Fietstoerisme, een hobby voor SM'ers!
Maandag 25/03/2006
nog maar half bekomen van onze eerse fietsavontuur, en meteen iets ambitieuzer op t menu: een tochtje van een 380km naar Pokhara, met een omwegje langs de tropische grensstreek met India.
Het begon met een luidkeels alarm om 6.15 en flink wat gekreun. "ja we zullen er eens aan beginnen zeker?" "staan we dan nu op?" overal vraagtekens. Eigenlijk om een beetje aan te voelen of de andere ook zo weinig zin heeft. Resultaat: een luie mep op de wekker, en omdraaien tot 11 uur. Leve de loopbaanonderbreking! De dag wordt dan maar al relaxend doorgebracht met sapjes drinken, mensen kijken en het Durbar Square bezoeken. Zo'n Durbar plein is een verzameling tempels rond een koninklijk paleis. Er zijn er zo een aantal in de Kathmandu vallei, van uit langvervlogen tijden dat Nepal nog niet bestond en de streek bestond uit een hoopje stadstaten die met de mooiste tempels elkaar de loef wilden afsteken. Op het Durbar Square van Kathmandu woont trouwens de Kumari, een levende godin! Een heel oude traditie waarbij heel jonge meisjes door hun familie voorgedragen worden. Als ze beantwoorden aan 32 kenmerken worden ze godin. Klinkt tof, maar ze mag het paleis niet uit, mag amper andere mensen onmoeten, en bij de eerste menstruatie is t spelletje uit. Op een moment dat veel meisjes t al lastig genoeg hebben met zichzelf wordt dit wereldvreemde wichtje terug in een maatschappij gegooid waar geen plaats voor haar is. Mannen zijn trouwens bang om met een ex-godin te trouwen, dus na een erg saaie jeugd kan het schaap niet eens een gewoon huwelijk aangaan. Ze heeft zich eventjes aan het raam vertoond: een 8 jarig fel opgemaakt meisje met een flink verveelde blik dat met open mond bubblegum kauwt, net als madonna in de 'holiday' tijd. We hadden met haar te doen.
Zondag 26/03/2006
De tweede poging om te gaan fietsen lukt beter: stevig ontbijtje achter de kiezen en dan anderhalf uur in de stank en het getoeter om Kathmandu uit te geraken. Tijdens een korte afdaling hadden we al zicht op de besneeuwde Langtang bergen. Zalig wakker worden is dat. Als we het getoeter eindelijk achter ons kunnen laten begint meteen een klimmetje van 35 km nonstop tot een hoogte van 2200 meter, dan 7km dalen en terug 9 km omhoog naar 2500m. Naar schatting klimmen we 1500 meter die dag. De zichten en mensen waren fameus de moeite (een schamele poging om dit weer te geven vind je op de foto site) maar toen we ons doel eindelijk bereikten hadden we maar oog voor een douche, een bed en een lekkere maaltijd. Maar als U dacht dat de plaats waar je de hele himalaya in 1 panorama kan zien, ook toeristisch is, heeft u het -net als wij- helemaal mis.
Daman telt 10 huizen waarvan 5 schamele hotelletjes die eruitzien als het hondenhok dat mijn vader met zijn twee linkerhanden voor onze hond Bessy bouwde (onze hond heeft er nooit in willen liggen), en wij delen dezelfde mening als Bessy. Het is pas na lang zoeken dat we een min of meer doenbaar kamertje vinden, met warme douche en eigen sanitair (catergorie hondenhok Vita dus). Restaurantjes zijn er niet. Een vrouwtje die misschien wel een incognito restaurantuitbaatster zou kunnen zijn, leggen we een lijstje met gerechten uit de Lonely Planet voor. "no, no, no, no..." En dan "yes, Rice we have!" En zo geschiedde. Een kwartiertje later zitten we op een houten bankje met voor ons een dampende schotel Dal Bat, het nationale gerecht van Nepal, overal verkrijgbaar: rijst, een kom linzensoep (en GEEN andere) en gepekelde groenten. De meeste Nepali eten het met de rechterhand (of lepel, maar zeker niet met de linkerhand vanwege de hands betreffende substituerende toiletrolfunctie)waarbij ze de groenten mengen onder de rijst, vervolgens het goedje kneden, het vervolgens weer te verpulveren, zo lang dat elke pedagogische moeder het bord al uit de handen getrokken zou hebben, vergezeld met een boze "speel niet met uw eten"-blik.
Na het eten is het, net als alle kindertjes van onze leeftijd, recht het bedje in. Schaam, schaam, het is half acht!
Maandag 27/03/2006
Een afdaling van 55 kilometer! Super, ware het niet dat de weg om de kilometer opgebroken is of bezaaid is met putten vergelijkbaar met het gezicht van een niet biactolgebruiker in puberjaren. Later en vermoeider dan we dachten komen we aan in Hetauda. Elke mens met gezond verstand zou hier stoppen, een dagje van 60 kilometer is mooi, maar wij, overmoedig als altijd en nog niet helemaal bewust van het feit dat we zelf zullen moeten trappen, willen er nog 70 km aanbreien op de beruchte Mahindra Highway. De Highway is vlak maar daarmee is ook alles gezegd. Het is een hel van getoeter, machismo rijgedrag (niet van onzentwegend) en stof. Heel af en toe wordt ons nog een blik gegund op het Nepali leven zoals het is: vanop een brug over de rivier zien we de traditionele lijkenverbranding. De vrouw wordt door haar familieleden op een stapel hout gelegd en vervolgens in brand gestoken. We hopen 70 kilometer lang dat ons op deze zotte snelweg niet hetzelfde lot te wachten staat. Tegen valavond bereiken we Chitwan park, een tropisch park in het zuiden van Nepal. De volgende twee dagen zullen de fietsen worden ingeruild tegen olifanten en jeeps. We gaan op safari!


0 Comments:
Een reactie posten
<< Home