. De fietsen worden op het dak gehesen (deze highway vinden we onaangenaam en onveilig fietsen), en we wurmen ons aan boord. Bij ons zijn de achterste rijen van de bus voor de coole kids, hier zijn die voor kletsende mollige dames, die giechelend pulken aan ons arm-haar of t wel echt is.
Tegen de middag zijn we in Butwal. Vanwaar we kunnen beginnen fietsen op een veel rustigere aangenamere weg. Nu, doordat we alletwee wat verzwakt waren door korte hevige diarrhee opstootjes (waarvoor wij onze guesthouse-uitbater verantwoordelijk voor houden! Grrrrr) liep dat stukken minder vlot dan we dachten. Om t halfuur moeten we stoppen om eventjes achter de struikjes te verdwijnen. We stampen en kreunen ons een weg via een slingerende weg, langs bergflanken en rustieke valleitjes naar Tansen, waar ons een piece-de-resistance van een klim wacht. Helemaal leeg ploffen we ons neer op een hotelbedje. Wat een verschil met vorige nacht. De gratis roomservice is zo gedreven dat ze zelfs binnenwaaien als we in ons nakie onder de douche staan... Het eten is te lekker voor onze gevoelige maagjes: Pinda masala, Vegetarische Kofta (een soort curry met de groentjes in ravioli) en de immer heerlijke Momo (een soort dumplings die gebakken worden)
De volgende ochtend bezoeken we het oergezellige Tansen, waar erg veel oorspronkelijke gebouwen staan. Een ervan was het regionaal paleis. 'Was' want de Maoisten hebben het 2 maand geleden verwoest omdat het een symbool was van de aanhangers van de koning. Een ramp. De belangrijkste touristische trekpleister is weg. Mensen klampen ons aan om te horen of we hen kunnen helpen immigreren naar Belgie.
We fietsen verder noord, met onze maagjes in topconditie. De sfeer is in vele dorpen onderkoeld. Het duurt vaak niet lang of we zien Maoistische grafitti op de muur. Onpartijdig als we zijn in de binnenlandse politiek, vinden we de maoisten een stuk minder gastvrij tegenover toeristen dan de gemiddelde Nepali. De Mao's tolereren ons, maar daar stopt het wel. De etappe plaats Waling, maakt ons al van ver warm met reclame voor hotels met namen als Little Heaven. Eenmaal daar, is t een vrij rauwe stopover waar geen zinnig tourist ooit zou stoppen. Als fietstourist hebben we geen keuze. Het is 16.30 en Pokhara is nog 65km. We zoeken naar Little Heaven. We vinden een legerbarak bevolkt door een stel erg lawaaiergie tieners. Dat moet een vergissing zijn en we rijden verder de berg op, in onze zoektocht naar Little Heaven. We komen meteen in de velden en modderpoelen met buffels aan. Voor die goeie kolossen zal zo'n modderput wel de de hemel op aarde zijn, wij hoopten op iets anders. We checken de andere hotels, die er een wedstrijd om lijken te maken om ter groezeliger. Niet dat dit een invloed heeft op de prijs. Ook al hebben ze de lakens in geen weken vervangen, dan nog wordt zonder verpinken een prijs gevraagd die het dubbel is van de hoofdstad. Ten einde raad dan toch maar tussen de tieners in Little Heaven. We zoeken even vergeefs naar een beetje restaurant, maar geven als snel op ten voordele van een TL-verlicht zaaltje waar veel lokale mensen eten. Dan moet t toch okee zijn. We doen pogingen om onze culinaire wensen duidelijk te maken, maar we krijgen, zoals elke Nepali, elke dag: Dal Bat, de rijstschotel met linzensoep. Wel heerlijk en in gigantische hoeveelheden en de gebruikelijke refills tot je niet meer kan. Net wat we nodig hadden. Dat is een typische eigenschap van Dal Bat: je hebt er nooit zin in, maar als je t eenmaal voor je staan hebt smul je emmers leeg.2 Nepali naast ons zijn aan het drinken geslagen en nodigen ons uit om te delen in hun rijstwijn. Ze hebben net afscheid genomen van hun familie om een half jaar in Kuweit te gaan werken als vrachtwagenchauffeur, waar ze een veelvoud verdienen dan hier in Nepal. We gaan een gesprekje aan maar op bijna elke vraag komt een hint om meer te drinken. Wij houden t op slapen na de verzwakte diarrhee dagen.
Dag drie van deze rit is even bewolkt als gisteren. De reisgids beloofde adembenemende zichten op de himalayas, wij krijgen vooral adembenemende klimmetjes, maar wat wil je: dit seizoen, met de moesson voor de deur, is veel vochtiger, en dus niet zo krokant van lucht en zichten als het topseizoen, oktober-november.De opluchting is groot als we Pokhara bereiken. Het is een op t eerste zicht weinig inspirerende stad, maar de toeristenbuurt aan het meer is zalig. Relax, rustig, veel bomen, een meer en de bergen. En gezellige terrasjes om ervan te genieten.
We installeren ons voor een late lunch en ineens krijgen we een onweersbui op onze nek die alle straten in een halfuur blank zet. Het kan ons niet schelen, wij storten ons op het enorme aanbod aan lekkers.


0 Comments:
Een reactie posten
<< Home