Via deze blog willen we in contact blijven met de homies, terwijl wij Azie afschuimen. Van de mongoolse steppe tot de tibetaanse pieken, via China, Vietnam, Cambodia, Laos, Birma, Nepal en god weet waar we nog terecht komen in dit jaartje weg...

zondag, oktober 16, 2005

Datong - Wu Tai Shan - Ping yao

Dinsdag 11 Oktober
Na een Nachttrein komen we aan in Datong. Lelijk is 1 ding, maar vooral VUIL. Onvoorstelbaar. Bij aankomst sluiten we aan bij de einige andere toeristen die ook op de trein zaten. Ze blijken min of meer dezelfde plannen te hebben als wij, op de eindbestemming na, Wu Tai Shan, dat onze Lonely f@#$#%ing Planet als hoogtepunt beschouwt. Goed voor ons. Eerst naar de Yunnang caves, een grottencomplex vol Buddha's. Heel mooi. Geweest, maar de nabije steenkoolmijn en het verkeer hebben alle kleuren afgebeitst tot stofgrauw. Dat China nu al een ecologisch probleem is wordt snel duidelijk, maar als ze blijven voortdoen zoals nu, wordt 't een ramp erger dan 100 olietankers.
We gaan verder richting Hanging Monastery. Een prachtig en heel oud klooster gebouwd tegen een loodrechte rotswand. Erna gaat t naar een Pagode die in t echt niet enorm indrukwekkend is. Tenslotte leidt de dag ons -via rijstterrassen en bergflanken in gouden herfstkleuren- naar Wu Tai Shan, Een van de heilige bergen van het Buddhisme zo blijkt. Het is donker als we aankomen. Enkel de neon valt op.
De volgende ochtend vroeg worden we bruusk gewekt wanneer iemand het raam van ons hotelkamertje ruw opengooit. Inbraak. Doordat we nog in bed liggen veer ik (Jan of DeJean voor de vrienden) niet onmiddellijk recht maar blaf en scheldt heel hard. De inbreker die al half binnen zat spurt weg. De grimmige sfeer van dit moment blijf ik met dit dorp associeren. En de hele dag doet Brenda vergeefse pogingen om toch te genieten. Het grauwe weer en de stuitende vervuiling maken het er niet beter op. Het afval overal, maar vooral de adembenemende -letterlijk- smog verstikken nu ook de immer vrolijke Bren, met haar opbeurpogingen. We besluiten de volgende dag het weer af te wachten om in de bergen te wandelen.
Ter info: Wu Tai Shan is te vergelijken met Lourdes. Het blijkt een bedevaartsoord met 108 tempels, en 1080000 souvenir stalletjes. en 1080000000000 Chinezen.

Die volgende dag is t weer amper beter, dus we vertrekken. De bus blijft heel mongools 2 uur lang volk ronselen. Onderweg wordt weer gerookt geruzied en gespuwd alsof t ook olympische disciplines zijn. We ontwikkelen een sterke afkeer voor de Chinezen, die ons keer op keer proberen te bedriegen op te lichten en het geld uit onze zakken te plukken. Als we eentje kunnen terugkloten zullen we niet twijfelen!
Was het hiermaar bij gebleven, het onheil. Brenda's fototoestel is verdwenen. Gestolen? Vergeten in t hotel? Vermoedelijk het eerste, maar we hebben geen bewijs.
Eventjes is het spannend tussen ons door dit verlies, maar bijna alle foto's zijn gebackupped. Een telefoontje met Vanessa en Bren is weer helemaal vrolijk, aan de telefoon wordt weer driftig getrappeld met de voetjes bij het nieuws ;-) en roddels.

We treinen door naar Ping Yao, een historisch stadje halfweg tussen Peking en Xi'an. Het reizen in china ligt ons nog niet helemaal. We zijn moe, gestresst, laten ons opjagen als vossen in de lange jacht, we kunnen geen spleetoog meer zien. Als we s avonds aangesproken worden voor 'cheap hotel vely nice' zijn we openlijk cynisch. Maar het hotel is mooi, de prijs is heel goed en het bed is gigantisch! We spreken over 2*3 meter ofwel 2 koprollen in de lengte. We besluiten hier minstens een paar dagen extra te nemen om tot rust te komen.
We blijven erg lang in bed, ontbijten met alles op en aan (inclusief banana pancakes en verse koffie) we genieten in de zon en doen niks tot de middag. We eten rijkelijk en lezen met de snoet in de zon. nog meer relax en onze sluitspier gaat out-of-control ;-)
Ping Yao is helemaal ommuurd met een middeleeuws vestingsmuur, erbinnen staan even oude huizen van wat vroeger de eerste banken in china waren. Prachtige binnentuintjes bij de vleet. s avonds kijken we hier naar 'Raise the Red Lantern'. De filmklassieker werd 60 km van hier opgenomen, maar we doen niet de moeite om te gaan kijken, het staat hier vol met dergelijke huizen. Die fotos volgen nog

De komende dagen reizen we naar nog een paar andere dergelijk dorpjes, die niet in de reisgidsen staan (thanks Els!) en hopen er dezelfde schoonheid te vinden zonder het volk. Over een dag of 5 staan we allicht in Xi'an, voo het terracotta leger, voor Brenda's ontmoeting met het verleden, en voor het volgende berichtje.

Labels: