Under pressure
Buzz en Lars vertrekken -eindelijk- voor hun rit door Zanskar en Kashmir. We nemen geen afscheid maar spreken meteen af in Delhi. Als ik na een halfuur eindelijk ons Ennie aan de praat gekregen heb, roffelen we naar het vertrekpunt van een 3daagse wandeling die Wouter en Niek aanraadden. Onderweg vallen we nog een keer stil en is het kreng niet in gang te schoppen. Ik ben uitzinnig van machteloze woede en stenig het rottig stuk schroot. Niet dat ze daardoor ineens wel start maar het voelt goed. We overwegen om haar gewoon achter te laten en aan de eigenaar te zeggen waar hij haar kan ophalen, maar een flinke bergaf overhaalt haar uiteindelijk, sputterend, en stampend. En voorwaar, in het volgende dorp staan Buzz en Lars, met bandenpech. Ons onafscheidelijk duo. Peppie en Kokkie, Stadler en Waldorf, Jansen en Jansen. Het is duidelijk waarom Buzz bij Lars blijft: de rationele Duitser heeft de dingen op een rijtje, alles doordacht en vooral: hij heeft een achterband! Maar Bren vraagt haar openlijk af waarom Lars bij Buzz blijft. We vermoeden omdat de impulsieve Schot vlot beslissingen neemt maar vooral voor het gezelschap. U stelt zich grote Helden voor bij Mannen die op hun eentje de wereld rondreizen per motor, het type dat een boom met de blote handen velt, terwijl ie een vermoeide ezel op de rug draagt. Maar degenen die we ontmoetten zijn heel normale kerels met een droom. Tussen die droom en de werkelijkheid liggen een aantal hindernissen zoals eenzaamheid, onzekerheid en de nood aan de alledaagse dingen des levens, zoals een TV, een douche en iemand om samen mee te eten of ervaringen mee te delen.
Als een politiebegeleiding escorteren onze makkers ons tot aan onze afrit, vanwaar we in een stuk of drie pogingen onder een stalen zon, eindelijk het vertrekpunt van de wandeling vinden.
Op de motor verkoelde de wind nog een beetje, maar stappend onder die loden ploert is het ontzettend warm. Met 6 liter water op de rug zweet ik me alleszins een kramp.
het pad zelf is niet erg duidelijk maar met de aanwijzingen van de TrailBlazer wandelgids lukt t vlot. Na een uurtje of 3 langs valleitjes die even stoffig, als heet als gevarieerd zijn, bereiken we ons doel voor de dag. Een Ladakhi vallei met enorme huizen met tientallen kamers, rijk dooraderd met snelle beekjes. In zo'n onherbergzaam gebied is het eel klein wonder hoe deze cultuur de natuur zo kan beheersen dat ze er relatief welvarend kunnen leven. Geen Playstation 2 hier, of parfum op de badkamer, wél ruim voldoende eten, en ruimte. En tijd, een hele lange winter hebben ze tijd voor elkaar. Qua overnachting is er niet veel keuze. 2 huizen hebben een paar kamers ter beschikking. We kiezen er eentje en genieten van een -weerom- unieke zonsondergang, enkel gestoord door een praatzieke amerikaan.
Het eten gebeurt gezamelijk in de enorme keuken. Groter dan 2 squashveldjes bij ons, met honderden tinnen en koperen potten. We brengen de avond alweer kaartend door!
De volgende ochtend is het een drukke bedoening in de keuken. Pepe gaat op bedevaart. De hele familie helpt hem met zn slaapzak, matje, schoenen, proviand..... De kranige man heeft zijn zinnen gezet op een kloosterbezoek op een paar dagen stappen van hier. Getraind is hij wel, want decennia terug leidde hij als handelaar vaak zijn kudde pakezels diep in Tibet. Gedroogde abrikozen in het heengaan, en maanden later terug met zout.
We nemen er een voorbeeld aan en beginnen ook terug te stappen. Via een omweg langs een erg mooi klooster, waar we een brusselse architect ontmoeten. Na een leuke babbel trekken we er terug op uit. Eindeloos steil, kronkelt het pad langs snel wisselende rotsformaties: bruin, rood, paars, grijs..... De afdaling over gruis is eigenlijk even lastig, maar met het doel voor ogen, een knusse vallei. De klim en de hitte hebben ons danig afgemat. En eigenlijk ook de hoogte, want ook al zijn we nu al een paar weken bovende 3500, op ons lui gat op ons Enfieldje is dat toch niet t zelfde dan met een stevige rugzak en te voet.
Uitgeput slepen we ons tot aan het eerste guesthouse dat we tegenkomen. Een mooi huis met schaduwrijke tuin met uitzicht op de Zanskar bergen. We zijn meteen verleid. Een oud omaatje in traditionele outfit bestudeert ons vanuit de keuken hoe we onze intrek nemen in het gastenvertrek. Er wordt geen vaste prijs overeengekomen, maar in ruil voor de gastvrijheid geef je een billijke vergoeding. Waar in Europa kan dit nog? We hebben niet veel woorden nodig: onze uitgehongerde blikken leveren al snel een noedelsoepje op. Thee wordt constant aangevoerd. Als we vertellen vanwaar we deze morgen gestart zijn, wordt het tempo nog opgevoerd. Omaatje bekijkt alles geboeid. Ze sloft ook naar beneden om ons te zien kaarten, en begint in een plat Ladakhi dialect over het probleem aan haar knie. Dan maar in t Stekens antwoorden, en vreemd genoeg lijkt ze t te begrijpen. Ze vertelt en vertelt terwijl ze onophoudelijk met haar gebedsmolentje draait. s Avonds wordt ons nog een heerlijke maaltijd voorgeschoteld en we zijn op krachten.
Na een relatief korte klim dalen we terug af richting de hoofdweg, waar we terugliften naar ons vertrekpunt. Een zwitsers koppel neemt ons mee. Na een colaatje begint en episch gevecht met de Enfield om ons terug naar Leh te krijgen. De berg opduwen, laten rollen en de koppeling laten komen, want met de kickstarter lukt niks meer. Het werkt even we geraken net nog de vallei uit, maar dan is het echt wel gedaan met de motor. Er wordt stevig gevloekt, temeer omdat we maar drie dagen hebben om op tijd te zijn om onze terugvlucht te halen. De terugrit voer de Leh-Manali highway duurt precies drie dagen. Veel mag er dus niet misgaan.....
Na een kwartiertje vloeken komt de eerste truck voorbij. Overvol beladen. Maar hij stopt toch, de mannen duidelijk met dollartekens in de ogen. U moet weten beste lezer dat de indische vrachtwagens ontzettend hoog zijn. Met drie man (Brenda, vrouw zijnde mag van deze Kashmiri mohamedanen niet helpen) moeten we dus een motor 1.5m hoog optillen om m zo op de laadklep te krijgen. Een uur later is het zover en vertrekken we. Wij zijn licht gehaast omdat we nog op tijd bij de mechanicien willen geraken. Maar das buiten deze mannen gerekend, die om de 2 dorpjes stoppen voor een theetje, die na elke klim moeten stoppen om de motor te laten afkoelen, en die algemeen onbegrijpelijk traag zijn. Wat een motorritje van een uur had moeten zijn wordt een boeiende maar tergend trage rit van 4.5 uur. Uiteraard is de mechanic dicht. Als we morgen niet tenminste op de middag kunnen vertrekken ziet t er duister uit voor onze vlucht. We genieten in elk geval van onze laatste avond in dit himalaya stadje.
De volgende ochtend zijn alle winkels dicht. Iets met verkiezingen. Vermoedelijk openen ze ergens in de namiddag. Ik durf het woord paniek niet gebruiken, maar om te zeggen dat we er gerust in waren, dat is een brugje te ver. Niettemin ga ik naar de mechanic. Dicht natuurlijk, maar er staan nog een aantal mensen te wachten, onder andere de helper van de Mechanic. Ik leg m ons probleem uit en onze haast. hij gsm't de baas maar die is niet bereikbaar. India zou India niet zijn als er op t laatst niet ineens een oplossing opduikt. Een jonge kerel schroeft een transformator uit zijn motor en plugt die op ons Ennie. Nope. 'Dan is t de batterij' En effectief, na drie dagen in de blakende zon zijn alle cellen uitgedroogd. Net als ik me realiseer dat ik nergens een andere batterij kan kopen, komt Eddy Merckx (de mechanic lijkt er zo goed op dat je je afvraagt waarom er geen trofeeen bovenop zijn werkbank staan) en vult onze batterij met een oude batterij. Na onze rem nog eens na te kijken kunnen we vertrekken!
We kronkelen meteen de smalle vallei in op naar de tanglang La. Gaat vrij vlot. Eigenlijk verloopt het traject van die eerste dag algemen veel vlotter dan we dachten. Tot we ons realiseren dat -vergeleken met drie weken geleden- er bijna dubbel zoveel asfalt ligt. Niettemin blijven we betoverd van het oneindig veranderlijke landschap. Het is ook veel rustiger dan in het heengaan. Ook al rijden we nu recht terug naar het eindpunt van deze reis, dit jaar, en terug naar het werkleven. Eigenlijk genieten we meer van het landschap dan in t heengaan. We prikken ons tentje nog een laatste keer, genieten nog een laatste keer van de twijfelachtige cantinekost in de tentenkampen.
Als we na 2 dagen de laatste pas overrijden komen we in een andere wereld. De droogte onder het diepblauwe zwerk ruimt plaats voor kleffe stijgingsregens. De weg wordt nog boeiend in diepe modderbochten, maar voor het zicht hoeft t alleszins niet meer.
Als we de motor inleveren zijn ze blijkbaar zo blij dat we rijdend terugkeren dat er verder geen vragen gesteld worden. Dat we een helm kwijt zijn, maar 2 blutsen rijker, hebben ze nooit gemerkt. Genietend van heerlijke bruschetta missen we onze oude daverende dame al een beetje. We boeken een slaapbus voor de volgende dag, terug naar Delhi. Maar beste lezer, als u dacht dat dit dan zonder poespas zou lopen.... Als we de volgende ochtend onze tickets willen ophalen blijkt de bus die wij zouden nemen in een ongeval betrokken. We geloven er eerst niks van (ze willen ons een duurder ticket aansmeren) maar de man betaalt ons ticket terug en houdt een taxi tegen om ons naar de stand van de overheidsbussen te brengen. Die komt vrij op tijd aan, en is op zich best comfortabel. Zonder verdere verwikkelingen halen we Delhi.
En Delhi is opnieuw een heel andere wereld. We waren bij die eindeloze puurheid van Ladakh al vergeten hoe stomend heet, vuil, schrijnend, stinkend, luid, vochtig en chaotisch deze stad wel is. Alle clichés komen de revue: Mensen die overleven op een stort ter grootte van een vlaamse stad, dooi beesten op de rioolputjes, bedelaars, eindeloos veel volk, bedriegers,...
we checkenin t hotel dat Buzz en Lars van een vriend aangeraden gekregen hadden en zien hun motoren. Na een heel lang verhaal waar geen fluit van klopt, checken we na een uur terug uit. de kamer was veels te duur voor wat we maar kregen. Waarschijnlijk mislopen we nu onze vrienden nog.
Na een stevige ruzie of we al dan niet nog eens gaan kijken in het hotel van Buzz en Lars, valt de duisternis over de laatste avond, in stilte. peinzend over wat voorbij is en nu (terug)komt, gemengde gevoelens. Blijdschap, heimwee. Naar huis én naar t reizen. Naar onze vrienden en familie thuis, maar ook naar al die reisgenoten, naar een eigen plek maar ook naar de onbereden weg, het onbezochte gebouw. Naar het lekkere eten van bij ons, maar ook naar die vreemde smaken..... naar die eindeloze stroom van impulsen waar je niet altijd raad mee weet en die soms pas na een tijdje een plaats krijgen, gekaderd tussel al die andere nieuwe dingen. In het drukke bestaan in de westerse rat race overschaduwen de middelen toch vaak t doel. Waarom ga ik werken? Waarom is het zo druk, neem ik er dit of dat nog bij? Waarom een snelle hap, gewurgd in mayonnaise? Waarom niet iets anders? Daarom niet altijd beter, maar t prikkelt wel.
En ineens staan Buzz en Lars naast ons! Ze hadden ons berichtje toch gevonden, net op tijd om een anders is zware filosofie en weemoed gemarineerde avond wat op te lichten. We kletsen en lachen, er op los en nemen dan voor echt afscheid.
Over de vlucht kunnen we kort zijn. Saai. De ontvangst daarentegen was weer Effieweg. Om het trouwfeest van Vanessa voor te bereiden waren de vriendinnen al de hele dag aan t filmen geweest. Met trouwkleren door het park rennen, kantoren ondersteboven zetten.... Alleen Brenda ontbrak nog. Dat werd snel opgelost door met een hele crew naar de luchthaven af te zakken. Brenda: in de ene hand een rugzak, in de andere hand het troukleed van Jan's mam om zo aan de bushalte van Zaventem internationaal te staan shaken voor de camera! "Woar es den bruidegom, madammeken?" Wenkbrouwen fronsten stevig. Mensen stopten in hun haastige pas naar de checkin: wie in godsnaam wil er nu een camerashoot voor de rafelige gebouwen van DHL?
Als een politiebegeleiding escorteren onze makkers ons tot aan onze afrit, vanwaar we in een stuk of drie pogingen onder een stalen zon, eindelijk het vertrekpunt van de wandeling vinden.
Op de motor verkoelde de wind nog een beetje, maar stappend onder die loden ploert is het ontzettend warm. Met 6 liter water op de rug zweet ik me alleszins een kramp.
het pad zelf is niet erg duidelijk maar met de aanwijzingen van de TrailBlazer wandelgids lukt t vlot. Na een uurtje of 3 langs valleitjes die even stoffig, als heet als gevarieerd zijn, bereiken we ons doel voor de dag. Een Ladakhi vallei met enorme huizen met tientallen kamers, rijk dooraderd met snelle beekjes. In zo'n onherbergzaam gebied is het eel klein wonder hoe deze cultuur de natuur zo kan beheersen dat ze er relatief welvarend kunnen leven. Geen Playstation 2 hier, of parfum op de badkamer, wél ruim voldoende eten, en ruimte. En tijd, een hele lange winter hebben ze tijd voor elkaar. Qua overnachting is er niet veel keuze. 2 huizen hebben een paar kamers ter beschikking. We kiezen er eentje en genieten van een -weerom- unieke zonsondergang, enkel gestoord door een praatzieke amerikaan.
Het eten gebeurt gezamelijk in de enorme keuken. Groter dan 2 squashveldjes bij ons, met honderden tinnen en koperen potten. We brengen de avond alweer kaartend door!
De volgende ochtend is het een drukke bedoening in de keuken. Pepe gaat op bedevaart. De hele familie helpt hem met zn slaapzak, matje, schoenen, proviand..... De kranige man heeft zijn zinnen gezet op een kloosterbezoek op een paar dagen stappen van hier. Getraind is hij wel, want decennia terug leidde hij als handelaar vaak zijn kudde pakezels diep in Tibet. Gedroogde abrikozen in het heengaan, en maanden later terug met zout.
We nemen er een voorbeeld aan en beginnen ook terug te stappen. Via een omweg langs een erg mooi klooster, waar we een brusselse architect ontmoeten. Na een leuke babbel trekken we er terug op uit. Eindeloos steil, kronkelt het pad langs snel wisselende rotsformaties: bruin, rood, paars, grijs..... De afdaling over gruis is eigenlijk even lastig, maar met het doel voor ogen, een knusse vallei. De klim en de hitte hebben ons danig afgemat. En eigenlijk ook de hoogte, want ook al zijn we nu al een paar weken bovende 3500, op ons lui gat op ons Enfieldje is dat toch niet t zelfde dan met een stevige rugzak en te voet.
Uitgeput slepen we ons tot aan het eerste guesthouse dat we tegenkomen. Een mooi huis met schaduwrijke tuin met uitzicht op de Zanskar bergen. We zijn meteen verleid. Een oud omaatje in traditionele outfit bestudeert ons vanuit de keuken hoe we onze intrek nemen in het gastenvertrek. Er wordt geen vaste prijs overeengekomen, maar in ruil voor de gastvrijheid geef je een billijke vergoeding. Waar in Europa kan dit nog? We hebben niet veel woorden nodig: onze uitgehongerde blikken leveren al snel een noedelsoepje op. Thee wordt constant aangevoerd. Als we vertellen vanwaar we deze morgen gestart zijn, wordt het tempo nog opgevoerd. Omaatje bekijkt alles geboeid. Ze sloft ook naar beneden om ons te zien kaarten, en begint in een plat Ladakhi dialect over het probleem aan haar knie. Dan maar in t Stekens antwoorden, en vreemd genoeg lijkt ze t te begrijpen. Ze vertelt en vertelt terwijl ze onophoudelijk met haar gebedsmolentje draait. s Avonds wordt ons nog een heerlijke maaltijd voorgeschoteld en we zijn op krachten.
