Via deze blog willen we in contact blijven met de homies, terwijl wij Azie afschuimen. Van de mongoolse steppe tot de tibetaanse pieken, via China, Vietnam, Cambodia, Laos, Birma, Nepal en god weet waar we nog terecht komen in dit jaartje weg...

maandag, september 04, 2006

'Helhi', the gateway to the Indian Himalaya

Een stralende Juni-maand, lekker eten, stromend water en licht als je op het knopje duwt. Al gauw zijn we weer gewoon aan België. Ondanks de luxe –we hebben alles wat ons hartje begeert – neemt de onrust toe. Hier zitten we dan in ons thuisland…uit te slapen op een zachte matras in een propere kamer, terwijl in verre continenten de lokroep van de harde planken en dekens vol ongedierte weerklinkt. Hoe kunnen we weerstaan. We boeken een retourtje India. Kakkerlakken, here we come!

De dagen voor ons vertrek hebben niet het ‘zengehalte’ dat je van twee loopbaanonderbrekers zou verwachten. Terwijl Jan de visa’s regelt, zit ik verwikkeld in een sollicitatieprocedure bij de Karel de Grote Hogeschool die de geschiedenis zal ingaan met een recordtijd van twee dagen en 16 minuten. Een overzichtje:
Donderdag 29/06: deadline sollicitatiebrief
Vrijdag 30/06:
10u03 stuk ongeduld Brenda belt naar KDG of er al meer nieuws is.
Maandag 03/07
10u: sollicitatiegesprek
17u: afhalen Indische visa
19u: telefoon… ‘we hebben uw kandidatuur weerhouden’ In mijn enthousiasme duw ik de gsm af, ik probeer beheerst de telefoon opnieuw op te nemen als het opleidingshoofd me meedeelt dat ik aangenomen ben.
Dinsdag 04/07
8u: info over toekomstige job
11u: tekenen van contract
13u: opnieuw de koffers pakken
15u: aankomst Zaventem
17u: vertrek Dehli

Effieweg is weer Effie Weg!

In Delhi beginnen de oplichtingspogingen nog voor je het luchthavengebouw verlaten hebt. Prepaid taxi zeggen alle reisgidsen en reizigers. We betalen 250 roepie (dat is ongeveer evenveel in oude Belgische munten) voor een rit van 25 minuten naar het centrum. Als we even later het papiertje eens beter bekijken blijkt dat het maar 225 kost. Hup, dat was de eerste in-t-zak-zetterij: 25 roepie. Eenmaal op pad worden we uitgevraagd over onze plannen en meteen afgezet bij het 'officiële reisbureau van de stad' Alsof we geloven dat een klein schunnig hok, in een andere wijk dan degene die de regering zelf meldt, officieel is .... Maar goed, misschien valt er wel wat info te rapen.
Om naar Ladakh te gaan moeten we eerst naar Manali, 850km ten noorden van Delhi. De ‘Official’ stelt ons een niet-airco niet-slaper bus voor aan 1500 roepie. Spiekend op de info van Joker vernemen we dat een slaapbus maar 450 a 500 kost. "you don't trust me?" "je kan de hele stad afzoeken maar goedkoper zal je niet vinden!" Een uur later hebben we onze tickets om diezelfde avond nog te vertrekken aan - jawel - 450 roepie

Onze eerste echte cultuurshock van deze reis was het onvriendelijke en dure Europa, maar Delhi is ook wel een ervaring die meetbaar is op de richterschaal. Een immens drukkende hitte, waarvan je vingers zwellen, je flauw wordt en je met een spannende buik van liters drank toch nog dorst hebt. Maar het is vooral vuil, luid en flagrant arm. Er is helaas geen echt tegengewicht in de vorm van bezienswaardigheden, waardoor het gewicht van de hitte en de indrukken dubbel zwaar wegen. We dwarrelen van frisdrankstalletje naar waterkraam en kijken onze ogen uit naar de chaotische gekte. We kunnen niet geloven dat iemand uit vrije wil in deze stad woont. We dwalen tot aan het rode fort, gebouwd door degene die ook schuldig is aan de Taj Mahal, het lijkt zelfs een beetje op een repetitie ervoor, want hoewel het niet zo evenwichtig is qua stijl en het slechts een handvol echt mooie vertrekken telt, zijn die mooie gebouwen ook ongekend verfijnd en etherisch.. En vooral: er is schaduw. Op het terras van een Guesthouse vluchten we weer voor "Helhi". Hier op 5 hoog is tenminste wat meer wind, schaduw en minder lawaai en stank. En dan moeten we naar de bus.

India zou zichzelf niet zijn mocht de juiste bus mooi op de afspraak zijn. Er was afgesproken om 17.30 aan het hotel. Een normaal mens zou dan verwachten dat er ergens rond die tijd een bus aan het guesthouse stopt om ons op te halen. Tegen 17.50 worden we geroepen om onze bagage op een riksjaw (driewieler taxi) te zetten. Achterdochtig zoek ik meteen de man die ons de tickets verkocht had, maar die is uiteraard eventjes spoorloos. Wantrouwig volgen we dan de riksjaw die na een paar honderd meter druk gesticuleert naar een paar westerlingen die plompverloren rond zich kijken. We sluiten ons bij hen aan, en doen mee in het spelletje 'kijk verloren en licht geërgerd rond' Een spelletje dat dit keer vlotjes drie kwartier uur duurt. Intussen leren we ook de verbeten bedeltechnieken van de Indiërs kennen. Ineens komt er een busje aan, waaruit iemand ons aanmaant om onmiddellijk in te stappen Snelsnelsnel! We aarzelen, want dit is geen slaapbus, en hij ziet er ook helemaal niet op voorzien om verder te geraken dan het volgende kruispunt zonder panne. Haastig leggen ze ons uit dat dit busje ons naar de slaapbus zal brengen. Snelsnelsnel! We stappen in en:... wachten nog een klein uurtje. Waarom weten we niet, waarom we dan zo snel moesten instappen is nog minder duidelijk. Als het busje dan vertrekt rijden we 10minuutjes en daar is voorwaar een slaapbus. Opnieuw kan het niet snel genoeg gaan. Brenda is al aan boord van de rijdende bus als hij in 2 e schakelt, en ik met 2 rugzakken en een 15 tal Israeli’s achter de bus aanhobbelen. 500m verder beseft de chauffeur dat hij zonder passagiers niet veel kan doen, stopt lang genoeg om iedereen er als schapen de bus in te drijven en vertrekt volle gas naar het eerstvolgende tankstation. Verbijstering alom, verbolgenheid zelfs. Maar het houdt niet op. Aan het tankstation weigert de chauffeur verder te rijden. Iets met politie, maar of het nu schrik voor een politiecontrole is, of een conflict met een Indische passagier die dreigt om er de politie bij te halen, blijft onduidelijk. Als de 'conducteur' ons naar de stoelen verwijst in plaats van bedden is de maat vol. Brenda ontploft en maakt het mannetje diets -op een manier waar zelfs kapitein Haddock van zou blozen - dat we voor slaapplaatsen betaald hebben, en hij er niet aan moet denken nog meer met onze voeten te spelen. De man is nog zo groot als een muis. Na nog een uur dralen vertrekt de bus, dan uiteindelijk, onderweg elke wandelaar, nachtraaf en sterrenkijker oppikkend voor een fooitje onder de hand. Het is middag als we in Manali aankomen, uitgeslapen –want het bed was immens - ontdekken we dat we in een heel ander India zijn aangekomen. Bergen, beekjes, ruimte, lucht...

Labels: