Doe de 'Lugu': de weg naar Lijang!
De volgende dag (27 oktober) hebben we dapper ons wekkertje op zeven uur gezet. Mits het nodige gekreun van mijn kant en het heerlijk energieke van B-girl zijn we stipt om 7u30 op pad. De magische zonsopgang van de dag ervoor is wat minder spectaculair als de dag ervoor maar het is vooral leuk om nog wat te wandelen voor de lange busrit. Het pad is nooit een pad, soms drie, soms geen enkel meer. Als we een uurtje later de keuze hebben tussen natte voeten of een steile bergop op handen en voeten over gladde stenen, levert dit een begrip op; een Lugu doen is jezelf door de meest woeste paden wagen als nadien blijkt dat er een perfect pad 20 meter hogerop ligt. Het eerste uur hebben we dus flink wat lol en zweet. Aangekomen in Lioshui vinden we de plaats waar de bus, met onze bagage erop, ons zal oppikken. Dit dorp is veel toeristischer (invloed van de Lonely Planet zeker), meer opgeklede oudjes, dat wel, maar ook souvenirsstalletjes en parkings voor tourbussen.
Een paar uur later staan we in Lijang. Lijang is Brugge, mooie oude gebouwen, gezellige straatjes, kabbelende kanaaltjes en ...massa toerisme! Duizend identieke souvenirsstalletjes dringen om de aandacht. Via een mail en een paar smsjes van Andy vinden we het leukste hotelletje van de stad. Wie komen we daar tegen? Ajes, een van de vier Belgische reizigers die we in Mongolie en Peking ook tegen het lijf liepen (zie link rechts). De volgende dagen in Lijang doen we voornamelijk niets, ontbijten tot 14u in het zonnetje en verloren lopen in het doolhof van straatjes en kanaaltjes. Op het marktplein staan een paar Westerlingen op een zielige manier straatanimatie te vertonen. We schenken er geen aandacht aan, hoewel een enkele camera's op gericht staan. Maar toen werd Roos Van Acker gespot en viel onze yuan. Peking Express is hier. De rest van de avond zullen we de vier overblijvende teams tegen het lijf lopen. We maken een praatje met de crew en vernemen informatie die veel geld waard is ;-). Ze volgen de Mekong stroomopwaarts en hebben nog twee weken te gaan richting Tibet. De sukkels gaan het nog knap koud krijgen.Naast de kanaaltjes is Lijang ook bekend voor zijn Naxi-cultuur. De souvenirsstalletjes hebben die cultuur grotendeels verdrongen, dus fietsen we naar de omliggende dorpen. Hier vinden we de Naxi vrouwen in hun oorspronkelijke habitat. De gelijkenis met de Mosu is dat deze gemeenschap ook matrilineair is en dat ze een - heel grappig, want vaak herkenbaar - pictografisch geschrift hebben. In tegenstelling tot de kleurrijke klederdracht van vele stammen hier in zuid-China, is hun 'uniform' heel functioneel; blauwe canvasbroeken, een mat op de rug om manden te dragen en petjes zonder enige versiering. Zie voorbeeld. Deze keer geen platte banden met de fiets, verloren geraken in bergpassen of andere avonturen.
Een oud vrouwtje achtervolgt ons en dringt erop aan dat we bij haar thee komen drinken. Blijkt dat ze van verkleedfeestjes houdt: in no time staat Brennie met een oud pak op de foto. Maar ook ik moet eraan geloven en krijg ook een rok voorgebonden. Giechelend zegt ze alles na wat wij zeggen. Haar nieuwe woordenschat bestaat nu uit: hihihi Bere, hihihi vreemde toestand, hihihi de max, hihihi bizar mens!
Terug in Lijang zijn alle belgen reprazent, en gaan we samen eten.
Bizarre situatie nr. 45. In het restaurantje tegenover ons zijn wat meisjes aan 't zingen. De mensen in ons restaurant vinden dat dat maar overstemd moet worden en beginnen ook te zingen, luider en -vermoeden we- schunniger. een kwartier later staan beide restaurants, en de stoep ertussen tegen mekaar op te zingen. Elk om beurt. Ze dagen elkaar uit door na het lied zo hard mogelijk JASO JASO JAJASO te schreeuwen. Kom op kom op dus. We gooien ons in de strijd met Bikkebikkebik Haphaphap, en Jef zat in de keuken met Tina. Olie op het vuur want als we buiten gaan zijn de chinezen al op het dak geklommen om vandaar beter te kunnen orchestreren..... Rare jongens, die chinezen.
Labels: China


0 Comments:
Een reactie posten
<< Home