Na een relatief korte klim dalen we terug af richting de hoofdweg, waar we terugliften naar ons vertrekpunt. Een zwitsers koppel neemt ons mee. Na een colaatje begint en episch gevecht met de Enfield om ons terug naar Leh te krijgen. De berg opduwen, laten rollen en de koppeling laten komen, want met de kickstarter lukt niks meer. Het werkt even we geraken net nog de vallei uit, maar dan is het echt wel gedaan met de motor. Er wordt stevig gevloekt, temeer omdat we maar drie dagen hebben om op tijd te zijn om onze terugvlucht te halen. De terugrit voer de Leh-Manali highway duurt precies drie dagen. Veel mag er dus niet misgaan.....
Na een kwartiertje vloeken komt de eerste truck voorbij. Overvol beladen. Maar hij stopt toch, de mannen duidelijk met dollartekens in de ogen. U moet weten beste lezer dat de indische vrachtwagens ontzettend hoog zijn. Met drie man (Brenda, vrouw zijnde mag van deze Kashmiri mohamedanen niet helpen) moeten we dus een motor 1.5m hoog optillen om m zo op de laadklep te krijgen. Een uur later is het zover en vertrekken we. Wij zijn licht gehaast omdat we nog op tijd bij de mechanicien willen geraken. Maar das buiten deze mannen gerekend, die om de 2 dorpjes stoppen voor een theetje, die na elke klim moeten stoppen om de motor te laten afkoelen, en die algemeen onbegrijpelijk traag zijn. Wat een motorritje van een uur had moeten zijn wordt een boeiende maar tergend trage rit van 4.5 uur. Uiteraard is de mechanic dicht. Als we morgen niet tenminste op de middag kunnen vertrekken ziet t er duister uit voor onze vlucht. We genieten in elk geval van onze laatste avond in dit himalaya stadje.
De volgende ochtend zijn alle winkels dicht. Iets met verkiezingen. Vermoedelijk openen ze ergens in de namiddag. Ik durf het woord paniek niet gebruiken, maar om te zeggen dat we er gerust in waren, dat is een brugje te ver. Niettemin ga ik naar de mechanic. Dicht natuurlijk, maar er staan nog een aantal mensen te wachten, onder andere de helper van de Mechanic. Ik leg m ons probleem uit en onze haast. hij gsm't de baas maar die is niet bereikbaar. India zou India niet zijn als er op t laatst niet ineens een oplossing opduikt. Een jonge kerel schroeft een transformator uit zijn motor en plugt die op ons Ennie. Nope. 'Dan is t de batterij' En effectief, na drie dagen in de blakende zon zijn alle cellen uitgedroogd. Net als ik me realiseer dat ik nergens een andere batterij kan kopen, komt Eddy Merckx (de mechanic lijkt er zo goed op dat je je afvraagt waarom er geen trofeeen bovenop zijn werkbank staan) en vult onze batterij met een oude batterij. Na onze rem nog eens na te kijken kunnen we vertrekken!
We kronkelen meteen de smalle vallei in op naar de tanglang La. Gaat vrij vlot. Eigenlijk verloopt het traject van die eerste dag algemen veel vlotter dan we dachten. Tot we ons realiseren dat -vergeleken met drie weken geleden- er bijna dubbel zoveel asfalt ligt. Niettemin blijven we betoverd van het oneindig veranderlijke landschap. Het is ook veel rustiger dan in het heengaan. Ook al rijden we nu recht terug naar het eindpunt van deze reis, dit jaar, en terug naar het werkleven. Eigenlijk genieten we meer van het landschap dan in t heengaan. We prikken ons tentje nog een laatste keer, genieten nog een laatste keer van de twijfelachtige cantinekost in de tentenkampen.
Als we na 2 dagen de laatste pas overrijden komen we in een andere wereld. De droogte onder het diepblauwe zwerk ruimt plaats voor kleffe stijgingsregens. De weg wordt nog boeiend in diepe modderbochten, maar voor het zicht hoeft t alleszins niet meer.
Als we de motor inleveren zijn ze blijkbaar zo blij dat we rijdend terugkeren dat er verder geen vragen gesteld worden. Dat we een helm kwijt zijn, maar 2 blutsen rijker, hebben ze nooit gemerkt. Genietend van heerlijke bruschetta missen we onze oude daverende dame al een beetje. We boeken een slaapbus voor de volgende dag, terug naar Delhi. Maar beste lezer, als u dacht dat dit dan zonder poespas zou lopen.... Als we de volgende ochtend onze tickets willen ophalen blijkt de bus die wij zouden nemen in een ongeval betrokken. We geloven er eerst niks van (ze willen ons een duurder ticket aansmeren) maar de man betaalt ons ticket terug en houdt een taxi tegen om ons naar de stand van de overheidsbussen te brengen. Die komt vrij op tijd aan, en is op zich best comfortabel. Zonder verdere verwikkelingen halen we Delhi.
En Delhi is opnieuw een heel andere wereld. We waren bij die eindeloze puurheid van Ladakh al vergeten hoe stomend heet, vuil, schrijnend, stinkend, luid, vochtig en chaotisch deze stad wel is. Alle clichés komen de revue: Mensen die overleven op een stort ter grootte van een vlaamse stad, dooi beesten op de rioolputjes, bedelaars, eindeloos veel volk, bedriegers,...
we checkenin t hotel dat Buzz en Lars van een vriend aangeraden gekregen hadden en zien hun motoren. Na een heel lang verhaal waar geen fluit van klopt, checken we na een uur terug uit. de kamer was veels te duur voor wat we maar kregen. Waarschijnlijk mislopen we nu onze vrienden nog.
Na een stevige ruzie of we al dan niet nog eens gaan kijken in het hotel van Buzz en Lars, valt de duisternis over de laatste avond, in stilte. peinzend over wat voorbij is en nu (terug)komt, gemengde gevoelens. Blijdschap, heimwee. Naar huis én naar t reizen. Naar onze vrienden en familie thuis, maar ook naar al die reisgenoten, naar een eigen plek maar ook naar de onbereden weg, het onbezochte gebouw. Naar het lekkere eten van bij ons, maar ook naar die vreemde smaken..... naar die eindeloze stroom van impulsen waar je niet altijd raad mee weet en die soms pas na een tijdje een plaats krijgen, gekaderd tussel al die andere nieuwe dingen. In het drukke bestaan in de westerse rat race overschaduwen de middelen toch vaak t doel. Waarom ga ik werken? Waarom is het zo druk, neem ik er dit of dat nog bij? Waarom een snelle hap, gewurgd in mayonnaise? Waarom niet iets anders? Daarom niet altijd beter, maar t prikkelt wel.
En ineens staan Buzz en Lars naast ons! Ze hadden ons berichtje toch gevonden, net op tijd om een anders is zware filosofie en weemoed gemarineerde avond wat op te lichten. We kletsen en lachen, er op los en nemen dan voor echt afscheid.
Over de vlucht kunnen we kort zijn. Saai. De ontvangst daarentegen was weer Effieweg. Om het trouwfeest van Vanessa voor te bereiden waren de vriendinnen al de hele dag aan t filmen geweest. Met trouwkleren door het park rennen, kantoren ondersteboven zetten.... Alleen Brenda ontbrak nog. Dat werd snel opgelost door met een hele crew naar de luchthaven af te zakken. Brenda: in de ene hand een rugzak, in de andere hand het troukleed van Jan's mam om zo aan de bushalte van Zaventem internationaal te staan shaken voor de camera! "Woar es den bruidegom, madammeken?" Wenkbrouwen fronsten stevig. Mensen stopten in hun haastige pas naar de checkin: wie in godsnaam wil er nu een camerashoot voor de rafelige gebouwen van DHL?


0 Comments:
Een reactie posten
<< Home